het schip
HIERONDER VINDT U HET ARCHIEF VAN DE TOCHT VAN BELLA CIAO IN 2010 en 2011


18 mei 2010.
De kop is er af: We zijn vertrokken. Alle afscheid is genomen



we gaan! Ten bewijze van dit heugelijk feit is op de digitale kaart te zien dat wij (dat rode bootje) op weg zijn naar de sluis. Onze wereldreis begint dus in Lauwersoog.






Met een lekker NW-windje zeilen we naar Ameland. Het is nog steeds te koud, maar dat is een goed motief om snel verder naar het zuiden te gaan. De eerste nacht vallen we droog naast de haven van Nes. De volgende dag maken we een prachtige zeiltocht, maar nog best wel koud, naar Vlieland.



22 mei 2010.

Na lekker ankeren onder de vuurtoren bij Vlieland



zijn we met een prachtige zeiltocht via Kornwerderzand weer naar zoet water gezeild en via Enkhuizen in Amsterdam aangekomen. Ineens was het zomer, we hesen de asymetrische spi en het was alsof we al veel verder waren op onze tocht. Tot de befaamde IJsselmeermugjes ons weer even met beide benen op ons plaats zetten...



We liggen bij de werf van Simon Rhebergen in Amsterdam en blijven een paar dagen om nog wat zaken te regelen en nog wat meer afscheid te nemen.

30 mei 2010.

We zijn woesdag 26 mei vroeg in de morgen via het Noordzeekanaal richting IJmuiden vertrokken met bestemming Engeland, bijvoorbeeld Dover. We kijken wel hoe het gaat en beslissen dan onderweg wat we gaan doen. Er staat een gunstige noordenwind, dus dit is onze kans om een mooi stuk naar het zuiden te komen.
Eenmaal door de zeesluis van IJmuiden hijsen we de zeilen en zetten we met rustig weer koers richting zuid. Langs Scheveningen, dan de Maasmond oversteken en verder langs de Zeeuwse eilanden. België passeren we in het donker en in de vroege ochtend van 27 mei steken we de drukke scheepvaartroute van het Kanaal over naar Dover. Je kunt zowel Frankrijk als Engeland goed zien.



Helaas is het als we in Dover aankomen betrokken, zodat de witte krijtrotsen van Dover niet zo mooi oplichten als op de plaatjes. Om 10 uur in de ochtend - oh nee, 9 uur, want het is hier een uur vroeger! - laten we het anker vallen in de havenkom van Dover. Nu hebben we Nederland echt achter ons gelaten.
Helaas doet de zender van onze AIS het niet, zodat de achterblijvers ons op dit moment niet op de voet kunnen volgen via marinetraffic.com. We zijn bezig dit te repareren.



Ze heben hier trouwens wel hele gevaarlijke meeuwen... Voor de sunday afternoon hebben wij onze fietsen uitegepakt en een kleine cycletour gemaakt.


Het was wel erg hoog om op die kalkrotsen te komen, maar daarna had je wel een mooi uitzicht.



09 juni 2010.

Inmiddels zijn we een heel eind verder gekomen langs de Engelse zuidkust. Via Shoreham en Portsmouth zijn we naar The Isle of Wight gezeild. Porsmouth is een bezige stad, waar we met uitzicht op het station en op een hoogst opmerkelijke toren



geankerd hebben. Op Wight zijn wij niet naar Cowes gezeild, maar net even een stukje verder, naar het natuurpark van Newton River. Een prachtig beschut ankergebied



met een pittoresk plaatsje even verderop, met een winkel waar je allerlei waren (vlees, groente, fruit) van plaatselijke boerderijen kunt kopen. Dat hebben wij dan ook gedaan - de lamsboutjes waren de volgende dag heerlijk op de BBQ.
Daarna ging het weer verder westwaarts (steeds met kalm weer).



Na een nachtje in Christchurch



door naar Weymouth.



Dat bleek een erg gezellig oord, waar op zaterdagmiddag een markt was van traditionele artikelen en met optredens van volksdangroepen. Erg gezellig allemaal en het zonnige weer maakte de ambiance compleet.
Weymouth is de opmaat naar Portland Bill. Daar moet je precies op het juiste moment langs, want je hebt daar zogeheten races. Dat zijn een soort van stroomversnellingen met branding en draaikolken. Wij vetrokken om 6 uur in de morgen met rustig weer. En na alle verhalen viel het mij eigenlijk wat tegen: er was wel een beetje branding hier en daar, maar dat verschilde niet veel van een gemiddeld zeegat tussen de Waddeneilanden. De plaatselijke vuurtoren was trouwens wel erg fotogeniek:



precies zoals een vuurtoren hoort te zijn.
Zo kwamen we in Torquay.



Dat staat bekend om zijn subtropisch klimaat. En ja hoor, er waren inderdaad palmbomen



in dit klassiek-mondaine badplaatsje.
Omdat de verwachte zuid-oosten wind recht de baai in zou gaan blazen zijn we de volgende dag verkast naar Dartmouth, weer op een rivier. Daar kregen we een ware zondvloed over ons heen met veel wind en regen.
Toen het de volgende dag weer was opgeklaard bleek Dartmouth een leuk plaatsje. Wel moet je hier betalen als je achter je eigen anker op de rivier ligt - volgens de havenmeester om op de rivier te mogen varen.

22 juni 2010.
Wat kan er in 12 dagen veel gebeuren. Wij hoorden op 10 juni, terwijl wij in Salcombe lagen, dat Reinhildes lieve stief Helen was overleden. Ze was de laatste 3 weken erg ziek, maar dat het zó snel zou gaan, had niemand verwacht.
Heel verdrietig zijn we vervolgens overgestoken naar Bretagne, omdat we van daaruit beter terug naar Nederland konden reizen. Het was een rustige overtocht en 's avonds kwamen we aan in L'Aber Wrac'H.



Daar gingen we voor anker en begonnen we met behulp van een prima wifi-verbinding onze terugreis naar Nederland te organiseren. Op maandag 14 juni vertrokken we, nadat we de Bella Ciao veilig aan een stevige meerboei hadden vastgemaakt. We logeerden in Amsterdam en waren op 16 juni, samen met veel familie, vrienden en bekenden, bij de prachtige crematieplechtigheid, waar wij voor goed afscheid van Helen hebben genomen. Helen, een goede vaart, waarheen dan ook!
Donderdag 17 en vrijdag 18 juni reisden we weer terug naar L'Aber Wrac'H. Eigenlijk hadden we het gevoel dat we nu gingen beginnen aan een herstart van onze tocht.
Na aankomst terug aan boord zijn we, onder begeleiding van de kinderen van de plaatselijke zeilschool



meteen vertrokken, naar Aber Ildut.
We konden hier niet zelf ankeren, zodat we in de nauwe haven aan een meerboei vast hebben gemaakt. Behalve een havenwinkeltje, waar we heerlijk brood konden kopen, was hier niet veel te beleven, zodat we de volgende morgen weer vertrokken naar het befaamde Ile d'Ouessant, dat onder andere vaak als start- en finishpunt fungeert voor wereldomzeilingen. En het is het meest westelijke puntje van Frankrijk.
We hebben hier in de omgeving met enorme getijverschillen te maken. Dat leidt soms tot prachtige plaatjes.



Maar het leidt ook tot verrassingen:



Toen we na een mooie wandeling over het eiland terugkwamen bij de bijboot, lag deze droog. Gelukkig kon Frits hem met enig getrek en geduw weer terug in het water krijgen.
Die avond bleek er in de plaatselijke kerk een prachtig concert te worden gegeven door het orkest van de universiteit van Brest. Ze speelden onder meer Mozart en Sibelius. Het was voor ons als een pleister op de ziel.
Wij zetten onze tocht de volgende dag voort richting Morgat. Toen we na aankomst het mooie vlakke strand zagen besloten we hier een dagje te blijven en onze boot even droog te zetten.



Inmiddels was het 21 juni: de langste dag en....het begin van de zomer. En eindelijk, eindelijk begint het ook echt een beetje te zomeren.



We hopen de barre koude, die ons het grootste deel van de tocht tot nu toe heeft begeleid, nu definitief achter ons te hebben gelaten.


28 juni 2010.

We zijn nu een week onderweg langs de Zuid-Bretonse kust en dat bevalt uitstekend. Er zijn hier allerlei leuke riviertjes en zeearmen waar je kunt ankeren, het is prachtig weer en de zachte bries komt hoofdzakelijk uit het noorden. Wat wil je nog meer?
We hebben een gemoedelijk leven: kijken wat in haventjes rond



zoals hier in Concarneau, waar we deze serieuze racers zagen liggen. En aan de wal zoeken we mogelijkheden om te internetten met onze minicomputer.



Hier in Concarneau lagen we buiten in de baai (niet eens zo heel beschut) achter ons eigen anker. Rond 20.30 kwam er een havenbootje langszij om ons mede te delen dat hier liggen 41 euro kostte! Wij waren wat je noemt stupéfait. De jongen in het bootje meldde dat hij er ook niks aan kon doen, maar dat hij dit van de baas moest melden en dat we om de hoek gratis konden ankeren. Wij waren dus snel weg. Maar onze verbazing over deze rare praktijken blijft. Dan varen we weer een stukje verder, en soms hijsen we onze prachtige spinnaker



of vangen we een vis:



zoals deze 75 cm lange geep.
En dan eindigen we de dag op een terrasje met een heerlijk glaasje koele witte wijn



zoals hier in Pouldu. En als we dan weer aan boord zijn, is het inmiddels zulk lekker weer dat we buiten kunnen eten aan onze prachtige lichtgewicht inklapbare kuiptafel.




8 juli 2010.
Het Franse leventje blijft afwisselend en voert ons langs allerlei leuke plekken. Zoals Port Saint Louis waar we een prachtig fort tegenkomen.



We leren inmiddels ook iets van het Bretons: zo zijn er allerlei plaatsjes die Loc... heten. Dat Loc betekent dat het een aan een bepaalde heilige gewijde plaats is, zoals bijvoorbeeld Loctudy, Locmalo en hier Locmariaquer in de Golf van Morbihan. Ker is huis of dorp, mor is zee en bihan is klein in het Bretons.



Eén van de specialiteiten in deze omgeving zijn de huitres, oftewel oesters. Die worden gekweekt in speciale oesterbedden, die je bij laag water goed kunt zien, zoals hier op het riviertje de Etel.



Qua eten is het hier een waar paradijs voor degenen die van de vruchten van de zee houden. Wij genieten van wat ze hier roze garnalen noemen (gamba's) en van zelf geplukte mosselen.





img src="../pics/pics04/36.jpg" width="357" height="267">

We ankeren op binnenzeetjes zoals dit Petit Mer de Gavres



en in het prachtige natuurgebied van de Golf van Morbihan







in baaitjes bij eilanden achter de rotsen, zoals hier bij Ile Dumet



of tussen het Bretons maritiem erfgoed.



Onderweg zijn we bezig met ons zelfgemaakte visgerei,




spotten we de in deze omgeving altijd weer stoere vuurtorens



en zien we dat dit echt een zeilersmekka is







Als we dan zo zeilend



een eiland zien opdoemen



zeilen we er rond de klippen heen.



En soms is het net of we weer op het wad zijn, maar dan op z'n Frans: We voeren bij vallend tij tussen Ile de Noirmoutier en de vaste wal, een soort waddengebiedje, toen we twee stokjes in het water zagen staan. We stopten, want dit leek toch wel erg ondiep, en vervolgens voltrok zich na een klein half uurtje, voor onze ogen het volgende tafereel:























Toen we zelf ook eenmaal waren drooggevallen zijn we maar mosselen gaan plukken.
Die avond zijn we, toen het water weer terug was, nog over de weg gevaren en geankerd bij Fromentine Plage, een leuk oordje, waar de fine fleur van de plaatselijke balletschool zo vriendelijk was een uitvoering te geven, met de Bella Ciao als decor:




15 juli 2010.
Wij zijn inmiddels verder naar het zuiden afgezakt en hebben het in zeilerskringen befaamde Les Sables d' Olonne aangedaan.



Hier starten beroemde wereldomzeilings-record-pogingen en finishen er (soms) weer. We verwachtten hier dus nogal wat te zien, maar afgezien van een paar heel racy jachten aan 'onze' steiger



viel dat best tegen...waar zijn al die snelheidsmonsters???
Eenmaal in La Rochelle aangekomen bleek daar een groot internationaal Optimisten-klasse evenement te zijn:







Wie het kleine niet eert....
In La Rochelle zien we dan een echte grote tri aan de horizon voorbij schuiven, maar het is er niet een die we kennen:



en vlakbij wordt er ook druk geoefend met multihulls.



Intussen vieren wij 14 juillet in het sfeervolle La Rochelle



waar bovendien nog een Oerol-achtig theater- en muziekevenement gaande is. Wij genieten ervan en vergeten het te fotograferen.
We liggen geankerd in een beschutte hoek bij Ile de Ré,



waar we elke 12 uur droogvallen tussen de oesterbedden. Dat is dus plannen, om weer op tijd terug te zijn bij de bijboot, want ook onze bijboot kan niet varen zonder water....en dat bleek dus toen we met een vertraagde bus op de avond van 13 juli terugkwamen: het water was al weg en er zat niet anders op dan na het traditionele vuurwerk gezellig rondhangen op het buurtfeest en daarna nog wachten tot circa 4 uur in de ochtend toen het water eindelijk weer terugkwam.
Soms stellen het bijbootje en de nog steeds grote getijverschillen hier ons voor een ander probleem: als we voor het strand ankeren



moeten we het bootje hoog naar boven slepen, zodat het niet verdwijnt als de vloed komt. Maar het bootje is te zwaar om te slepen. Daar heeft men hier wel een oplossing voor: wieltjes eronder, maar die hebben wij (nog) niet. Gelukkig hebben wij stootwillen, die we als zodanig gebruiken door ze telkens onder de bijboot te leggen en het bootje er dan overheen te trekken. Dat werkt ook:



En dan de fietsen: het is een heel avontuur om die met de bijboot naar het strand te vervoeren.



Maar als we dat dan voor elkaar hebben kunnen we leuke fietstochten maken, zoals hier over het prachtige Ile de Ré, waar we ontdekken dat, waar alle luiken de huizen op Ile d' Yeu grieks-achtig blauw waren,



hier alle luiken groen zijn geverfd:



de stokrozen komen we overal tegen. Het schilderachtige plaatsje La Flotte, waar we ook langs fietsen, heeft een bescheiden collectie traditionele schepen in de kleine dorpshaven liggen



en een daarvan zien we ook nog in actie.



Voor degenen die zich afvragen hoe onze route eruit ziet, hebben we het volgende plaatje toegevoegd:




29 juli 2010.
Vanuit la Rochelle reizen we 16 juli per trein naar Ballans. We laten de boot achter op beschut een ankerplekje voor de kust van Ile de Ré.



Nadat hij mij met de bagage per bijboot aan de wal heeft afgezet, brengt Frits de bijboot weer terug naar de boot en zwemt vervolgens terug naar de wal. Daar stappen we op de bus naar de stad.
We zijn uitgenodigd voor een feest ter afsluiting van een djembécursus bij vrienden. Iedereen komt in actie



en daarna genieten we samen met het halve dorp van een heerlijke maaltijd. Een waar feest, begeleid door allerlei lifemuziek.
De volgende dag gaan we weer terug naar de boot. Het is als we arriveren nog laag water en het is te modderig om naar de boot te lopen. Dus pas wanneer er voldoende water staat, kan Frits weer naar de boot zwemmen om de bijboot te halen. We komen nu echt thuis: de Bella Ciao is inmiddels helemaal ons huis geworden en het voelt fijn om weer aan boord te komen.



Na een week hier in de omgeving te zijn geweest zeilen we verder naar Royen, aan de monding van de Gironde en de volgende dag gaan we direct door naar Arcachon. Dat laatste is een kwestie van plannen, want voor de hele Franse kust van hier tot aan Biarritz is een enorm gebied waar militaire (schiet-)oefeningen worden gehouden. Je moet je de middag van tevoren vergewissen in welk deelgebied dat precies gebeurt, want dat is dan afgesloten en op de foto's ziet het er ook zo onheilspellend uit dat je daarin beslist niet terecht wilt komen. Het blijkt dat de oefeningen in de regel overdag plaatsvinden en ten zuiden van Arcachon. Dus tot daar is er geen probleem.
Zo komen we na een dagje zeilen aan bij het hoogste duin van Europa: La Dune de Pyla. Daar wordt druk geparapent.



Nadat we hier wat rondgekeken hebben en twee dagen heel genoeglijk vrienden op bezoek hebben gehad, besluiten we om in de nacht naar Spanje te varen: dan hebben we in elk geval geen gedoe met de militaire oefeningen.
Het wordt een rustige nachttocht en we komen in het donker aan bij Hundarribia, in een baai waar de grens tussen Spanje en Frankrijk dwars doorheen loopt. Wat de twee landen hier verbindt, is dat de bevolkiing aan beide zijden van de grens Baskisch is: ze spreken dezelfde (voor ons onbegrijpelijke) taal: alles is hier tweetalig en ze hebben dezelfde vlag. Het zijn als het ware de Friezen van Spanje en Frankrijk. Wij hijsen hier dan ook de Baskische gastenvlag.
Hier vormen de Pyreneen het decor op de plaatjes, waar de wolken als het ware aan de hoge bergen blijven kleven.



De stadjes zijn tegen de bergen gebouwd, wat meteen het gevoel geeft dat je ver weg van Nederland bent. Hundarribia is een mooi voorbeeld van zo'n decoratief stadje.







En wat voor ons bijzonder praktisch is: het vliegveld waar Frits zijn zoon Jos en vriendin Melanie zondagavond landen ligt aan het water: de vliegtuigen landen en starten over de ankerbaai. Tijdens de landing zien ze ons al liggen.



en we halen onze gasten met het bijbootje af.



We zeilen de volgende dag naar San Sebastian,



een gezellige en mooie stad.







Nu wordt het ook echt zomer:







Iedereen geniet ervan.
We hebben de volgende dag ook echt wat te vieren: Melanie is jarig en we bakken een taart van de heerlijke verse abrikozen die je hier kunt kopen en versieren die met kaarsjes:



Na de taart varen we naar Bilbao, waar we de oudste hangbrug ter wereld aantreffen: een stoere staalconstructie.



De brug dateert van 1893 (uit dezelfde tijd als de Eiffeltoren) en staat op de werelderfgoedlijst. Je kunt met een transparante lift naar boven en er is een loopbrug bovenlangs aangelegd, waarover je naar de overkant kunt wandelen. Het uitzicht over het Bilbao Estuarium is fantastisch.




7 augustus 2010.
Wij kozen ervoor om niet in één keer de Golf van Biscaye over te steken, maar om via de Franse Westkust en de Spaanse Noordkust richting Kaap Finisterre te gaan. Voor de zeiler is van belang dat het hier in de zomer zelden hard waait,



maar dat de wind vaak wel uit het noorden komt, zodat je hier fors aan lagerwal zit. Dat betekent dat riviertjes, zoals hier in Suances en in San Vicente de la Barquera, voor ankeraars als wij een ideale toevlucht bieden.



Daarbij heeft men hier nogal eens te maken met zandbanken voor de ingang, die branding veroorzaken en de ingang versperren, zodat daar gebaggerd moet worden.



Soms zijn er ook door enorme kademuren prima afgeschermde haventjes, zoals in Lastres.



Het weer is hier wisselender dan velen wellicht zouden verwachten: we hebben hier al eens een complete regendag gehad. De bergen houden de bewolkig vaak vast, maar dat geeft soms ook prachtige plaatjes











En als we het dan toch over mooie plaatjes hebben mag de volgende foto van een zonsopgang in San Vicente de la Barquera niet ontbreken



We zeilen hier langs plaatsen die al eeuwenlang pleisterplaatsen vormen voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostella, waar zij het graf van de Heilige Jacobus gaan bezoeken. We komen hier dan ook prachtige oude kerkjes en kerken tegen







Ook stoere forten ontbreken zelden in de oude stadjes



Santander bleek een belevenis op zich: hier bereidt men zich erop voor om in 2016 culturele hoofdstad van Europa te zijn. Daarop nam men net toen wij er waren alvast een voorsprong met een groot feest, met optredens op openbare podia,



een qua schouwspel en geluid spectaculair vuurwerk,



een markt met valkeniers en oude ambachten



en natuurlijk de levende beelden, zoals deze Atlas.



Een veel minder pretentieus, maar daarom niet minder aardig vermaak was een soort kegelen dat wij tegenkwamen op een dorpspleintje in Lastres.







Kortom, de Noord-Spaanse kust (met de provincies Baskenland, Cantabrie, Asturie) heeft veel afwisseling te bieden voor de zeilende reiziger.





17 augustus 2010.

Inmiddels zijn we in Portugal aangekomen. We hebben Kaap Peñas



en de befaamde maar uiterlijk minder imposante Kaap Finisterre



gerond en zijn we nu weer op weg naar het zuiden. Zeiltechnisch was het allemaal niet moeilijk, maar elke kaap is natuurlijk toch een wilde plek



al kwamen wij er steeds prachtig voor het lapje zeilend langs.







Onderweg van La Coruña spotten we een collega-catamaran, de Seamotions, en we maakten onderweg foto's van elkaar die we 's avonds in Camariñas hebben uitgewisseld. Coos Keijser maakte deze foto's van ons







Eenmaal de hoek om en weer op weg naar het zuiden kwamen we in een andere wereld terecht. Het begon met ijskoud water



en dat blijft natuurlijk niet zonder gevolgen als het door de zon wordt opgewarmd, zoals hier in de baai van Vigo.



We bezochten Vigo waar we dit oude vrouwtje bezig zagen



en daarna in de hoerenbuurt van deze havenstad terecht kwamen.



In Bayona, onze laatste haven op het vaste land in Spanje lagen we onder het imposante en prachtig gerestaureerde fort.







Daarna volgde een bibbertocht naar Oporto: het was de hele dag koud door de zeewind (Noord 20-23 knopen), met als dieptepunt dat we onze eerste avond in Portugal de kachel notabene aan moesten doen....Maar gelukkig was het in de stad de volgende dag weer lekker op temperatuur en hebben we er dus kunnen genieten van het vele moois dat Porto te bieden heeft:







We hebben over de stoere Luiz I-brug over de Douro gelopen,



de tegels over de geschiedenis van Portugal in het station bewonderd



en daarna de meer recente geschiedenis van het land over het verzet tegen de Salazar/Caetano-dictatuur en de Anjerrevolutie in het historisch museum bekeken.







We hebben de mist en de kou inmiddels achter ons kunnen laten sinds we in Cascais bij Lissabon aankwamen. Wij hebben nu het gevoel voorgoed aan de kou ontsnapt te zijn.
De kaap bij Perniche, onderweg naar Lissabon bleek bewaakt te worden door deze prachtige rotsformatie - of is het een in gedachten verzonken over de zee starende reus?



Onderweg vingen we bovendien binnen een uur wel 4 van zulke makrelen,



die we 's avonds vervolgens smakelijk hebben opgegeten.



Daarna wachtte ons het schitterende Lissabon, waar we een paar highlights bezochten zoals ' de' lift (waar je gewoon met je metrokaartjes in naar boven kunt)



en we de heuvel op gingen voor een bezoek aan het prachtige Castelo de Sao Jorge.



Weer beneden aangekomen stond er op een pleintje een heerlijke Cabo Verdiaanse band te spelen, waarvan we een tijd lang hebben staan genieten - ons alvast verheugend op ons bezoek aan deze archipel.



Op de terugweg naar het treintje dat ons weer naar Cascais bracht kwamen we nog langs de prachtige overdekte markt van Lissabon: opmerkelijk dat in Nederland een markt meestal in weer en wind in de open lucht wordt gehouden, terwijl in zuidelijker landen de markten juist vaak overdekt zijn.



Na een paar dagen Lissabon werd het tijd om weer verder naar het zuiden af te zakken en gingen we via Sesimbra naar Sines. Onderweg viel ons het mooiste schouwspel ten deel wat je op zee kunt tegenkomen: een groep dolfijnen die onze boegen hadden uitgekozen als speelobject: wat een elegantie en een souplesse. Ook dan blijkt weer eens een voordeel van een multihull: twee boegen is dubbel speelplezier:











Zo kwamen in Sines aan. Op het eerse gezicht een weinig interressant industriestadje, maar bij nader inzien bleek het toch wel de moeite waard. Het heeft een druk visserijhaventje



En in het kasteel is onze collega-ontdekkingsreiziger Vasco da Gama geboren.








9 september 2010
We zijn op 1 september de hoek om gezeild bij Kaap San Vicente







en aan de Portugese zuidkust (de Algarve) terecht gekomen. Het is hier zomers zonnig en warm. We zijn enkele dagen in het waddengebiedje van Alvor geweest:











enerzijds heel herkenbaar, maar dan met een ander klimaat. Dit was ook een prima kans om droog te vallen en zoals gewoonlijk deden we dat ook nu weer samen met enkele andere multihulls...het leek wel Simonszand....



Zo konden we onder de schroeven even controleren.



Daaraan mankeerde nogal wat en we hebben besloten andere schroeven te nemen.
Alvor bleek een zeer decoratief plaatsje, waar geheel in stijl enkele prachtig gerestaureerde traditionele Portugese scheepjes rondvoeren.







Daarna zijn we via Portimao doorgezeild naar de baai van Faro. Deze omgeving staat onder andere bekend om zijn ooievaren en die kwamen we dan ook prompt tegen:



En wat te denken van dit gemoedelijke tafereeltje, zomaar in een parkje aan de waterkant, met deze vier kaartende heren?




18 september 2010
Het is wellicht interessant om eens wat te vertellen over de wijze waarop wij zo onafhankelijk mogelijk van allerlei walvoorzieningen op de Bella Ciao proberen te leven.
In de eerste plaats willen we varen. Dat doen we voornamelijk op onze zeilen (zoals te zien op deze foto die Coos Keijser van ons maakte):



Onze 120 m2 zeil zorgen ervoor dat we met behulp van windenergie van A naar B komen. De snelheid waarmee we zeilen is uiteraard afhankelijk van de sterkte en de richting van de wind en de hoogte van de golven, maar wij vinden snelheden van 8-10 knopen (1 knoop is 1,8 km/u) vrij normaal. Als er weinig wind is dan kunnen we nog onze asymetriche spinaker van 120 m2 hijsen om ook onder die omstandigheden goede voortgang te kunnen boeken.



Slechts als er geen wind is en als we bij het ankeren of in een haven even moeten manoeuvreren zetten we de motoren aan. Voor onze voortbeweging zijn we dus in principe niet afhankelijk van iets anders dan de wind en de zeilen.
In de tweede plaats heb je dan de energievoorziening. We hebben allerlei apparaten aan boord die energie gebruiken, zoals een koelkast, meerdere computers (waarop ook de electronische kaarten staan, waarmee we navigeren), allerlei navigatieapparatuur, ledverlichting door de hele boot (die weliswaar maar weinig energie vergt, maar die toch ook op electriciteit loopt), electrische tandenborstels, mobiele telefoons enzovoort.



En dan hebben we nog een paar apparaten die we soms gebruiken zoals een mediaplayer en ledbeeldscherm,



een stofzuiger, een broodbakmachine, een staafmixer en allerlei electrisch gereedschap (tot en met een lasapparaat aan toe).



Sommige van deze apparaten werken op 220 Volt en de meeste werken op het boordsysteem van 12 Volt. Voor de 220-apparatuur hebben we een omvormer, die van 12V 220V maakt (en die zelf ook weer wat stroom gebruikt).



Al deze stroom wordt door onze accu's geleverd (2 x 240 AH). En de accu's worden gevuld met stroom die we winnen met onze 7 zonnepanelen op het kajuitdak. Op normale dagen leveren deze panelen ruim voldoende stroom om in onze behoefte te voorzien, zeker nu we in zonnige oorden verzeild zijn geraakt. We kunnen trouwens ook nog stroom winnen met de dynamo's op de motoren, maar daarvoor heb je weer diesel nodig (en we gebruiken de motoren zo min mogelijk) en we hadden het over zo onafhankelijk mogelijk proberen te zijn.
Een andere belangrijke factor aan boord is zoet water. We hebben twee grote watertanks, die we kunnen vullen met water dat we aan de wal betrekken. Maar dat kan niet altijd (ofwel omdat je op zee bent ofwel omdat het water aan de wal niet vertrouwd is). Voor die gevallen hebben we een zogeheten watermaker aan boord.



Dit apparaat maakt van zeewater zoet water met behulp van een membraam-techniek (voor de kenners: omgekeerde osmose). Je moet dan wel 'schoon' zeewater hebben, dus in een haven kun je geen eigen water maken. Ons apparaat maakt ongeveer 6 liter water per uur en werkt ook weer op de stroom die we met de zonnepanelen winnen.
Op het gebied van eten zijn we weliswaar niet 100% onafhankelijk, maar met behulp van onze vistuigjes kunnen we onderweg tijdens het varen wel vissen. Deze methode van vissen doen we met behulp van een zogeheten pavaan: dat is een plankje dat aan de voorkant in een hoek van 45 graden is afgezaagd en waaraan op een bepaalde wijze de visdraad is bevestigd, waardoor hij als we zeilen onder water getrokken wordt. Aan de achterkant zitten de vishaakjes.







We kunnen dit vistuigje gebruiken bij snelheden tot naar schatting 6 knopen.



Tot nu toe vissen we op deze manier met wisselend succes, maar we hebben toch al enkele keren heerlijke vismaaltjes uit zee gehaald. Soms ook kunnen we mosselen plukken - weer een andere manier om ons eigen voedsel te verzamelen. Daarnaast kunnen we ons eigen brood bakken: met de broodbakmachine op electriciteit en ook gewoon in de oven met gas.



We zijn tot nu toe nog niet begonnen met het telen van groente en fruit, dus dat kopen we gewoon aan de wal: altijd een leuke reden om in winkels en op markten rond te snuffelen.



Internetten doen we als we stilliggen met vrije wifi's die we tot nu toe op verbazingwekkend veel plaatsen aantreffen. Soms ook betalen we een klein bedrag. De verbindingen zijn uiteraard wisselend en niet beveiligd, maar het werkt tot nu toe naar wens.



Op deze wijze kunnen we de site bijhouden, emailen, skypen en weerberichten ophalen. We hebben hiervoor een prachtige, versterkte rondom antenne die het gemonteerd op het frame van de zonnetent uitstekend doet.
Voor als we verweg van wifi's en mobiele telefoonverbindingen - dus midden op zee - zijn, hebben we een iridiumtelefoon: daarmee kunnen we midden op zee weerberichtjes ophalen, hele kleine emailtjes verzenden en zelfs telefoneren.
Als zeiler ben je aan de wal meestal afhankelijk van de benenwagen of het openbaar vervoer. Om toch iets mobieler te zijn hebben wij twee opvouwbare mountainbikes bij ons, die we zo nu en dan in de bijboot zetten om aan de wal te kunnen fietsen.



En als we dat dan allemaal gehad hebben schijnt er inmiddels bijna elke dag een heerlijke zon, waarin wij ons, gelegen in het voornet, koesteren.




5 oktober 2010
We hebben een heerlijke, ontspannen tijd in het waddengebied bij Faro, natuurpark Ria Formosa doorgebracht. Dat langere verblijf was noodzakelijk omdat onze vrienden Wouter en Paula, de bouwers van ons zusterschip Safari, het nuttige en het aangename combinerend, de nieuwe schroeven zijn komen brengen en helpen monteren.







Een fado-avond in de tuin van het plaatselijke cultureel centrum maakte deel uit van het programma.



Met de nieuwe schroeven zijn we klaar voor het vervolg van onze reis en namen we op 30 september afscheid van ons inmiddels vertrouwde Ria Formosa



en zetten koers richting Larache in Marokko.
Een tocht van 135 mijl die we in alle rust afleggen. Helaas zien we vanwege mist de Afrikaanse kust niet opdoemen zoals we hadden gehoopt. Maar veel vergoedt de eerste blik op Larache als we eenmaal binnen zijn.



We komen aan in een levendige visserijhaven,



waar allerlei mensen ons wijzen waar we moeten aanmeren. De man van de reddingsboot gaat ons helpen met de formaliteiten en zal ook tijdens ons verdere verblijf in Larache onze steun en toeverlaat zijn. Alles verloopt, dankzij het pakje sigaretten als bakshiesh, soepel en wij liggen midden tussen het volle leven van de visserijsteiger.



Terwijl de reddingsbootman op onze boot let wandelen wij Marokko binnen:















Het is kortom kleurig, geurig, druk, vies, oosters, mooi en vooral: een cultuurshock waardoor je het gevoel krijgt nu echt op reis te zijn.

Na anderhalve dag Larache gaan wij 65 zeemijl verder naar het zuiden, naar Mehdia. Helaas is de wind tegen en moeten we motoren. Onderweg komen we diverse trawlers tegen in volle actie:



Voor de haveningang van Mehdia speelt zich een waar spectakel af:



Volgens de pilot staat er ook branding in het eerste stuk van de haveningang, die aan de noordzijde verzand is.



Dus als een van de trawlers aanstalten maakt om naar binnen te varen, wachten we mooi even om van hem het kunstje af te kijken - volgens de pilot een beproefde methode hier. Dit werkt zo prima, temeer daar de electronische kaart er hier toch zo'n 600 meter naast zit. En zo varen we achter de trawler aan de rivier Sebou op.



We komen onder het spectaculaire fort door



en moeten vervolgens een plekje zoeken. Aan de visserijkade zien we geen goede plaats voor ons om aan te leggen, dus varen we verder de rivier op, waar we uiteindelijk een plekje vinden langs een betonnen bak die (naar we later horen) gebruikt wordt bij de tonijnvisserij voor de kust.
De volgende dag bezoeken we (na een dikke regenbui) het nabijgelegen Kenitra en het arme Mehdia op de heuvel boven ons. De verschillen zijn groot in dit land, hetgeen onder andere tot uitdrukking komt in de uiteenlopende vervoersmiddelen die we op straat tegenkomen:







Alles bij elkaar ervaren we Marokko als een prachtig land met bijzonder vriendelijke mensen en een voor ons hele andere cultuur.


20 oktober 2010

Er wordt hier in de Marokkaanse wateren druk gevist





en dat is niet zo verwonderlijk, want dit is een enorm visrijk deel van de oceaan: men komt thuis met sardines, makreel, bonito, tonijn, conger, haai,om maar een paar bekende soorten te noemen.
De trawlers worden hier nog op de traditionele wijze, van hout gebouwd en hoe dat gebeurt zien we in Essaouira:




Er is langs de kust echter slechts een beperkt aantal havens, en de havens die er zijn, zijn gedeeltelijk verzand, zoals Mehdia maar vooral de haven van de hoofdstad Rabat. Hier bevindt zich weliswaar de Koninklijke jachthaven, maar die is vaak gesloten omdat de brekers in de haveningang te gevaarlijk zijn.









Wij worden buiten opgewacht door de RIB van de havendienst, die ons binnenloodst. Wat hij niet had verwacht was dat wij met de motoren op volle kracht surfend op de brekers die in de haveningang stonden 17,3 knopen zouden lopen: op zeker moment voeren we bijna over hem heen...




Als je dan na dit spektakel eenmaal rustig bent afgemeerd



doet zich wel de vraag voor: "Hoe komen we hier ooit weer uit?"
En inderdaad is de haven de eerstkomende week gesloten, wat ons de gelegenheid geeft om Rabat en het armere zusje Salé, aan de overkant van de rivier Bouregreg, op de fiets en te voet te verkennen







Salé kent een wonderbaarlijk verleden als 'Barbarijs' (Berbers) piratennest. Het was in de zeventiende eeuw zelfs een onafhankelijke piratenrepubliek onder leiding van enkele Nederlanders: opererend van achter de zandbanken maakten ze plundertochten tot aan IJsland en het Caribisch Gebied. Als je de enorme vesting ziet, waarbinnen de christenslaven gevangen werden gehouden totdat ze als geleislaven werden verkocht, is al snel duidelijk dat je behoorlijk kansloos was, wanneer je hier eenmaal gevangen zat.







We maken ook een trip naar de voormalige koningsstad Fes in het binnenland.



We verkennen de oude medina (de oudste en grootste van Marokko), waar elke buurt zijn eigen ambacht heeft, zoals koperbewerking of leerlooierij





In Fes overnachten we in een zogeheten riyad: een huis midden in de drukke medina met een binnentuin. Als je door de poort binnenkomt, stap je in de wereld van 1001 Nacht, compleet met hemelbed en elegante inrichting.





Vandaaruit bezoeken we onder leiding van een deskundige gids de moskee/koranschool en allerlei andere bezienswaardigheden.





En natuurijk worden onze zintuigen ook hier weer geprikkeld door de kleuren en geuren van dit prachtige en gastvrije land.



Weer terug in Rabat moeten we nog even wachten voordat de zee voldoende gekalmeerd is om de haven weer uit te kunnen. Maar uiteindelijk gaat het sein op groen en mogen we met vloot van zo'n 8 plezierjachten bij het ochtendgloren uitklaren om onze tocht te vervolgen naar Essaouira.



Essaouira is onze laatste pleisterplaats in Marokko: het is opnieuw fantastisch. Een schitterende vesting- en vissersplaats,







maar dit keer met een natuurlijke haven,



zodat we hier in- en uit kunnen wanneer we dat zelf willen en zelfs in de baai achter het Purpureiland kunnen ankeren.
Essaouira is de havenplaats van Marrakech en heeft van oudsher een belangrijke functie als handelsknooppunt tussen zee en woestijn:







De handelscontacten met Europa werden in Essaouira door een grote en bloeiende joodse gemeenschap onderhouden: in de medina was een grote joodse wijk, die na de onafhankelijkheid van Marokko in 1956 door zijn bewoners is verlaten. De wijk is vervallen, maar een straatbord dat naar een oude synagoge leidt verwijst naar het vreedzame samenleven van moslims en joden in het verleden.


br>


Na tweeënhalve week verlaten wij op 18 oktober Marokko. We zijn onder de indruk van dit prachtige, gastvrije land vol contrasten.
Als je de Marokkanen vraagt naar hun godsdienstbeleving dan vertellen ze dat fanatisme hen (als soennitische moslims) vreemd is. Het leven is hier harder dan bij ons. De armoede is op straat vaak duidelijk aanwezig met bedelaars en invaliden. Dat is logisch in een land waar men geen sociale zekerheid kent en waar de werkloosheid (zeker ook onder jongeren) hoog is. Dan is het ook logisch dat iedereen die daartoe een kans ziet graag iets aan jou als rijke Europeaan wil verdienen. Als daar een nuttige dienst, zoals het bewaken van de boot of het helpen halen van diesel, tegenover staat is dat natuurlijk volstrekt gerechtvaardigd.
Misschien zou het goed zijn als Geert Wilders hier ook eens een tijdje ging rondkijken....

10 november 2010.
Begin november maakten wij met onze gasten Henk en Houkje een tocht langs de vulkaaneilanden La Gomera en Tenerife. De volgende beelden van onder andere vulkaanrotspartijen, zwart strand en de imposante vulkaan Teide (3750 meter hoog) op Tenerife geven hiervan een impressie.






































11 december 2010
De maand november brachten we verder voornamelijk door achter ons anker in Las Palmas met klussen aan de eigen boot en die van anderen, werk en allerlei sociale activiteiten en uitstapjes. We vierden een verjaardag,




zagen de ARC - een zeiltocht met 200 deelnemers van Gran Canaria naar Sint Lucia in het Caribisch Gebied - vertrekken,



plukten tijdens een autotrip cactusvijgen - lekker maar erg stekelig aan de buitenkant,



deden boodschappen en maakten een knetterend onweer mee. Daarna waren we klaar om nu definitief het laatste staartje Europa achter ons te laten.



En zo zeilden we met een prima wind in 37 uur 277 zeemijlen van Gran Canaria naar Dakhla in West-Sahara. Onderweg vingen wij onze eerste bonito, eindelijk.



West-Sahara is door Marokko bezet, waartegen de bevrijdingsbeweging Polisaro zich - inmiddels niet meer gewapenderhand - verzet.
Sinds koning Mohammed VI van Marokko besloten heeft dat Dakhla opgestoten moest worden in de vaart der volkeren, is de stad (economisch) sterk ontwikkeld. Er wordt van alles gebouwd en er is zelfs voorzichtig enig toerisme op gang gekomen, met name in de vorm van kitesurfen in de beschutting van de natuurlijke baai, waaraan deze plaats ligt. Er is een kazerne en de 'oude' haven is omgetoverd tot een marinehaven, maar verder merk je er niet zoveel van de bezetting. Zij het dan, dat de prachtige baai niet toegankelijk is voor schepen en wij alleen konden ankeren vlak voor de enorm smerige visserijhaven.







Wij zijn er vervolgens met onze fietsen op uit getrokken en verkenden zo deze bijzondere woestijnstad aan zee:































Tot de dag dat we wilden vertrekken....



Er was nog geen 50 meter zicht. Dus toen hebben we ons maar aan de voorbereidingen voor onze verdere trip gewijd




23 december 2010
Toen de mist in Dakhla eenmaal was opgetrokken, konden we onze tocht naar het zuiden verder voortzetten. Na ampele overweging om Nouadhibou en het waddengebied van Banc d' Arguin in Mauretanië te bezoeken zagen we van dat plan af, omdat er sprake was van exorbitante corruptie van de autoriteiten in dat land. Achteraf werden deze berichten bevestigd door collega-zeilers die er wel afmeerden en €1300,-- voor 100 liter water moesten betalen.
Wij voeren dus in één keer door naar Dakar, de hoofdstad van Senegal. Onderweg haalden we weerberichten binnen met de iridiumtelefoon



om te zien wanneer er eindelijk goede wind zou komen en doodden we de tijd met het vissen en oppeuzelen van een bonito, onze grootste vangst tot op heden.







Ook de ereader bewijst tijdens zulke saaie tochten goede diensten.



Maar na 36 uur gaan we dan toch echt zeilen,



en als de wind toeneemt doen de atlantische golven dat natuurlijk ook.



Na vier dagen en nachten naderen we uiteindelijk Dakar.



en hijsen we dus de juiste gastenvlag



We ankeren bij de zeilclub van Dakar (CVD), tussen voornamelijk Franse boten



en het eerste dat we zien is de te waterlating van een grote Afrikaanse vissersboot.



We zijn in een andere wereld terecht gekomen.



Ook de watertemperatuur van midden december wijst erop dat we definitief de winter achter ons hebben gelaten.



Onze eerste indrukken aan de wal zijn overweldigend. De mensen zijn open en belangstellend. We worden vaak aangesproken en mensen willen ons meestal wel wat verkopen maar dat gebeurt zelden opdringerig.



Het station uit de koloniale tijd wordt niet meer gebruikt, maar is nog altijd wel mooi om te zien



en het presidentieel paleis is imposant, maar je mag er alleen maar van afstand foto's van maken.



Op veel plekken zien we Afrikaanse kunst, zoals bijvoorbeeld deze quilts.



De boabab of broodboom is het nationale symbool van Senegal.



Deze boom, die heel erg oud kan worden omdat hij in het weerbarstige Afrikaanse klimaat kan overleven, fungeerde vroeger als begraafplaats van de zangers, de djembéspelers en alle andere cultuurdragers. Toen deze traditie werd afgeschaft, stierven volgens de verhalen de bomen en waar dat gebeurde, rukte de woestijn op.

Wij gaan niet alleen op verkenning uit in Dakar, maar we hebben ook een afspraak met een vertegenwoordiger de Senegalese organisatie Association l'Arche de la Medina, die hulp aan kansarme kinderen uit Dakar geeft. Dit doen wij voor Correos de la Mar (www.correosdelamar.org). Deze organisatie, die vanuit Gran Canaria opereert zamelt spullen in die zij meegeeft aan wereldzeilers die deze spullen weer afleveren bij plaatselijke hulporganisaties in landen waarheen zij zeilen. Wij hebben voor hier een computer en kinderkleding meegekregen.



Wij zullen op deze manier later nog een pakket met spullen afleveren bij een priester op San Nicolao, Kaapverdië.

Onze laatste dag in Dakar bezoeken we het eiland Gorée, dat in de zeventiende eeuw een tijdlang in bezit was van de Nederlanders, die het deze naam gaven en er een tweetal forten bouwden.



De Nederlanders - en de Fransen na hen - gebruikten het eiland als entrepot voor slaven, voordat die als vee in de slavenschepen werden ingeladen, die hen naar het Caribisch Gebied moesten brengen.



Het eiland is een soort van openluchtmuseum, waar veel verwijst naar deze zwarte bladzijde uit de Europese geschiedenis. Hoe zwart deze bladzijde was blijkt onder andere uit de 'laadplan' van de slaven in de schepen



en de harde cijfers ondersteunen dit beeld eens te meer: van de slaven die de Nederlanders naar het Caribisch Gebied vervoerden, haalde ruim 17% de overkant de van oceaan niet. De Engelsen maakten het nog bonter met een sterfte onderweg van bijna 24% en van de slaven die in Franse handen vielen, stierf 15% onderweg. Het is ons vreemd te moede als we ons realiseren dat wij dezelfde route gaan zeilen

Na het drukke en vieze Dakar vertrekken we naar het 30 mijl zuidelijker gelegen Somone. Daar zou volgens Google Earth een lagune moeten zijn waar wij in kunnen varen. Ter plaatse blijkt dit beeld te kloppen en Frits gaat op verkenning uit in de ingang. Tijdens het peilen van de diepte kiepert een brandinggolf het bijbootje om, dat vervolgens met vereende krachten weer terug naar de Bella Ciao wordt gesleept









Tot op het laatst blijft de twijfel of we erin kunnen komen of niet, maar als het dan toch uiteindelijk lukt, komen we in een paradijselijke omgeving, waar nog nooit eerder een zeilboot is binnengevaren.







Aan het eind van de middag, als het niet meer zo warm is, trainen jonge Senegalezen voor de nationale sport - het Senegalees worstelen. Voor ons levert het een prachtig schouwspel op.



Als we ons hoofd 180 graden draaien kijken we naar het vogelreservaat,



waar onder andere flamingo's, pelicanen en zeearenden leven.











Het natuurreservaat zelf bestaat merendeels uit mangrovebossen. De omliggende gemeenten zorgen voor het behoud en het onderhoud van deze natuurlijke kraamkamer.



Bij laag water wandelen we naar de kant om een verkoelend bad in de oceaan te nemen en vallen we droog zodat we even rustig de aangroei van de boot kunnen afhalen.



Bij het vallen van de avond horen we aan de andere kant van de zandbank de oceaan op de kust breken en wanen we ons in het paradijs.





LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2011

06 januari 2011



Afrika! We wonen in Somone een prachtige djembé- en dans-avond bij.









Daarna verlaten we de lagune van Somone en zeilen we richting de rivier Saloum. Onderweg verkoelen we ons allemaal in de oceaan.



En als we eenmaal - geholpen door de aanwijzingen van een paar vissers in een traditionele pirogue - de ingang van de rivier gevonden hebben, gaat er weer een hele nieuwe wereld voor ons open.



Dit vaargebied is niet meer gekarteerd, zodat we volgens onze electronische kaart op land varen.



We gaan voor anker in de buurt van het dorpje Mar Lodj, dat op een schiereiland in de rivier ligt. Hier is geen gemotoriseerd verkeer en alles gaat per pirogue en per paard en wagen.



























De straatlantaarn in het dorp wordt van stroom voorzien met een zonnepaneel,



langs de wal liggen boomstamkano's



en in deze katholieke enclave in het overwegend islamitische Senegal zien we varkentjes en kippen rondscharrelen op de erven



In het dorp is een kleine markt waar je kleine hoeveelheden groente en fruit kunt kopen



De kinderen komen ons nieuwsgierig bekijken



Aan de wal achter onze ankerplaats is een boababbosje, en daarin zien we ook een katoenplant.



















Als we meer inkopen willen doen en willen internetten, varen we met de bus-pirogue langs het mangrovebos naar de grotere plaats vlakbij, Ndangange.



















En zo loopt het naar het einde van het jaar 2010











We hijsen al onze vlaggetjes om het nieuwe jaar te begroeten



Na het nieuwe jaar op die manier passend ingeluid te hebben, gaan we anker op en varen we verder door Senegal: de rivieren Diomboss en Bandiala op.







Zo komen we onder andere in Sipa terecht, waar we onder andere getuige zijn van een doopfeest.







Met een mooie boswandeling waarbij we aapjes tegenkomen,



nemen we vervolgens afscheid van de vaste wal van het prachtige Afrikaanse continent, waar we meer dan een maand met heel veel plezier hebben rondgezeild.

25 januari 2011


Nog vol van al onze indrukken van Afrika, vertrokken we 9 januari naar de Kaapverdische Eilanden. Het begon vrij rustig onder de luwte van de Afrikaanse kust. Daarvan maakten we gebruik om wat noordelijker te komen. Het eerste stuk was aandewind en met de golven schuin van voren. Niet echt lekker zeilen.
De eerste dag van zo'n meerdaagse overtocht ben je meestal bezig met in het ritme te komen, inslingeren noemen zeilers dat. . Je slaapt wat, je leest wat, je houdt om de beurt uitkijk. Langzaam verdwijnt het land uit zicht en word je omringd door de oceaan. En dan is er ineens een kleine bezoeker op de zeereling



Na de eerste dag en nacht begint er een ritme te komen. Het is ook hier winter en het is zo'n 13 uur donker. Meestal eten we rond een uur of 7 (gewoon aan tafel, dat gaat prima op zo'n catamaran). Als we daarmee rond 8 uur klaar zijn, dan gaat Reinhilde haar wacht in. Dat bestaat uit om het half uur buiten kijken of er schepen of andere obstakels in de buurt zijn en verder wat lezen, muziekjes luisteren op de MP3-speler, luistercursus Spaans, luisterboeken en dergelijke. Om 2 uur neemt Frits de wacht over en hij slaapt, houdt ook uitkijk om de zoveel tijd en leest wat als het zo uitkomt. Om 8 uur 's morgens als het dan weer licht is ontbijten we en gedurende de dag doen we een beetje naar behoefte: lezen, slaapje,



uitkijken



vissen



Als we mazzel hebben (en dat gebeurt steeds vaker) dan kunnen we 's avonds de catch of the day als dinee serveren...en deze was zo groot dat we er wel 2 dagen van konden eten.
De navigatiehoek is ons activieteitencentrum tijdens het varen: navigatiecomputer, iridiumtelefoon (vooral voor het binnenhalen van weerberichtjes) en uitkijkpost naar voren.



Kortom, zo'n periode op zee heeft zo zijn eigen charmes en onze ervaring tot nu toe is dat je er lekker van uitrust...

Toen we eenmaal weer ter hoogte van Dakar waren verlegden we onze koers naar het westen en zo kregen we wind en golven meer in de rug: een stuk comfortabeler varen. Na zo'n 60 uur zeilen, waarin we 420 zeemijlen aflegden, lieten we ons anker vallen bij het plaatsje Palmeira op het eiland Sal.



We komen weer in een andere wereld terecht. De Kaapverdische Eilanden zijn eigenlijk van alles een beetje: ze zijn een beetje Afrika, maar dan in miniatuur:











Ze zijn ook een beetje Europees - de plaatsjes bijvoorbeeld doen duidelijk denken aan Portugal, de voormalige kolonisator van deze archipel, die tot de komst van de Portugezen onbewoond was:











En ook een beetje Caribisch:











Wij blijven een paar dagen op Sal, waar we vlak naast een spectaculaire branding liggen.



Intussen doet Frits klusjes aan onze eigen boot en bij de buren



en maken we met een van de vele minibusjes die hier rondrijden een tochtje naar het plaatsje Santa Maria in het zuiden.







Na een paar dagen trekken we weer verder naar het eiland Sao Nicolau,



waar wij een pakket met vingerverf en kinderkleertjes voor correos de la mar afleveren.
Om de priester te vinden bij wie we onze zending moeten afleveren nemen we de bus naar de hoofdstad van het eiland, Ribeira, die zeer strategisch in het midden, tussen de bergen is gebouwd. Opmerkelijk is dat dit eiland in tegenstelling tot het kale en onvruchtbare Sal heel bergachtig en groen is.







Omdat er van de hoge bergen enorme windvlagen naar beneden waaien vertrekken we hier weer na een dag en zeilen we door



naar Sao Vicente, waar we voor Mindelo een prima ankerplek vinden. Mindelo is een grotere plaats, waar ze op de markt prachtige tegeltableaus over de geschiedenis van het eiland hebben gemaakt.






Hier bereiden wij ons en de boot verder voor op onze oversteek naar Brazilie, die zal beginnen zodra er weer wat wind staat.

LOGBOEK 15 februari 2011


Omdat de goede wind nog even op zich laat wachten, maken we met de ferry een dagtrip naar buureiland Sao Antao. Dit is het meest noordwestelijke eiland van de archipel en het is het meest groene en vruchtbare eiland. Het wordt een prachtige trip. We rijden met een busje vanaf de kust de bergen in: een spectaculaire tocht, eerst over een asfaltweg, maar al snel over stenenstraat.







We rijden langs diepe kloven







en over hoge bergtoppen.



Wat opvalt is hoe groen dit eiland is.



Er wordt hier dan ook landbouw bedreven: veel van de artikelen die je op de markt in Mindelo kunt kopen, komen hier vandaan.











Eenmaal weer beneden bezoeken we het piepkleine vissershaventje - en zijn we blij dat we niet met onze eigen boot hierheen zijn gekomen




De volgende dag besteden we aan bevoorrading voor de oversteek naar Brazilie. We verwachten dat in 12 a 14 dagen te doen, dus we slaan voor die periode groente en fruit in op de markt in Mindelo.
En dan, op 1 februari op 09.00 uur plaatselijke tijd, gaat het anker op. Samen met verschillende andere boten varen we uit.



We zien Kaapverdie achter ons verdwijnen



en we varen de oceaan tegemoet.



Het wordt een eentonige overtocht: na de eerste nacht zien we geen andere schepen meer tot vlak bij de kust van Brazilie, een keer zien we grienden, en er landt op een nacht een zeevogel aan boord.



De wind is 12 dagen lang noordoost tot oost, kracht 4 tot 6. De golven zijn soms bokkig en we hebben de laatste dagen regelmatig te maken plensbuien:



eindelijk is al het Saharastof dan toch van de boot gewassen en glimt ze weer dat het een lust is.



Wat doen we al die tijd? Frits is heel blij met zijn ereader: hij leest elk etmaal een boek. We kijken regelmatig een film uit onze verzameling op de mediaplayer. We bakken eens in de twee dagen een vers brood, we maken een Braziliaanse vlag,



en we slapen veel. Om te kunnen vissen gaan we meestal te hard en de paar keer dat we de lijnen uitgooien hebben we helaas geen succes.
Op 12 februari doet zich een mijlpaal voor: we passeren om 21.14.08 UTC de evenaar en we zeilen dus het zuidelijk halfrond op:



En zo varen we op zondagmorgen 13 februari de rivier de Para op, waar we zeilende visbootjes zien.



We laten uiteindelijk na 12 dagen en 6 uur bij Soure, de hoofdstad van het eiland Marajo, het anker vallen.



We zijn de oceaan overgestoken en we beginnen hier in Latijns Amerika aan een nieuw avontuur.

28 februari 2011

BRAZILIË!
Een land van tegenstellingen: arm-rijk, natuur-steden, mooi-lelijk. Kortom een land dat je moet beleven.
Het is hier regentijd - dat is het trouwens het grootste deel van het jaar. Amazonië schijnt de natste plek ter wereld te zijn. Dagelijks vallen er (soms enorme) regenbuien.







We hebben een opvangzeiltje gemaakt zodat we nu eindelijk weer eens lekkere thee hebben en (ongelimiteerd) water uit de kraan kunnen drinken. Nadeel is dat allerlei electronika hier minder goed tegen blijkt te kunnen. Zo begeeft het scherm van een van de netbooks het na een stortbui onderweg van het internetcafe naar de boot.
Soure is een leuk plaatsje, bekend om zijn buffels.











En na een harde regenbui kunnen we de mango's zo van straat oprapen!



We wachten hier totdat Zeebeest arriveert, met wie we hebben afgesproken om samen de Amazonetocht te gaan maken.



Als die er ook is, varen we op ons gemak gezamenlijk naar Belem.







Daar meren af voor een hotel,



waar we veilig kunnen liggen en de bijboot kunnen achterlaten terwijl we de stad verkennen.











We doen twee dagen over de formaliteiten om in te klaren en onderwijl regelen we diverse andere zaken (zoals een dongel, een autoalarm voor de veiligheid aan boord en een VHF-antenne voor de Zeebeest). Na een kleine week Belem vertrekken we gezamenlijk voor onze Amazonetocht.











Vanuit onze eerste ankerplek maken we een tocht door het tropisch regenwoud. Het is overweldigend:































We zijn nu dus echt in de jungle. Op onze tweede ankerplaats hebben we zelfs geen telefoonontvangst meer...
We komen in een paaldorp, dat in zijn geheel in het water langs steigers is gebouwd:







de hoofdstraat bestaat ook uit steigers:







De mensen zijn uiterst vriendelijk en we wandelen door het dorp.











Als we daarna weer verder trekken over de rivier, komen er regelmatig grote en kleine mensen in hun kano een kijkje bij ons nemen: het is wel duidelijk dat hier zelden toeristen komen.







De aanlegsteiger op onze volgende pleisterplaats is een huis van geloof in God.



Voor de deur ligt de schoolbus-boot.



Terwijl de Bella Ciao voor het dorp voor anker ligt



nemen wij een kijkje aan de wal.



Als we de volgende dag op een zijriviertje voor een paar paalhuisjes ankeren, komen de mensen in hun boomstamkano's naar ons toe en sluiten we vriendschap met Denise, Marco, hun zoontje van 4 en alle neven en nichten die in de buurt zijn.








23 maart 2011
We zijn inmiddels bijna rond: we begonnen op de Pararivier bij Belem en zijn achterlangs het eiland Marajo naar Macapa op de Amazonerivier gevaren, ongeveer volgens deze route:



De tocht was overweldigend mooi en bijzonder. Het is 8 jaar geleden dat hier voor het laatst zeilboten zijn langsgekomen, en daarover praat men nu nog. Wij hebben veel gezien, ervaren, meegemaakt. In het navolgende proberen we een impressie te geven van onze indrukken.
We ankerden langs de kant van de rivieren,



en maakten regelmatig jungle-expedities met onze bijboot























We zien bloemen in de prachtigste kleuren en vormen







Ook komen we bananenbomen in het wild tegen.



Er zijn hier vele beesten en meestal zijn ze groot en kleurig zoals de blauwgroene vlinders, die soms zelfs aan boord komen:



Of deze insecten op een blad langs de waterkant:



En 's avonds zijn er natuurlijk de muggen die we zo goed en zo kwaad als het lukt buiten proberen te houden.
We zien ook enorme spinnenwebben:



Op een avond loopt er opeens een 10 cm grote spin in de kajuit....dat is schrikken. We vangen hem in een pannetje,



waarin we hem de volgende dag mee naar de wal nemen om hem daar vrij te laten. Helaas werd het pannetje te heet in de zon en moesten we hem een zeemansgraf geven.



We horen als we voor anker liggen vaak de zoetwaterdolfijnen hoesten, snurken, blazen. Helaas blijkt het onmogelijk om ze te fotograferen.
Al varend over de rivieren hebben we veel bekijks: men komt in grote en kleine kano's kijken, zwaaien, roepen:



Ons maatje Deep, van het Zeebeest laat zien hoe dat er rond onze boot aan toe ging:







en wij forotgraferen de taferelen rond hun boot:



Intussen bekijken wij natuurlijk het leven langs het water:























Het hout wordt via de rivier vervoerd:



Dit is het land van het tropisch hardhout en wij komen dan ook regelmatig houtzagerijen tegen: let wel, hier gaat het om kleinschalige onderneminkjes, van de lokale bevolking, wij denken dat als je de natuurlijke rijkdommen hier zo exploiteert, dat dat weinig kwaad doet.
























Al varend is het goed uitkijken voor drijvende boomstammen







en als we ankeren komen er allerlei drijvende eilanden langs:







We hebben regelmatig contact met de mensen langs de rivier:











We bekijken een schooltje







en een werf, Porto Liverpool geheten, waar druk gewerkt wordt















De kinderen vinden intussen die bezoekers wel interessant:



Wij kopen van de riverindianen (zoetwater-)garnalen



en fruit:







En als dan ineens al die bananen rijp zijn, kun je de heerlijkste bananenshakes maken:



Intussen varen wij natuurlijk gestaag verder over de rivieren en geven we onze ogen de kost:



























De zon is soms zeer heet en zowel dier:



als mens:



moet dan een schuilplekje zoeken. Een tropische regenbui is dan vaak zeer welkom:



Na ruim een maand per boot op de motor en soms zeilend door de jungle reizen



komen we samen met Zeebeest, onze maatjes voor deze tocht, aan in Macapa.







We hebben maar een heel klein stukje van het enorme land Brazilie gezien, maar zelfs dat hele kleine stuk was groots en indrukwekkend. We zullen hier uitklaren om onze tocht te vervolgen naar Frans Guyana en Suriname.

28 april 2011
Onderweg naar Suriname maken we een tussenstop bij Duivelseiland, één van de drie Îles de Salut.











Deze eilanden maken sinds 1664 deel uit van het Franse overzeese gebiedsdeel Frans Guyana. Maar Frankrijk deed de eerste eeuw niet veel met het gebied en pas in 1764 vatte koning Lodewijk de XV het plan op om het land te gaan bevolken - tot dat moment woonden er slechts een handvol indianen. Het plan mislukte echter faliekant doordat de expeditie slecht was voorbereid en omdat de levensomstandigheden in de Guyanese jungle moeilijk waren. De kolonisten stierven er als ratten.
Weer een kleine eeuw later, in 1854, kreeg Guyana een nieuwe functie: het werd een strafkolonie.







vananf 1887 werd het zelfs wettelijk mogelijk om mensen levenslang te verbannen naar Guyana.



Tussen 1887 en 1937 (toen het laatste konvooi van veroordeelden van het Franse Île de Ré naar de West vertrok, werden er zo'n 70.000 veroordeelden naar Guyana getransporteerd.
Duivelseiland is het meest onherbergzame en het meest noordelijke van de groep, die verder bestaat uit Île Royale en Île Saint Joseph.



Nog altijd kun je op Duivelseiland niet aan land komen. Men ging er indertijd met een kabelbaantje heen, meestal om er te sterven.



Dreyfus, het slachtoffer van een antisemitische hetze in de Franse legertop, was eind negentiende eeuw één van de beroemde gevangenen van Duivelseiland. De onterechte veroordeling van Dreyfus was voor Emile Zola de aanleiding tot het schrijven van de wereldberoemde politieke aanklacht 'j'accuse'. Een andere beroemde gevangene op Duivelseiland was Papillon - door Steve Mc Queen gespeeld in de gelijknamige film. Daarbij dient vermeld te worden dat Papillon niet op Duivelseiland gevangen heeft gezeten, maar op de vaste wal van Guyana en dat dus het verhaal van zijn ontsnapping grotendeels op fantasie berust.
De voormalige gevangenenkolonie was een hel in het paradijs. Voor de hedendaagse bezoeker, is het vooral het laatste aspekt dat een bezoek aan de eilanden voor de kust van Guyana onvergetelijk maakt. Tijdens onze rondwandeling over het prachtige Île Royale, zagen we een grote kolonie kapucijneraapjes en een enkel ander type aap, in het wild:































Verder kwamen een soort cavia's tegen tussen de voormalige bewakerswoningen:







Tijdens het wandelen over prachtige voetpaden, hadden we de kokosnoten voor het oprapen:







En als je dan je boot op de volgende wijze op de gevoelige plaat kunt vastleggen



is het tijdens een heerlijke slok kokosmelk



moeilijk voor de stellen hoe dit paradijs ooit voor de gevangenen een hel moet zijn geweest.

toegift april 2011

Onze zeilmaat Deep van de Zeebeest, met wie we inmiddels sinds februari opvaren, zag ons onderweg van Duivelseiland naar Suriname langskomen en maakte de onderstaande reportage. Wij voeren met een dubbel rif in het grootzeil en een weggereefde fok, de wind was ongeveer 25 knopen en de golven waren 2-3 meter hoog.











































21 mei 2011

We zijn inmiddels bijna een jaar onderweg als we aankomen in Suriname



Verweg en toch heel dichtbij. Het begint al meteen met de taal: bijna iedereen spreekt Nederlands, een heel bijzondere ervaring als je zo verweg bent van huis. En de plaatsnamen, zoals bijvoorbeeld Domburg, waar wij ankeren, bezorgen je toch wel even eigenaardig gevoel. Suriname is ook een waterland, geen wonder dus dat Nederlanders zich hier makkelijk thuisvoelen







In de supermarkt kun je produkten krijgen, die je verder alleen in Nederland en misschien op de Antillen kunt kopen:



En zelfs kun je (diepvries) boerenkool met rookworst en spekjes krijgen



Er wordt hier in Paramaribo een avondvierdaagse georganiseerd. En dan worden ook meteen de verschillen weer duidelijk, want de avondvierdaagse is in Suriname een soort van carnaval, waarbij overal muziek klinkt en groepen in de meest exotische uitdossingen voorbij trekken:











De gebouwen doen koloniaal aan:



En je bezoekt natuurlijk Fort Zeelandia:



waar je niet alleen geconfronteerd wordt met een stuk koloniaal verleden, maar waar je je natuurlijk ook terdege bewust bent van het feit dat je hier op de plek staat waar op 8 december 1982 15 vooraanstaande Surinamers, tegenstanders van het militaire regime-Bouterse vermoord zijn. En dat terwijl diezelfde Bouterse momenteel de democratisch verkozen president van Suriname is!
Maar Suriname is meer dan politiek en geschiedenis. Het is ook een prachtig land met een zeer gemêleerde, vrolijke en vriendelijke bevolking. Het feit dat wij daar als Nederlanders een verleden hebben liggen waar we nou niet bepaald trots op kunnen zijn, is iets wat je als Nederlandse gast in dit land niet wordt nagedragen. In tegendeel, de mensen zijn trots op hun land en willen die trots graag met je delen. Ze willen graag weten of je het er naar je zin hebt. Zo kun je bijvoorbeeld allerlei groente en fruit tegenkomen,







die wij in Nederland niet kennen. De mensen op de markt zijn altijd bereid om je te vertellen wat het is en hoe je het kunt bereiden. En als je dan een paar dagen later terugkomt, vragen ze je hoe het gesmaakt heeft.
In Suriname reis je met minibusjes. Dat zijn busjes waar wel 26 personen in vervoerd kunnen worden, waartoe op elke rij een extra stoel naar beneden wordt geklapt in het gangpad. Als er dan iemand van achterin uit moet, dan krijg je als je op zo'n klapstoeltje zit een tikje op de schouder, dan sta je op, klapt je stoeltje op, perst jezelf opzij, zodat diegene die uit wil stappen kan passeren. En daarna klap je je stoeltje weer neer en neemt weer plaats. En dat alles vindt plaats in een uiterst ontspannen, vriendelijke atmosfeer.



Reizend door de stad in deze busjes kom je zo nu en dan heel bijzondere dingen tegen:



Maar als je meer van het land wilt zien, is het handig om een auto te huren, liefst een 4wheeldrive, want de wegen buiten de stad zijn van zeer wisselende kwaliteit.











Op deze wijze hebben we een prachtige tocht van 3 dagen door het land gemaakt, waarbij we 's nachts onze hangmatten ophingen in speciale z.g. pinahutten, waar je voor heel weing geld terecht kunt.











We gingen naar de Brownsberg, waar we brulapen zagen, maar toen was het al te donker om te fotograferen, we zagen een slangetje



we maakten een wandeling naar een waterval



en we zagen de zon opkomen uit het Brokopondomeer



We zwommen daarna bij Sranen Watra in een koffiekleurig riviertje.







Na drie dagen toeren door het land is het weer tijd om bij te komen op de boot:



en om een tocht over de rivieren te gaan maken:


We gaan de Commewijnerivier een stuk op en bezoeken eerst Matapica, waar we met een korjaal via een kleiglijbaan over een dammetje:


door een moeras een kaaimannen expeditie maken




Later die nacht is het tijd om de (zee-)schildpadden te gaan zoeken, die daar in deze tijd van het jaar op het strand komen om hun eieren te leggen. We zien diverse soepschildpadden (dat zijn schildpadden van ca. 1 meter groot en 1500 kilo zwaar):


en we zien een leatherback - de grootste van alle zeeschildpadden, die wel 3 meter groot kunnen worden, 3000 kilo kunnen wegen en tot 1200 meter diep in zee kunnen zwemmen:


Het is een bijzondere ervaring om deze enorme dieren moeizaam het strand te zien opklauteren - ze laten een soort van tractorspoor achter - en dan een gat te zien graven waarin ze in een trance met veel gehijg en gepuf hun eitjes leggen om die vervolgens af te dekken, waarna ze het gat zorgvuldig camoufleren. Na voltooiing van dit zware karwei trekken ze weer eenzelfde spoor door het zand en verdwijnen in zee.
Na deze bijzondere ervaring varen we door richting de plantage Alliance, van waaruit we opnieuw met een korjaal een expeditie maken om de rode ibissen aan het strand te bewonderen. Uiteindelijk zien we er een:


maar die is wel heel ver weg. Omdat de kleur van deze dieren (veroorzaakt door de garnaaltjes die ze eten) zo bijzonder is, verklappen we vast dat we op Trinidad veel meer van deze bijzondere vogels hebben gezien:



We voeren nog een stukje door tot aan de Cotticarivier


waar we geankerd hebben op een plek waar elke avond honderden papagaaien overvliegen, naarhun slaapplek aan de overzijde van de rivier, om de volgende ochtend weer allemaal terug te vliegen.
Helaas hadden we op al deze plekken ook erg veel last van muggen, zodat we 's avonds onze klamboe's over de kuip moesten hangen om buiten te kunnen eten (binnen is het met alle luiken dicht te warm om te eten).

Na een verblijf van een maand is het nu tijd om het zoute water weer eens op te zoeken. We verheugen ons op helder water. Maar toch nemen we met enige weemoed afscheid van dit mooie, vrolijke en vooral gastvrije land, waar je je als Nederlanders aan de andere kant van de wereld toch ook een beetje thuis kunt voelen.

Deze aflevering kwam mede tot stand dankzij de foto's van Marjo, Aafke, Evert en Deep.


14 Juni 2011
Na bijna 3 maanden voornamelijk op rivieren te hebben doorgebracht verlangden we naar helder, zout water - de zee. En zo zeilden we in 2 dagen naar Trinidad



waar wij in de baai van Chaguaramas voor anker gingen. In Trinidad begint een nieuwe fase van onze tocht: het Caribische Gebied.









Er wordt hier olie en gas in zee gevonden,



hetgeen tot gevolg heeft dat brandstof hier belachelijk goedkoop is (10 tot 20 eurocent), terwijl het eiland in zijn geheel een behoorlijke welstand kent.
Trinidad is bovendien een prachtig eiland waar veel te zien is.
Wij bezochten onder andere het teermeer, een 'meer' waar de teer spontaan uit de grond komt.







Hier wordt teer voor asfalt gewonnen: elke dag wordt er met grote grijpers een bepaalde hoeveelheid teer uit het meer geschept en het gat vult zich meteen weer op. De gewonnen teer wordt vervolgens met karretjes die wij uit de mijnen kennen verder getransporteerd naar de opslagplaats.



Je kunt op de meeste plekken over het teermeer lopen, maar er zijn plekken waar de ondergrond zo vloeibaar is dat je erin weg zou zakken als je daar loopt.



Daarom kun je het meer alleen maar onder leiding van een gids bezoeken.
Naast teer bevat de grond hier veel zwavel



De geulen die door de opwellende teer gevormd worden vullen zich met water en dit zwavelrijke water is zacht en heilzaam, zodat er veel mensen hierheen komen om een zwavelbad te nemen.

Trinidad kent ook een aantal prachtige vogelreservaten waarvan wij er twee bezochten: een schitterend aangelegd park dat grotendeels gefinancierd schijnt te worden door de olie-industrie en waar allerlei broedprogramma's worden uitgevoerd, onder andere met de rode ibissen



Maar het park heeft ook allerlei exotische eendensoorten en een pauwenkolonie:



en er zwemmen in de vijvers waaromheen het park is aangelegd krokodillen



In en langs het water zien we de prachtigste bloemen:







Het tweede vogelreservaat is een moerasgebied waar duizenden rode ibissen de nacht doorbrengen, nadat ze zich overdag in Venezuela hebben vermaakt:











Maar de vogelpracht is ook buiten de reservaten aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van vele tientallen pelikanen, die hier overal te vinden zijn:











We maken opnieuw een schildpaddenexpeditie. Er komen op dit strand in het eier-leg-seizoen elke nacht tientallen schildpadden naar het strand om hun eieren (50-80 per keer) te leggen en goed gecamoufleerd te begraven.







Die eieren doen er 60 dagen over om uit te komen, waarna de kleine schildpadjes uit het gat klauteren en naar zee lopen. Daar worden de meesten opgegeten door allerlei roofdieren: van elke 1000 schildpadjes overleven er slechts twee. Als die twee eraan toe zijn om op hun beurt eieren te gaan leggen, komen ze altijd weer terug naar de plek waar ze zelf te water zijn gegaan.
Sinds de Trini's (zo noemen de inwoners van Trinidad zich) geleerd hebben om niet meer op de schildpadden te jaren, maar om ze te beschermen, komen er jaarlijks vele schilpadden naar dit eiland waar ze in alle rust hun eieren kunnen leggen.



Nou ja, soms gaat het dus toch nog verkeerd, hetgeen een uitermate gruwelijk tafereel oplevert, zeker als je erbij bent geweest hoe zo'n enorm groot dier zich op land begeeft en al zwoegend en kreunend haar eitjes legt om daarna weer terug te peddelen naar zee.





We rijden met onze huurauto over het hele eiland en genieten van een zeer uitbundige natuur en spectaculaire uitzichten:











We zoeken kokosnoten,



vinden bananen,



we komen langs prachtige strandjes:



en we zien vissers bezig met hun boot op het strand trekken en hun netten ordenen:











We rijden over een 'suspensionbridge' van uiterst dubieuze kwaliteit:















Tijdens een van onze tochten komen we in een gat in de weg terecht,



maar dan zijn er om de hoek van de weg al gauw 6 Trini's gevonden die ons helpen weer 'vlot' te komen



Na dit avontuur maken we een prachtige wandel-, waad- en zwemtocht langs en door de Mariane rivier,











waar de Trini's zich op zaterdagmiddag prima vermaken







en klauteren we door een waterval naar boven







waarna we nog een stuk verder waden



En als we dan van zo'n prachtige tocht terugkomen zien we vanuit onze kuip de zon in al haar pracht ondergaan:




Toegift juni 2011
Voordat we naar Tobago vertrekken geeft Trinidad nog twee van haar geheimen prijs:
* het Nariva Swamp (moeras).



dat wij bezoeken op een regenachtige dag (het is hier inmiddels regentijd)



maar desondanks zien we grote witte reigers







en we zien kapucijneraapjes, die echter te snel zijn om op de gevoelige plaat vast te leggen.
* De baai van Grand Rivière aan de Noordwestkust, waar we op weg naar Tobago nog een nachtje doorbrengen en de kleine schildpadjes uit hun eieren zien komen



en naar zee zien hobbelen























Dit is voor die kleine beestjes een enorme hindernisbaan: op het strand zitten gieren, honden en allerlei andere beesten op dit lekkere hapje te wachten en als ze eenmaal de zee bereikt hebben moeten ze alle mogelijke grote vissen, pelikanen enzovoort zien te omzeilen. Men zegt dat slechts 1 op de 100 schildpadjes deze race overleeft.

Daarna steken we de 18 zeemijltjes die ons van het paradijselijke Tobago scheiden over en laten we ons anker vallen in Store Bay. Hier kunnen we in de ankerbaai vanaf het bijbootje duiken



en de boot pokkenvrij maken. Want bij deze watertemperatuur gaat het snel met de zeepokken op alles wat zich direct onder de wateroppervlakte bevindt, zoals bijvoorbeeld het anker en de spruit waarmee we het anker op de juiste plek houden







Onze eerste indrukken van Scarborough, de hoofdplaats van Tobago zijn fleurig:











De mensen zijn hier zo mogelijk nog vriendelijker dan we inmiddels al gewoon zijn gaan vinden, en ze hebben ook humor, getuige deze zendmast in de vorm van een palmboom (met stepjes om naar boven te klimmen):



Alle reden om het hier, in afwachting van de komst van onze gasten, alvast zeer naar onze zin te hebben




Juli 2011

In het Caribisch Gebied is in juni officieel het 'orkaanseizoen' begonnen, dat duurt tot december. In deze periode kunnen zich op de Atlantische Oceaan tropische depressies vormen, die kunnen uitgroeien tot stormen, die zich kunnen ontwikkelen tot orkanen. Zo'n tropische depressie ontstaat gewoonlijk in de oostelijke Atlantische Oceaan, in de buurt van Kaapverdie. Daar begint hij aan een grote tocht naar het westen, tijdens welke tocht zo'n weersysteem zich tot een orkaan kan ontwikkelen. Meestal volgen deze depressies een traject dat hen langs het Caribisch Gebied leidt. Daar aangekomen buigen ze af naar het noorden, waar ze in de koudere gebieden afnemen tot een 'gewone' stormdepressie, waarvan een enkeling uiteindelijk zelfs Nederland bereikt in de vorm van een zomerstorm.
Het plaatje van de weerssituatie op de Atlantische Oceaan van 26 augustus 2010, waarop meerdere van dergelijke systemen in verschillende stadia van ontwikkeling te zien zijn, illustreert de hierboven beschreven situatie:



Soms loopt de baan van zo'n tropische depressie door het Caribisch Gebied verder westwaarts, en komt dan aan land in Midden Amerika of het Zuiden van de Verenigde Staten. De meeste tot orkanen uitgegroeide tropische stormen volgen echter een baan die hen langs de Bovenwindse Eilanden, Puerto Rico, Hispaniola (het eiland waarop Haiti en de Dominicaanse Republiek liggen) en Cuba voert, maar soms kiezen ze ook een zuidelijker traject, zoals Ivan bijvoorbeeld in 2004.
De tropische depressies die op 27, 28, 29 en 30 augustus 2010 actief waren volgden de 'traditionele' route:















In deze serie plaatjes ontwikkelde 2 zich tot een orkaan (met windsnelheden van meer dan 60 knopen) maar kwam nooit aan land. Nummer 3 bleef een tropische storm, met windsnelheden tot 55 knopen en veel regen. Op de Bovenwindse Eilanden zal men hiervan zeker de kwalijke gevolgen hebben ondervonden. Nummer 4 ontwikkelde zich niet verder en bleef dus een tropische depressie.

Wij zullen tijdens het orkaanseizoen buiten het traditionele orkanengebied blijven. Volgens onze verzekering ligt de grens op 13 graden noorderbreedte, het 'verboden' gebied bevindt zich ten noorden van de Grenadines. Toch is dit geen garantie dat er ten zuiden van die 13 graden grens nooit een orkaan komt, getuige bijvoorbeeld het traject van Ivan in 2004, die het eiland Grenada nagenoeg geheel verwoestte.







Maar het risico dat wij door een dergelijk onheil getroffen worden is zeer gering. Er is een goed waarschuwingssysteem voor orkanen in deze regio. Bovendien wordt Trinidad als min of meer orkaanvrij beschouwd - hier is de laatste eeuw geen orkaan over gekomen. Dit eiland vormt dan ook onze uitvalsbasis voor zeiltochten, die ons nooit meer dan twee dagen varen van Trinidad zullen brengen. Ook buureiland Tobago wordt zelden door orkanen bezocht: de laatste keer dat daar een orkaan langskwam was in 1963. Verder zijn er op de verschillende overige eilanden dan nog altijd zogeheten 'hurricane holes': plekken waar je voor orkanen kunt schuilen, zoals bijvoorbeeld een mangrovebos op Carriacou, waar je je diep in zou kunnen verstoppen mocht er onverhoopt toch nog een orkaan langs- of in de buurt komen.

Het is verder helemaal niet moeilijk om een tijdje rond te toeren ten zuiden van de 13e breedtegraad. Ons vaargebied bestaat uit Tobago, Grenada en Carriacou, Union Island en de Grenadines.
Grenada is het eiland dat vooral bekendheid kreeg toen daar in 1984 de Amerikanen binnenvielen om de linkse regering van Maurice Bishop te verdrijven. In 2004 werd het eiland vrijwel totaal vernietigd door de orkaan Ivan. Van beide rampen hebben de bewoners zich met veel energie proberen te herstellen. Als men de hoofdstad Sint George van bovenaf bekijkt vallen vooral de vele nieuwe daken op:



terwijl tijdens een tocht over het eiland blijkt dat veel huizen na 2004 nieuw zijn gebouwd



of dat er in elk geval een nieuw dak op is gekomen



maar andere ook verlaten zijn en vervallen.







Wat verder opvalt is de uitbundige natuur op dit prachtige eiland:



Wij lieten ons rondleiden door de oudste nog werkende rumstokerij (sinds 1774) van het eiland



















En we bezochten een prachtige waterval











We maakten op een bepaald punt foto's van de volgende vruchtbomen en -planten rondom ons: cacao,



papaya,



avocado



banaan



en de nootmuskaatboom



waarvan de vrucht in de vlag van Grenada staat en die er zo uitziet:



Na Grenada bezoeken we Carriacou, dat samen nog een paar kleinere eilanden het land Grenada vormt. Wij zijn hier zeker niet de enige ankeraars:



Hier gaan we met de bus naar 'Windward' waar langs de waterlijn een paar minuscule werfjes zijn en waar we een leuke ontmoeting hebben met een vissersman



Daarna is het tijd voor een moment van rust in het voornet,



waarna we weer een van die prachtige zonsondergangen gade slaan.



Daarna gaat het verder noordwaarts richting Union Island, dat deel uitmaakt van Sint Vincent and the Grenadines.















En vandaaruit varen we naar de Tobago Cays - een duik en snorkelparadijs, waar je in een aquarium achter een rif aan de oceaan voor anker ligt.



















We houden de weerberichten goed in de gaten en voor de rest is het helemaal geen straf om een tijdje in dit gebied te blijven.... [Met dank aan Niels Tempel voor zijn foto's]


Toegift juli 2011

Juli bracht ons uiteenlopende ervaringen. Zo leidde het feit dat het regentijd is tot een boekenbal op de Bella Ciao:







We vergaten het luikje boven de boekenplank af te sluiten terwijl we gezellig bij de buren gingen borrelen...intussen barstte er een echte tropische stortbui los en toen we weer terugkwamen aan boord waren niet alleen de boeken drijfnat, maar stond het water zelfs in de romp...Gelukkig komt hier altijd na de regen weer zonneschijn, en daarin konden de boeken weer drogen.

In de maand juli wordt op Tobago het Heritage Festival georganiseerd. Overal op het eiland worden manifestaties gehouden die te maken hebben met het Tobagonisch erfgoed: wij bezochten 'The games we used to play' waarbij vooral opviel dat op Tobago vroeger dezelfde spelletjes werden gespeeld als bij ons in Nederland:











En zelfs werd er gehinkeld en stoelendans gedaan.
Maar we zijn hier in het Caribisch Gebied, dus wordt een en ander uitbundig door muziek begeleid, zoals door dit mobiele steelpanorkest:



Bovendien vinden er op het festivalterrein demonstraties plaats van oude ambachten, zoals de suikerrietpers die bediend wordt door het op-en-neer bewegen van de hefboom door de man op het uiteinde van de boomstam.



Wij bezochten ook de geitenraces. Deze werden gehouden in een speciaal voor dit doel gebouwd stadion, dat in alle opzichten overeenkomsten vertoonde met een drafbaan voor paardenraces, zij het dat alles een maatje kleiner was. Je had dus een paddock, waar de beesten op de race werden voorbereid:



Ook de jockey's bereidden zich goed voor op de race, zoals hier de uiteindelijke overwinnaar na 8 races:



De geiten en hun jockey's startten vanuit een soort startkooien:



en vervolgens werd er bloedserieus geraced, terwijl de gemoederen op de tribunes zo nu en dan hoog opliepen.







De truc is dat de jockey achter de geit aan moet lopen die hij aan een touw heeft, maar om de geit niet te remmen moet er natuurlijk wel net ietsje harder dan die geit gelopen worden.
Tussen de races door was er voor de bezoekers vertier: een djembegroep gaf een openbare les voor belangstellenden uit het publiek:







En er werd een Crabrace gehouden met krabben aan een touwtje die door mannen met een soort zweepje de juiste richting op werden gestuurd:







Het feest werd afgesloten met een traditioneel muziek-festival, waarbij verschillende Afrikaanse groepen optraden. Dat laatste liep vooruit op de viering van Emancipation Day, een feest dat door het hele caribisch Gebied wordt gevierd op 1 augustus, en dat je zou kunnen vergelijken met onze bevrijdingsdagfeesten: er wordt dan overal de afschaffing van de slavernij gevierd.








Als afwisseling van al dit soort activiteiten aan wal, bezochten we in juli diverse prachtige snorkelsites, waarvan we dankzij de camera die we mochten lenen van Henk en Joke van de Zeevonk ook onderwaterfoto's konden maken:























[Met dank aan Hanneke Klaver voor de foto's en Henk en Joke Bijl voor de onderwatercamera]

Augustus 2011

In augustus zeilden wij met onze gasten Melanie en Jos van Tobago via Grenada, Carriacou, Union Island en de Tobago Cays weer naar Tobago. Ondanks het orkaanseizoen, dat zich voornamelijk ten noorden van ons vaargebied voltrekt, zeilen wij er lustig op los:







Het was een zeer actieve maand, mede vanwege het jeugdig enthousiasme van onze gasten:







Wij konden daarbij natuurlijk niet achter blijven, dus zeilden,



klommen



en sprongen



we lustig mee.
We glibberden met z'n allen over modderpaden



naar de prachtigste watervallen:



waar ons dan gelukkig wel een bankje van bamboestammetjes wachtte om even uit te puffen



en een verkoelend zoetwaterbad om ons te wassen







Natuurlijk genoten we gezamenlijk volop van al het moois dat deze eilanden nu eenmaal te bieden hebben:



















En bezochten we in het kader van het carnaval op Grenada de verkiezing van de power soca monarch, een happening in het stadion waarbij horen en zien je verging verwege het feit dat 'power' kennelijk vooral op het vermogen van de geluidsboxen sloeg:



Gelukkig konden we onze oren een dagje later tot rust laten komen op een heerlijk Caribisch strandje:



en tijdens het snorkelen in het aquarium naast de boot:











Alles bij elkaar leverde augustus een uiterst geslaagd familie samenzijn op:







SEPTEMBER 2011

We varen met Wina en Iddie



rond Tobago, genieten van een strand-BBQ,



verkennen de onderaterwereld in de verschillende baaien die dit prachtige eiland rijk is,











en varen en zwemmen met dolfijnen tijdens de overtocht naar Trinidad.



Wina en Iddie draaien mee aan boord







en maken kennis met verschillende aspecten van het leven op Trinidad







Na twee weken samen optrekken installeren wij hen in de baai van Chaguaramas op Trinidad, hun verblijfplaats voor de komende vijf weken, terwijl wij in Nederland zijn.

En dan vliegen wij terug naar Nederland.
Wij zijn op het water







en voelen ons thuis op zusterschip Safari



bij Wouter en Paula,











die weer een drijvend eiland op het Lauwersmeer organiseren, met dit keer wel 25 rompen en een veelvoud aan vrienden en bekenden.















We maken kennis met de Happy Cat



en Frits gaat spelevaren met een nieuwe matroos:



We brengen vele prettige uren door met familie en vrienden en genieten een paar dagen met heerlijk nazomerweer.



En dan blijkt dat ze ook in Nederland grote spinnen hebben, maar gelukkig zijn die niet zo harig als hun Braziliaanse broertjes en zusjes.



Als begin oktober de nachtvorst 's morgens weer van de ramen gekrabt moet worden. is het tijd om terug te vliegen naar warmere oorden en meteen lacht het kleurige Caribische leven ons weer toe.



Omdat het binnen soms toch wel heel warm wordt, en het vergeten af te sluiten van het kleine luikje achter de mast bij regenbuien al enkele malen voor drijfnatte boeken heeft gezorgd, maken we een luik in de vloer van het brugdek.



Vervolgens bereiden we ons voor om een weekje de wal op te gaan om nieuwe aangroeiwerende verf op de rompen aan te brengen en andere onderhoudswerkzaamheden te plegen.

OKTOBER 2011

Oktober staat in het teken van werken aan de boot. Na ruim twee rondzeilen tussen Noorwegen en de evenaar is met name het onderwaterschip toe aan onderhoud.
We gaan op de kant bij Peake's in Chaguaramas, Trinidad, om daar een lijst met klussen aan de boot te gaan afwerken















Het blijkt meteen al dat er echt werk aan de winkel is:











Na het afspuiten, waarbij het ergste vuil met de hogedrukspuit wordt verwijderd



gaan we aan de slag. Vanuit het nieuwe luik kunnen we makkelijk de zware vaten en gereedschappen naar binnen en naar buiten doorgeven:



Nu kan het werk beginnen: de rompen worden opgeschuurd en vervolgens in 3 dikke lagen antifouling (tegen de aangroei onder water) gezet:







tegelijkertijd wordt de waterlijn 8 centimeter omhoog gebracht om te voorkomen dat de verf op de waterlijn bruin wordt:



Een schade aan de boeg wordt vakkundig gerepareerd:



het gat van het luik wordt mooi afgewerkt



de lagers van de schroefassen worden vervangen, maar daarvoor moeten de roeren ook gedemonteerd worden.







Na een paar dagen hard doorwerken kunnen de laatste lagen antifouling worden aangebracht



en daarna kan het poetsen beginnen



totdat de Bella Ciao weer aan alle kanten glimt.







En dan lonkt het water weer:



Als de allerlaatste plekjes in de kraan ook nog zijn bijgewerkt



kunnen we weer in het water







Na een week hard werken in de hitte is het tijd voor een verkoelend briesje door ons nieuwe luik



en lekker rondcrossen met het nieuwe motortje van de bijboot:







NOVEMBER 2011

We zijn klaar met alle klussen en kunnen ons opmaken voor de oversteek naar Grenada.
Maar voor we daaraan beginnen gaan we eerst naar de voormalige leprakolonie op het eiland Chacachacare, tussen Trinidad en Venezuela in.



We hebben inmiddels veel verhalen gehoord over de piratendreiging bij Venezuela en dit eiland ligt (zoals gebruikelijk met leprakolonies) relatief ver van het hoofdeiland richting venezuela in de Golf van Paria. En ook al wil je je er niets van aantrekken, zulke verhalen missen toch hun uitwerking niet.
Maar goed, we gaan. En we hebben er geen spijt van: het is hier heerlijk rustig in een prachtige omgeving.



En aan de wal staan hier en daar nog restanten van de voormalige lepranederzetting




Er komt een bootje van de Trini-kustwacht langs en zo weten we ons samen met onze Duitse vrienden Onno en Gesa met hun Ballerina redelijk veilig voor de nacht: het is nu bekend dat we hier zijn en ook al is het hier verlaten, we worden toch in de gaten gehouden.
De volgende ochtend vroeg gaat het, na een heerlijk rustige nacht, anker op naar Grenada. Daar komen we, na een prachtige en voorspoedige zeiltocht, met het vallen van de avond aan in Prickly Bay, waar we inklaren. Maar we willen spoedig verder naar de hoofdplaats Sint George, waar we afgelopen zomer ook al geweest zijn en waar je heel gezellig kunt ankeren.
Zodra we weer in het knusse stadje langs de baai zijn voelen we ons er thuis. De sfeer is hier super-relaxed, de mensen vriendelijk en er zijn ook nog prima winkels in de nabijheid.







We maken een stadswandeling waarbij we de presbyteriaanse kerk bezoeken. Deze kerk is in 2004, toen het hele eiland door de orkaan Ivan werd getroffen, compleet verruineerd.







Het dak is eraf gewaaid en met de staart van een volgende orkaan een jaar later is ook het interieur weggespoeld. Hoewel veel op dit eiland alweer herbouwd is, moet dat met de kerk nog gebeuren. Er geen geld, maar de aannemer vertelt dat hij de zoon van de laatste priester voor de ramp is, en dat hij het werk aanneemt voor een vriendenprijs. Maar ja, mensen en materiaal moeten hoe dan ook betaald worden. Daarom geven wij een kleine bijdrage om te helpen deze mooie kerk weer op te bouwen.



Als we verder de heuvel oplopen begint er een enorme hoosbui. We gaan schuilen en zien de straten in rivieren veranderen:







Zodra het weer droog is wandelen we verder naar fort George, met uitzicht op zee en onze boot (rechts naast de loop van het kanon)



en de stad.







Dit Fort heeft een belangrijke rol gespeeld in de recente geschiedenis van het eiland in de jaren tachtig.
Op 13 maart 1979 had Maurice Bishop met zijn New Jewel Movement door middel van een geweldloze staatsgreep, de macht overgenomen van de door en door corrupte regering-Gairy. Hij begon een linkse revolutie, knoopte vriendschappelijke banden aan met Nicaragua, Cuba en het Oostblok, maar probeerde ook de contacten met de VS te behouden, en hij stelde binnenslands orde op zaken.
Natuurlijk was niet iedereen blij met deze ontwikkelingen, en hoewel de VS met name de bouw van een nieuw vliegveld door de Cubanen met argusogen volgden, zette de charismatische en populaire Bishop zijn linkse experiment door. Maar hij was voorzichtig. Te voorzichtig volgens een van zijn kompanen, Bernard Courd. Deze zette Bishop in oktober 1983 gevangen en nam de macht over. Maar Bishop werd door zijn aanhangers bevrijd. Op weg naar het regeringscentrum werden hij en enkele van zijn medestanders opnieuw opgepakt en naar het militair hoofdkwartier in Fort George gebracht. Daar werden zij nog dezelfde dag, 19 oktober 1983 allen geexecuteerd. Het lichaam van Maurice Bishop is nooit gevonden.







Op deze gebeurtenissen volgde een inval van een gecombineerd invasieleger van de Verenigde Staten (Ronald Reagan) en enkele Caribische buureilanden, waaronder Barbados en Jamaica. De revolutie werd gestopt en Courd en de zijnen kregen aanvankelijk de doodstraf voor de moord op Bishop en zijn 17 metgezellen, die later werd omgezet in levenslang.
Een plaquette in Fort George herinnert sedert enkele jaren aan deze veelbewogen periode uit de geschiedenis van Grenada







"Killed at this fort at 19 October 1983.They have gone to join the stars and will forever shine in glory"

DECEMBER 2011
Bijna 20 jaar na de neergeslagen revolutie van Maurice Bishop, kreeg Grenada in 2004 te maken met de orkaan Ivan. Deze orkaan vernietigde vrijwel alles op het eiland. In 2005 deed de orkaan Emily de rest. Niet alleen gebouwen, maar ook nootmuskaat, kaneel, cacao en vele andere specerijen en vruchten die in Grenada groeien, waren kapot.



Het eiland was verruineerd en de economie die het moet hebben van toerisme en de export van specerijen was totaal ontwricht. Voordat bijvoorbeeld de nootmuskaat weer bruikbare vruchten produceert is men 8 jaar verder.
De Grenadianen lieten zich evenwel niet kisten en pakten het herstel van hun eiland voortvarend aan. Zij grepen deze kans om Grenada opnieuw 'uit te vinden'. Inmiddels wordt er weer nootmuskaat en foelie geexporteerd en is er ook weer volop cacao.
Toch zijn er nog wel enkele plekken waar nog geen geld is gevonden voor herstel, zoals het prachtige Fort George, boven de baai van hoofdstad Sint George:







Wij bezochten de inmiddels weer op volle kracht draaiende cacaoplantage Belmont Estate en zagen hoe de cacaobonen eerst moeten fermenteren



en daarna buiten worden gedroogd.



De aldus verkregen gedroogde cacaobonen kunnen vervolgens worden geexporteerd en in de chocolodafabriek verder worden verwerkt tot chocolade.

Het eiland biedt inmiddels weer een aangename en meestal vrolijke aanblik en weinig herinnert meer aan de ramp die zich hier 7 jaar geleden afgespeeld heeft















Wij genieten volop van al het lekkers dat het eiland te bieden heeft:







Maar ook op cultureel gebied is het een en ander te beleven, zoals bijvoorbeeld de prachtige dansavond in het theatertje van de open universiteit:



















De dansers worden onder andere begeleid door een djembegroep







Ook de muziekavond, die elke eerste vrijdag van de maand in het museum wordt georganiseerd is leuk om mee te maken. Hier treden lokale muzikanten en dichters op, maar ook gasten van buiten zijn van harte welkom.



Intussen begint de regentijd hier ten einde te lopen en wordt het voor ons steeds lastiger om met onze speciale wateropvang-installatie onze watertanks vol te houden







Maar dat geeft hier niks: we kunnen ook altijd nog water van de wal halen, of de watermaker weer in bedrijf stellen.
Intussen liggen we hier prins heerlijk voor anker in de Grand Anse voor de rede van Sint George



en parkeren we hier dus maar niet:



TOEGIFT DECEMBER 2011





[jan 2017]

[feb 2017]

[mrt 2017]

[apr 2017]

[mei 2017]

[juni 2017]

[juli 2017]

[nov 2017]

[dec 2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten