het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2012 en 2013

JANUARI 2012


Rond de feestdagen maakten we, met onze vrienden Paula en Wouter, de eigenaren van het zusterschip van de Bella Ciao, een sfeervolle toer in de Grenadinen. De kerstsfeer ontbrak niet:



De kerstborrel



en het kerstdiner konden we buiten houden.



Op Union Island bezochten we kerk in Caribische kersttooi:







Ter gelegenheid van de jaarwisseling bakten we oliebollen



en luidden we 2012 op passende wijze in.



We genoten weer volop zowel op als onder het onnavolgbaar blauwe en heldere water



















































Na het snorkelen en duiken ontmoetten we tijdens een wandeling op een van de Tobago Cays een minidraakje, beter bekend als leguaan:




Na enkele dagen zetten we onze feestdagentoer voort en hesen we de zeilen weer



en deden een poging om zelf een maaltje vis te vangen



En eindelijk, voor het eerst sinds de Bella Ciao de oceaan is overstoken, vingen we een prachtige bonito



die we deskundig schoonmaakten



waarna we hem, begeleid door weer een van die prachtige zonsondergangen



met z'n vieren soldaat hebben gemaakt.

VERVOLG JANUARI 2012

Het werd tijd om afscheid te nemen van ons geliefde Grenada



voor onze tocht langs de Caribische eilanden naar het noorden.



Dat kan in deze tijd van het jaar, als de passaatwind goed doorstaat uit het noordoosten soms best wel lastig zijn.



Tot aan Sint Lucia is het dan eerst wachten totdat de wind uit een wat oostelijker richting komt en dan nog meestal scherp aan de wind (en vooral de golven) varen.



Die doorwaaiende passaatwind heeft ook nog andere gevolgen:



Gelukkig hadden we nog een extra vlag bij ons.
Onderweg komen we natuurlijk weer van alles tegen. Zo vist men met die twee bamboesprieten als hengel in de omgeving van Grenada op zee.



Onze voorsteven valt kennelijk bij deze pelikaan goed in de smaak, want hij blijft er wel een half uur zitten, zelfs als we vlakbij komen om een foto te maken



Sint Vincent is een weinig bekend eiland, op een plek na: Wallilabou. In deze baai is in 2005 de eerste van de serie films van de Pirates of the Caribbean opgenomen. De baai zelf is zeer diep en je kunt er alleen maar ankeren met een lijntje achteruit naar de wal.



De bootboys die je hierbij behulpzaam zijn (en die zo een inkomen bij elkaar knopen) varen je in zeer decoratieve roeiboten al op zee tegemoet, om je als eerste hun diensten aan te bieden.



De tocht van Sint Vincent naar Sint Lucia is een stevige, we duiken in dit hobbelige stuk zee regelmatig diep in de golfdalen



wat natuurlijk naast enig ongemak aan boord wel mooie plaatjes oplevert. Als we aan het eind van de 6 uur durende oversteek Sint Lucia naderen, liggen de Pitons er mooi bij:



Het eiland Sint Lucia heeft de bezoeker veel te bieden, vooral in het zuiden, waar een prachtige, rokende krater te bezichtigen valt



terwijl we de Pitons nu van de andere kant kunnen bekijken



Als we het pittoreske dorp La Soufriere met zijn koloniale houten huizen



uitwandelen, komen we in een prachtige botanische tuin. Deze tuin werd in 2010 nog door een orkaan die over het eiland raasde voor een groot deel verwoest. Ook hier blijkt, tijdens de aangename wandeling die we door deze tuin maken, weer eens hoe groeizaam en vruchtbaar deze eilanden zijn.




FEBRUARI 2012

In februari zetten we onze tocht naar het noordelijk Caribisch Gebied voort. Om te beginnen naar Martinique. Dat leverde in eerste instantie een geweldige cultuurshock op. We bevonden ons ineens in Frankrijk. We waren tot nu toe in het Caribisch gebied in onafhankelijke landen geweest, waar een voornamelijk Engels georienteerde cultuur heerst: (West Indian) Engels is de voertaal, de kinderen dragen typisch Engelse schooluniformen, veel producten in de winkels komen uit de Verenigde Staten. En verder proberen deze eilanden, ondanks hun kleinschaligheid het hoofd boven water te houden. En ze zijn vooral heel caribisch: de mensen zijn uitermate vriendelijk en meestal zeer relaxed, een beetje chaotisch soms. En dan ineens ben je in Frankrijk: je betaalt er met euro's, je doet je inkopen bij de Leader Price en de Carrefour en bij de boulangerie koop je een stokbrood, de auto's hebben Franse nummerborden en de mensen zijn een stuk minder toeschietelijk.











Zelfs de kerken zijn hier Frans: tijdens een tocht over het eiland bezoeken we de Sacre Coeur, die opmerkelijk veel gelijkenis vertoont met zijn grote broer in Parijs



En voor het eerst sinds we in dit deel van de wereld zijn komen we op plekken waar nauwelijks of geen zwarte mensen zijn. Het is ons vreemd te moede....we voelen ons een beetje ontheemd.
We trekken er dus maar eens op uit, om er achter te komen wat dit eiland verder nog te bieden heeft. Als we ons een beetje uit het toeristisch gewoel begeven komen we terecht op de Mont Pelee, de voor dit eiland beeldbepalende vulkaan



die in 1902 tijdens een enorme uitbarsting de stad Saint Pierre in een vuurzee heeft weggevaagd. Bij deze ramp vielen 30.000 doden.



Wij beklimmen de indrukwekkende vulkaan, die bijna altijd in de wolken en de mist is gehuld:







Het is een stoere klim, en uiteindelijk kan Frits trots laten zien dat hij niet alleen snel kan zeilen, maar dat hij ook als de beste kan klimmen en klauteren.



Later bezoeken we het dorp Sint Pierre, dat tot 1902 bekendheid genoot als het Parijs van het Caribisch Gebied en dat in een klap (letterlijk) volledig werd weggevaagd. Pas jaren later is men de plek weer gaan opbouwen. Inmiddels is het een wat dromerig plaatsje geworden, waar de herinnering aan de ramp op allerlei manier levend wordt gehouden.



Men kan er ook duiken op de vele wrakken van de schepen die bij de ramp gezonken zijn.
Hoewel we ons in deze omgeving weer wat meer thuisvoelen, verlaten we Martinique na ruim een week met gemengde gevoelens en zeilen we naar het volgende eiland: Dominica.
We komen aan in de hoofdstad Roseau en we voelen ons meteen weer helemaal 'thuis' - het Caribische gevoel is terug.



We maken meteen een leuke taxitocht met gids Bernard, die ons onder andere inwijdt in het fenomeen Sukie: Sukie is de meest succesvolle ondernemer van Dominica. Hij heeft niet alleen een bakkerijketen



maar ook een gereedschapszaak en nog allerlei andere winkels en bedrijven. De fiets, waarop hij ooit begon met het rondbrengen van brood heeft hij boven zijn bakkerij tentoongesteld



Maar Dominica is veel meer dan Sukie. Het eiland heeft een prachtige natuur, die uitstekend toegankelijk is gemaakt met prachtige en goed begaanbare trails. Wij bezoeken met gids Bernard de Trafalgar Falls :



en de botanische tuin



Daarna varen we vanuit het bedrijvige Roseau door naar Portsmouth, een dorpje in het noorden van waaruit we een autotocht over het eiland maken: waarbij we onder andere enkele trails door het regenwoud bewandelen en de meest wonderbaarlijke bomen in het wild zien



















en een kleine waterval ontdekken, de 'emerald fall'. Deze waterval maakt niet zozeer indruk omdat hij hoog of groot is, maar door zijn ligging. Het groen van het regenwoud geeft inderdaad een 'emerald' kleur aan het heldere water, gelegen in de schaduw van de woudreuzen. Het geheel lijkt wel een plek uit een sprookje: raadselachtig en adembenemend mooi.







Verder rijdend in onze huurauto komen we langs de kant van weg een traditionele scheepsbouwerij tegen: de Cariben, mensen die in deze regio al lang voor de komst van de Europeanen en de Afrikanen woonden, hebben op Dominica als zelfstandige gemeenschap overleefd. Zij wonen in een eigen territorium, waar zij hun traditionele leven zo veel mogelijk in stand proberen te houden. Een van die tradities is de bouw van houten kano's:







Wij moeten onze tocht naar het noorden weer voortzetten, maar vast staat dat wij het prachtige Dominica met zijn hartelijke bevolking, die je soms zomaar op straat aanspreekt om een belangstellend praatje te maken, opnieuw zullen bezoeken.
De volgende bestemming is Guadeloupe, ook Frankrijk dus. Maar dit keer zijn we er beter op voorbereid, waardoor dit een andere ervaring wordt dan Martinique. We doen hier de kleine eilandengroep Iles des Saintes aan, ten zuiden van het hoofdeiland, waar een paar mooie ankerbaaitjes zijn.



Als we een goede ankerplek gevonden hebben ziet Frits ineens in de zeestraat tussen de eilanden en Guadeloupe iets groots. Hij stapt in de bijboot en recet erheen. Dit is wat ze zien:



















Tegen de achtergrond van de ondergaande zon trekken drie bultrugwalvissen, al spelend en spuitend voorbij en Frits vaart er met de bijboot rakelings langs.
De volgende dag huren we scooters en bezoeken het Fort Napoleon, dat niet alleen een prachtige tuin met grote aloe's en leguanen heeft







maar dat bovendien is ingericht als een zeer informatief museum, waar wij dus een kijkje nemen. Naast de airstrip van dit eilandje vinden we vervolgens een gezellig terras waar we lunchen terwijl er een kolibri in de struiken naast ons rondvliegt.



Ook op Guadeloupe zelf blijkt een eilandtocht weer zeer de moeite waard. We rijden rond de (nog actieve) vulkaan La Soufriere, en wandelen op een van de flanken van de vulkaan naar de Chutes de Carbet, een waterval die in verschillende trappen omlaag dendert. Wij bezoeken, na opnieuw een heerlijke wandeling door het tropisch regenwoud, de val van 110 meter hoogte.











MAART 2012:

In de maand maart zeilen en verblijven wij voor het merendeel in het Koninkrijk der Nederlanden, en wel in het Caribisch deel hiervan. Om precies te zijn in Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius.
In Sint Maarten komen wij aan tijdens de onder zeilers bekende Heinekenregatta, een week vol zeilevenementen en feestgedruis. Wij liggen in Simpson Bay tussen heel veel andere zeilboten (deelnemers en toeschouwers)







Gedurende de week worden er rond het hele eiland wedstrijden gehouden en de laatste dag, zondag, is de finish nagenoeg bij ons voor de deur. Door de vele boten die er in de baai liggen wordt ons het zicht op wedstrijdzeilers verder op zee jammergenoeg ietwat ontnomen



De week daarna keert Sint Maarten langzaam weer terug tot het normale leven.







Wij gaan door een zeer Nederlands aandoende brug met bijbehorend belsignaal



naar de lagune, waar je heel rustig kunt liggen. Dwars door deze lagune loopt de grens tussen het Nederlandse en het Franse deel van het eiland.
Wij doen, zo'n beetje ten anker op deze grens, de nodige klussen aan de boot. Ook kopen we een nieuwe bijboot, ons belangrijkste vervoermiddel naar de wal, omdat de lekkages in de oude inmiddels wekelijks oplapwerk met superkit vereisen en te voorzien is dat die het niet meer zo lang gaat uithouden.



Maar we zijn niet alleen aan het klussen, we maken per auto ook een eilandtoer. En zo ontdekken we dat Sint Maarten meer is dan alleen een zeilersparadijs:







Op Pic Paradis klimt Frits in de hoogste top om maximaal van het uitzicht te kunnen genieten



We bekijken de hoofdsad van de Nederlandse kant, Philipsburg,







en kopen stokbrood in het Franse gedeelte.
Frits bezoekt het strand achter de startbaan, waar je enkele meters van de startende Boeings en andere grote vliegtuigen kunt gaan staan om zo'n spektakel eens van heel nabij de zien en vooral te voelen (goed vasthouden aan het hek om niet weggeblazen te worden).



Intussen blijft het maar hard waaien. Als uiteindelijk de winterse passaatwind kalmeert, is het tijd voor een verdere verkenning van de overzeese delen van ons Koninkrijk. Als eerste is het piepkleine Saba aan de beurt



Het is er te diep om op eigen anker te liggen dus pakken we een van de speciaal voor bezoekers gelegde meerboeien, vlak naast een spectaculaire vulkaanwand



En hoewel we in 'ons eigen' Koninkrijk zijn, moeten we ook hier gewoon inklaren, dus we stappen in onze gloednieuwe bijboot



en varen naar het haventje om daar de douane te bezoeken.



In vroeger tijden was hier trouwens geen haven en moest iedereen (en alles) met behulp van kleine bootjes op het strand aanlanden



En als alles dan eenmaal aan wal was moest het nog via een trap naar boven worden gesjouwd.



Het verhaal gaat dat er op deze wijze zelfs een piano op het eiland is gebracht...
Na het inklaren is het tijd voor een eilandexpeditie die hier - natuurlijk - bestaat uit de beklimming van de vulkaan Mount Scenery, een prachtige tocht langs een pad met wel 1064 (zeer hoge) traptreden



de wolken in. En zo komen we dan niet alleen op het hoogste punt van het Koninkrijk



maar bovendien in het enige stukje Nederlands tropisch regenwoud











Weer afgedaald tot de bewoonde wereld blijkt dat de bewoners van dit onherbergzame, en tot in de jaren zestig ook zeer geisoleerde eiland, hun best hebben gedaan om hun woonomgeving zo lieflijk mogelijk te maken



Na deze verkenning van Saba gaan we op weg naar de volgende bestemming: Sint Eustatius, ook wel Statia genoemd. Onderweg komt Hare Majesteits Koninklijke Marine ons eens van dichtbij bekijken



Na een wederzijdse fotoshoot zetten wij onze koers naar Statia voort.



Statia is een heel ander eiland dan het toch wel ontoegankelijke Saba: hier is een prima ankerbaai voor de hoofdstad, Oranjestad. In de achttiende eeuw was het eiland het handelscentrum van het Caribisch Gebied.



Ter bescherming van de handelsbelangen had het eiland een paar robuuste forten



zoals dit mooi gerestaureerde Fort Oranje, waar het Hollandse tintje, naast de tropische palmboom duidelijk van af straalt



Maar ook nog hedentendage is Statia een handelscentrum: waren het vroeger pakhuizen waar de waren in werden opgeslagen (de ruines zijn nog goed zichtbaar langs het water) en slaven die er aan kopers uit het hele Caribisch Gebied werden verhandeld,



tegenwoordig is Statia een centrum van oliehandel: er zijn op de noordkust van het eiland grote olieopslagplaatsen en op de rede liggen olietankers te wachten om hun kostbare lading te lossen







Aan het leven in vroeger tijden herinneren in het dorp allerlei gebouwen, zoals de synagoge



en de kerk



Ook Statia is een vulkaaneiland. Deze vulkaan is wat minder hoog dan die van Saba en heet The Quill, een verbastering van het Nederlandse woord Kuil: in de lavaprop die in de krater zit is een tropisch nevelwoud ontstaan en daarin kun je een paar 100 meter afdalen. Ook deze vulkaan beklimmen we, waarbij we onderweg prachtige gumtrees tegenkomen,



maar de afdaling in de krater bewaren we voor een andere keer.







Als we 'Caribisch Nederland' verlaten is de vraag natuurlijk wat we nou hebben gezien. Alle drie de bovenwindse eilanden zijn onderling heel verschillend: het mondaine Sint Maarten, het dromerige Saba en het bezige Statia.
Voelde het als Nederland? Nee, eigenlijk niet. Het zijn maar een paar dingen die aan Nederland doen denken: de brug en het specifieke belsignaal, om een voorbeeld uit Sint Maarten te noemen en de geimporteerde producten als rucola en Goudse kaas in de supermarkten. Op Saba was er eigenlijk zeer weinig dat naar Nederland verwees, behalve natuurlijk de status, als speciale gemeente van Nederland. In Sint Eustatius waren het de historische gebouwen bijvoorbeeld die verwijzen naar de verbondenheid met Nederland, maar ook de Openbare bibliotheek, die er hetzelfde beeldmerk draagt als in Europees Nederland.



De meeste mensen (met uitzondering van de Nederlandse toeristen en de migranten uit Nederland) spreken nauwelijks Nederlands (de voertaal is op alle drie de eilanden Engels), je betaalt overal met Antilliaanse guldens of met US dollars. Ook de behartiging van vrouwenzaken gebeurt hier op een vrolijke manier:



Maar op Statia loop je dan wel weer langs de 'Belastingdienst van Caribisch Nederland'



en op Saba kun je een kipsate met pindasaus bestellen. Terwijl wij ons het volgende moment dan weer afvragen voor wie de postbus op Sint Eustatius nou bedoeld is



Kortom: onze tocht langs de drie bovenwindse Caribisch Nederlandse eilanden was een bijzondere en vooral een niet-eenduidige ervaring.







APRIL 2012

Na onze tocht langs de overzeese Nederlandse Gebiedsdelen boven de wind begonnen we weer aan de tocht terug naar het zuiden, omdat we in juni vanaf Trinidad willen vertrekken voor een verkenningstocht op de Orinocoriver in Venezuela.

Na een kort bezoek met het openbare busje aan het rustige en vriendelijke Sint Christopher (ook wel Sint Kitts genaamd)



zeilden we langs Nevis naar het eiland Montserrat.



Inmiddels zeilen we nu al een tijdje langs meer en minder actieve vulkanen. Immers het hele Caribisch gebied (op Barbados na) is eigenlijk een grote vulkaan. We waren op Sint Lucia, waar we de zwavelbronnen bij de Soufriere bezochten (en roken). De gids vertelde ons daar dat zolang er maar stank uit het binnenste van de aarde kwam, de vulkaan die eronder ligt rustig zou blijven.



Daarna gingen we naar Martinique, waar we de Mont Pelee beklommen



en het dorpje Sint Pierre bezochten dat in 1902 geheel vernietigd was door een uitbarsting van de vulkaan. We zagen onder water zelfs een van de schepen die tijdens het drama van 1902 verbrand en gezonken zijn. Op Dominica reden door de 'drive through'-vulkaan. In Guadeloupe reden we rond de vulkaan Soufriere en bezochten we een zwavelbad aan de voet van de vulkaan. De vulkanen van Saba



en Statia hebben we beklommen en geconstateerd dat die zich op het moment behoorlijk rustig gedragen.
En dan is er Montserrat: een verhaal apart.
Tot 1995 was de Soufriere Hills vulkaan een mooie berg, groen begroeid, met op de vruchtbare flanken en aan de voet diverse dorpen en de hoofdstad Plymouth. Montserrat was een toonbeeld van caribische vrolijkheid, uitbundigheid van natuur en bevolking. 400 Jaar lang was het eiland net al zijn buren gekoloniseerd, er was om gevochten, er waren plantages op de vruchtbare grond gesticht, slaven aangevoerd om het werk voor de blanke kolonisatoren te doen, er waren orkanen geweest, kortom: een 'normaal' Caribisch eiland. Maar in 1995 veranderde het hele leven op het eiland in een klap rigoreus. De vulkaan kwam tot uitbarsting en eigenlijk is hij sindsdien niet meer tot rust gekomen. Telkens bouwen er zich lavakegels op bij de krater en als de druk te groot wordt, explodeert het geheel en is er weer een eruptie.
De folder van het observatiecentrum legt het zeer plastisch uit aan de hand van beeldmateriaal van de explosie van de lavakegel op 20 oktober 1997:



Aan de bovenkant zie je de aswolk bestaande uit steengruis. Die as verspreid zich over een groot gebied. Daken van huizen kunnen eronder bezwijken en er kunnen zelfs hele steden onder een dikke asdeken komen. Als tweede fenomeen zie je linksonder aan de foto een pyroclastische stroom. Zo'n stroom kan met een snelheid van 100 mijl per uur en met temperaturen van meer de 600 graden tijdens een explosie van een lavakegel van een vulkaan afdenderen. Dit is ook wat de plaats Saint Pierre in Martinique heeft vernietigd. Hieronder een voorbeeld van zo'n pyroclastische stroom die ontstond bij de explosie van de Soufriere Hills vulkaan op Montserrat op 25 juni 1997.



Als er zich dan weer een kegel opbouwt die de krater als het ware 'vertopt' dan volgt na een tijdje opnieuw een explosie, waarbij de kegel de lucht in gaat zoals hier in november 1997:



Zo grijs en grauw als het hele gebeuren overdag lijkt, zo vurig is het 's nachts:



Afgezien van lavastromen en aswolken ontstaan er bij vulkaanexplosies vaak modderstromen, zoals deze in de Belham rivier, waar we doorheen konden lopen:











Als wij op Montserrat komen heeft de vulkaan net weer een ondergrondse opleving gehad, maar deze is niet in een explosie uitgemond. De ondergrondse activiteit kan trouwens ook leiden tot aardbevingen en tsunamis, zoals bijvoorbeeld de (kleine) tsunamis van december 1997 en juli 2003. Ook dat is nu niet voorgevallen.
Omdat het mooi helder weer is als we aankomen, zien we de rookpluim op de vulkaan (achterste top) prachtig hangen.







Nadat de vulkaanuitbarsting van 1997 de hoofdstad Plymouth onder deken van modder en as had gelegd





en toen duidelijk werd dat de vulkaan voorlopig niet meer in zou slapen, is ervoor gekozen om in het noorden van het eiland een nieuwe hoofdstad te gaan bouwen. Dit proces is nog steeds gaande. De nieuwe hoofdplaats heet Little Bay en dat is tevens de ankerplaats. Niet echt een ideale plek, omdat hij niet goed beschut tegen de heersende deinig die uit het noorden komt.



Wij liggen hier dan ook 2 nachten in zo nu en dan 2 meter hoge deining niet erg rustig. Maar ja, je moet er wat voor over hebben om dit indrukwekkende gebeuren te kunnen meemaken.
Het eiland is na de grote explosies van 1997 voor 2/3 deel (zone V op de kaart hieronder) afgesloten voor iedereen. Het is daar te gevaarlijk. Overigens is na deze ramp de bevolking van het eiland eveneens afgenomen van 12000 zielen naar 4000.
Er is een zoneringsgebied ingesteld, waarbij verschillende zones (A, B, C, F), afhankelijk van de activiteit van de vulkaan geopend en afgesloten kunnen worden.







Naar aanleiding van de activiteit van de vulkaan in de week voor ons bezoek was zone C juist enige tijd afgesloten geweest en de dag voor onze aankomst weer voor publiek opengesteld. Er zijn trouwens ook gebieden in zee afgesloten (zone W op de kaart), maar omdat daar verder weinig controle op lijkt te zijn, zijn wij daar later toch wel doorheen gevaren.



















Niet alleen kreeg je hierdoor een prachtig beeld van de enorme verwoesting van het zuidelijk deel van het eiland, maar je kon ook de zwavellucht, een van de oorzaken van de onbewoonbaarheid van het gebied, goed ruiken.
Maar voordat we erlangs voeren zijn wij een dag in de bus gestapt



en naar het laatste dorp voor het afgesloten gebied gereden: Salem. Van daaruit zijn we eerst naar het observatorium gegaan, van waaruit de vulkaan dag en nacht wordt gemonitord. We werden in het mooie bezoekerscentrum uitgebreid geinformeerd over het wel en wee van de Soufriere Hills Vulkaan en zijn vele nukken sinds 1995. Helaas was het nogal bewolkt, zodat we niet weer zo'n mooi uitzicht op de rookpluim hadden als bij aankomst vanuit zee.
Vervolgens hebben we een wandeling door de Belham rivier gemaakt.



Wellicht was dat vroeger een gewone rivier, maar tegenwoordig is het een stroom van as en puin:







Soms lijkt het alsof de mensen hier nog maar net zijn weggetrokken







Als we uiteindelijk weerkeren in de bewoonde wereld geeft dat toch een gevoel van opluching.



De volgende dag varen langs het gebied waar we gelopen hebben en zien we het drama van Montserrat nog eens van zee aan ons voorbij trekken.



Zeer onder de indruk zetten we onze tocht naar het zuiden voort.

MEI 2012

We zijn inmiddels bijna twee jaar onderweg. Het is weer zomer geworden. Dat wil hier zeggen: warmer, vochtiger en de passaatwind is niet alleen minder sterk, maar waait ook meer uit oostelijke en zelfs zuidoostelijke richting. We hebben ons regenzeiltje weer opgehangen en hebben de eerste jerrycans met regenwater alweer in de watertanks kunnen gieten. Voor de zeilers is dit ook de laatste maand voor het begin van het orkaan seizoen, en het gesprek gaat dan ook vaak over de vraag wie de periode van juni tot december waar gaat doorbrengen.

We maken deze maand vanuit Grenada een tochtje naar de Grenadines, Waar we onder andere in Mayreau de laatste dag van het zeilfestival meemaken. Er wordt hier wedstrijd gezeild in prachtige traditionele scheepjes:



En na zo'n wedstrijd smaakt de rum in de strandtent natuurlijk extra lekker:



er zijn veel kinderen bij en die vieren op hun eigen manier feest op het strand:



















Op de terugweg naar Grenada fotograferen wij onze Franse vrienden Guy en Annie en zij ons.











Natuurlijk zijn we lang niet altijd aan het zeilen. Integendeel, de meeste tijd lig je eigenlijk ergens voor anker. Wij liggen met veel plezier in Grenada. In de eerste plaats is Grenada gezellig, de mensen zijn vriendelijk en vrolijk, je ligt er leuk voor de levendige hoofdstad Saint George's met uitzicht op zee



en bovendien is het een prachtig eiland. Het blijft heerlijk om hier te wandelen. Zo glibberen we weer eens door de jungle naar de Seven Sisters waterval:







Vanwege de modder is zo'n tocht toch altijd best vermoeiend, dus gaan we heerlijk even op de bamboebank zitten met uitkijk op de waterval.



Daarna nemen we natuurlijk een bad in het frisse zoete water.



...en glibberen we weer terug.
De boer die een zakcentje bijverdient met het schoonmaken van de modderschoenen in het stroompje dat over zijn terrein komt is een welkom tussenstation naar de bewoonde wereld.



En wij nemen als we in Grenada zijn deel aan de wekelijkse 'hash'. Nee, we zijn geen rasta's geworden met bijbehorend rookgedrag, een hash is een wandeling. Het idee is afkomstig van expatriates en heeft zich met hen over de hele wereld verspreid. In Grenada wordt er elke zaterdagmiddag zo'n wandeling gehouden. Op andere plekken is het eens in de twee weken. Vrijwilligers zetten een route uit door een mooi gebied. Je komt daardoor op plekken die je zelf nooit zou vinden. Iedereen die zin heeft kan meedoen, in Grenda zijn we meestal met zo'n 50 mensen, afkomstig uit alle windstreken: studenten die tijdelijk in Grenada wonen voor hun opleiding, mensen uit Grenada zelf, mensen die met hun boot op Grenada zijn. De wandeling begint gewoonlijk rond 4 uur, als het niet meer zo vreselijk warm is en duurt tussen de 1 en 2 uur. Je loopt vaak door modder, soms over paden, soms over wegen, door dorpjes, door rivieren of over het strand. Het is vrijwel altijd verrassend en altijd mooi



















en het is bovenal gezellig. Aan het eind van de tocht wacht bier en eten voor wie zin heeft.











Er zijn ook allerlei gebruiken: wie nieuwe schoenen heeft moet dat aanmelden en ze op de onderstaande wijze (met bier) inwijden:



Er nemen bijzondere mensen deel, sommigen al heel lang, zoals deze 72-jarige Telfor Bedeau, die al vijftig jaar als gids zijn geliefde eiland aan anderen laat zien, maar ook zelf geen genoeg krijgt van wandelen en dus bij vrijwel elke hash van de partij is en daar duidelijk zeer fit bij blijft



En dan is er 'Softwood', de grote animator die elke week vertelt hoe we moeten lopen - en hoe niet, die de nieuwelingen de gebruiken in de hashwereld uitlegt en hen na hun eerste succesvol voltooide hash hun welverdiende oorkonde overhandigt:



Deelnemers zijn een prachtige mix van jong tot oud, zoals Kyla van 9, die samen met haar buurman Winston meedoet:



Wij doen eind mei voorlopig voor de laatste keer mee en dat is dit keer extra leuk, want op de terugweg naar huis stopt de bus die ons meeneemt nog een uurtje om ons de kans te geven de sfeer te proeven van het Victoria food Festival, dat elke laatste zaterdagavond van de maand in het plaatsje Victoria wordt gehouden:







Daar is niet alleen eten te krijgen, en een goed glas rum, maar buiten vermaakt een prachtige rastaman de kinderen met zijn ballonnen:



Na dit heerlijke weekeinde vertrekken wij naar Trinidad, op weg naar nieuwe avonturen. Daar gaan we ons verder voorbereiden op onze Orinocotocht in de eerste helft van juni. Het afscheid van ons inmiddels geliefde Grenada met zijn ongekend aardige bevolking valt ons zwaar....


JUNI 2012: Orinoco avontuur

Nadat we ruim een jaar geleden de Amazonerivier in Brazilie hebben bevaren, willen we dit jaar een tocht over de Orinocorivier in Venezuela maken.
Omdat we bij daglicht de, schaars gekarteerde monding van de Orinoco willen aanlopen, halen we 's morgens om 5 uur het anker op in Trinidad en zetten, samen met de Pelagie



koers naar het zuid-westen.



Het wordt een rustige tocht door de olierijke golf van Paria,



die ons langs vele boorplatformen voert,



terwijl het water om ons heen bruiner en ondoorzichtiger wordt: we naderen de monding van de tweede grootste rivier van Latijns Amerika: de Orinoco







Het invaren van de monding is niet moeilijk en zo arrivieren we rond 3 uur in de middag bij het plaatsje Pedernales. Ons is verteld dat we ons hier moeten melden bij de Guardia Nacional, een soort Marechaussee, waar we onze gegevens moeten laten noteren. Als we langs de oever een dorpje zien, varen we erheen om te vragen waar we moeten zijn.



Vriendelijke mensen op de steiger beduiden ons dat we aan de overkant moeten zijn. Daar gaan we voor anker



Als we nog maar net liggen wil er een boot langszij komen met twee officieel uitziende mannen aan boord.



Ze maken vast en beduiden dat ze aan boord willen komen. Ze zijn van de Guardia Nacional, ze zijn zeer vriendelijk en ze willen graag foto's van zichzelf maken bij ons aan boord. Ze hebben voor dit doel een digitale camera meegenomen. Als ze klaar zijn, geven ze aan dat we later bij hen op kantoor langs moeten komen en vervolgens gaan ze nog even bij de Pelagie langs voor nog een tweede fotoshoot.
Als dat gebeurd is gaan we aan wal met onze papieren. ze schrijven inderdaad onze gegevens op, maar kunnen niks officieels doen, want Pedernales is formeel geen 'port of entry'. Als we hiermee klaar zijn, maken we een wandeling door het dorp.
Wat opvalt is dat je overal opwekkende leuzen op de muren ziet staan, net zoals we dat ook van Cuba kennen.







We lopen nog wat langs de rivieroever



waar we in een winkeltje tegen een gunstige koers bolivares kunnen wisselen. Wat opvalt is dat het dorp er schoon en netjes uitziet. Ergens zien we twee jongetjes hun bakfiets over een afvoergoot heen rijden:



Als we het dorp gezien hebben gaan we weer aan boord en steken de rivier over om voor de nacht te ankeren. Het is een prachtige avond, en we genieten van de zonsondergang bij volle maan



Na een heerlijk rustige nacht gaan we de volgende ochtend op weg de rivier verkennen. Hier leven enorme kolonies rode ibissen, zoals we die al op Trinidad hadden leren kennen. Het blijft verbazend dat een soort met deze kleur in de vrije natuur kan overleven.



Maar er is langs de kant nog veel meer te zien: net als op de Amazone komen de mensen in hun boomstamkano's de rivier op.















Maar in tegenstelling tot op de Amazone komen ze hier ook om handel met ons te drijven: met prachtig gevlochten rieten mandjes, kettinkjes, armbanden en modelbootjes



die ze willen ruilen tegen tandpasta, zeep, kleding, pennen en natuurlijk snoepjes











Vaak zijn het hele families die komen handelen, maar of de ruil kan doorgaan beslissen de moeders.
De Warao-indianen, die hier in de Orinocodelta leven hadden tot voor kort nauwelijks contacten met de rest van de wereld. Ze wonen nog altijd in paalwoningen zonder muren. De meeste Warao's spreken geen Spaans, laat staan Engels, dus leren wij een paar woordjes Warao, zoals Yakara, wat goedendag betekent.











We wandelen door het dorp Wina Morena II



















Het leven is hier zeer eenvoudig, er is wat visserij, een beetje handel met toeristen.







In de dorpswinkel zijn een paar (houdbare) producten te koop



Er is hier ook een schooltje, dat door de regering van Hugo Chavez is gefinancierd. Er zitten 89 kinderen tussen de 3 en 15 jaar op deze school, en ze krijgen hier les in het Warao en het Spaans - en dat kun je ook op het bord en in hun schrift zien















Ze krijgen ook eten van school



en daarvoor is een speciale schoolkeuken ingericht



Tegen de avond maken we met gids Danni in zijn bootje een jungletocht.



Hij laat ons tucans



en aapjes zien







Na deze ervaringen varen wij verder de rivier op



en genieten van het rivierleven dat aan ons voorbijtrekt











We ankeren in zijriviertjes, waar allerlei beestjes ons bezoeken







of langs komen drijven op eilanden met waterhyacinthen







Achter onze boot horen we vrijwel elke avond de zoetwaterdolfijnen weer hoesten, proesten, snuiven en spetteren



En natuurlijk maken we weer expedities in de bijboot door de kleine zijriviertjes























Een jongetje vaart op een van deze tochten in zijn boomstamkano met ons mee. Hij heeft hier en daar slechts een vrijboord van 1 cm, maar dat deert hem niet



iedereen is hier van jongs af aan gewend om in en op de rivier te zijn:







En als het te hard stroomt en de motor is niet aan te krijgen, dan kun je altijd nog een sleepje krijgen




JUNI 2012: laatste nieuws Orinoco avontuur

We kwamen vrijdagavond 8 juni in Boca de Uracoa aan, het verste punt van onze trip omdat daar electriciteitsdraden over de rivier lopen waar wij niet onderdoor kunnen.
Wij zijn hier zeer gastvrij onthaald door Milagros en Enrique en hun hele familie- en vriendenkring. Enrique is zaterdag met ons naar Temblador geweest, een grotere plaats verder landinwaarts, waar we inkopen konden doen en konden rondkijken.







Zondagmorgen zijn we weer vertrokken uit Boca de Uracoa voor de terugweg. We handelden weer met wat mensen onderweg





en we hadden opnieuw een prachtige, maar wel erg warme vaartocht. Ook werd de overlast van allerlei vliegende en bijtende beesten steeds groter. Zondagmiddag gingen we voor anker bij de Orinoco Delta Lodge, waar we op de heenweg ook langs waren gekomen. We begroetten hier de Guyanese Alexis en Jesus van de Lodge.En er waren ook dit keer weer spelende zoetwaterdolfijnen rond de boot


's Avonds gingen we bij de Pelagie aan boord eten en bespreken hoe we onze tocht gingen voortzetten. Rond half acht (het was al donker) kwam er een snelle speedboat met 4 mannen langszij. De mannen kwamen aan boord van de Pelagie en richtten hun 3 pistolen op ons. Ze wilden geld. Ze hebben op de Pelagie behoorlijk veel geld en electronica buitgemaakt, en het meeste touwwerk dat ze konden pakken afgesneden en meegenomen. Ze dwongen Frits om met een van hen naar de Bella Ciao te varen. Daar hebben ze een klein beetje geld en een filmcamera gepakt. Toen Frits en de overvaller weer terugkwamen, hadden ze op de Pelagie ook gevonden wat ze hebben wilden en stapten de heren in hun boot en vertrokken in de duisternis, ons in verbijstering, maar ongedeerd achterlatend.
We hebben die nacht weinig kunnen slapen en zijn 's ochtends om 6 uur vertrokken, terug naar Pedernales. Daar wilde de politie geen verklaring ondertekenen van wat ons overkomen was. We voelden ons niet meer prettig in venezuela en zijn diezelfde middag nog vertrokken en in een keer doorgevaren naar Trinidad. Daar kwamen we dinsdagmorgen om 01.00 uur moe maar tevreden over onze snelle aftocht aan.
Helaas moeten we nu vaststellen dat het ook op de Orinocorivier niet meer veilig is voor boten zoals wij. Het is moeilijk te zeggen wat de achtergrond van deze overval nu is geweest. Het waren geen arme jongens, het waren geen indianen en onze indruk is dat ze niet uit dit gebied afkomstig waren. Het leek erop alsof ze dit soort dingen vaker hebben gedaan.
Het is meer dan jammer dat het daardoor niet meer mogelijk is dit prachtige gebied te bezoeken en wij willen benadrukken dat we de indianen die hier van oorsprong wonen als zachtmoedige, vriendelijke en gastvrije mensen hebben leren kennen. Helaas zijn de filmopnames van dit aandoenlijke stel peddelaarstertjes in oliedrum verloren gegaan, maar gelukig hebben we deze foto's nog







We hebben vaak genoten van de mensen en de imposante natuur. De Warao indianen kunnen er niets aan doen dat er in Venezuela een situatie is ontstaan die het mogelijk maakt dat bezoekers zich geheel rechteloos weten en niet beschermd door de autoriteiten tegenover overvallers en andere kwaadwillende figuren.
Alles bij elkaar genomen zijn we er goed vanaf gekomen. We hebben welbeschouwd geluk gehad, ook al zijn we natuurlijk fors geschrokken.

Inmiddels zijn we alweer een weekje op Trinidad en aardig bijgekomen van het hele gebeuren op de Orinoco. Nils en Hanneke van de Pelagie, die veel zwaarder getroffen zijn dan wij, hebben hun zaakjes ook weer aardig op orde. Wij kijken weer vooruit en maken plannen om, opnieuw gezamenlijk met de Pelagie en wellicht nog met meer zeilers, de laatste week van juni en begin juli via de Los Roques eilanden naar Bonaire te zeilen.


JUNI 2012: Venezuela revisited - of hoe blauw kan de wereld zijn

Na een paar weekjes bijkomen van het Orinocoavontuur in Trinidad en Grenada gaan wij onderweg naar Bonaire.
Maar alvorens dit overzees stukje Nederland aan te doen willen we eigenlijk heel graag onderweg de eilanden archipel Los Roques aandoen. Maar dit stuit op enkele hobbels: de eilanden maken deel uit van Venezuela en om daar legaal binnen te komen moeten we een zogeheten 'Zarpe' halen aan de vaste wal of op Isla Marguerita. En dat is nou juist waar we niet heen willen, want daar zijn veel slechte berichten over de laatste jaren.
Maar ja, Los Roques voorbij varen is ook wel jammer. Dus we besluiten het erop te wagen en te proberen of we er een tijdje kunnen blijven zonder dat we officieel zijn ingeklaard. Als het niet lukt, varen we gewoon verder naar Bonaire.
Twee dagen na ons vertrek uit Grenada, na een tochtje met de wind in de rug over een kalme zee, zien we een vuurtoren opdoemen- is dit Ameland???



Volgens de kaart moet dit Sebastopol zijn, de zuidoostelijke ingang van de Los Roques archipel. We hebben met Nils en Hanneke van de Pelagie, met wie we ook nu weer onderweg zijn, afgesproken om hier de eerste nacht over te blijven. Zo varen we een blauwe wereld binnen.







We laten het anker vallen voor een mangrovebosje en we brengen een heerlijk rustige nacht door achter de beschutting van de riffen met uitzicht op de oceaan.
We zijn nog wel behoorlijk op onze hoede en het visbootje dat bij het mangrovebosje rondvaart, houden we dan ook nauwlettend in het oog. Als ze na een poosje weer verder varen, vinden we dat eigenlijk toch wel prettig....
De volgende boten zien we pas de volgende dag, als we anker op gaan en koers zetten richting het hoofdeiland, El Gran Roque. Het is hier adembenenemend blauw, in vele schakeringen, omzoomd met hagelwitte stranden: we zeilen door een ware bounty-omgeving











en vergapen ons aan deze onbeschrijflijk mooie wereld.











Na twee uren zeilen door alle schakeringen blauw + 1, arriveren we bij El Gran Roque, waar ook het dorp is.



Vantevoren hadden we ons uitgebreid gedocumenteerd. We verwachtten hier meer collegazeilers te vinden, maar wat we niet begrepen hadden uit alle verhalen en beschrijvingen, was dat we hier voornamelijk Venezolaanse zeil- en motorjachten zouden aantreffen. Zo bevonden wij ons dus temidden van de Venezolaanse vakantievierders: een goede manier om over onze schroom richting dit land en sommigen van zijn bewoners heen te raken.
Imiddels waren we er wel achter dat de Los Roques archipel fantastisch mooi was, en wilden we hier dus maar al te graag enige tijd blijven. Daarvoor moesten we dus nog wel iets met de diverse autoriteiten zien te regelen. En dan kom je in een nogal mistige wereld van macho-mannetjes terecht, die je allemaal graag willen laten voelen hoe belangrijk zij zijn en die daartoe alle gelegenheid hebben omdat wij niet over de juiste papieren beschikken. Zo gingen we dus naar de Kustwacht, die ons na veel gewichtigdoenerij een formulier afstempelde en ons ook de (forse) intreeprijs voor dit Nationaal Park liet betalen. Volgens de man was hiermee de kous af en hoefden we verder niks meer te doen.
Dus waren we zeer opgetogen en maakten we een heerlijke wandeling over het eiland















We ontdekken een nieuw verkeersbord



en we klimmen de berg op naar de oude vuurtoren



van waaruit we genieten van het prachtige uitzicht



Als we de volgende ochtend willen vertrekken krijgen we de Guardia Nacional op bezoek met de mededeling dat dat zomaar niet gaat: wij moeten ons ook bij hen inschrijven. Dus opnieuw wordt het hele toneelstuk opgevoerd over onze missende papieren en worden we uiteindelijk toch in hun grote boek opgenomen.
Omdat we er nu toch weer zijn besluiten we om dan ook nog maar even langs het kantoor van het Nationaal Park te gaan. Daar blijkt een uitermate vriendelijke dame te zitten, die ons weet te vertellen dat het hele toneelstuk dat de heren tot nu toe hebben opgevoerd van geen kanten klopt: de Kustwacht mag het intreegeld helemaal niet innen (dat geld is dus waarschijnlijk in 's mans eigen zak verdwenen), en de Guardia Nacional moet ons een stempel op het intreeformulier geven en bovendien mogen we er zonder 'Zarpe' helemaal niet langer dan twee dagen zijn. Maar deze dame is duidelijk uit ander hout gesneden dan de mannetjes tot nu toe en met een diepe zucht over de gang van zaken bij Kustwacht ('Dit is niet de eerste keer dat ze dat flikken') geeft ze ons toch toestemming om 10 dagen in het Nationaal Park te mogen verblijven, terwijl ze ons dringend aanraadt om dan niet naar de laatste instantie te gaan (de 'Autoridad Unica') waar we het risico lopen nogmaals te moeten betalen.
Aldus geinformeerd vertrekken wij dan alsnog voor 10 dagen 'ins blaue hinein'







We trekken van de ene toplocatie



naar de andere.
Onder water zien we de mooiste koralen en vissen in alle kleuren, en boven water valt er ook van alles te genieten:















Intussen kunnen we steeds meer genieten van het verblijf tussen de Venezolaanse vakantievierders











En zo kunnen we de spanning die het Orinocoavontuur natuurlijk toch teweeg heeft gebracht in deze paradijselijke omgeving gelukkig achter ons laten.
















JULI 2012: Venezuela revisited - vervolg

We zwerven twee weken door de Los Roques archipel.



Het is een ervaring die boven water valt samen te vatten met de woorden blauw - blauwer - blauwst.







Onder water is het er trouwens ook de moeite waard. Je kunt al snorkelend de prachtigste vissen en koralen spotten. Het voordeel is dat je niet je hele duikuitrusting hoeft aan te doen, maar gewoon met je flippers en de snorkel overboord springt en dan kan naast de boot de pret beginnen. We genieten dus volop van deze prachtige wereld.
Langzaam maar zeker gaan we ook steeds meer geloven dat we hier inderdaad veilig kunnen rondtrekken. Toeristen uit El Gran Roque worden met kleine bootjes langs de prachtige stranden van de eilanden in de archipel gevaren en er zijn een paar Venezolaanse motorjachten. Verder komen we geen buitenlandse toeristen tegen.
Het laatste eiland dat we in deze archipel aandoen is het Caya de Agua, dat samen met West Cay het meest westelijke stukje van Los Roques vormt. Op Caya de Agua zit vlak onder de oppervlakte zoet water, de reden dat deze archipel in het verleden door Indianen van het vasteland (tijdelijk) kon worden bewoond. Op West Cay bevindt zich weer een van die grappige Venezolaanse vuurtorentjes.



Deze vuurtorentje worden gemaakt als bouwpakket van glasvezel ringen, die ter plekke geassembleerd kunnen worden. Je kunt er zelfs opklimmen en dan heb je een prachtig uitzicht



Na twee weken trekken we verder en zeilen we in een dagtocht naar de onbewoonde eilandenarchipel Las Aves. Dat betekent vogeleilanden en deze naam blijkt zeer to the point. We doen eerst de archipel Las Aves de Barlovento (boven de wind) aan, waar we niet alleen opnieuw prachtig snorkelen, maar bovendien door het mangrovegebied in de bijboot een prachtige vogelexpeditie maken.







De vogels zijn helemaal niet bang en we kunnen er heel dicht naar toe varen. Er wonen hier duizenden z.g. red footed boobies















Na deze adembenemende vogelervaring en nog een paar heerlijke snorkeltochtjes, varen we door naar de benedenwindse Aves eilanden, Aves de Sotavento. Ook deze groep is onbewoond, op een kustwachtstation na. Onderweg hebben we nog het geluk om een groep dolfijnen om de boot te krijgen



Na een rustig dagtochtje melden we ons en de mannen van de kustwacht kondigen aan dat ze ons nog zullen bezoeken. Dat doen ze inderdaad en dat blijkt voor het eerst een aangename ervaring met Venezolaanse autoriteiten.
Er komt een bootje met vier jonge mannen aan die ons heel beleefd vragen of ze ook aan boord mogen komen en die vervolgens onze gegevens komen opschrijven, en heel blij zijn met het aangeboden biertje. De jongens vervelen zich natuurlijk een klont op deze onbewoonde eilanden en vragen of we ook visspullen voor ze hebben. Die hebben we wel en daarmee maken we ze enorm blij.







Na een gezellig uurtje, waarin ze ook nog het fotoboekje van de bouw van onze boot bewonderen, nemen we hartelijk afscheid.
We hebben gelezen dat hier in het verleden een Nederlandse nederzetting is geweest, vanwege de guano (vogelpoep, die tot de uitvinding van de kunstmest als mest werd gebruikt). De kustwachters hebben ons al verteld dat er bij hun nederzetting een paar ruines zijn, dus daarheen gaan we op middagexpeditie.



Zo gaan we op weg en vinden inderdaad allerlei overblijfselen van de nederzetting van onze landgenoten in het verleden.















Als we nog wat verder wandelen komen we zelfs de overblijfselen van een robuuste vuurtoren tegen



Nadat we ook hier nog weer een paar prachtige snorkeltochtjes hebben gemaakt, zetten we na twee en een halve week grotendeels in de natuur te hebben doorgebracht, koers naar Bonaire, om ons daar weer eens onder de mensen te begeven.


AUGUSTUS 2012: onderwaterwereld

De augustusmaand stond in het teken van duiken. Jos en Melanie kwamen aan in Bonaire en behaalden daar allebei hun duikbrevet. Via Klein Curacao gingen we naar Cucarao en overal hebben we gedoken en gesnorkeld. Vooruitlopend daarop had Jos een prachtige onderwatercamera aangeschaft, waardoor wij nu in de gelegenheid zijn om de onderwaterwereld waarvan wij regelmatig genieten ook op ons logboek te tonen. Deze aflevering van het logboek is daarom een onderwaterfotoserie:































































































































met dank aan Jos voor zijn prachtige foto's



SEPTEMBER 2012

En zo zijn we dan weer in Nederland....Een volle agenda met regeldingen en veel bezoekjes aan vrienden en familie.
Overal genieten we een warm onthaal en is het weerzien hartelijk en geanimeerd. Bij Jacqueline vinden we een gastvrij onderkomen, midden in het centrum van Groningen. Deze uitvalsbasis voelt vanaf dag 1 als thuis.
Gelukkig is er ook tijd om te zeilen - twee weekeinden gaan we weer door de Robbegatsluis in Lauwersoog naar buiten



en genieten we weer van het vertrouwde oostelijk wad:











We zeilen mee met familie



en op het zusterschip van de Bella Ciao, de Safari. Dat laatste levert altijd weer een gevoel op dat het beste beschreven kan worden als "kleur de plaatjes en zoek de verschillen"



En natuurlijk vindt ook het inmiddels tot traditie uitegroeide evenement van de vorming van een XXL-eiland op het Lauwersmeer plaats.
De bedoeling van dit evenment is om zoveel mogelijk zeilvrienden bijeen te krijgen en met zo zoveel mogelijk rompen samen een groot eiland in het Lauwersmeer te vormen. Dit jaar evenaren we het record van vorig jaar met 25 rompen



en we beleven, mede dankzij de gastvrijheid van Paula & Wouter, weer een onvergetelijke zondagmiddag met alle zeilvrienden en -bekenden op het Lauwersmeer







Toen Frits het echt niet meer warm kon krijgen, keerden we terug naar Cuaracao.

OKTOBER 2012

Het orkaanseizoen in de Caribische regio duurt van juni tot december. Dat betekent voor de verstandige zeiler dat hij een veilige haven opzoekt buiten het gebruikelijke orkaantraject. Dat wil zeggen: ten zuiden van de 13e breedtegraad (de roze lijn).



Men verblijft bijvoorbeeld in Trinidad, Tobago, Grenada (al is dat niet 100% safe: in 2004 werd dit eiland nog zwaar door een orkaan getroffen), terwijl ook Bonaire, Curacao en Aruba goede en veilige verblijfplaatsen zijn in deze maanden. Venezuela is op zich ook orkaan-veilig, maar daar liggen weer andere gevaren op de loer, zodat daarheen gaan door de meeste zeilers tegenwoordig niet meer als een optie beschouwd wordt.
Eind oktober maken we aantal regenachtige dagen mee, met 's avonds zo nu en dan zware onweersbuien. Achteraf blijkt dat dit de bijverschijnselen zijn van de geboorte van wat later uitgroeit tot de vernietigende orkaan Sandy, een stukje ten noord-westen van onze verblijfplaats.
Het niet-vaar-seizoen valt hier dus in de zomer en de herfst. In die periode gaan veel zeilers voor kortere of langere tijd naar "huis" of zij maken anderszins uitstapjes per vliegtuig of over land.
De Bella Ciao ligt in het Spaanse Water in Curacao, een prachtig beschutte baai, waar veel zeilers bij elkaar liggen. Er gaat dagelijks een speciaal busje van hier naar de supermarkt, op vrijdagavond komt men samen bij het happy hour van het kroegje aan de visserijhaven. Verder is dit voor velen het moment om groter of kleiner onderhoud aan de boot uit te voeren. En zo is iedereen op zijn eigen manier bezig.

Reinhilde heeft in de jaren tachtig in een werkgroep met Antilliaanse studenten in Nederland gezeten, waar ze Papiamento leerde en meewerkte aan de organisatie van een workshop over de geschiedenis en het onderwijs op de Antillen en Aruba.
Inmiddels is iedereen van deze werkgroep terug op Curacao en Aruba en leek de komst van de Bella Ciao hier een mooie kans om een reunie van de werkgroep te organiseren. Zelfs de Nederlandse collega-historica en medewerkgroeplid Anita kwam voor de gelegenheid over uit Nederland. Dit evenement vond op zaterdag 13 oktober plaats. Hoewel niet iedereen erbij kon zijn, was het een hartelijk weerzien en was de bijeenkomst een groot succes



Er ontstaan allerlei gezellige afspraken met oude vrienden en vriendinnen en worden er nieuwe contacten gelegd.
Een daarvan is met de directeur van het Museo Tula, dat gevestigd is in het landhuis van de voormalige plantage Knip, of Kenepa. Het is de bedoeling om samen met haar weer eens in de Curacaose geschiedenis te duiken. Als voorproefje alvast een beeldimpressie waarin de tragiek van de Curacaose geschiedenis treffend wordt verbeeld:



Dit is het befaamde Waterfront van Willemstand - de koopmanshuizen van weleer, prachtig gerestaureerd en tot UNESCO werelderfgoed uitgeroepen.



Een van de meest prominente van deze koopmanshuizen is van de familie Penha, zoals te zien is in de top van de gevel.



Zoals gebruikelijk staat op deze huizen symbolisch verbeeld waarmee de desbetreffende familie zijn rijkdommen heeft verworven. En dat is in dit geval duidelijk: slavenhandel en slavernij. De Penha's zijn trouwens bepaald niet de enigen die op deze wijze hun rijkdommen vergaarden. Recentelijk is onderzoek gedaan naar de slaveneigenaren die bij de afschaffing van slavernij in 1863 in Amsterdam woonden. De resultaten van dit onderzoek zijn op Googlemaps gezet onder de titel 'slaveneigenaren in Amsterdam 1863'.

Naast de historische activiteiten wonen we een uitvoering bij van vriendin en actrice Sheila Payne en haar twee collega's. We mogen meekijken met de kleine kinderen van een school in de wijk Santa Rosa naar de prachtige en humoristische maskerade, die speelt in een wasserette.







Intussen werkt Frits aan een prachtig nieuw dak boven de kuip, dat tevens een functie zal krijgen als vaste wateropvang. Wordt vervolgd...

NOVEMBER 2012

De maand november brengen we door op het Spaanse Water in Curacao



We maken wandelingen met buurman Timo en zijn honden, die hier op zijn woonboot bij een van de kleine eilandjes wonen.



Timo heeft een bijzondere hobby: hij maakt paden. Op die manier heeft hij de Kabrietenberg (geitenberg), waar wij vanuit de boot op uit kijken, toegankelijk gemaakt. Timo leidt ons over zijn paden en vertelt intussen veel interessants over deze omgeving.



Er groeien hier veel prachtige verfhoutbomen, die in het Papiamento Pal'i Brasil heten: Brazilie bomen. Naar deze bomen hebben de Nederlanders, die in de 16e eeuw een groot deel van Noord-Brazilie veroverden, hun verovering genoemd.



Timo heeft een tijd geleden een houten beeld gemaakt en dat als uitkijk op de berg geplaatst: Op een namiddag lopen wij er over Timo's paden naar toe:



Vanuit hier hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving







Ook vertelt Timo ons dat de Caracasbaai, waarop we vanaf de Kabrietenberg een mooi uitzicht hebben,



helemaal niet genoemd is naar de hoofdstad van Venezuela, maar naar de kraken (Kraecken), de boten waarmee vroeger de lading uit de grote schepen werd vervoerd naar het eiland.
Op deze foto is bovendien goed te zien dat voorheen het Spaanse Water via de Caracasbaai in directe verbinding stond met zee. Vroeger was op het eilandje het quarantainegebouw gevestigd, waar mensen met besmettelijke ziektes een tijdje in isolement konden verblijven. Het was de Shell die hier in het midden van de vorige eeuw olie opslag tanks bouwde en om die beter te kunnen bereiken van het eiland een schiereiland maakte.
Maar wandelen is niet het enige dat we doen. Frits maakt boven de kuip een multifunctioneel afdak dat ons tegen de zon beschut:



Het heeft bovendien een speciaal opslaand luik om de luchtcirculatie te stimuleren



Verder hebben we er prachtige lichtjes op gemonteerd, zodat we nu in de avonduren in de hele kuip kunnen lezen











maar dat is nog niet alles, want het dak is tevens regenopvang:



Uiteindelijk wordt het geheel afgewerkt met strakke rails waar de zonnekleedjes ingeschoven kunnen worden:



Tussen de werkzaamheden door krijgen we bezoek



of vieren we feest met een mangotaart



Maar er zijn ook minder leuke momenten. Als ons rookoventje op de butagasbrander buiten te heet wordt smelt de houder van de gasbrander en ontstaat er een enorme steekvlam. Frits komt op mijn geroep naar buiten gesneld en probeert de brander te pakken, juist als die vlam vat met naar buiten stromend vloeibaar gas. Gelukkig snijdt deze explosie de zuurstoftoevoer af, zodat het vuur dooft. Wel heeft Frits zijn neus verbrand en is het gashoudertje klaar voor de prullenbak:



Als we deze schrik weer achter de rug hebben krijgen we in de stad een andere schok: sinterklaas komt hier ook en wel vergezeld van een grote groep zwarte pieten. En hoe vrolijk het er misschien van buitenaf ook uitziet,



feit blijft dat zwarte piet niet meer van deze tijd is, zeker niet in deze omgeving. Vreemd hoe Nederlandse gewoontes kennelijk nog steeds hun stempel ook op het straatbeeld hier drukken....ik voel me er zeer ongemakkelijk bij.

Maar uiteindelijk genieten we de volgende dag weer met volle teugen van de pracht die het eiland te bieden heeft tijdens een eilandttoer met vriendinnen Ini en Shelley:
We bezoeken een afgelegen strandje bij Boka Sami



We drinken een verfrissend glas zuurzakdrank bij Hofi Pastor



en maken daar vervolgens een prachtige natuurwandeling







en bewonderen de eeuwenoude katoenboom







We horen en zien de zee naar binnen denderen in de grot van Boka Tabla



Daarna krijgt de innerlijke mens weer alle aandacht van Gerard op de veranda van zijn huis op de berg







We eindigen deze heerlijke dag met een indrukwekkende zonsondergang bij het zoutmeer







DECEMBER 2012

Na 3 fantastische maanden op Curacao is het tijd om afscheid te nemen van alle vrienden en te vertrekken. We beginnen vast te groeien:



We maken eerst nog even een tussenstop in de baai van Santa Cruz



om de rompen schoon te maken. Als we de ergste plakken aangroei eraf gestoken hebben kunnen we de stevens westwaarts richten en Curacao echt achter ons laten



We hebben een prima overtocht naar het 550 zeemijl verder gelegen Jamaica



Alleen de laatste mijlen valt de wind weg en moeten we toch nog de motoren bijzetten om ons doel te bereiken



Zo arriveren we na ruim 3 dagen in Port Antonio. Bij aankomst rond 12 uur 's nachts ruiken we de houtskoolvuurtjes van de wal: dit kennen we nog van Afrika!
We kunnen de volgende morgen in de marina inklaren en als de formaliteiten eenmaal afgerond zijn, gaan we het kleurrijke, gezellige stadje verkennen.











Jamaica wordt in de verhalen als het meest Afrikaanse eiland van de Caribbean gekarakteriseerd en dat beeld komt aardig met onze waarnemingen overeen. Het is overal een drukte van belang, er is een prachtige waren- en groenten markt, en daarnaast zijn er overal op straat handeltjes en stalletjes. De mensen zijn snel in het leggen van contact: iedereen wil wel iets van ons. Zoals bijvoorbeeld de schooljongens die sponsoren voor hun cricketteam zoeken. Onze bescheiden bijdrage (onder voorwaarde dat ze dan ook zullen winnen) wordt zeer gewaardeerd.
Op de markt blijkt dat de orkaan Sandy hier hard heeft toegeslagen. Er zijn geen mango's te verkrijgen, de bananen zijn schaars, veel andere producten zijn duur: eigenlijk heeft de orkaan de oogst hier grotendeels vernietigd. We zien overal afgewaaide daken en omgewaaide bomen en palen. Kortom: Sandy heeft het oosten van Jamaica veel schade toegebracht.

Het motto van het land is 'Out of many one people'. Ik vind dit motto mooi weergegeven in deze muurtekening bij een school:



Met onze vrienden, die bij ons even de Nederlandse winter komen ontvluchten vieren we kerst aan boord:







Maar ook op straat is het hier kerstmis



terwijl er bovendien langs de weg speciale, traditionele kerstoptochten worden gehouden



We maken verschillende wandelingen in de omgeving, onder andere naar de oude villawijk Titchfield, op het schiereiland naast onze ankerplek, waar de middelbare school er strenge kledingvoorschriften op na houdt:



Vanaf de rotsen waarop de school, een oud militair fort, gevestigd is, kijken we uit over zee en zien een koufront (het is nog altijd 25 graden) met bijbehorende regen passeren



We verkennen naast de cultuur ook de Jamaicaanse natuur tijdens een wandel- en bustocht naar de bijzondere Reach Falls



en de volgende dag met een huurauto door de Blue Mountains (met toppen tot meer dan 2000 meter hoogte):







We passeren schilderachtige de dorpjes in de bergdalen, waar de reggaeklanken ons vol warmte tegemoet stromen:







Via een prachtige route door het regenwoud afgewisseld met boerenakkertjes en indrukwekkende vergezichten



















rijden wij naar de hoofdstad Kingston, waar we ons onderdompelen in het woelige straatgebeuren in het centrum van de stad















Na deze belevenis, doen we de volgende dag wat de gidsen op straat in Port Antonio ons al dagen proberen te verkopen, we maken een rafttocht op bamboevlotten over de Rio Grande:



De volgende dag wordt het tijd om weer eens verder te trekken, dus lichten we het anker en zeilen naar de prachtige beschutte baai van Oracabessa:











Na de met muziek vervulde nachten in Port Antonio genieten we hier van de rust



We maken een prachtige snorkelexpeditie door het grillige onderwaterlandschap en een heerlijke wandeling door het gezellige dorpje Oracabessa. De volgende dag vervolgen we onze tocht langs de Jamaicaanse noordkust richting Ocho Rios en Montego Bay. LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2013


JANUARI 2013

En zo is het dan 2013 geworden.
We hebben de jaarwisseling ook dit jaar weer passend gevierd met oliebollen bakken en opeten in bikini











We zeilen langs de noordkust van Jamaica. We zien in de verte zich een waterval in zee storten



We snorkelen



en zien onder water, verdekt onder het zand, een pijlstaartrog liggen



We doen enkele plaatsjes aan. Hier en daar verkeert men nog in kerstsfeer



De baai van Falmouth wordt afgeschermd door een mangrovebos, een traditionele schuilplaats tijdens orkanen. Toch is ook dat geen garantie voor het heelhuids een orkaan doorstaan zoals de volgende beelden getuigen:







Wij bezoeken in dit gezellige stadje de markt, waar we de overal in dit land gebruikelijke handkarren fotograferen



en bij een visser die bij ons komt buurten kopen we een vis met een hele grote mond (een snoek noemt hij hem):




Uiteindelijk komen we in Montego Bay aan. Een vrij toeristisch maar toch een leuk stadje. Als we op zondagmiddag een wandeling door de stad maken lopen we langs een open lucht kerk







We dachten dat er in Brazilie veel kerkgenootschappen waren, maar het ziet ernaar uit dat dit land op dat gebied helemaal de kroon spant: elk genootschap waarvan ik ooit gehoord heb lijkt hier wel vertegenwoordigd te zijn.

Maar er is meer.

Montego Bay is de geboorteplaats van dominee Sam Sharpe, een van de nationale helden van Jamaica.
Sharpe werd in 1801 als slaaf geboren. Desondanks leerde hij vanwege zijn opvallende intellect, al jong lezen en schrijven en bracht hij het tot dominee in de Baptistengemeente.



Het onrecht van de slaverij was hem een doorn in het oog en hij predikte in zijn gemeente dat de mens volgens de bijbel geen twee heren kon dienen en dat de slavernij dus in tegenspraak was met het geloof.
Al sinds het einde van de achttiende eeuw was er in Engeland een beweging gaande die, nadat zij in 1807 de slavenhandel wettelijk verboden had gekregen, nu pleitte voor de volgende stap: de wettelijke afschaffing van de slavernij. Deze beweging is bekend geworden als de Abolitionistenbeweging.



Het bleek een lange en moeizame strijd.
Intussen deden er overal in de kolonien onder de slaven vele geruchten de ronde. Een van deze geruchten, die onder andere in Jamaica opgeld deden was dat het Britse Parlement de slavernij weliswaar had afgeschaft, maar dat de koloniale bestuurders en de planters in de kolonien de uitvoering van de wet tegenhielden.
Dit gerucht bracht Sharpe ertoe in 1831 een staking af te kondigen: de stakers zouden na kerstmis alleen weer aan het werk gaan als vrije mensen en tegen een redelijk loon.
De kersttijd was een strategisch goed gekozen moment voor de staking want dat was de tijd van de suikeroogst. Sharpe hoopte dat de planters de slaven een loon zouden betalen om toch zo de oogst binnen te halen.
Hoezeer Sharpe zijn staking ook vreedzaam had bedoeld, de actie die zich als een lopend vuur over het hele land verspreidde en waarbij meer en meer slaven zich aansloten, escaleerde al gauw. Zo ontstond de Christmas Rebellion, een van de hoogtepunten in de strijd voor de afschaffing van de slavernij in de Britse kolonien. De opstand duurde 10 dagen en 60.000 van de 300.000 slaven op Jamaica deden eraan mee.
200 slaven en 14 planters en opzichters kwamen tijdens de opstand om het leven. De schade was enorm.




Uiteindelijk werd de opstand bloedig onderdrukt. Honderden rebellen werden opgepakt, 750 mensen werden veroordeeld, van wie 138 de doodstraf kregen. Sam Sharpe werd op 23 mei 1832 op het marktplein van Montego Bay geexecuteerd. Zijn as werd in het zand van de haven verstrooid. De eigenaar van Sharpe kreeg een schadevergoeding van 16 Engelse ponden, hetgeen kennelijk beschouwd werd als de waarde van het 'kapitaalgoed' Sam Sharpe.
Een week na de executie benoemde het Britse parlement een commissie die moest gaan onderzoeken hoe de slavernij kon worden afgeschaft.
Onder de planters was de angst voor een totale oorlog intussen zo groot geworden, dat velen geneigd waren dan nog maar liever eieren voor hun geld te kiezen en afschaffing van de slavernij de accepteren.
Op 1 augustus 1833 werd uiteindelijk de slavernij in de Britse kolonien afgeschaft.



De kerstmisopstand was niet voor niets geweest. Deze opstand vormde uiteindelijk de laatst stap in de langdurige strijd. Een strijd die zowel in Groot Brittannie, maar vooral ook vanaf het begin van het slavernijdrama door de gevangen zelf op de slavenschepen en door de slaven op de plantages, voor het herstel van de menselijke waardigheid en de afschaffing van de slavernij gevoerd werd.



Tegenwoordig heet het marktplein in het centrum van het Montego Bay Sam Sharpe Square en op het plein staat een indrukwekkende beeldengroep ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen rond kerstmis 1831.



Deze update van de site is voorlopig even de laatste - wij zijn nu onderweg naar Cuba en daar kun je je site niet uploaden.
Wij hopen iedereen eind februari vanuit de Dominicaanse Republiek op de hoogte te kunnen brengen van onze avonturen op Cuba!





FEBRUARI 2013

Cuba deel I
Na een voorspoedige overtocht komen we in twee en een halve dag zeilen (en het laatste stukje motoren omdat de wind wegvalt) aan in Cienfuegos, Cuba.
We waren al vaker in Cuba, maar nog nooit op eigen kiel.
Ze zijn hier nog niet zo gewend aan van die zeilers die hun eigen gang gaan, en daarom zijn er maar een paar plekken waar je in Cuba van de boot af mag. Dat kan alleen in een paar plaatsen waar een 'marina' is. En dan nog moet je een hoop papierwerk afhandelen en je voor iedere vaarbeweging melden en laten controleren.
Dat gebeurt hier wel door uitermate vriendelijke en behulpzame beambten, en ook al duurt het allemaal meestal wel even, het is niet erg, omdat het met een glimlach gebeurt. Zo ook in Cienfuegos, waar we na een ochtend met bezoek van allerhande autoriteiten uiteindelijk dan toch aan wal mogen.
We voelen ons meteen thuis in dit land met zijn vriendelijke, vrolijke mensen, al is het met het Spaans natuurlijk wel weer even oefenen.
We kijken hier na het drukke en hectische verkeer in Jamaica onze ogen uit naar de lege wegen



Afgezien van het rustige verkeer, trekken hier ook de types vervoermiddelen de aandacht











evenals de verbodsborden op straat



We pakken zelf ook de fiets



en gaan op verkenning uit. We komen onderweg een prachtige kermisattractie tegen:







en worden daarna aangesproken door Guillermo,



die ons naar 'Proyecto Reina' brengt, een duurzaam kunstanaarscollectief, dat op ecologisch verantwoorde wijze een beeldentuin onderhoudt















Vervolgens worden we voorgesteld aan Jose Basulto, een bekend Cubaans magisch schilder, die ook deel uitmaakt van het collectief. Wij maken foto's van zijn werk met als doel om het hier, via onze site meer bekendheid te geven.



























Na dit boeiende bezoek rijden we verder naar zee en daar maken we de tewaterlating mee van een uit piepschuim en hout gebouwd zeilbootje:











Als we 's avonds thuiskomen trekt er een 'frente frio', oftewel een koufront over, en daaraan merken we dat we nu toch een stuk noordelijker zitten. De sokken moeten erbij aan en we eten hutspot:



De volgende dag is het zondag en die middag wordt er een voorstelling gegeven in de casa de musica. Wij zijn natuurlijk van de partij en genieten een middag lang, gezeten onder de bougainvillea van dans, zang en dichtkunst.



















Daarna wordt het tijd om met onze huurauto eerst onze vrienden van vroeger op te zoeken, in Playa Giron, oftewel Varkensbaai. De dames weten niet wat ze zien als wij plotseling opduiken. We worden meer dan hartelijk onthaald en voelen ons geweldig welkom bij Danay, Lucia en Melany en hun overige familieleden. Het gelukkig weerzien wordt op de gevoelige plaat vastgelegd:



Zoals gebruikelijk nemen we onderweg lifters mee en zo maken we kennis met Pedro, die doordat hij een aantal jaren in (vormalig Oost-) Duitsland heeft gewerkt, vloeiend Duits spreekt. Wij worden hartelijk door hem en zijn vrouw ontvangen en krijgen van hen sinaasappels en kokosnoten mee voor onderweg:



We rijden door richting het noorden, om onze gasten te gaan ophalen. Onderweg komen we langs vele suikerrietplantages. Als we een nog werkende suikerfabriek zien, stoppen we om dit eens van nabij te kunnen bekijken. Frits kijkt met extra interesse, omdat hij is opgegroeid naast de bietsuikerfabriek van Hoogkerk, waar hij zelfs tijdens zijn opleiding nog stage heeft gelopen.







Zo rijden we naar Matanzas, waar ik een kantoor zie met als opschrift: stadshistoricus.



Dat lijkt me interessant, dus ik loop binnen en maak kennis met Dr. Ercilio Vento. Het blijkt dat elke stad hier een eigen historicus heeft en dat er voor historici veel emplooi is. Het is extra leuk om juist hier kennis te maken met de stadsgeschiedenis. Immers in Matanzas veroverde Piet Hein, door listig van de noordenwind gebruik te maken de zilvervloot van de Spanjaarden, en wist zo een foruin buit te maken, waarmee een groot deel van de onafhankelijkheidsoorlog van de Zeven Provincien kon worden gefinancierd. Dr Ercilio Vento weet alles van deze geschiedenis, en heeft op zijn kamer een groot schilderij van Piet Hein hangen, en vertelt dat er binnenkort een boek van zijn hand over deze in Nederland zo onbekende bekende geschiedenis zal verschijnen. Hij laat me het manuscript zien.
En zo rijden we verder naar het vliegveld, waarbij we nog getuige zijn van een paardenbad in een modderpoel langs de kant van de weg:



Er mag in Cuba gebrek zijn aan veel, wij zijn hier graag. De mensen zijn ongelooflijk aardig en vrolijk en waar we ook komen, we voelen ons welkom en worden telkens opnieuw warm en gastvrij onthaald.


FEBRUARI 2013: Cuba deel 2

Nadat we onze gasten Ina en Janny op het vliegveld van Varadero hebben opgehaald rijden we met onze huurauto Havanna in over de befaamde Malecon.







Hoewel het voor ons niet de eerste keer is dat we Cuba bezoeken, is het altijd weer een belevenis om een paar dagen in deze tot de verbeelding sprekende stad te zijn. We bezoeken enkele highlights en worden natuurlijk ook weer handig door de hosselaars ingepakt, zodat we op een gegeven moment voor een astronomisch bedrag een drankje drinken in de Buena Vista club



We bewonderen de prachtige oude gebouwen en bouwvallen











en zien dat er op verschillende plekken druk gewerkt wordt om het werelderfgoed overeind te houden



Na een dag zwerven door deze indrukwekkende omgeving, staat er dan ineens een muziekgroepje voor ons dat speciaal voor ons een paar bekende nummers ten gehore brengt, zoals bijvoorbeeld 'Guantanamera' (= meisje uit Guantanamo)



Na 2 intensieve dagen Havanna rijden we terug naar Cienfuegos, waar we de boot hebben achtergelaten.
Onderweg passeren we schilderachtige plattelandsdorpjes waar de tijd een eeuw lijkt te hebben stilgestaan



krijgen we suikerriet om op te kauwen bij een eenheid van suikerriet arbeiders op het land



zien we een andere groep boerenarbeiders aan het werk op het veld



en passeren we gebieden met enorme rookgordijnen, waar ze de velden aan het afbranden zijn om ze zo ten koste van enorm veel rook- en roetvervuiling, weer rijp te maken voor nieuwe beplanting



In Cuba is het transport nog altijd een enorm probleem. Zo valt er op deze provinciale weg, zelfs al zou je dat ondanks het inhaalverbod willen, niemand in te halen



Maar de Cubanen zijn niet voor een gat te vangen en dat levert een straatbeeld op met de meest uiteenlopende transportvormen:



























Erg hard moet je trouwens sowieso beter niet willen rijden, gezien de kwaliteit van de wegen



Natuurlijk kom je onderweg nog altijd stevige revolutionaire leuzen en opwekkende teksten tegen:











en worden de helden nog overal met gepaste trots geeerd











maar toch roepen een aantal zaken die we hier tegenkomen vragen op over hoe het er met het revolutionair elan voorstaat. Voor CUC ('convertibles' oftewel geld dat tegen harde valuta kan worden ingewisseld) is veel te koop. Daarnaast heb je de economie die draait op 'moneda nacional' de peso waarvan er 25 in een CUC gaan. Er bestaat in Cuba een complete dubbeleconomie. Een Cubaan verdient gemiddeld slechts 12 CUC per maand, met als gevolg dat er voor hem of haar bar weinig te kopen valt buiten de eerste levensbehoeften. Natuurlijk staat daartegenover dat onderwijs en gezondheidszorg van goede kwaliteit en gratis zijn, maar als je niet in de buurt van een ziekenhuis woont, zoals onze vrienden in Varkensbaai, dan is die voorziening nog niet bereikbaar met een zieke, omdat het geld voor transport ontbreekt.
Intussen wordt de toerist met alle mogelijke voorzieningen vertroeteld, die in deze dubbelwereld onbereikbaar blijven voor de Cubanen.
Wat met name verbazing wekt en een onaangenaam gevoel geeft, is het feit dat de Cubanen verre gehouden worden van de jachten. De reden hiervoor schijnt te zijn dat men nog altijd bang is dat ze hun land stiekem ontvluchten. Dit heeft voor ons nogal wat consequenties. Zo moet je overal in- en uitklaren, hetgeen vergezeld gaat van een persoonlijke inspectie van de grenspolitie aan boord - om te controleren of geen Cubanen aan boord zijn verstopt. Dat heeft weer tot gevolg dat je alleen daar van je boot af mag waar voorzieningen (lees: functionarissen) zijn die dit soort controles mogen uitvoeren. En dus kun je met je boot in Cuba maar op een paar plaatsen terecht.
Dat merken wij als we in Casilda zijn, het vissersplaatsje bij de monument-stad Trinidad de Cuba. We liggen hier in de 'marina' in een baaitje zo ver mogelijk van de stad verwijderd, prima beschut door mangroves rondom.... tussen hordes vliegen en stekebeestjes. Dus willen we overdag graag buiten bereik van het ongedierte liggen. Maar daarvoor moeten we dus wel weer de inspectiebeambte laten opdraven (die komt op zijn brommer speciaal hiervoor voorgereden), zowel bij vertrek al bij terugkomst. Buiten de baai hebben we wat meer bewegingsvrijheid en genieten we van een heerlijke dag snorkelen en kunnen we bovendien ons onderwaterschip schoonmaken







de vogels in de mangrove bekijken



en een kort bezoek krijgen van een plaatselijk vissertje







bij wie we ons diner inkopen



De enige plek waar je min of meer ongestoord kunt rondvaren en waar ook meer mogelijkheden zijn om zonder allerlei toezichthoudende uniformen (er woont hier verder niemand) contact te leggen met de vissers is in het natuurgebied Jardines de la Reina (tuinen van de koningin).







We zwerven hier gedurende een week rond



en maken kennis met de kreeftvissers die hier hun werk doen.



Zij varen op ferrocementkotters van de staat en duiken op de rand van het rif naar kreeften. De kreeften zijn bedoeld voor export. Ze bemannen de kotters met 7 man die meestal 10 dagen achtereen werken en daarna 5 dagen vrij hebben.
Onze verschijning wekt de belangstelling en in hun bijboten komen ze bij ons langs. We ruilen vis met hen voor shampoo, zeep en rum en na het werk komen ze een praatje met ons maken. De volgende morgen brengen ze ons een ontbijt van kroketjes en toost.



Enkele dagen later komen we langs een station in een baai waar de oude ferrocementboten worden afgezonken







hetgeen een soort van kotterkerkhof oplevert.
De bemanning van het vissrijstation komt naar ons toe en biedt ons als geschenk een zak voor kreeft en vis aan. Die avond hebben we een luxediner van kreeft (3 stuks voor elk) met tomatensalade en aardappelkrokjes op tafel



Daarna wordt het tijd om weer verder te trekken en we zeilen onder de imposante toppen van de Sierra Mestre door



waarna we met veel wind (kracht 8) in Santiago de Cuba arriveren. Hier liggen we in een prachtige baai, die helaas enorm vervuild is, waardoor de boot geheel overdekt raakt met oranje stippen, de neerslag van een nabijgelegen cementfabriek.
Maar daardoor laten we ons niet weerhouden om de fiets te pakken naar de stad



en een wandeling te maken naar een scheepswerf van de Nederlandse frima Damen



die hier al 15 jaar actief is.
Een andere wandeling brengt ons naar het fort El Morro, aan de ingang van de baai,



waar we een expositie aantreffen waarin onze nationale held Piet Heyn







teruggebracht wordt tot wat hij eigenlijk was: een van de vele 'pirates of the caribbean' die in opdracht van de Nederlandse staat jacht maakte op de vijand van de Republiek: Spanje. Op deze erfvijand maakte hij in de baai van Matanzas de zilvervloot buit, met een waarde van 12 miljoen - geld waarmee de Republiek vervolgens de strijd tegen Spanje verder kon bekostigen.
Vanuit het fort El Morro



hebben we een prachtig uitzicht op onze Bella Ciao tegen het decor van de Sierra Mestra.



Terug aan boord zijn we na onze wandeling onder de brandende zon hard toe aan een koele slok kokossap:



en maken we ons op voor het afscheid (met alle daarbij behorende inspecties) van dit fascinerende land met zijn uitermate sympathieke bevolking. We nemen een lijst met adressen mee van mensen met wie we graag in contact willen blijven.

Eind FEBRUARI/begin MAART 2013: Haiti, Ile a Vache

Zo laten we, na bijna 6 weken, Cuba achter ons voor een nieuw avontuur: Haiti. Er is maar een plek in dit allerarmste land op het westelijk halfrond waar je als bezoeker veilig terecht kunt en dat is het Ile a Vache, een klein eiland met naar schatting 12.000 inwoners, aan de zuidwest kant van Haiti.
Wij zeilen in anderhalve dag daarheen. Als we bij nacht langs de westkust varen duiken er uit de duisternis ineens een paar (ongemotoriseerde) kano's op met schreeuwende mannen, die proberen onze boot aan te klampen. Ze konden ons bij het licht van de bijna volle maan al van verre zien aankomen, en dus is de enige conclusie dat ze op ons hebben liggen wachten....waarvoor? We weten het niet, misschien waren het bootvluchtelingen of wellicht ook hadden ze minder vreedzame bedoelingen... Het gaf ons in elk geval een onprettig gevoel. De Bella Ciao is vanuit de kano's gelukkig te hoog en te snel zodat we hen gemakkelijk achter ons laten. Tja...dit kun je dus verwachten in een land waar armoede de norm is.
Na dit nachtelijke avontuur staat ons de volgende dag nog een pittige ronding van Kaap Tiburon te wachten, met hoge golven en de wind bijna recht tegen.



We doen er lang over voordat we uiteindelijk ons reisdoel in zicht krijgen







waar we in de Baie de Feret onder de rook van het hotel in Port Morgan voor anker gaan.

Wat voorafging in vogelvlucht

Dit land, dat samen met de Dominicaanse Republiek op het eiland Hispaniola ligt was waarschijnlijk het eerste Caribische eiland waar Columbus voet aan wal zette.
Op dat moment woonden er ca 400.000 Taino, die 30 jaar later als gevolg van ziekte en misbruik door de Europeanen verdwenen waren.
Het westelijke deel van het eiland werd in 1697 officieel Frans. Zo ontstond de Franse kolonie Saint Domingue. De Fransen maakten er een gigantische suikerproducent van en brachten met dat doel grote aantallen gevangenen uit Afrika over om als slaven op de suikerplantages te werk gesteld te worden.
Saint Domingue werd een van de rijkste kolonien ter wereld, met aan het eind van de 18e eeuw 40.000 kolonisten en meer dan een half miljoen uit Afrika gedeporteerde slaven.
In de loop der jaren hadden nogal wat slaven weten te ontvluchten naar de bergen waar ze hun eigen, vrije gemeenschappen vormden. In deze gemeenschappen overleefden vele Afrikaanse gebruiken, zoals bijvoorbeeld het feit dat vrouwen tot op de dag van vandaag zware vracht op het hoofd vervoeren (zoals blijkt uit onderstaand schilderij van een hedendaagse markt in Haiti)



en de animistische rituelen die in Haiti de vorm van voodoo aannamen.
Naast deze bevolkingsgroep was er een grote groep 'mulatten', kinderen van witte planters en zwarte slavinnen, die door hun vaders in vrijheid waren gesteld.
Toen in 1789 Frankrijk de bekende revolutie beleefde met als motto: vrijheid, gelijkheid, broederschap, bleek dit niet direct van toepassing te worden op de kolonien: de vrije mulatten eisten gelijkheid, maar kregen deze niet en voor de slaven ging de vlieger van de vrijheid ook al niet op.
Om deze rechten toch op te eisen begonnen de vrije slaven vanuit de bergen, onder leiding van de legendarische Toussaint l'Ouverture



een bevrijdingsguerilla. En ze hadden succes. Ze dwongen de afschaffing van de slavernij af. Maar door verraad werd Toussaint l'Ouverture gevangen genomen en kwam om in een Franse gevangenis.
Een van zijn generaals, Jean-Jacques Dessalines, nam de leiding van de rebellen over, want het doel van de strijd was meer dan afschaffing van de slavernij: men wilde gelijkheid en dat leek alleen haalbaar als de Franse kolonisten het land zouden verlaten.
Dessalines, zo gaat het verhaal, scheurde in 1804 de witte band uit de Franse vlag, gooide de gehate witte kolonisatoren het land uit en naaide het rood en blauw weer aan elkaar. De uiteindelijke vlag werd nog wat mooier gemaakt met een heldhaftig wapenschild



Zo was in 1804 het eerste zelfstandige land in het Caribisch gebied een feit, en het land werd naar de oorspronkelijke Taino naam van het eiland Haiti genoemd, hetgeen bergland betekent.
Zoals de Franse Revolutie uitmondde in een steeds gruwelijker bloedbad en eindigde met de zelfkroning van Napoleon Bonaparte tot keizer, zo liepen de zaken ook in Haiti uit de hand. Ook Dessalines kroonde zichzelf tot keizer en werd mede als gevolg van zijn dictatoriale machtsuitoefening in 1806 vermoord. Dit was de start van een eindeloze reeks staatsgrepen, moorden en gewelddadigheden, die het land uiteindelijk in de totale chaos deden belanden. Een van de eerste presidenten tekende met Frankrijk een verdrag waarbij hij diplomatieke erkenning voor zijn land kreeg in ruil voor een schuldbekentenis voor een astronomisch bedrag, waardoor Haiti het eerste derde wereldland werd: geen goede start voor een nieuw land.
Naast met ernstige financiele problemen kampte het land ook met een grote interne politieke instabiliteit, die vooral veroorzaakt werd door strijd tussen de zwarte gemeenschap van de voormalige slaven en de gemeenschap van de mulatten. Van de 22 staatshoofden (hieronder worden ze allemaal tot 2004 afgebeeld) tussen 1843 en 1915 diende slechts een zijn hele termijn uit, de rest werd vermoord of verdreven.



Bij deze beroerde start, de slechte financiele toestand en de interne politieke strijd, speelde natuurijk een belangrijke rol dat de eerste zelfstandige zwarte staat op het westelijk halfrond op weinig sympathie vanuit Europa kon rekenen. Men vreesde er daar vooral voor dat het revolutionaire vuur naar de (slaven in de) andere kolonien zou overslaan. Men erkende het jonge land niet en in economisch opzicht werd het door Europa (toch de belangrijkste afzetmarkt van de producten) geboycot. Al met al was Haiti vanaf het begin dus eigenlijk kansloos.
De twintigste eeuw bracht geen verbetering: staatsgrepen, Amerikaanse invasies en dictatoren bleven elkaar afwisselen. Van deze laatste waren tussen 1956 en 1986 de beruchte Papa Doc en Baby Doc (Duvalier), met hun knokploeg Tontons Macoutes die het hele land terroriseerden de meest bekenden, maar niet de enigen.
Tel bij al deze mislukkingen nog eens de nodige natuurrampen: Haiti ligt op de route van veel orkanen die de Caribische regio met grote regelmaat aandoen en het land werd in 2010 getroffen door een enorme aardbeving, die 200.000 doden veroorzaakte. Je vraagt je af waar mensen de hoop uit putten om vol te houden.
Inmiddels is het land vrijwel geheel afhankelijk van externe hulp, hetgeen in de praktijk betekent dat het min of meer onder internationale curatele staat.
Inmiddels heeft men het motto van de vlag veranderd in 'L'union fait la force' (eendracht maakt macht) hetgeen gezien de geschiedenis van dit land meer een vurige wens dan de werkelijkheid lijkt uit te drukken.

MAART 2013: De klok meer dan een eeuw teruggezet

Wij zijn een week op Ile a Vache geweest. We hebben ons hier steeds veilig en welkom gevoeld. De aankomst bepaalde direct de sfeer: hier wordt nog gevist vanaf ongemotoriseerde zeilboten, in zogeheten 'bois fouille'







Op he eiland zijn geen verharde wegen



en ook geen auto's, alles gaat te voet of te paard.
De mensen van het plaatsje Kaykock, langs de baai waar wij verbleven,



waren druk met het zoeken van allerlei manieren om wat geld te verdienen. Dat gebeurt vooral door in boomstamkano's de bezoekende boten langs te gaan en te vragen of er nog werk is. Bij aankomst geeft dat een behoorlijk chaotische toestand, met wel 5 of 6 boomstamkano's met (jonge-) mannen die zich voorstellen en je komen vertellen wat ze allemaal voor je kunnen doen. Er liggen bij Kaykock tussen januari en mei gemiddeld zo'n tien boten, en vele zeilers laten hier hun boot schoonmaken. Door dit soort activiteiten verdient een deel van deze gemeenschap in het half jaar dat er zeilers zijn, zijn schoolgeld, zijn dagelijks eten, kleding, schoeisel, etcetera.
Er worden regelmatig klachten gehoord over het werktempo en de kwaliteit van het werk. Misschien speelt daarbij een rol dat veel mensen als ze aan de slag gaan 's morgens nog niets gegeten hebben en dat de indruk bestaat dat de voedingswaarde van wat men eet ook niet altijd voldoende is voor jongemannen in de kracht van hun leven.
Ik ging naar de markt in de hoofdplaats van het eiland, Madame Bernard met mijn gids Villedor: een wandeling van 2 uur door een prachtig landschap



- hij dus op zijn nuchtere maag. Op de markt waren gelukkig genoeg eetstalletjes om een bord eten voor hem te kopen - en voor mij die wel ontbeten had, een flesje frisdrank.
Wij hadden door het neerdalende vuil van de cementfabriek in Santiago de Cuba en door de niet meer actieve antifouling onder water behoorlijk wat werk te vergeven. We besloten om een en ander zo goed mogelijk te verdelen, zodat Edisson en zijn broertje Bithovens het hele dek hebben schoongemaakt en in de was gezet en Ashley het onderwaterschip heeft afgekrabt.
Ook bleek het mogelijk om een ochtend naar de 'vaste' wal te gaan, met een gids. Pipi was onze gids en we stapten 's ochtends om half negen in een overvolle taxiboot naar Les Cayes. Er stonden nogal wat golven onderweg omdat de wind recht de baai in stond, zodat we nat aan de overkant kwamen. De golven stonden recht op de kant en nergens was een aanlegpier of iets van dien aard te bekennen. Alleen een soort vuilnisbelt



Toen bleek dat we eerst overgeladen werden in kleinere bootjes







en dat we vervolgens stuk voor stuk op de rug van een drager op de vuilnisbelt werden afgezet.
Na deze operatie moesten de dragers nog betaald worden en ik stond dat met onze gids te overleggen, toen 'mijn' drager al scheldend en gesticulerend aan kwam zetten, het geld dat ik net aan onze gids had gegeven uit diens handen pakte en scheldend en tierend vertrok....daar sta je dan na een toch al onoverzichtelijke toestand om aan wal te komen, temidden van de vuilnis wel even raar te kijken. Vervolgens liepen we de stad in, de derde stad van het land met zo'n 60.000 inwoners.







We gingen eerst naar de markt inkopen doen. Toen ik onze gids Pipi een ananas aanwees die ik wel wilde hebben vroeg de marktkoopvrouw daarvoor US $ 25,--. Wat??? ja dat meende ze serieus. Nou ja, we liepen dus maar door. Maar de boodschap was duidelijk: hier zijn de verhoudingen totaal zoek en als witten voelden we ons hier niet bepaald welkom. Nog zo'n beeld: het land is straatarm - het duurste gebouw staat op een straathoek (tegenover een ander chique gebouw dat een school is die gerund wordt door een kerkelijke hulporganisatie) en is van de grootste mobiele telefoonprovider - veel mensen hebben te weinig te eten en geen geld om de school te betalen, maar hebben wel een mobieltje....



Na nog een soort van supermarkt (vooral superduur) bezocht te hebben, en een bord eten voor de gids te hebben gekocht, werd de procedure van de heenweg in omgekeerde volgorde afgelegd. Alvorens iedereen weer aan boord was, was er wat tijd om om ons heen te kijken. Naast ons lag een vrachtschip:



De zeilen bestonden uit aan elkaar genaaide lompen - je vraagt je af hoe zo'n schip ooit Kaap Tiburon moet ronden....
Geleidelijk werd onze taxiboot weer volgeladen met mensen en boodschappen







en waren we er niet rouwig om deze ongastvrije, door armoede getekende plek te verlaten



Daar de wind en de golven inmiddels verder waren toegenomen, kwamen we drijfnat terug.
Terug in Kaykock hadden we weer de diverse bezoekers in boomstamkano's die langskwamen. De taal die men thuis leert is Creole, zoals alle eigen Caribische talen een mengeling van Afrikaanse elementen en in dit geval Frans. De meeste bewoners van Ile a Vache hebben op school wel Frans geleerd, maar dat wordt wel op een heel eigen wijze gesproken. 'Gewoon' Frans verstaan is voor ons vaak al lastig dus hier verloopt de communicatie noodzakelijkerwijs nog wat moeizamer, wanneer een boot hier geen 'bateau' heet maar een 'batiment' hetgeen ik in gewoon Frans zou vertalen met 'gebouw'.....maar goed, meestal komen we er met elkaar en enig gduld toch wel uit.
Zo komen er twee jongetjes van 8-9 jaar oud langs, Jacky en Elvin, die na enig heen-en-weer gepraat blijken te vragen of ik ook Engels met ze wil praten....De meeste ouderen die zaken doen met de zeilers kunnen een beetje Engels (van school meestal) en deze kleine mannen willen dat ook. Ik beloof ze om die middag om 4 uur naar de wal te komen en dan met wie zin heeft wat Engels te zullen praten.... Die eerste middag zijn er meteen al zo'n 10 jongetjes (geen meisjes, ook niet als ik vraag of er geen meisjes willen meedoen), die Engels komen praten. Dus op het veldje bij het strand gaan we een kennismakingsgesprekje in het Engels oefenen. Het is een groot succes. En deze jongetjes (tussen de 8 en de 11 jaar oud) blijken net zulke speelse donderstenen als hun leeftijdsgenoten in Nederland. Ik geniet van ze. En ze willen morgen weer. Gelukkig weet een van hen dan een lokaaltje bij de school te regelen, zodat we niet meer de hele tijd last hebben van mieren en ander stekend ongedierte dat ons tijdens het zingen van de Engelse variant van vader Jacob afleidt.







Jammer genoeg lukt het niet om een krijtje te regelen om de geleerde woorden en teksten ook nog op het schoolbord te schrijven



Als dank komt de volgende dag een van de jongetjes met een zakje met cashew vruchten







Omdat we in het begin in de open lucht zaten en later uit volle borst zongen werd al snel door het dorp heen bekend dat ik Engels spreek met de kleine jongens. Dus al snel zijn er een paar ouderen die aangeven dat zij zoiets ook wel graag zouden willen....Omdat deze vraag van Edisson en zijn broertje komt wil ik geen nee zeggen. Edisson kan al redelijk wat Engels en zijn droom is om dokter te worden. Zijn broertje van 16 is bij hem in de leer voor het werk op de zeilboten en kan nog niet zoveel Engels, dus die wil ook graag mee, evenals hun oudere broer Nickenson, die ziek is en niet kan werken en een neef. Dus zo heb ik een tweede groepje Engels praten



De algemeen heersende gretigheid om dingen te leren en om naar school te gaan hier is bepaald hoopgevend. Er zijn genoeg jongeren die als ze de kans krijgen slim genoeg zijn om door te leren en zo een andere toekomst mogelijk te maken. Voor velen is evenwel het schoolgeld van US $ 50 per jaar te veel en daardoor gaan veel jongeren hier slechts zo nu en dan (als er geld is) naar school. daarbij komt dat ze voor veel opleidingen naar de wal, naar Les Cayes moeten, hetgeen betekent de extra vervoerskosten van het taxiboot en verblijfskosten aldaar voor de periode van de school. Alleen Ashley, die ook voor ons werkte verdient op het moment voldoende om zo nu en dan en Les Cayes een beroepsopleiding voor electrotechniek te volgen. Weliswaar heeft Ile a Vache nu nog geen electriciteit, maar wellicht kunnen jongeren als hij daar verandering in gaan brengen.
Niet alleen is er op dit eiland geen electriciteit, er is ook geen stromend water: over het hele eiland verspreid zijn met hulp van buitenaf (onder meer van de bezoekende zeilers) 40 waterpompen aangelegd, die aangesloten zijn op ondergrondse reservoirs. Hier komt de hele gemeenschap water halen



Maar er gebeurt hier meer. Op het strand een scheepswerfje waar heel basic scheepjes worden gebouwd:







vlakbij wordt hout gespleten



om er planken van te maken



verder wordt er hier veel op kreeft gevist en dat gebeurt hier met behulp van prachtige rieten manden



En natuurlijk is er dus de visserij in de goed zeilende zeilboten:







en door duikers vanuit kano's



Helaas is de opbrengst van deze visserij zeer gering: de uitrusting is niet goed genoeg om op de diepte te werken waar de grotere vis zich bevindt.
Zelfs vanuit boomstamzeilkano's probeert men toch nog wat vis binnen te halen :



En zo breekt de dag van het afscheid aan. In mijn 'klasje' oefenen we hoe je elkaar in het Engels gedag zegt en zingen weer een paar liedjes. Als ik uiteindelijk de les beeindig en de jongetjes vaarwel zeg tot volgend jaar hangen er ineens 12 jongetjes aan mij: ze vinden dit veel te leuk en willen niet dat ik wegga. We wandelen met ons allen naar de bijboot, zingen nog maar eens onze liedjes onderweg en uiteindelijk proberen ze allemaal aan boord te klimmen. Maar dat kan niet, dus we nemen toch echt afscheid aan het strand.







Vlak voordat we de volgende ochtend wegvaren komt nog Nickenson in een kano langs: of we geen manieren weten om op het eiland zelf een technische school te krijgen, waar loodgieterij, electrotechniek en andere beroepsopleidingen onderwezen worden. We beloven om te gaan uitzoeken wat de mogelijkheden zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat de motivatie om te leren hier enorm is, dat er behoefte is aan vakgerichte opleidingen en dat er genoeg mensen zijn die de capaciteiten bezitten om aan de slag te gaan.
Zo nemen we diep onder de indruk van alles wat de we afgelopen week hebben gezien en meegemaakt, afscheid van dit supersympathieke eiland met zijn arme maar fantastische bewoners. We hopen door een paar mensen te helpen met plannen die moeten bijdragen aan een verdere opbouw van hun eiland, zoals de opzet van en bewaakte bijboten aanlegplaats, en hopelijk het in samenwerking met anderen in vervulling laten gaan van de wens van Nickenson, misschien toch een heel klein verschilletje te kunnen maken.



MAART 2013: tocht naar het oosten

De afstand tussen Cienfuegos en Sint Maarten bedraagt ruim 1000 zeemijl, oftewel bijna 2000 kilometer.



Het merendeel van deze afstand moeten we tegen de wind (overwegend oost) en de stroom in afleggen. Uit de literatuur blijkt dat de beste strategie hiervoor is om aan de zuidkant van de grote Antillen door te varen en als je dan 's morgens vroeg (rond 6 uur) vertrekt, profiteer je tot 10 uur in de morgen van een landeffect: op zijn minst wordt de passaatwind gedempt door de koele luchtstroom van land naar zee, en als de passaat niet zo sterk staat is er zelfs kans op noordenwind. Zo hebben we al grote delen van de tocht van Cienfuegos naar Ile a Vache afgelegd en op dezelfde manier gaan we nu verder.
Haiti biedt op dit moment nog geen andere veilige havens (naar verluidt) dus gaan we in een keer (150 mijl) door naar Barahonas in de Dominicaanse Republiek. Daarvoor moeten we grote stukken motorzeilen, maar gelukkig is het rustig weer en hebben we dus minder last van golven. Het gaat niet snel, maar na 30 uur varen komen we dan toch te bestemder plekke aan.
Barahonas is een stadje en je kunt er inklaren. Wij vragen dus bij de stadspier waar we moeten zijn en worden naar een rustig ankerbaaitje een paar honderd meter verderop verwezen. Zodra we liggen worden we aangeroepen en verzocht de heren van de douane, immigratie-, gezondheids- en inlichtingendienst (!) op te halen voor inspectie aan boord. Vooraf hebben we begrepen dat men hier niet altijd even vriendelijk is, en dat we goed moeten opletten wat we moeten betalen. Als we opeens 25 dollar meer moeten betalen dan wij uit de vaargids hadden begrepen wordt ons (overigens op vriendelijke, doch vastberaden toon) medegedeeld dat dit een nieuwe regel is....tja, dan sta je toch wel met je mond vol tanden en betaal je maar.



Gelukkig konden we, toen we deze drempel over waren in Barahonas onze geslonken voorraden een beetje aanvullen. De volgende dag regelen we een papier ('zarpe') waarmee we naar de volgende pleisterplaats kunnen varen en vertrekken de ochtend daarop om 6 uur.
In Punta Calderas willen we eigenlijk maar een nachtje blijven, maar hier willen de autoriteiten ons niet de avond vantevoren uitklaren. En 's morgens kan het pas vanaf 7 uur, en dat is voor ons echt te laat. Dus dan zeggen we maar dat we de volgende avond weg willen. Daarvoor komen ze dan weer aan boord en we krijgen de papieren en dan...gaan we niet. Pas de 's morgens om 6 uur zetten we onze tocht weer voort.
Op naar Boca Chica. Vandaaruit willen we Santo Domingo bezoeken. Maar als we buiten de jachthaven willen ankeren krijgen we een bootje met echte machoboys langs, die ons duidelijk maken dat dit zeer ongewenst is. Toch ankeren we bij een klein eilandje en gaan dan met de bijboot richting marina, waar mannen met enorme geweren op alle steigers staan en ons beduiden dat we hier niet welkom zijn....We mogen absoluut niet aan wal. Als de macho's uit het bootje langskomen blijkt een ervan van kustwacht te zijn en die neemt onze papieren aan en dan moeten wij snel weer weg.
We maken via de bijboot en wat achterom varen contact met een paar vriendelijke Noord-Nederlanders die in de haven liggen, maar voor de rest blijven we officieel onwelkom. Gelukkig hebben we wel een goed internet en zien we dat de volgende dag een hele gunstige wind staat om over te steken naar Puerto Rico. Omdat wij ons in dit land met zijn enorme machismo, corrupte autoriteiten, onvriendelijke bewakers en kennelijk enorme criminaliteit helemaal niet prettig voelen, besluiten we om Santo Domingo maar over te slaan en naar Puerto Rico door te varen. Officieel uitklaren lukt niet, zodat ze nog steeds in Punta Cana (dat we als volgende haven hadden opgegeven) zitten te wachten op de Bella Ciao. Jammer dan.
we moeten nu de beruchte Mona Passage oversteken en we krijgen die nacht een straffe wind, kracht 7 met uitschieters naar 8 over ons heen. Maar goed: zo schieten we wel goed op en we kunnen eindelijk weer eens echt zeilen. Het kost ons helaas een gescheurd blok van het tweede rif, maar al met al mogen we toch niet klagen als we de volgende dag rond het middag uur het anker laten vallen in Boqueron.
Een gemoedelijk baaitje met uiterst behulpzame mensen die ons in contact brengen met een taxichauffeur die ons naar Mayaguez kan brengen, de plaats waar we officieel kunnen inklaren. Het gaat allemaal niet heel snel, maar dat hoeft ook niet, en uiteindelijk krijgen we onze cruising permit en overige papieren. Onderwijl heeft onze taxichauffeur ons een heel eind bijgepraat over de geschiedenis van Puerto Rico.
Het is hier lange tijd droog geweest met als gevolg dat het in de omgeving dagelijks brandt:







Als we het schoonmaken een beetje zat zijn varen we (weer in de vroege ochtend) achter de bescherming van de riffen en cayo's door







naar het volgende baaitje.
De Spaanse kolonien kwamen in de negentiende eeuw allemaal opstand tegen het moederland. Daarbij golden de Verenigde Staten, die in 1776 onafhankelijk waren geworden als lichtend voorbeeld. Spaanse kolonien als Cuba en Puerto Rico identificeerden zich hiermee en dat brachten ze ook tot uitdrukking in hun vlag - zowel de kleuren als de ene ster verwijzen hiernaar.







Maar al gauw keerde zich het grote voorbeeld tegen Puerto Rico (tegen Cuba trouwens ook): het eiland werd in de Spaans-Amerikaanse oorlog 1898 door de Verenigde Staten op Spanje veroverd met als doel om er een militair-strategisch steunpunt in het Caribisch Gebied van te maken. Zo belandde het eiland van de regen in de drup, want nu werd het een Amerikaanse kolonie. De eigen vlag werd verboden en pas in de jaren vijfitg weer toegestaan. De koloniale verhoudingen, die je zou kunnen vergelijken met die tussen Curacao, Sint Maarten of Aruba en Nederland riepen de afgelopen eeuw regelmatig grote weerstand op. Puerto Rico heeft zijn eigen regering, stemt niet mee met de Amerikaanse presidents- en parlementsverkiezingen maar moet zich wel voegen naar allerlei Amerikaanse wet- en regelgeving. De hoofdtaal die hier gesproken wordt is Spaans, maar de meeste officiele functionarissen zijn tweetalig. Om het land binnen te komen hebben wij onze Amerikaanse visa nodig terwijl Amerikanen en Puertoricanen vrij tussen 'het continent' en het eiland heen en weer kunnen reizen.

Op onze gemoedelijke (motorzeil-)tocht langs de zuidkust doen wij Ponce aan, een prachtig geconserveerd koloniaal stadje.







Met midden op de centrale Plaza Las Delicias het brandweermuseum:







Onderweg naar het volgende plaatsje: Patillas zien we twee mannen vrij ver op zee zich een ongeluk roeien. Al we hen naderen blijkt dat hun motor kapot is en ze zijn reuze blij met het sleepje dat we hen naar huis aanbieden



Ten oosten van Puerto Rico liggen de eilanden Vieques en Culebra, de z.g. Spaanse Maagdeneilanden. Voor ons een mooie tussenstap op onze toch naar het oosten. De westpunt van Vieques is een waar paradijs: smetteloze palmenstranden, helder blauw water, riffen, kortom alles wat een mens zich maar kan wensen.















Des te schokkender is het als we doorvaren, naar het dorpje met de poetische naam Esperanza, waar we de aankondiging zien van een documentairefilm over de geschiedenis van dit eiland.



We gaan erheen en daar wordt duidelijk dat dit eiland 60 jaar lang een militair oefenterrein is geweest. De bevolking werd uit zijn huizen gezet, een groot deel van het eiland werd 60 jaar lang gebombardeerd. Het oefenen voor de oorlog werd door de soldaten zo letterlijk opgevat dat ze veel vrouwen van het eiland lastig vielen en zelfs verkrachtten. Het leven op het eiland werd door dit alles ernstig ontwricht.







In 1978 begonnen de vissers zich hiertegen te roeren. Zij gaven niet op en in 1999 kregen de acties steeds meer aanhang.



Er werden vredeskampen in het oefengebied georganiseerd en er kwam internationale steun - onder meer vanuit Nederland. Intussen was duidelijk geworden dat in Vieques 25% meer kankergevallen waren dan in de rest van Puerto Rico. In 2003 werd het oefenterrein uiteindelijk gesloten. Wat bleef waren grote gebieden die waarschijnlijk ernstig vergiftigd zijn, dumpplekken met drums waarvan de inhoud niet bekend is en vele loze beloftes voor rehabilitatie van het eiland. De herdenking dit jaar van 10 jaar sluiting van het militair oefenterrein is dan ook meer een hiernieuwing van de strijd voor rehabilitatie dan een feestelijke viering.



Nadat we de indrukwekkende documentaire hebben gezien liggen we weliswaar nog in deze idyllische omgeving achter ons anker



maar door de film weten we nu dat er achter die ogenschijnlijk vreedzame idylle nog een hele andere werkelijkheid schuil gaat.

Met onze gasten Diane en Frank genieten we desondanks de daarop volgende dagen van de prachtige riffen rond dit eiland en zeilen we vervolgens over naar het piepkleine Culebra.



Bij dit Lilliputeiland zijn ook weer een paar mooie snorkelriffen die we verkennen



terwijl we ankeren in een fantastischf beschutte baai



Na een gezellig samenzijn zwaaien wij onze gasten vervolgens uit op het Lilliputvliegveld van Culabra





APRIL 2013: Op de kant

Begin april gaan wij op weg naar Sint Maarten. De route voert ons langs de blauwe wereld van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Sint Thomas en Sint John. Deze eilanden zijn nu tax free (juwelen-)winkel paradijzen



waar veel cruiseschepen afmeren. Maar voor de gewone zeiler is het leven hier schrikbarend duur.
Wat veel mensen niet weten is, dat dit vroeger Deense kolonien waren. Op allerlei manieren zie je dat, in de straatnamen en de architectuur bijvoorbeeld, nog tot op de dag van vandaag terug.



















Wij zeilen na enkele dagen verder naar de Britse Maagdeneilanden, helemaal een verzamelplek voor de rich and the beautifull van deze wereld. Het is hier inderdaad weer azuur blauw water, met veel witte stranden en goede snorkel- en duikplekken, die wij natuurlijk ook even inspecteren.







We willen evenwel verder en vertrekken dus na een paar dagen BVI (zoals men dat hier kortweg noemt) richting Sint Maarten. We hebben inmiddels bijna 1000 zeemijlen oostwaarts gevaren, maar eigenlijk waren deze 70 laatse mijltjes de minst aangename: tegen golven en wind in motorzeilend was het een hakpartij van jewelste, die een nacht lang duurde, tot we uiteindelijk ons anker konden laten vallen in Simpson Bay, Sint Maarten.
We willen in de lagune liggen dus gaan we door de brug - alsof je Nederland binnenvaart:











Nou ja....de entourage en het klimaat zijn natuurlijk wel helemaal Caribisch. En dit deel van het eiland mag dan deel uitmaken van het Koninkrijk, men spreekt hier overwegend Engels en het leven hier ademt toch vooral een on-Nederlandse, zonnige en tropische atmosfeer uit.

Omdat we wat tijd over hebben voordat we in Guadeloupe weer gasten krijgen, besluiten we om hier op de wal te gaan, in plaats van van de zomer in Trinidad, waar het veel warmer en vochtiger is dan hier. De Time Out-werf, aan de Franse kant van het eiland heeft nu plek en wij willen graag onderhoud doen aan de boot.











Er is een lange klussenlijst



Het belangrijkste is dat de schroefassen behoorlijke speling hebben: er moeten nieuwe lagers, schroefassen en keerkoppelingen op en bovendien heeft Frits bedacht om een soort van tunneltjes te maken aan weerszijden van de schoeven, die het water beter moeten vasthouden, zodat de schroeven minder vaak lucht slaan. De gedachte is, dat door dat lucht slaan de schroeven in onbelans zijn geraakt. Verder moet er nodig nieuwe antifouling (tegen aangroei aan het onderwaterschip) worden aangebracht, want nu moeten we elke paar dagen de hele boot krabben.... Dus gaat Frits druk aan de slag met de schegjes voor de tunnels:











Intussen ga ik de antifouling opzetten (3 lagen dik) en de boot poetsen. We zijn twee weken lang hard bezig.











Maar we zijn hier in Frankrijk, dus als we even pauzeren hebben we lekker stokbroodjes en bladerdeegtaartjes van de supermakrt vlakbij, om ons weer wat nieuwe energie te geven



En dan hebben wij de huisdieren, waar wij onze ogen op uitkijken:























Maar ondanks deze exotische werkomstandigheden, willen wij wel doorwerken, zodat wij hier geen wortel schieten, zoals sommige anderen hier kennelijk doen:







Na bijna twee weken hard werken staat onze Bella Ciao er weer glimmend en glanzend bij:



en hebben wij tijd om ons te verpozen met wat hier zoal voorbij komt:











Daarna is het zover om alles klaar te maken om weer het water in te gaan











Nog even een verfje op de plekken waarop we gestaan hebben:



en dan is de Bella Ciao weer terug in haar element - kunnen de toiletten weer functioneren, de koelkast weer aan en de muggengordijnen weer weggeschoven worden



MEI 2013

Deze maand willen wij een paar fotoseries laten zien van bijzondere dingen die we de afgelopen maand hebben gezien en meegemaakt. Dat begon met het carnaval op Sint Maarten, dat samenviel met kroningsdag in Nederland - en hoewel je er iets van kon zien in de optocht, waren het toch vooral de Caribische kleuren en klanken die de boventoon voerden.























































Speciaal voor deze carnavalsoptocht was Marley Jr., de zoon van Bob dus, ingevlogen. Hij schijnt op dit moment in reggaeland snel opgang te maken, en er wordt vol lof over zijn optredens geschreven en gesproken. De rastasymboliek werd megedragen in de groep die achter de desbetreffende wagen liep : met de rastakleuren en de rasta leeuw.







Na dit intermezzo ging de optocht gewoon weer verder.







En ja hoor....hier dan ook de Sint Maartense manier van Kroningsdag integreren in de carnavalsoptocht:







Deze optocht (inderdaad, het was nog net april), werd gevolgd door een volgende bijzondere gebeurtenis op het eiland: dwars door de lagune die in het eiland ligt, en waar veel zeilers een tijdje rustig bijkomen van al hun zeilavonturen, of wachten op het juiste moment om terug naar Europa over te steken, wordt een brug gebouwd.



En juist begin mei, zou het het bewegende deel van die brug worden ingevaren, door de Marietje Andrea, een van de schepen uit de Delfzijlster Wagenborgvloot. Nog nooit was er zo'n groot schip de lagune ingevaren. Er was tevoren dan ook druk gebaggerd. Wij waren er natuurlijk bij en legden ook deze bijzondere gebeurtenis op de gevoelige plaat (of eigenlijk meer op de digitale sd-kaart) vast:















































Er was ook ruimte voor enkele reclame-uitingen en overige bewijzen van regionale trots



















Toen we uiteindelijk zelf de lagune uitgingen en de brug passeerden, konden we trots deze foto maken vanaf de Bella Ciao



Nadat het licht voor ons op groen was gegaan



gingen we door de brug en kon onze tocht naar het zuiden beginnen.
Op weg naar Statia konden we een prachtige foto maken van Mount Scenery, Saba



Zeilend naar de eeuwenoude ankerplek van Statia, dat in de achttiende eeuw als 'The Golden Rock' het knooppunt was van Hollandse (mensen-) handelsactiviteiten in het Caribisch Gebied, passeerden we het tegenwoordige handelscentrum van het eiland: de olieopslag



Na een aangenaam verblijf op het eiland ging de tocht verder naar het prachtige groene Saint Christopher - ook bekend als Saint Kitts.



Onze volgende pleisterplaats was Montserrat.



We waren er vorig jaar al geweest, en daarom zijn we niet opnieuw over land de nog steeds actieve vulkaan hebben bezocht, maar we zijn er wel weer vlak onderlangs gevaren. En duidelijk is aan de rookwolk rond de krater te zien dat hij nog altijd actief is. Aan de lijzij is dat bovendien ook goed te ruiken. Het blijft een imposant natuurverschijnsel.







































Vanaf Montserrat zeilden we naar Guadeloupe waar we in de baai van de kleine archipel van Les Saintes, aan de zuidkant van het eiland, bezocht werden door een tweetal dolfijnen, moeder en kind. Wij lagen voor anker en zij zwommen gedurende ruim een uur in alle rust rondom onze boot. Wij sprongen in het water en zwommen tot op minder dan een meter afstand met ze mee. Het was een onvergetelijke gebeurtenis, die diepe indruk maakte, vooral ook omdat ze telkens weer terugkwamen. Toen ik uiteindelijk afscheid van hen nam en terugkeerde naar de boot, vertrokken ook zij naar zee.




















































JUNI 2013

Na de indrukwekkende belevenissen met de dolfijnen bij de Iles des Saintes, beginnen we aan onze tocht naar het zuiden.
Wij zijn niet de enigen die zuidwaarts onderweg zijn naar regionen waar we buiten het bereik van orkanen zijn.
In juni begint het orkaanseizoen dat duurt tot december, en in die periode kun je maar het beste benenden de lijn van 13 graden noorderbreedte zijn, waar de kans om door een orkaan getroffen te worden zeer gering is.
Het eerste eiland dat we aandoen is Dominica, het meest ongerepte van de hele rij. Bovendien zijn de mensen hier ongekend vriendelijk: het is hier heel gewoon dat je op straat door een wildvreemde wordt aangesproken met de vraag: "Hello, how are you today? Where do you come from?", waarna er een gezellig praatje volgt met de desbetreffende persoon.
Daarbij komt dat er over het hele eiland een natuurpad is uitgezet, alles bij elkaar zo'n 200 kilometer lang, dat je langs de allermooiste plekken voert. Je kunt telkens een stukje van dit traject lopen. Wij lopen een wandeling langs de noordkust van het eiland, te beginnen bij Capucin. Zoals te zien valt op het plaatje is hier een grote zeeslag geleverd tegen piraten. Het uitkijkpunt is een klein monument.







Daarna voert het pad ons langs kliffen,



watervallen die in zee uitkomen



en plantages, waar bananen en andere groenten en fruit worden verbouwd, waaraan dit eiland zo rijk is.



Maar de wandeltocht voert ons ook langs kleine boeren dorpjes waar we een verkoelend drankje kopen en langs het kerkhofje lopen.



En daar blijkt een heel hoekje gereserveerd te zijn waar verschillende graven liggen van de familie Dubois.







Niet iedereen heeft kennelijk het geld voor zo'n mooi graf, want we zien ook veel eenvoudiger graven, die slechts bestaan uit een hoopje stenen.



Even verderop komen we langs een vissersdorpje, waar hard gewerkt wordt aan de reparatie van een van de visbootjes.



Een grote uitdaging, waar Frits al een jaar lang over droomt is om het zogeheten Boiling Lake te bezoeken. Dat is een kratermeer, waarin het water door de vulkanische werking verwarmd wordt tot zo'n 82 graden, terwijl er allerlei gassen omhoog borrelen, waardoor het wel een meer met kokend water lijkt.
De tocht erheen bestaat uit een 3 uur durende klim naar de kraterwand, en dan weer een afdaling naar het meer. De berichten zijn dat het een loodware wandeling is, en daarom beslist Reinhilde, die niet zo'n goede klimmer is, om niet mee te gaan. Frits gaat samen met een groep Franse zeilers en een bevriend Nederlands stel op weg. Het blijkt inderdaad een zware, maar tevens een indrukwekkende tocht te zijn, met aan het eind de beloning van het borrelende kratermeer







































Op de terugweg kan iedereen even bijkomen van alle inspanningen in een heerlijk warm badje....



Na Dominica voert one tocht verder langs Martinique, waar we nog even gunstige inkopen kunnen doen, naar Saint Lucia. Terwijl we voor anker liggen in de Souffrierebaai komt er 's nachts zonder dat wij het merken iemand aan boord die onze portemonnee, die in de rugak vlak naast de ingang staat, leeghaalt.... Gelukkig zit er niet zo veel geld in, maar het is toch wel erg vervelend dat het terwijl wij slapen kennelijk zo makkelijk is om bij ons aan boord te gaan. De lering die we hieruit trekken is dat het helaas dus gewoon nodig is om overal de deur af te sluiten.

We hadden in Dominica een paar losse stukken ontdekt aan de randen van one genua. Die konden we met behulp van de prachtige Sailrite naaimachine van Marlene en Loud van de Rafiki bij ons op het voordek repareren.



Dit ging zo mooi, dat wij ook wel zo'n machine wilden aanschaffen.
Toen vervolgens onderweg er nog een scheur in one genua kwam was het besluit snel genomen: wij bestellen ook een Sailritemachine. Met deze machines, met onder- en boventransport en een extra zwaar balanswiel kun je dikke, stugge materialen als zeilen, dektenten en andere covers voor buiten maken. Daarmee ben je vrijwel geheel zelfredzaam waar het naai- en reparatiewerkaamheden betreft. Dus bestellen we een Sailritemachine in de Verenigde Staten, die binnen week in Grenada wordt afgeleverd.
Helemaal blij repareren we het zeil en gaan we aan de slag met het maken van een bedekking van onze bijboot.








JULI 2013: Grenada

Het grootste deel van de maand juli brengen we in Grenada door. Dit eiland is een beetje onze thuisbasis. Het ligt buiten het orkaangebied, al kwam Chantal midden juli maar 120 mijl ten noorden van ons langs. Grenada is een prachtig, gastvrij en vrolijk eiland, dat we telkens weer anders leren kennen door op de zaterdagmiddagen mee te doen aan de hashes: de wandelingen door regenwoud, modder, riviertjes en dorpen samen met 50 of meer andere mensen, zowel zeilers, als mensen uit Grenada. Het is altijd een vrolijke boel, met aan het eind heerlijk koud bier en allerlei lokale lekkernijen om te eten.



We deden dit keer mee aan een 'moonlight' hash bij volle maan en verder aan verschillende andere prachtige trails.

We liggen bij voorkeur in de ankerbaai vlak voor de gezellige hoofdstad Saint Georges



Met de bijboot varen we regelmatig even naar de kade, waar we aan wal gaan om boodschappen te doen, de benen even te strekken of om met de bus ergens heen te gaan. Je kunt hier voor weinig geld overal komen met de busjes. Bovendien is het meestal enorm gezellig in de busjes, de Grenadijnen zijn vriendelijk en openhartig en zowel op straat als in de bus wordt je vaak gewoon aangesproken door mensen met wie je binnen de kortste keren een leuk gesprek hebt. Op die manier kom je allerlei interessants over het eiland te weten.
Frits nam op een zondagmorgen samen met een paar andere zeilers een busje de bergen in voor een grote wandeltocht, dwars over het eiland van het kratermeer 'Grand Etang' via Mount Qua Qua dwars door het regenwoud naar de Concordfalls.



























Maar we maken hier niet alleen stoere wandelingen, er wordt ook druk geklust, op de Bella Ciao, maar ook met andere zeilers, die hier om ons heen liggen



En na het klussen is het tijd voor een gezellige samenzijn waar iedereen wat lekkers meebrengt















De laatste week van juli vertrekken we met vier boten voor de blauwe cruise via de Venezolaanse eilanden Blanquilla, Los Roques en Las Aves naar Bonaire. Over deze tocht kunnen we pas in augustus berichten omdat we op deze grotendeels onbewoonde eilanden geen internet hebben.


AUGUSTUS 2013: onderwaterwereld revisited
Met dank aan Marlene, Loud, Monique, Paul, Ingrid en Ben voor het beschikbaar stellen van hun foto's.
Wij maakten eind juli en begin augustus met 4 Nederlandse schepen, de Full Circle, de Rafiki, de Blabber en de Bella Ciao een schitterende en veilige tocht langs de Venezolaanse eilanden Blanquilla, Los Roques en Aves de Barlovento en Sotavento. Het begon allemaal in Grenada waar we voor vertrek een middag het onderwater beeldenpark bezochten:











Daarna ging het voor de wind in een dag en een nacht







naar Blanquilla, het witte eiland dat haar naam eer aandoet.















Onderweg is door de Blabber een tonijn gevangen, die 's avonds het middelpunt vormt van de strand barbecue



















De volgende dag blijkt dit kleine onbewoonde eilandje tijdens een heerlijke wandeling nog meer voor ons in petto te hebben























We zeilen een dag later naar de baai met die indrukwekkende natural bridges



om te kijken wat de onderwaterwereld ons hier te bieden heeft.











Als we zijn uitgesnorkeld lichten we de ankers en zeilen door naar de blauwe wereld van de Los Roques archipel.











Ook daar verkennen we weer uitgebreid de onderwaterwereld



















Afwisselend organiseert elk van de meevarende schepen gezellige bijeenkomsten



of bezoeken we met z'n allen een strandbar



En dan vertrekken we weer voor de volgende snorkelexpeditie



























Het enige plaatsje bevindt zich op het hoofdeiland, El Gran Roque en heet Arrecife. Het is een dromerig, fotogeniek dorp















En dan vertrekken we weer voor de volgende snorkelexpeditie



























Los Roques is ook voor rijke Venezolanen een vakantieparadijs en dus snorkelen we op Fransesqui tussen de kitesurfers



Het eiland Agua wordt met het buureiland verbonden door een zandstrook, die soms door water overspoeld wordt, en soms niet: als wij er wandelen is het hoog water en halen we dus natte voeten



We blijven voor de wind doorgaan



en komen op de Aves-eilanden terecht: ook die doen hun naam (aves = vogels in het Latijn en Spaans) eer aan: hier wonen in de mangroven duizenden Jan van Genten, in het Engels 'red footed boobies'.



De dieren zijn totaal niet bang, zodat we hen in de bijboot tot zeer nabij kunnen benaderen en fotograferen.















Zelfs een broedende vogel op haar nest liet ons heel dichtbij toe



en ook de kleintjes werden niet bang toen we hen van dichtbij gingen bekijken







Na deze indrukwekkende vogelexpeditie begeven we ons voor de verandering maar weer eens onder water:











Tijdens de tocht van Aves de Barlovento naar Aves de Sotavento staat er eindelijk weer eens een zachte bries, die ons de kans biedt om de halfwinder te hijsen, na meer dan een jaar in de zeilzak opgeborgen te zijn geweest. En dan is het natuurlijk altijd leuk dat er anderen om je heen varen die dit kunnen boekstaven:











Na aankomst lanceren we opnieuw de bijboot



en varen helemaal naar het andere eind van de archipel, waar we een van de allermooiste en meest ongerepte rifjes aantreffen, die we deze tocht hebben gezien, waar we onder andere een groot aantal Franse Engelvissen spotten











en natuurlijk nog een heleboel meer moois zien















En zo nemen we afscheid van dit laatste in de serie Venezolaanse eilanden die we dit jaar bezoeken en hijsen wederom de halfwinder op weg naar Bonaire



SEPTEMBER en OKTOBER 2013: een tijdje uit de lucht
Het heeft langer dan normaal geduurd voor er weer een berichtje in ons logboek kwam. We zijn de afgelopen periode in Nederland geweest, en we hadden het te druk om het logboek bij te werken.
Hierna een een korte impressie van de belangrijkste wetenswaardigheden uit de afgelopen periode.

Het begon op Curacao, waar we een paar leuke expedities hebben ondernomen. We bezochten de waterfabriek van Aqualectra, waar ze niet alleen elektriciteit opwekken maar ook (net als wij zelf aan boord doen) van zeewater zoet water maken. En dat niet alleen voor distributie over het eiland via de waterleiding, maar het water wordt er ook gebotteld voor de verkoop in de winkel onder de naam Claro. Zelfs de flesjes worden in de fabriek met een speciaal procedee 'opgeblazen'. (Met dank aan Ingrid Dijkstra voor de foto's)



En we bezochten de kruidentuin van Dinah Vera waar nog veel meer dan een grote collectie inheemse kruiden en planten te zien is







We bezochten het indrukwekkende Tula monument, ter nagedachtenis aan de grote slavenopstand in 1795



en we gingen naar de film 'Tula, the revolt', waarin het verhaal van de opstand, in enigszins geromantiseerde vorm verteld wordt. We zagen hoe Tula, geinspireerd door de gebeurtenissen in Frankrijk in de nasleep van de Revolutie daar, ook de vrijheid opeist voor de slaven van Curacao. Op het eiland zijn, op de verschillende plekken waar het slavenleger slag heeft geleverd met het koloniale leger monumenten geplaatst



Dat Tula en zijn strijd een belangrijk ijkpunt vormen in de geschiedenis van Curacao wordt eens te meer duidelijk als we door de stad wandelen en op de muur van Fort Amsterdam, naast allerlei gedenkstenen met een sterk koloniaal karakter nu ook een gedenksteen aantreffen die recentelijk is geplaatst bij de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij, met in de hoofdrol de grote voorvechter en nationale held Tula.



Regelmatig genieten we intussen vanuit onze kuip in het Spaanse Water, van de meest kleurrijke zonsondergangen



De dagen voor we vertrekken maakt Frits nog een paar mooie dekjes met de nieuwe Sailrite naaimachine:







en ook zeilvrienden komen de machine even gebruiken



En dan is het weer tijd om naar Nederland te vliegen en de reunie bij te wonen van mijn klas van de Vrije School, 44 jaar na dato



en familie te bezoeken



Verder was er ook dit jaar weer een XXL-eiland, van 18 rompen met heel veel gezelligheid en zon op het Lauwersmeer











en genoten we weer van de gastvrijheid op ons zusterschip de Safari ('kleur de plaatjes en zoek de verschillen')











We reisden regelmatig met de trein



en genoten van oerhollandse geneugten als stamppot, sudderlapjes en een broodje kroket



We beleefden ook in Nederland op het water de kleurenpracht van een zonsondergang



en vlogen uiteindelijk voldaan weer terug naar ons thuis dat op Curacao op ons lag te wachten.

NOVEMBER 2013

De maand november begint heel bijzonder met geboorte van Frits zijn kleinzoon Alain



Omdat het orkaanseizoen tot 1 december duurt blijven wij de hele maand nog op Curacao, waar we buiten het bereik van orkanen in de enorme natuurlijke baai van het Spaanse Water heel beschut en comfortabel liggen.







Dat is het uitgangspunt van vele activiteiten die we ondernemen op het eiland.
Een van onze favorieten zijn de hikes, onder leiding van de deskundige gids Timo







We ontdekken tijdens deze tochten de Curacaose wildernis, leren veel over de flora, de fauna en de geschiedenis. We zien hoe zich ook hier een plastic soep heeft verzameld - en we maken er gebruik van door uit de soep slippers te zoeken die we gebruiken om de ingang van de baai te doorwaden.
Een van de leukste wandeltochten is die op de Kabrietenberg. Hier heeft Timo samen met zijn honden Rakker en Titia een netwerk van paden gehakt waarlangs hij groepen geinteresseerden leidt terwijl hij vertelt over de boom Palu i Brasil, waarvan de bast werd gebruikt om rode kleurstof te maken, door hem te raspen - in het rasphuis (de gevangenis in Amsterdam). Over de indigo plant, waarvan je de blaadjes tot drie keer toe moet laten fermenteren om de kleur indigo te winnen, een proces dat wegens de enorme stank alleen op afgelegen plekken plaatsvond. En over de cochenille, die van de cactusbladeren gewonnen (een uiterst onaangenaam en stekelig karwei) werd om een unieke kleur rood te vergaren.







Boven op de berg heb je niet alleen een prachtig utizicht over de baai, maar staat ook het beeld van de djembespeler op de uitkijk, dat Timo daar vele jaren geleden eigenhandig heeft geplaatst



Aan het eind van deze tocht wacht altijd een gezellig samenzijn met muziek en een drankje en lekkers op de woonboot van Timo



Maar er is hier op en rond het eiland nog veel meer te doen. Dus we gaan regelmatig snorkelen en genieten van de prachtige, rijkelijk gevarieerde onderwater wereld







En daarnaast staat deze maand in het teken van het kitesurfen. Na vele jaren de wens te hebben gekoesterd om deze sport te leren, is het nu zover gekomen en krijgt Frits les van de sympathieke kiter en zeiler Adrien



Alle begin is moeilijk en dat geldt zeker hiervoor, want je moet zowel de vlieger leren besturen







als op het board leren komen en blijven. Dat laatste oefenen we door te gaan wakeboarden, zeg maar waterskieen op een board



En omdat dit best een leuke bezigheid is en achter de bijboot kan gebeuren, doet Reinhilde ook mee







En ja hoor, na nog vele liters zout water



en veel vallen en opstaan



lukt het Frits om overeind te blijven en hele stukken op zee, in behoorlijke golven te kiten



En dan zijn er de feestjes: een prachtig verjaardagsfeest met een groot vreugdevuur, zang, muziek en BBQ op het eilandje Penzo in het Spaanse Water







en het verjaardagsfeest van Reinhilde aan boord van de Bella Ciao, een feestje waar verschillende talen en culturen elkaar ontmoeten







Maar er moeten natuurlijk ook klussen gedaan worden aan de boot, dus Frits gaat de mast in om de verlichting weer aan de gang te maken



En er moet ook bevoorraad worden. Omdat het Spaanse Water een behoorlijk eind van de winkels afziet heeft een van de winkels op het eiland, de Spar, een busdienst ingesteld die toeristen en zeilers heen en weer rijdt. Een ideale voorziening waar wij veelvuldig gebruik van maken







Last but not least krijgen we bezoek van een vriendin die even het herfstige Nederland ontvlucht en met haar doorkruisen we het eiland. We bezoeken onder meer de prachtige kruidentuin van Dinah Veeris







We bezoeken een vriend die midden in de wildernis op een berg woont



En we bezoeken de moeder van een vriendin die op haar 92e dagelijks, ondanks de ernstige reuma in haar vingers, op haar piano speelt en daar ongelooflijk veel plezier aan beleeft



En uiteraard bezoeken we 'gebruikelijke' bezienswaardigheden zoals de beroemde pakhuizen langs de waterkant



en de drijvende markt.



Ter ere van het naderend kerstfeest is de beroemde pontjesbrug 's avonds veelkleurig verlicht.



FEESTDAGEN

Wij sluiten dit jaar af met een beeld dat op het netvlies is blijven staan: de dolfijnen met wie we zwommen in Guadeloupe.



Een tweede onvergetelijk plaatje is de foto van onze jonge vrienden op Ile a Vache, Haiti. Met hen gaan we dit jaar de feestdagen vieren.



We wensen alle lezers van onze verhalen fijne feestdagen, een veel vrolijke momenten in 2014.
[jan 2021]

[feb 2021]

[mrt 2021]

[apr 2021]

[mei 2021]

[juni 2021]

[juli 2021]

[okt 2021]

[nov 2021]

[dec 2021]

[2020]

[2019]

[2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2012/13]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten