het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2011

06 januari 2011



Afrika! We wonen in Somone een prachtige djembé- en dans-avond bij.









Daarna verlaten we de lagune van Somone en zeilen we richting de rivier Saloum. Onderweg verkoelen we ons allemaal in de oceaan.



En als we eenmaal - geholpen door de aanwijzingen van een paar vissers in een traditionele pirogue - de ingang van de rivier gevonden hebben, gaat er weer een hele nieuwe wereld voor ons open.



Dit vaargebied is niet meer gekarteerd, zodat we volgens onze electronische kaart op land varen.



We gaan voor anker in de buurt van het dorpje Mar Lodj, dat op een schiereiland in de rivier ligt. Hier is geen gemotoriseerd verkeer en alles gaat per pirogue en per paard en wagen.



























De straatlantaarn in het dorp wordt van stroom voorzien met een zonnepaneel,



langs de wal liggen boomstamkano's



en in deze katholieke enclave in het overwegend islamitische Senegal zien we varkentjes en kippen rondscharrelen op de erven



In het dorp is een kleine markt waar je kleine hoeveelheden groente en fruit kunt kopen



De kinderen komen ons nieuwsgierig bekijken



Aan de wal achter onze ankerplaats is een boababbosje, en daarin zien we ook een katoenplant.



















Als we meer inkopen willen doen en willen internetten, varen we met de bus-pirogue langs het mangrovebos naar de grotere plaats vlakbij, Ndangange.



















En zo loopt het naar het einde van het jaar 2010











We hijsen al onze vlaggetjes om het nieuwe jaar te begroeten



Na het nieuwe jaar op die manier passend ingeluid te hebben, gaan we anker op en varen we verder door Senegal: de rivieren Diomboss en Bandiala op.







Zo komen we onder andere in Sipa terecht, waar we onder andere getuige zijn van een doopfeest.







Met een mooie boswandeling waarbij we aapjes tegenkomen,



nemen we vervolgens afscheid van de vaste wal van het prachtige Afrikaanse continent, waar we meer dan een maand met heel veel plezier hebben rondgezeild.

25 januari 2011


Nog vol van al onze indrukken van Afrika, vertrokken we 9 januari naar de Kaapverdische Eilanden. Het begon vrij rustig onder de luwte van de Afrikaanse kust. Daarvan maakten we gebruik om wat noordelijker te komen. Het eerste stuk was aandewind en met de golven schuin van voren. Niet echt lekker zeilen.
De eerste dag van zo'n meerdaagse overtocht ben je meestal bezig met in het ritme te komen, inslingeren noemen zeilers dat. . Je slaapt wat, je leest wat, je houdt om de beurt uitkijk. Langzaam verdwijnt het land uit zicht en word je omringd door de oceaan. En dan is er ineens een kleine bezoeker op de zeereling



Na de eerste dag en nacht begint er een ritme te komen. Het is ook hier winter en het is zo'n 13 uur donker. Meestal eten we rond een uur of 7 (gewoon aan tafel, dat gaat prima op zo'n catamaran). Als we daarmee rond 8 uur klaar zijn, dan gaat Reinhilde haar wacht in. Dat bestaat uit om het half uur buiten kijken of er schepen of andere obstakels in de buurt zijn en verder wat lezen, muziekjes luisteren op de MP3-speler, luistercursus Spaans, luisterboeken en dergelijke. Om 2 uur neemt Frits de wacht over en hij slaapt, houdt ook uitkijk om de zoveel tijd en leest wat als het zo uitkomt. Om 8 uur 's morgens als het dan weer licht is ontbijten we en gedurende de dag doen we een beetje naar behoefte: lezen, slaapje,



uitkijken



vissen



Als we mazzel hebben (en dat gebeurt steeds vaker) dan kunnen we 's avonds de catch of the day als dinee serveren...en deze was zo groot dat we er wel 2 dagen van konden eten.
De navigatiehoek is ons activieteitencentrum tijdens het varen: navigatiecomputer, iridiumtelefoon (vooral voor het binnenhalen van weerberichtjes) en uitkijkpost naar voren.



Kortom, zo'n periode op zee heeft zo zijn eigen charmes en onze ervaring tot nu toe is dat je er lekker van uitrust...

Toen we eenmaal weer ter hoogte van Dakar waren verlegden we onze koers naar het westen en zo kregen we wind en golven meer in de rug: een stuk comfortabeler varen. Na zo'n 60 uur zeilen, waarin we 420 zeemijlen aflegden, lieten we ons anker vallen bij het plaatsje Palmeira op het eiland Sal.



We komen weer in een andere wereld terecht. De Kaapverdische Eilanden zijn eigenlijk van alles een beetje: ze zijn een beetje Afrika, maar dan in miniatuur:











Ze zijn ook een beetje Europees - de plaatsjes bijvoorbeeld doen duidelijk denken aan Portugal, de voormalige kolonisator van deze archipel, die tot de komst van de Portugezen onbewoond was:











En ook een beetje Caribisch:











Wij blijven een paar dagen op Sal, waar we vlak naast een spectaculaire branding liggen.



Intussen doet Frits klusjes aan onze eigen boot en bij de buren



en maken we met een van de vele minibusjes die hier rondrijden een tochtje naar het plaatsje Santa Maria in het zuiden.







Na een paar dagen trekken we weer verder naar het eiland Sao Nicolau,



waar wij een pakket met vingerverf en kinderkleertjes voor correos de la mar afleveren.
Om de priester te vinden bij wie we onze zending moeten afleveren nemen we de bus naar de hoofdstad van het eiland, Ribeira, die zeer strategisch in het midden, tussen de bergen is gebouwd. Opmerkelijk is dat dit eiland in tegenstelling tot het kale en onvruchtbare Sal heel bergachtig en groen is.







Omdat er van de hoge bergen enorme windvlagen naar beneden waaien vertrekken we hier weer na een dag en zeilen we door



naar Sao Vicente, waar we voor Mindelo een prima ankerplek vinden. Mindelo is een grotere plaats, waar ze op de markt prachtige tegeltableaus over de geschiedenis van het eiland hebben gemaakt.






Hier bereiden wij ons en de boot verder voor op onze oversteek naar Brazilie, die zal beginnen zodra er weer wat wind staat.

LOGBOEK 15 februari 2011


Omdat de goede wind nog even op zich laat wachten, maken we met de ferry een dagtrip naar buureiland Sao Antao. Dit is het meest noordwestelijke eiland van de archipel en het is het meest groene en vruchtbare eiland. Het wordt een prachtige trip. We rijden met een busje vanaf de kust de bergen in: een spectaculaire tocht, eerst over een asfaltweg, maar al snel over stenenstraat.







We rijden langs diepe kloven







en over hoge bergtoppen.



Wat opvalt is hoe groen dit eiland is.



Er wordt hier dan ook landbouw bedreven: veel van de artikelen die je op de markt in Mindelo kunt kopen, komen hier vandaan.











Eenmaal weer beneden bezoeken we het piepkleine vissershaventje - en zijn we blij dat we niet met onze eigen boot hierheen zijn gekomen




De volgende dag besteden we aan bevoorrading voor de oversteek naar Brazilie. We verwachten dat in 12 a 14 dagen te doen, dus we slaan voor die periode groente en fruit in op de markt in Mindelo.
En dan, op 1 februari op 09.00 uur plaatselijke tijd, gaat het anker op. Samen met verschillende andere boten varen we uit.



We zien Kaapverdie achter ons verdwijnen



en we varen de oceaan tegemoet.



Het wordt een eentonige overtocht: na de eerste nacht zien we geen andere schepen meer tot vlak bij de kust van Brazilie, een keer zien we grienden, en er landt op een nacht een zeevogel aan boord.



De wind is 12 dagen lang noordoost tot oost, kracht 4 tot 6. De golven zijn soms bokkig en we hebben de laatste dagen regelmatig te maken plensbuien:



eindelijk is al het Saharastof dan toch van de boot gewassen en glimt ze weer dat het een lust is.



Wat doen we al die tijd? Frits is heel blij met zijn ereader: hij leest elk etmaal een boek. We kijken regelmatig een film uit onze verzameling op de mediaplayer. We bakken eens in de twee dagen een vers brood, we maken een Braziliaanse vlag,



en we slapen veel. Om te kunnen vissen gaan we meestal te hard en de paar keer dat we de lijnen uitgooien hebben we helaas geen succes.
Op 12 februari doet zich een mijlpaal voor: we passeren om 21.14.08 UTC de evenaar en we zeilen dus het zuidelijk halfrond op:



En zo varen we op zondagmorgen 13 februari de rivier de Para op, waar we zeilende visbootjes zien.



We laten uiteindelijk na 12 dagen en 6 uur bij Soure, de hoofdstad van het eiland Marajo, het anker vallen.



We zijn de oceaan overgestoken en we beginnen hier in Latijns Amerika aan een nieuw avontuur.

28 februari 2011

BRAZILIË!
Een land van tegenstellingen: arm-rijk, natuur-steden, mooi-lelijk. Kortom een land dat je moet beleven.
Het is hier regentijd - dat is het trouwens het grootste deel van het jaar. Amazonië schijnt de natste plek ter wereld te zijn. Dagelijks vallen er (soms enorme) regenbuien.







We hebben een opvangzeiltje gemaakt zodat we nu eindelijk weer eens lekkere thee hebben en (ongelimiteerd) water uit de kraan kunnen drinken. Nadeel is dat allerlei electronika hier minder goed tegen blijkt te kunnen. Zo begeeft het scherm van een van de netbooks het na een stortbui onderweg van het internetcafe naar de boot.
Soure is een leuk plaatsje, bekend om zijn buffels.











En na een harde regenbui kunnen we de mango's zo van straat oprapen!



We wachten hier totdat Zeebeest arriveert, met wie we hebben afgesproken om samen de Amazonetocht te gaan maken.



Als die er ook is, varen we op ons gemak gezamenlijk naar Belem.







Daar meren af voor een hotel,



waar we veilig kunnen liggen en de bijboot kunnen achterlaten terwijl we de stad verkennen.











We doen twee dagen over de formaliteiten om in te klaren en onderwijl regelen we diverse andere zaken (zoals een dongel, een autoalarm voor de veiligheid aan boord en een VHF-antenne voor de Zeebeest). Na een kleine week Belem vertrekken we gezamenlijk voor onze Amazonetocht.











Vanuit onze eerste ankerplek maken we een tocht door het tropisch regenwoud. Het is overweldigend:































We zijn nu dus echt in de jungle. Op onze tweede ankerplaats hebben we zelfs geen telefoonontvangst meer...
We komen in een paaldorp, dat in zijn geheel in het water langs steigers is gebouwd:







de hoofdstraat bestaat ook uit steigers:







De mensen zijn uiterst vriendelijk en we wandelen door het dorp.











Als we daarna weer verder trekken over de rivier, komen er regelmatig grote en kleine mensen in hun kano een kijkje bij ons nemen: het is wel duidelijk dat hier zelden toeristen komen.







De aanlegsteiger op onze volgende pleisterplaats is een huis van geloof in God.



Voor de deur ligt de schoolbus-boot.



Terwijl de Bella Ciao voor het dorp voor anker ligt



nemen wij een kijkje aan de wal.



Als we de volgende dag op een zijriviertje voor een paar paalhuisjes ankeren, komen de mensen in hun boomstamkano's naar ons toe en sluiten we vriendschap met Denise, Marco, hun zoontje van 4 en alle neven en nichten die in de buurt zijn.








23 maart 2011
We zijn inmiddels bijna rond: we begonnen op de Pararivier bij Belem en zijn achterlangs het eiland Marajo naar Macapa op de Amazonerivier gevaren, ongeveer volgens deze route:



De tocht was overweldigend mooi en bijzonder. Het is 8 jaar geleden dat hier voor het laatst zeilboten zijn langsgekomen, en daarover praat men nu nog. Wij hebben veel gezien, ervaren, meegemaakt. In het navolgende proberen we een impressie te geven van onze indrukken.
We ankerden langs de kant van de rivieren,



en maakten regelmatig jungle-expedities met onze bijboot























We zien bloemen in de prachtigste kleuren en vormen







Ook komen we bananenbomen in het wild tegen.



Er zijn hier vele beesten en meestal zijn ze groot en kleurig zoals de blauwgroene vlinders, die soms zelfs aan boord komen:



Of deze insecten op een blad langs de waterkant:



En 's avonds zijn er natuurlijk de muggen die we zo goed en zo kwaad als het lukt buiten proberen te houden.
We zien ook enorme spinnenwebben:



Op een avond loopt er opeens een 10 cm grote spin in de kajuit....dat is schrikken. We vangen hem in een pannetje,



waarin we hem de volgende dag mee naar de wal nemen om hem daar vrij te laten. Helaas werd het pannetje te heet in de zon en moesten we hem een zeemansgraf geven.



We horen als we voor anker liggen vaak de zoetwaterdolfijnen hoesten, snurken, blazen. Helaas blijkt het onmogelijk om ze te fotograferen.
Al varend over de rivieren hebben we veel bekijks: men komt in grote en kleine kano's kijken, zwaaien, roepen:



Ons maatje Deep, van het Zeebeest laat zien hoe dat er rond onze boot aan toe ging:







en wij forotgraferen de taferelen rond hun boot:



Intussen bekijken wij natuurlijk het leven langs het water:























Het hout wordt via de rivier vervoerd:



Dit is het land van het tropisch hardhout en wij komen dan ook regelmatig houtzagerijen tegen: let wel, hier gaat het om kleinschalige onderneminkjes, van de lokale bevolking, wij denken dat als je de natuurlijke rijkdommen hier zo exploiteert, dat dat weinig kwaad doet.
























Al varend is het goed uitkijken voor drijvende boomstammen







en als we ankeren komen er allerlei drijvende eilanden langs:







We hebben regelmatig contact met de mensen langs de rivier:











We bekijken een schooltje







en een werf, Porto Liverpool geheten, waar druk gewerkt wordt















De kinderen vinden intussen die bezoekers wel interessant:



Wij kopen van de riverindianen (zoetwater-)garnalen



en fruit:







En als dan ineens al die bananen rijp zijn, kun je de heerlijkste bananenshakes maken:



Intussen varen wij natuurlijk gestaag verder over de rivieren en geven we onze ogen de kost:



























De zon is soms zeer heet en zowel dier:



als mens:



moet dan een schuilplekje zoeken. Een tropische regenbui is dan vaak zeer welkom:



Na ruim een maand per boot op de motor en soms zeilend door de jungle reizen



komen we samen met Zeebeest, onze maatjes voor deze tocht, aan in Macapa.







We hebben maar een heel klein stukje van het enorme land Brazilie gezien, maar zelfs dat hele kleine stuk was groots en indrukwekkend. We zullen hier uitklaren om onze tocht te vervolgen naar Frans Guyana en Suriname.

28 april 2011
Onderweg naar Suriname maken we een tussenstop bij Duivelseiland, één van de drie Îles de Salut.











Deze eilanden maken sinds 1664 deel uit van het Franse overzeese gebiedsdeel Frans Guyana. Maar Frankrijk deed de eerste eeuw niet veel met het gebied en pas in 1764 vatte koning Lodewijk de XV het plan op om het land te gaan bevolken - tot dat moment woonden er slechts een handvol indianen. Het plan mislukte echter faliekant doordat de expeditie slecht was voorbereid en omdat de levensomstandigheden in de Guyanese jungle moeilijk waren. De kolonisten stierven er als ratten.
Weer een kleine eeuw later, in 1854, kreeg Guyana een nieuwe functie: het werd een strafkolonie.







vananf 1887 werd het zelfs wettelijk mogelijk om mensen levenslang te verbannen naar Guyana.



Tussen 1887 en 1937 (toen het laatste konvooi van veroordeelden van het Franse Île de Ré naar de West vertrok, werden er zo'n 70.000 veroordeelden naar Guyana getransporteerd.
Duivelseiland is het meest onherbergzame en het meest noordelijke van de groep, die verder bestaat uit Île Royale en Île Saint Joseph.



Nog altijd kun je op Duivelseiland niet aan land komen. Men ging er indertijd met een kabelbaantje heen, meestal om er te sterven.



Dreyfus, het slachtoffer van een antisemitische hetze in de Franse legertop, was eind negentiende eeuw één van de beroemde gevangenen van Duivelseiland. De onterechte veroordeling van Dreyfus was voor Emile Zola de aanleiding tot het schrijven van de wereldberoemde politieke aanklacht 'j'accuse'. Een andere beroemde gevangene op Duivelseiland was Papillon - door Steve Mc Queen gespeeld in de gelijknamige film. Daarbij dient vermeld te worden dat Papillon niet op Duivelseiland gevangen heeft gezeten, maar op de vaste wal van Guyana en dat dus het verhaal van zijn ontsnapping grotendeels op fantasie berust.
De voormalige gevangenenkolonie was een hel in het paradijs. Voor de hedendaagse bezoeker, is het vooral het laatste aspekt dat een bezoek aan de eilanden voor de kust van Guyana onvergetelijk maakt. Tijdens onze rondwandeling over het prachtige Île Royale, zagen we een grote kolonie kapucijneraapjes en een enkel ander type aap, in het wild:































Verder kwamen een soort cavia's tegen tussen de voormalige bewakerswoningen:







Tijdens het wandelen over prachtige voetpaden, hadden we de kokosnoten voor het oprapen:







En als je dan je boot op de volgende wijze op de gevoelige plaat kunt vastleggen



is het tijdens een heerlijke slok kokosmelk



moeilijk voor de stellen hoe dit paradijs ooit voor de gevangenen een hel moet zijn geweest.

toegift april 2011

Onze zeilmaat Deep van de Zeebeest, met wie we inmiddels sinds februari opvaren, zag ons onderweg van Duivelseiland naar Suriname langskomen en maakte de onderstaande reportage. Wij voeren met een dubbel rif in het grootzeil en een weggereefde fok, de wind was ongeveer 25 knopen en de golven waren 2-3 meter hoog.











































21 mei 2011

We zijn inmiddels bijna een jaar onderweg als we aankomen in Suriname



Verweg en toch heel dichtbij. Het begint al meteen met de taal: bijna iedereen spreekt Nederlands, een heel bijzondere ervaring als je zo verweg bent van huis. En de plaatsnamen, zoals bijvoorbeeld Domburg, waar wij ankeren, bezorgen je toch wel even eigenaardig gevoel. Suriname is ook een waterland, geen wonder dus dat Nederlanders zich hier makkelijk thuisvoelen







In de supermarkt kun je produkten krijgen, die je verder alleen in Nederland en misschien op de Antillen kunt kopen:



En zelfs kun je (diepvries) boerenkool met rookworst en spekjes krijgen



Er wordt hier in Paramaribo een avondvierdaagse georganiseerd. En dan worden ook meteen de verschillen weer duidelijk, want de avondvierdaagse is in Suriname een soort van carnaval, waarbij overal muziek klinkt en groepen in de meest exotische uitdossingen voorbij trekken:











De gebouwen doen koloniaal aan:



En je bezoekt natuurlijk Fort Zeelandia:



waar je niet alleen geconfronteerd wordt met een stuk koloniaal verleden, maar waar je je natuurlijk ook terdege bewust bent van het feit dat je hier op de plek staat waar op 8 december 1982 15 vooraanstaande Surinamers, tegenstanders van het militaire regime-Bouterse vermoord zijn. En dat terwijl diezelfde Bouterse momenteel de democratisch verkozen president van Suriname is!
Maar Suriname is meer dan politiek en geschiedenis. Het is ook een prachtig land met een zeer gemêleerde, vrolijke en vriendelijke bevolking. Het feit dat wij daar als Nederlanders een verleden hebben liggen waar we nou niet bepaald trots op kunnen zijn, is iets wat je als Nederlandse gast in dit land niet wordt nagedragen. In tegendeel, de mensen zijn trots op hun land en willen die trots graag met je delen. Ze willen graag weten of je het er naar je zin hebt. Zo kun je bijvoorbeeld allerlei groente en fruit tegenkomen,







die wij in Nederland niet kennen. De mensen op de markt zijn altijd bereid om je te vertellen wat het is en hoe je het kunt bereiden. En als je dan een paar dagen later terugkomt, vragen ze je hoe het gesmaakt heeft.
In Suriname reis je met minibusjes. Dat zijn busjes waar wel 26 personen in vervoerd kunnen worden, waartoe op elke rij een extra stoel naar beneden wordt geklapt in het gangpad. Als er dan iemand van achterin uit moet, dan krijg je als je op zo'n klapstoeltje zit een tikje op de schouder, dan sta je op, klapt je stoeltje op, perst jezelf opzij, zodat diegene die uit wil stappen kan passeren. En daarna klap je je stoeltje weer neer en neemt weer plaats. En dat alles vindt plaats in een uiterst ontspannen, vriendelijke atmosfeer.



Reizend door de stad in deze busjes kom je zo nu en dan heel bijzondere dingen tegen:



Maar als je meer van het land wilt zien, is het handig om een auto te huren, liefst een 4wheeldrive, want de wegen buiten de stad zijn van zeer wisselende kwaliteit.











Op deze wijze hebben we een prachtige tocht van 3 dagen door het land gemaakt, waarbij we 's nachts onze hangmatten ophingen in speciale z.g. pinahutten, waar je voor heel weing geld terecht kunt.











We gingen naar de Brownsberg, waar we brulapen zagen, maar toen was het al te donker om te fotograferen, we zagen een slangetje



we maakten een wandeling naar een waterval



en we zagen de zon opkomen uit het Brokopondomeer



We zwommen daarna bij Sranen Watra in een koffiekleurig riviertje.







Na drie dagen toeren door het land is het weer tijd om bij te komen op de boot:



en om een tocht over de rivieren te gaan maken:


We gaan de Commewijnerivier een stuk op en bezoeken eerst Matapica, waar we met een korjaal via een kleiglijbaan over een dammetje:


door een moeras een kaaimannen expeditie maken




Later die nacht is het tijd om de (zee-)schildpadden te gaan zoeken, die daar in deze tijd van het jaar op het strand komen om hun eieren te leggen. We zien diverse soepschildpadden (dat zijn schildpadden van ca. 1 meter groot en 1500 kilo zwaar):


en we zien een leatherback - de grootste van alle zeeschildpadden, die wel 3 meter groot kunnen worden, 3000 kilo kunnen wegen en tot 1200 meter diep in zee kunnen zwemmen:


Het is een bijzondere ervaring om deze enorme dieren moeizaam het strand te zien opklauteren - ze laten een soort van tractorspoor achter - en dan een gat te zien graven waarin ze in een trance met veel gehijg en gepuf hun eitjes leggen om die vervolgens af te dekken, waarna ze het gat zorgvuldig camoufleren. Na voltooiing van dit zware karwei trekken ze weer eenzelfde spoor door het zand en verdwijnen in zee.
Na deze bijzondere ervaring varen we door richting de plantage Alliance, van waaruit we opnieuw met een korjaal een expeditie maken om de rode ibissen aan het strand te bewonderen. Uiteindelijk zien we er een:


maar die is wel heel ver weg. Omdat de kleur van deze dieren (veroorzaakt door de garnaaltjes die ze eten) zo bijzonder is, verklappen we vast dat we op Trinidad veel meer van deze bijzondere vogels hebben gezien:



We voeren nog een stukje door tot aan de Cotticarivier


waar we geankerd hebben op een plek waar elke avond honderden papagaaien overvliegen, naarhun slaapplek aan de overzijde van de rivier, om de volgende ochtend weer allemaal terug te vliegen.
Helaas hadden we op al deze plekken ook erg veel last van muggen, zodat we 's avonds onze klamboe's over de kuip moesten hangen om buiten te kunnen eten (binnen is het met alle luiken dicht te warm om te eten).

Na een verblijf van een maand is het nu tijd om het zoute water weer eens op te zoeken. We verheugen ons op helder water. Maar toch nemen we met enige weemoed afscheid van dit mooie, vrolijke en vooral gastvrije land, waar je je als Nederlanders aan de andere kant van de wereld toch ook een beetje thuis kunt voelen.

Deze aflevering kwam mede tot stand dankzij de foto's van Marjo, Aafke, Evert en Deep.


14 Juni 2011
Na bijna 3 maanden voornamelijk op rivieren te hebben doorgebracht verlangden we naar helder, zout water - de zee. En zo zeilden we in 2 dagen naar Trinidad



waar wij in de baai van Chaguaramas voor anker gingen. In Trinidad begint een nieuwe fase van onze tocht: het Caribische Gebied.









Er wordt hier olie en gas in zee gevonden,



hetgeen tot gevolg heeft dat brandstof hier belachelijk goedkoop is (10 tot 20 eurocent), terwijl het eiland in zijn geheel een behoorlijke welstand kent.
Trinidad is bovendien een prachtig eiland waar veel te zien is.
Wij bezochten onder andere het teermeer, een 'meer' waar de teer spontaan uit de grond komt.







Hier wordt teer voor asfalt gewonnen: elke dag wordt er met grote grijpers een bepaalde hoeveelheid teer uit het meer geschept en het gat vult zich meteen weer op. De gewonnen teer wordt vervolgens met karretjes die wij uit de mijnen kennen verder getransporteerd naar de opslagplaats.



Je kunt op de meeste plekken over het teermeer lopen, maar er zijn plekken waar de ondergrond zo vloeibaar is dat je erin weg zou zakken als je daar loopt.



Daarom kun je het meer alleen maar onder leiding van een gids bezoeken.
Naast teer bevat de grond hier veel zwavel



De geulen die door de opwellende teer gevormd worden vullen zich met water en dit zwavelrijke water is zacht en heilzaam, zodat er veel mensen hierheen komen om een zwavelbad te nemen.

Trinidad kent ook een aantal prachtige vogelreservaten waarvan wij er twee bezochten: een schitterend aangelegd park dat grotendeels gefinancierd schijnt te worden door de olie-industrie en waar allerlei broedprogramma's worden uitgevoerd, onder andere met de rode ibissen



Maar het park heeft ook allerlei exotische eendensoorten en een pauwenkolonie:



en er zwemmen in de vijvers waaromheen het park is aangelegd krokodillen



In en langs het water zien we de prachtigste bloemen:







Het tweede vogelreservaat is een moerasgebied waar duizenden rode ibissen de nacht doorbrengen, nadat ze zich overdag in Venezuela hebben vermaakt:











Maar de vogelpracht is ook buiten de reservaten aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van vele tientallen pelikanen, die hier overal te vinden zijn:











We maken opnieuw een schildpaddenexpeditie. Er komen op dit strand in het eier-leg-seizoen elke nacht tientallen schildpadden naar het strand om hun eieren (50-80 per keer) te leggen en goed gecamoufleerd te begraven.







Die eieren doen er 60 dagen over om uit te komen, waarna de kleine schildpadjes uit het gat klauteren en naar zee lopen. Daar worden de meesten opgegeten door allerlei roofdieren: van elke 1000 schildpadjes overleven er slechts twee. Als die twee eraan toe zijn om op hun beurt eieren te gaan leggen, komen ze altijd weer terug naar de plek waar ze zelf te water zijn gegaan.
Sinds de Trini's (zo noemen de inwoners van Trinidad zich) geleerd hebben om niet meer op de schildpadden te jaren, maar om ze te beschermen, komen er jaarlijks vele schilpadden naar dit eiland waar ze in alle rust hun eieren kunnen leggen.



Nou ja, soms gaat het dus toch nog verkeerd, hetgeen een uitermate gruwelijk tafereel oplevert, zeker als je erbij bent geweest hoe zo'n enorm groot dier zich op land begeeft en al zwoegend en kreunend haar eitjes legt om daarna weer terug te peddelen naar zee.





We rijden met onze huurauto over het hele eiland en genieten van een zeer uitbundige natuur en spectaculaire uitzichten:











We zoeken kokosnoten,



vinden bananen,



we komen langs prachtige strandjes:



en we zien vissers bezig met hun boot op het strand trekken en hun netten ordenen:











We rijden over een 'suspensionbridge' van uiterst dubieuze kwaliteit:















Tijdens een van onze tochten komen we in een gat in de weg terecht,



maar dan zijn er om de hoek van de weg al gauw 6 Trini's gevonden die ons helpen weer 'vlot' te komen



Na dit avontuur maken we een prachtige wandel-, waad- en zwemtocht langs en door de Mariane rivier,











waar de Trini's zich op zaterdagmiddag prima vermaken







en klauteren we door een waterval naar boven







waarna we nog een stuk verder waden



En als we dan van zo'n prachtige tocht terugkomen zien we vanuit onze kuip de zon in al haar pracht ondergaan:




Toegift juni 2011
Voordat we naar Tobago vertrekken geeft Trinidad nog twee van haar geheimen prijs:
* het Nariva Swamp (moeras).



dat wij bezoeken op een regenachtige dag (het is hier inmiddels regentijd)



maar desondanks zien we grote witte reigers







en we zien kapucijneraapjes, die echter te snel zijn om op de gevoelige plaat vast te leggen.
* De baai van Grand Rivière aan de Noordwestkust, waar we op weg naar Tobago nog een nachtje doorbrengen en de kleine schildpadjes uit hun eieren zien komen



en naar zee zien hobbelen























Dit is voor die kleine beestjes een enorme hindernisbaan: op het strand zitten gieren, honden en allerlei andere beesten op dit lekkere hapje te wachten en als ze eenmaal de zee bereikt hebben moeten ze alle mogelijke grote vissen, pelikanen enzovoort zien te omzeilen. Men zegt dat slechts 1 op de 100 schildpadjes deze race overleeft.

Daarna steken we de 18 zeemijltjes die ons van het paradijselijke Tobago scheiden over en laten we ons anker vallen in Store Bay. Hier kunnen we in de ankerbaai vanaf het bijbootje duiken



en de boot pokkenvrij maken. Want bij deze watertemperatuur gaat het snel met de zeepokken op alles wat zich direct onder de wateroppervlakte bevindt, zoals bijvoorbeeld het anker en de spruit waarmee we het anker op de juiste plek houden







Onze eerste indrukken van Scarborough, de hoofdplaats van Tobago zijn fleurig:











De mensen zijn hier zo mogelijk nog vriendelijker dan we inmiddels al gewoon zijn gaan vinden, en ze hebben ook humor, getuige deze zendmast in de vorm van een palmboom (met stepjes om naar boven te klimmen):



Alle reden om het hier, in afwachting van de komst van onze gasten, alvast zeer naar onze zin te hebben




Juli 2011

In het Caribisch Gebied is in juni officieel het 'orkaanseizoen' begonnen, dat duurt tot december. In deze periode kunnen zich op de Atlantische Oceaan tropische depressies vormen, die kunnen uitgroeien tot stormen, die zich kunnen ontwikkelen tot orkanen. Zo'n tropische depressie ontstaat gewoonlijk in de oostelijke Atlantische Oceaan, in de buurt van Kaapverdie. Daar begint hij aan een grote tocht naar het westen, tijdens welke tocht zo'n weersysteem zich tot een orkaan kan ontwikkelen. Meestal volgen deze depressies een traject dat hen langs het Caribisch Gebied leidt. Daar aangekomen buigen ze af naar het noorden, waar ze in de koudere gebieden afnemen tot een 'gewone' stormdepressie, waarvan een enkeling uiteindelijk zelfs Nederland bereikt in de vorm van een zomerstorm.
Het plaatje van de weerssituatie op de Atlantische Oceaan van 26 augustus 2010, waarop meerdere van dergelijke systemen in verschillende stadia van ontwikkeling te zien zijn, illustreert de hierboven beschreven situatie:



Soms loopt de baan van zo'n tropische depressie door het Caribisch Gebied verder westwaarts, en komt dan aan land in Midden Amerika of het Zuiden van de Verenigde Staten. De meeste tot orkanen uitgegroeide tropische stormen volgen echter een baan die hen langs de Bovenwindse Eilanden, Puerto Rico, Hispaniola (het eiland waarop Haiti en de Dominicaanse Republiek liggen) en Cuba voert, maar soms kiezen ze ook een zuidelijker traject, zoals Ivan bijvoorbeeld in 2004.
De tropische depressies die op 27, 28, 29 en 30 augustus 2010 actief waren volgden de 'traditionele' route:















In deze serie plaatjes ontwikkelde 2 zich tot een orkaan (met windsnelheden van meer dan 60 knopen) maar kwam nooit aan land. Nummer 3 bleef een tropische storm, met windsnelheden tot 55 knopen en veel regen. Op de Bovenwindse Eilanden zal men hiervan zeker de kwalijke gevolgen hebben ondervonden. Nummer 4 ontwikkelde zich niet verder en bleef dus een tropische depressie.

Wij zullen tijdens het orkaanseizoen buiten het traditionele orkanengebied blijven. Volgens onze verzekering ligt de grens op 13 graden noorderbreedte, het 'verboden' gebied bevindt zich ten noorden van de Grenadines. Toch is dit geen garantie dat er ten zuiden van die 13 graden grens nooit een orkaan komt, getuige bijvoorbeeld het traject van Ivan in 2004, die het eiland Grenada nagenoeg geheel verwoestte.







Maar het risico dat wij door een dergelijk onheil getroffen worden is zeer gering. Er is een goed waarschuwingssysteem voor orkanen in deze regio. Bovendien wordt Trinidad als min of meer orkaanvrij beschouwd - hier is de laatste eeuw geen orkaan over gekomen. Dit eiland vormt dan ook onze uitvalsbasis voor zeiltochten, die ons nooit meer dan twee dagen varen van Trinidad zullen brengen. Ook buureiland Tobago wordt zelden door orkanen bezocht: de laatste keer dat daar een orkaan langskwam was in 1963. Verder zijn er op de verschillende overige eilanden dan nog altijd zogeheten 'hurricane holes': plekken waar je voor orkanen kunt schuilen, zoals bijvoorbeeld een mangrovebos op Carriacou, waar je je diep in zou kunnen verstoppen mocht er onverhoopt toch nog een orkaan langs- of in de buurt komen.

Het is verder helemaal niet moeilijk om een tijdje rond te toeren ten zuiden van de 13e breedtegraad. Ons vaargebied bestaat uit Tobago, Grenada en Carriacou, Union Island en de Grenadines.
Grenada is het eiland dat vooral bekendheid kreeg toen daar in 1984 de Amerikanen binnenvielen om de linkse regering van Maurice Bishop te verdrijven. In 2004 werd het eiland vrijwel totaal vernietigd door de orkaan Ivan. Van beide rampen hebben de bewoners zich met veel energie proberen te herstellen. Als men de hoofdstad Sint George van bovenaf bekijkt vallen vooral de vele nieuwe daken op:



terwijl tijdens een tocht over het eiland blijkt dat veel huizen na 2004 nieuw zijn gebouwd



of dat er in elk geval een nieuw dak op is gekomen



maar andere ook verlaten zijn en vervallen.







Wat verder opvalt is de uitbundige natuur op dit prachtige eiland:



Wij lieten ons rondleiden door de oudste nog werkende rumstokerij (sinds 1774) van het eiland



















En we bezochten een prachtige waterval











We maakten op een bepaald punt foto's van de volgende vruchtbomen en -planten rondom ons: cacao,



papaya,



avocado



banaan



en de nootmuskaatboom



waarvan de vrucht in de vlag van Grenada staat en die er zo uitziet:



Na Grenada bezoeken we Carriacou, dat samen nog een paar kleinere eilanden het land Grenada vormt. Wij zijn hier zeker niet de enige ankeraars:



Hier gaan we met de bus naar 'Windward' waar langs de waterlijn een paar minuscule werfjes zijn en waar we een leuke ontmoeting hebben met een vissersman



Daarna is het tijd voor een moment van rust in het voornet,



waarna we weer een van die prachtige zonsondergangen gade slaan.



Daarna gaat het verder noordwaarts richting Union Island, dat deel uitmaakt van Sint Vincent and the Grenadines.















En vandaaruit varen we naar de Tobago Cays - een duik en snorkelparadijs, waar je in een aquarium achter een rif aan de oceaan voor anker ligt.



















We houden de weerberichten goed in de gaten en voor de rest is het helemaal geen straf om een tijdje in dit gebied te blijven.... [Met dank aan Niels Tempel voor zijn foto's]


Toegift juli 2011

Juli bracht ons uiteenlopende ervaringen. Zo leidde het feit dat het regentijd is tot een boekenbal op de Bella Ciao:







We vergaten het luikje boven de boekenplank af te sluiten terwijl we gezellig bij de buren gingen borrelen...intussen barstte er een echte tropische stortbui los en toen we weer terugkwamen aan boord waren niet alleen de boeken drijfnat, maar stond het water zelfs in de romp...Gelukkig komt hier altijd na de regen weer zonneschijn, en daarin konden de boeken weer drogen.

In de maand juli wordt op Tobago het Heritage Festival georganiseerd. Overal op het eiland worden manifestaties gehouden die te maken hebben met het Tobagonisch erfgoed: wij bezochten 'The games we used to play' waarbij vooral opviel dat op Tobago vroeger dezelfde spelletjes werden gespeeld als bij ons in Nederland:











En zelfs werd er gehinkeld en stoelendans gedaan.
Maar we zijn hier in het Caribisch Gebied, dus wordt een en ander uitbundig door muziek begeleid, zoals door dit mobiele steelpanorkest:



Bovendien vinden er op het festivalterrein demonstraties plaats van oude ambachten, zoals de suikerrietpers die bediend wordt door het op-en-neer bewegen van de hefboom door de man op het uiteinde van de boomstam.



Wij bezochten ook de geitenraces. Deze werden gehouden in een speciaal voor dit doel gebouwd stadion, dat in alle opzichten overeenkomsten vertoonde met een drafbaan voor paardenraces, zij het dat alles een maatje kleiner was. Je had dus een paddock, waar de beesten op de race werden voorbereid:



Ook de jockey's bereidden zich goed voor op de race, zoals hier de uiteindelijke overwinnaar na 8 races:



De geiten en hun jockey's startten vanuit een soort startkooien:



en vervolgens werd er bloedserieus geraced, terwijl de gemoederen op de tribunes zo nu en dan hoog opliepen.







De truc is dat de jockey achter de geit aan moet lopen die hij aan een touw heeft, maar om de geit niet te remmen moet er natuurlijk wel net ietsje harder dan die geit gelopen worden.
Tussen de races door was er voor de bezoekers vertier: een djembegroep gaf een openbare les voor belangstellenden uit het publiek:







En er werd een Crabrace gehouden met krabben aan een touwtje die door mannen met een soort zweepje de juiste richting op werden gestuurd:







Het feest werd afgesloten met een traditioneel muziek-festival, waarbij verschillende Afrikaanse groepen optraden. Dat laatste liep vooruit op de viering van Emancipation Day, een feest dat door het hele caribisch Gebied wordt gevierd op 1 augustus, en dat je zou kunnen vergelijken met onze bevrijdingsdagfeesten: er wordt dan overal de afschaffing van de slavernij gevierd.








Als afwisseling van al dit soort activiteiten aan wal, bezochten we in juli diverse prachtige snorkelsites, waarvan we dankzij de camera die we mochten lenen van Henk en Joke van de Zeevonk ook onderwaterfoto's konden maken:























[Met dank aan Hanneke Klaver voor de foto's en Henk en Joke Bijl voor de onderwatercamera]

Augustus 2011

In augustus zeilden wij met onze gasten Melanie en Jos van Tobago via Grenada, Carriacou, Union Island en de Tobago Cays weer naar Tobago. Ondanks het orkaanseizoen, dat zich voornamelijk ten noorden van ons vaargebied voltrekt, zeilen wij er lustig op los:







Het was een zeer actieve maand, mede vanwege het jeugdig enthousiasme van onze gasten:







Wij konden daarbij natuurlijk niet achter blijven, dus zeilden,



klommen



en sprongen



we lustig mee.
We glibberden met z'n allen over modderpaden



naar de prachtigste watervallen:



waar ons dan gelukkig wel een bankje van bamboestammetjes wachtte om even uit te puffen



en een verkoelend zoetwaterbad om ons te wassen







Natuurlijk genoten we gezamenlijk volop van al het moois dat deze eilanden nu eenmaal te bieden hebben:



















En bezochten we in het kader van het carnaval op Grenada de verkiezing van de power soca monarch, een happening in het stadion waarbij horen en zien je verging verwege het feit dat 'power' kennelijk vooral op het vermogen van de geluidsboxen sloeg:



Gelukkig konden we onze oren een dagje later tot rust laten komen op een heerlijk Caribisch strandje:



en tijdens het snorkelen in het aquarium naast de boot:











Alles bij elkaar leverde augustus een uiterst geslaagd familie samenzijn op:







SEPTEMBER 2011

We varen met Wina en Iddie



rond Tobago, genieten van een strand-BBQ,



verkennen de onderaterwereld in de verschillende baaien die dit prachtige eiland rijk is,











en varen en zwemmen met dolfijnen tijdens de overtocht naar Trinidad.



Wina en Iddie draaien mee aan boord







en maken kennis met verschillende aspecten van het leven op Trinidad







Na twee weken samen optrekken installeren wij hen in de baai van Chaguaramas op Trinidad, hun verblijfplaats voor de komende vijf weken, terwijl wij in Nederland zijn.

En dan vliegen wij terug naar Nederland.
Wij zijn op het water







en voelen ons thuis op zusterschip Safari



bij Wouter en Paula,











die weer een drijvend eiland op het Lauwersmeer organiseren, met dit keer wel 25 rompen en een veelvoud aan vrienden en bekenden.















We maken kennis met de Happy Cat



en Frits gaat spelevaren met een nieuwe matroos:



We brengen vele prettige uren door met familie en vrienden en genieten een paar dagen met heerlijk nazomerweer.



En dan blijkt dat ze ook in Nederland grote spinnen hebben, maar gelukkig zijn die niet zo harig als hun Braziliaanse broertjes en zusjes.



Als begin oktober de nachtvorst 's morgens weer van de ramen gekrabt moet worden. is het tijd om terug te vliegen naar warmere oorden en meteen lacht het kleurige Caribische leven ons weer toe.



Omdat het binnen soms toch wel heel warm wordt, en het vergeten af te sluiten van het kleine luikje achter de mast bij regenbuien al enkele malen voor drijfnatte boeken heeft gezorgd, maken we een luik in de vloer van het brugdek.



Vervolgens bereiden we ons voor om een weekje de wal op te gaan om nieuwe aangroeiwerende verf op de rompen aan te brengen en andere onderhoudswerkzaamheden te plegen.

OKTOBER 2011

Oktober staat in het teken van werken aan de boot. Na ruim twee rondzeilen tussen Noorwegen en de evenaar is met name het onderwaterschip toe aan onderhoud.
We gaan op de kant bij Peake's in Chaguaramas, Trinidad, om daar een lijst met klussen aan de boot te gaan afwerken















Het blijkt meteen al dat er echt werk aan de winkel is:











Na het afspuiten, waarbij het ergste vuil met de hogedrukspuit wordt verwijderd



gaan we aan de slag. Vanuit het nieuwe luik kunnen we makkelijk de zware vaten en gereedschappen naar binnen en naar buiten doorgeven:



Nu kan het werk beginnen: de rompen worden opgeschuurd en vervolgens in 3 dikke lagen antifouling (tegen de aangroei onder water) gezet:







tegelijkertijd wordt de waterlijn 8 centimeter omhoog gebracht om te voorkomen dat de verf op de waterlijn bruin wordt:



Een schade aan de boeg wordt vakkundig gerepareerd:



het gat van het luik wordt mooi afgewerkt



de lagers van de schroefassen worden vervangen, maar daarvoor moeten de roeren ook gedemonteerd worden.







Na een paar dagen hard doorwerken kunnen de laatste lagen antifouling worden aangebracht



en daarna kan het poetsen beginnen



totdat de Bella Ciao weer aan alle kanten glimt.







En dan lonkt het water weer:



Als de allerlaatste plekjes in de kraan ook nog zijn bijgewerkt



kunnen we weer in het water







Na een week hard werken in de hitte is het tijd voor een verkoelend briesje door ons nieuwe luik



en lekker rondcrossen met het nieuwe motortje van de bijboot:







NOVEMBER 2011

We zijn klaar met alle klussen en kunnen ons opmaken voor de oversteek naar Grenada.
Maar voor we daaraan beginnen gaan we eerst naar de voormalige leprakolonie op het eiland Chacachacare, tussen Trinidad en Venezuela in.



We hebben inmiddels veel verhalen gehoord over de piratendreiging bij Venezuela en dit eiland ligt (zoals gebruikelijk met leprakolonies) relatief ver van het hoofdeiland richting venezuela in de Golf van Paria. En ook al wil je je er niets van aantrekken, zulke verhalen missen toch hun uitwerking niet.
Maar goed, we gaan. En we hebben er geen spijt van: het is hier heerlijk rustig in een prachtige omgeving.



En aan de wal staan hier en daar nog restanten van de voormalige lepranederzetting




Er komt een bootje van de Trini-kustwacht langs en zo weten we ons samen met onze Duitse vrienden Onno en Gesa met hun Ballerina redelijk veilig voor de nacht: het is nu bekend dat we hier zijn en ook al is het hier verlaten, we worden toch in de gaten gehouden.
De volgende ochtend vroeg gaat het, na een heerlijk rustige nacht, anker op naar Grenada. Daar komen we, na een prachtige en voorspoedige zeiltocht, met het vallen van de avond aan in Prickly Bay, waar we inklaren. Maar we willen spoedig verder naar de hoofdplaats Sint George, waar we afgelopen zomer ook al geweest zijn en waar je heel gezellig kunt ankeren.
Zodra we weer in het knusse stadje langs de baai zijn voelen we ons er thuis. De sfeer is hier super-relaxed, de mensen vriendelijk en er zijn ook nog prima winkels in de nabijheid.







We maken een stadswandeling waarbij we de presbyteriaanse kerk bezoeken. Deze kerk is in 2004, toen het hele eiland door de orkaan Ivan werd getroffen, compleet verruineerd.







Het dak is eraf gewaaid en met de staart van een volgende orkaan een jaar later is ook het interieur weggespoeld. Hoewel veel op dit eiland alweer herbouwd is, moet dat met de kerk nog gebeuren. Er geen geld, maar de aannemer vertelt dat hij de zoon van de laatste priester voor de ramp is, en dat hij het werk aanneemt voor een vriendenprijs. Maar ja, mensen en materiaal moeten hoe dan ook betaald worden. Daarom geven wij een kleine bijdrage om te helpen deze mooie kerk weer op te bouwen.



Als we verder de heuvel oplopen begint er een enorme hoosbui. We gaan schuilen en zien de straten in rivieren veranderen:







Zodra het weer droog is wandelen we verder naar fort George, met uitzicht op zee en onze boot (rechts naast de loop van het kanon)



en de stad.







Dit Fort heeft een belangrijke rol gespeeld in de recente geschiedenis van het eiland in de jaren tachtig.
Op 13 maart 1979 had Maurice Bishop met zijn New Jewel Movement door middel van een geweldloze staatsgreep, de macht overgenomen van de door en door corrupte regering-Gairy. Hij begon een linkse revolutie, knoopte vriendschappelijke banden aan met Nicaragua, Cuba en het Oostblok, maar probeerde ook de contacten met de VS te behouden, en hij stelde binnenslands orde op zaken.
Natuurlijk was niet iedereen blij met deze ontwikkelingen, en hoewel de VS met name de bouw van een nieuw vliegveld door de Cubanen met argusogen volgden, zette de charismatische en populaire Bishop zijn linkse experiment door. Maar hij was voorzichtig. Te voorzichtig volgens een van zijn kompanen, Bernard Courd. Deze zette Bishop in oktober 1983 gevangen en nam de macht over. Maar Bishop werd door zijn aanhangers bevrijd. Op weg naar het regeringscentrum werden hij en enkele van zijn medestanders opnieuw opgepakt en naar het militair hoofdkwartier in Fort George gebracht. Daar werden zij nog dezelfde dag, 19 oktober 1983 allen geexecuteerd. Het lichaam van Maurice Bishop is nooit gevonden.







Op deze gebeurtenissen volgde een inval van een gecombineerd invasieleger van de Verenigde Staten (Ronald Reagan) en enkele Caribische buureilanden, waaronder Barbados en Jamaica. De revolutie werd gestopt en Courd en de zijnen kregen aanvankelijk de doodstraf voor de moord op Bishop en zijn 17 metgezellen, die later werd omgezet in levenslang.
Een plaquette in Fort George herinnert sedert enkele jaren aan deze veelbewogen periode uit de geschiedenis van Grenada







"Killed at this fort at 19 October 1983.They have gone to join the stars and will forever shine in glory"

DECEMBER 2011
Bijna 20 jaar na de neergeslagen revolutie van Maurice Bishop, kreeg Grenada in 2004 te maken met de orkaan Ivan. Deze orkaan vernietigde vrijwel alles op het eiland. In 2005 deed de orkaan Emily de rest. Niet alleen gebouwen, maar ook nootmuskaat, kaneel, cacao en vele andere specerijen en vruchten die in Grenada groeien, waren kapot.



Het eiland was verruineerd en de economie die het moet hebben van toerisme en de export van specerijen was totaal ontwricht. Voordat bijvoorbeeld de nootmuskaat weer bruikbare vruchten produceert is men 8 jaar verder.
De Grenadianen lieten zich evenwel niet kisten en pakten het herstel van hun eiland voortvarend aan. Zij grepen deze kans om Grenada opnieuw 'uit te vinden'. Inmiddels wordt er weer nootmuskaat en foelie geexporteerd en is er ook weer volop cacao.
Toch zijn er nog wel enkele plekken waar nog geen geld is gevonden voor herstel, zoals het prachtige Fort George, boven de baai van hoofdstad Sint George:







Wij bezochten de inmiddels weer op volle kracht draaiende cacaoplantage Belmont Estate en zagen hoe de cacaobonen eerst moeten fermenteren



en daarna buiten worden gedroogd.



De aldus verkregen gedroogde cacaobonen kunnen vervolgens worden geexporteerd en in de chocolodafabriek verder worden verwerkt tot chocolade.

Het eiland biedt inmiddels weer een aangename en meestal vrolijke aanblik en weinig herinnert meer aan de ramp die zich hier 7 jaar geleden afgespeeld heeft















Wij genieten volop van al het lekkers dat het eiland te bieden heeft:







Maar ook op cultureel gebied is het een en ander te beleven, zoals bijvoorbeeld de prachtige dansavond in het theatertje van de open universiteit:



















De dansers worden onder andere begeleid door een djembegroep







Ook de muziekavond, die elke eerste vrijdag van de maand in het museum wordt georganiseerd is leuk om mee te maken. Hier treden lokale muzikanten en dichters op, maar ook gasten van buiten zijn van harte welkom.



Intussen begint de regentijd hier ten einde te lopen en wordt het voor ons steeds lastiger om met onze speciale wateropvang-installatie onze watertanks vol te houden







Maar dat geeft hier niks: we kunnen ook altijd nog water van de wal halen, of de watermaker weer in bedrijf stellen.
Intussen liggen we hier prins heerlijk voor anker in de Grand Anse voor de rede van Sint George



en parkeren we hier dus maar niet:



TOEGIFT DECEMBER 2011





[jan 2016]

[feb 2016]

[mrt 2016]

[apr 2016]

[mei 2016]

[juni 2016]

[juli 2016]

[aug 2016]

[dec 2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2011]

[2010]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten