het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2012

JANUARI 2012


Rond de feestdagen maakten we, met onze vrienden Paula en Wouter, de eigenaren van het zusterschip van de Bella Ciao, een sfeervolle toer in de Grenadinen. De kerstsfeer ontbrak niet:



De kerstborrel



en het kerstdiner konden we buiten houden.



Op Union Island bezochten we kerk in Caribische kersttooi:







Ter gelegenheid van de jaarwisseling bakten we oliebollen



en luidden we 2012 op passende wijze in.



We genoten weer volop zowel op als onder het onnavolgbaar blauwe en heldere water



















































Na het snorkelen en duiken ontmoetten we tijdens een wandeling op een van de Tobago Cays een minidraakje, beter bekend als leguaan:




Na enkele dagen zetten we onze feestdagentoer voort en hesen we de zeilen weer



en deden een poging om zelf een maaltje vis te vangen



En eindelijk, voor het eerst sinds de Bella Ciao de oceaan is overstoken, vingen we een prachtige bonito



die we deskundig schoonmaakten



waarna we hem, begeleid door weer een van die prachtige zonsondergangen



met z'n vieren soldaat hebben gemaakt.

VERVOLG JANUARI 2012

Het werd tijd om afscheid te nemen van ons geliefde Grenada



voor onze tocht langs de Caribische eilanden naar het noorden.



Dat kan in deze tijd van het jaar, als de passaatwind goed doorstaat uit het noordoosten soms best wel lastig zijn.



Tot aan Sint Lucia is het dan eerst wachten totdat de wind uit een wat oostelijker richting komt en dan nog meestal scherp aan de wind (en vooral de golven) varen.



Die doorwaaiende passaatwind heeft ook nog andere gevolgen:



Gelukkig hadden we nog een extra vlag bij ons.
Onderweg komen we natuurlijk weer van alles tegen. Zo vist men met die twee bamboesprieten als hengel in de omgeving van Grenada op zee.



Onze voorsteven valt kennelijk bij deze pelikaan goed in de smaak, want hij blijft er wel een half uur zitten, zelfs als we vlakbij komen om een foto te maken



Sint Vincent is een weinig bekend eiland, op een plek na: Wallilabou. In deze baai is in 2005 de eerste van de serie films van de Pirates of the Caribbean opgenomen. De baai zelf is zeer diep en je kunt er alleen maar ankeren met een lijntje achteruit naar de wal.



De bootboys die je hierbij behulpzaam zijn (en die zo een inkomen bij elkaar knopen) varen je in zeer decoratieve roeiboten al op zee tegemoet, om je als eerste hun diensten aan te bieden.



De tocht van Sint Vincent naar Sint Lucia is een stevige, we duiken in dit hobbelige stuk zee regelmatig diep in de golfdalen



wat natuurlijk naast enig ongemak aan boord wel mooie plaatjes oplevert. Als we aan het eind van de 6 uur durende oversteek Sint Lucia naderen, liggen de Pitons er mooi bij:



Het eiland Sint Lucia heeft de bezoeker veel te bieden, vooral in het zuiden, waar een prachtige, rokende krater te bezichtigen valt



terwijl we de Pitons nu van de andere kant kunnen bekijken



Als we het pittoreske dorp La Soufriere met zijn koloniale houten huizen



uitwandelen, komen we in een prachtige botanische tuin. Deze tuin werd in 2010 nog door een orkaan die over het eiland raasde voor een groot deel verwoest. Ook hier blijkt, tijdens de aangename wandeling die we door deze tuin maken, weer eens hoe groeizaam en vruchtbaar deze eilanden zijn.




FEBRUARI 2012

In februari zetten we onze tocht naar het noordelijk Caribisch Gebied voort. Om te beginnen naar Martinique. Dat leverde in eerste instantie een geweldige cultuurshock op. We bevonden ons ineens in Frankrijk. We waren tot nu toe in het Caribisch gebied in onafhankelijke landen geweest, waar een voornamelijk Engels georienteerde cultuur heerst: (West Indian) Engels is de voertaal, de kinderen dragen typisch Engelse schooluniformen, veel producten in de winkels komen uit de Verenigde Staten. En verder proberen deze eilanden, ondanks hun kleinschaligheid het hoofd boven water te houden. En ze zijn vooral heel caribisch: de mensen zijn uitermate vriendelijk en meestal zeer relaxed, een beetje chaotisch soms. En dan ineens ben je in Frankrijk: je betaalt er met euro's, je doet je inkopen bij de Leader Price en de Carrefour en bij de boulangerie koop je een stokbrood, de auto's hebben Franse nummerborden en de mensen zijn een stuk minder toeschietelijk.











Zelfs de kerken zijn hier Frans: tijdens een tocht over het eiland bezoeken we de Sacre Coeur, die opmerkelijk veel gelijkenis vertoont met zijn grote broer in Parijs



En voor het eerst sinds we in dit deel van de wereld zijn komen we op plekken waar nauwelijks of geen zwarte mensen zijn. Het is ons vreemd te moede....we voelen ons een beetje ontheemd.
We trekken er dus maar eens op uit, om er achter te komen wat dit eiland verder nog te bieden heeft. Als we ons een beetje uit het toeristisch gewoel begeven komen we terecht op de Mont Pelee, de voor dit eiland beeldbepalende vulkaan



die in 1902 tijdens een enorme uitbarsting de stad Saint Pierre in een vuurzee heeft weggevaagd. Bij deze ramp vielen 30.000 doden.



Wij beklimmen de indrukwekkende vulkaan, die bijna altijd in de wolken en de mist is gehuld:







Het is een stoere klim, en uiteindelijk kan Frits trots laten zien dat hij niet alleen snel kan zeilen, maar dat hij ook als de beste kan klimmen en klauteren.



Later bezoeken we het dorp Sint Pierre, dat tot 1902 bekendheid genoot als het Parijs van het Caribisch Gebied en dat in een klap (letterlijk) volledig werd weggevaagd. Pas jaren later is men de plek weer gaan opbouwen. Inmiddels is het een wat dromerig plaatsje geworden, waar de herinnering aan de ramp op allerlei manier levend wordt gehouden.



Men kan er ook duiken op de vele wrakken van de schepen die bij de ramp gezonken zijn.
Hoewel we ons in deze omgeving weer wat meer thuisvoelen, verlaten we Martinique na ruim een week met gemengde gevoelens en zeilen we naar het volgende eiland: Dominica.
We komen aan in de hoofdstad Roseau en we voelen ons meteen weer helemaal 'thuis' - het Caribische gevoel is terug.



We maken meteen een leuke taxitocht met gids Bernard, die ons onder andere inwijdt in het fenomeen Sukie: Sukie is de meest succesvolle ondernemer van Dominica. Hij heeft niet alleen een bakkerijketen



maar ook een gereedschapszaak en nog allerlei andere winkels en bedrijven. De fiets, waarop hij ooit begon met het rondbrengen van brood heeft hij boven zijn bakkerij tentoongesteld



Maar Dominica is veel meer dan Sukie. Het eiland heeft een prachtige natuur, die uitstekend toegankelijk is gemaakt met prachtige en goed begaanbare trails. Wij bezoeken met gids Bernard de Trafalgar Falls :



en de botanische tuin



Daarna varen we vanuit het bedrijvige Roseau door naar Portsmouth, een dorpje in het noorden van waaruit we een autotocht over het eiland maken: waarbij we onder andere enkele trails door het regenwoud bewandelen en de meest wonderbaarlijke bomen in het wild zien



















en een kleine waterval ontdekken, de 'emerald fall'. Deze waterval maakt niet zozeer indruk omdat hij hoog of groot is, maar door zijn ligging. Het groen van het regenwoud geeft inderdaad een 'emerald' kleur aan het heldere water, gelegen in de schaduw van de woudreuzen. Het geheel lijkt wel een plek uit een sprookje: raadselachtig en adembenemend mooi.







Verder rijdend in onze huurauto komen we langs de kant van weg een traditionele scheepsbouwerij tegen: de Cariben, mensen die in deze regio al lang voor de komst van de Europeanen en de Afrikanen woonden, hebben op Dominica als zelfstandige gemeenschap overleefd. Zij wonen in een eigen territorium, waar zij hun traditionele leven zo veel mogelijk in stand proberen te houden. Een van die tradities is de bouw van houten kano's:







Wij moeten onze tocht naar het noorden weer voortzetten, maar vast staat dat wij het prachtige Dominica met zijn hartelijke bevolking, die je soms zomaar op straat aanspreekt om een belangstellend praatje te maken, opnieuw zullen bezoeken.
De volgende bestemming is Guadeloupe, ook Frankrijk dus. Maar dit keer zijn we er beter op voorbereid, waardoor dit een andere ervaring wordt dan Martinique. We doen hier de kleine eilandengroep Iles des Saintes aan, ten zuiden van het hoofdeiland, waar een paar mooie ankerbaaitjes zijn.



Als we een goede ankerplek gevonden hebben ziet Frits ineens in de zeestraat tussen de eilanden en Guadeloupe iets groots. Hij stapt in de bijboot en recet erheen. Dit is wat ze zien:



















Tegen de achtergrond van de ondergaande zon trekken drie bultrugwalvissen, al spelend en spuitend voorbij en Frits vaart er met de bijboot rakelings langs.
De volgende dag huren we scooters en bezoeken het Fort Napoleon, dat niet alleen een prachtige tuin met grote aloe's en leguanen heeft







maar dat bovendien is ingericht als een zeer informatief museum, waar wij dus een kijkje nemen. Naast de airstrip van dit eilandje vinden we vervolgens een gezellig terras waar we lunchen terwijl er een kolibri in de struiken naast ons rondvliegt.



Ook op Guadeloupe zelf blijkt een eilandtocht weer zeer de moeite waard. We rijden rond de (nog actieve) vulkaan La Soufriere, en wandelen op een van de flanken van de vulkaan naar de Chutes de Carbet, een waterval die in verschillende trappen omlaag dendert. Wij bezoeken, na opnieuw een heerlijke wandeling door het tropisch regenwoud, de val van 110 meter hoogte.











MAART 2012:

In de maand maart zeilen en verblijven wij voor het merendeel in het Koninkrijk der Nederlanden, en wel in het Caribisch deel hiervan. Om precies te zijn in Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius.
In Sint Maarten komen wij aan tijdens de onder zeilers bekende Heinekenregatta, een week vol zeilevenementen en feestgedruis. Wij liggen in Simpson Bay tussen heel veel andere zeilboten (deelnemers en toeschouwers)







Gedurende de week worden er rond het hele eiland wedstrijden gehouden en de laatste dag, zondag, is de finish nagenoeg bij ons voor de deur. Door de vele boten die er in de baai liggen wordt ons het zicht op wedstrijdzeilers verder op zee jammergenoeg ietwat ontnomen



De week daarna keert Sint Maarten langzaam weer terug tot het normale leven.







Wij gaan door een zeer Nederlands aandoende brug met bijbehorend belsignaal



naar de lagune, waar je heel rustig kunt liggen. Dwars door deze lagune loopt de grens tussen het Nederlandse en het Franse deel van het eiland.
Wij doen, zo'n beetje ten anker op deze grens, de nodige klussen aan de boot. Ook kopen we een nieuwe bijboot, ons belangrijkste vervoermiddel naar de wal, omdat de lekkages in de oude inmiddels wekelijks oplapwerk met superkit vereisen en te voorzien is dat die het niet meer zo lang gaat uithouden.



Maar we zijn niet alleen aan het klussen, we maken per auto ook een eilandtoer. En zo ontdekken we dat Sint Maarten meer is dan alleen een zeilersparadijs:







Op Pic Paradis klimt Frits in de hoogste top om maximaal van het uitzicht te kunnen genieten



We bekijken de hoofdsad van de Nederlandse kant, Philipsburg,







en kopen stokbrood in het Franse gedeelte.
Frits bezoekt het strand achter de startbaan, waar je enkele meters van de startende Boeings en andere grote vliegtuigen kunt gaan staan om zo'n spektakel eens van heel nabij de zien en vooral te voelen (goed vasthouden aan het hek om niet weggeblazen te worden).



Intussen blijft het maar hard waaien. Als uiteindelijk de winterse passaatwind kalmeert, is het tijd voor een verdere verkenning van de overzeese delen van ons Koninkrijk. Als eerste is het piepkleine Saba aan de beurt



Het is er te diep om op eigen anker te liggen dus pakken we een van de speciaal voor bezoekers gelegde meerboeien, vlak naast een spectaculaire vulkaanwand



En hoewel we in 'ons eigen' Koninkrijk zijn, moeten we ook hier gewoon inklaren, dus we stappen in onze gloednieuwe bijboot



en varen naar het haventje om daar de douane te bezoeken.



In vroeger tijden was hier trouwens geen haven en moest iedereen (en alles) met behulp van kleine bootjes op het strand aanlanden



En als alles dan eenmaal aan wal was moest het nog via een trap naar boven worden gesjouwd.



Het verhaal gaat dat er op deze wijze zelfs een piano op het eiland is gebracht...
Na het inklaren is het tijd voor een eilandexpeditie die hier - natuurlijk - bestaat uit de beklimming van de vulkaan Mount Scenery, een prachtige tocht langs een pad met wel 1064 (zeer hoge) traptreden



de wolken in. En zo komen we dan niet alleen op het hoogste punt van het Koninkrijk



maar bovendien in het enige stukje Nederlands tropisch regenwoud











Weer afgedaald tot de bewoonde wereld blijkt dat de bewoners van dit onherbergzame, en tot in de jaren zestig ook zeer geisoleerde eiland, hun best hebben gedaan om hun woonomgeving zo lieflijk mogelijk te maken



Na deze verkenning van Saba gaan we op weg naar de volgende bestemming: Sint Eustatius, ook wel Statia genoemd. Onderweg komt Hare Majesteits Koninklijke Marine ons eens van dichtbij bekijken



Na een wederzijdse fotoshoot zetten wij onze koers naar Statia voort.



Statia is een heel ander eiland dan het toch wel ontoegankelijke Saba: hier is een prima ankerbaai voor de hoofdstad, Oranjestad. In de achttiende eeuw was het eiland het handelscentrum van het Caribisch Gebied.



Ter bescherming van de handelsbelangen had het eiland een paar robuuste forten



zoals dit mooi gerestaureerde Fort Oranje, waar het Hollandse tintje, naast de tropische palmboom duidelijk van af straalt



Maar ook nog hedentendage is Statia een handelscentrum: waren het vroeger pakhuizen waar de waren in werden opgeslagen (de ruines zijn nog goed zichtbaar langs het water) en slaven die er aan kopers uit het hele Caribisch Gebied werden verhandeld,



tegenwoordig is Statia een centrum van oliehandel: er zijn op de noordkust van het eiland grote olieopslagplaatsen en op de rede liggen olietankers te wachten om hun kostbare lading te lossen







Aan het leven in vroeger tijden herinneren in het dorp allerlei gebouwen, zoals de synagoge



en de kerk



Ook Statia is een vulkaaneiland. Deze vulkaan is wat minder hoog dan die van Saba en heet The Quill, een verbastering van het Nederlandse woord Kuil: in de lavaprop die in de krater zit is een tropisch nevelwoud ontstaan en daarin kun je een paar 100 meter afdalen. Ook deze vulkaan beklimmen we, waarbij we onderweg prachtige gumtrees tegenkomen,



maar de afdaling in de krater bewaren we voor een andere keer.







Als we 'Caribisch Nederland' verlaten is de vraag natuurlijk wat we nou hebben gezien. Alle drie de bovenwindse eilanden zijn onderling heel verschillend: het mondaine Sint Maarten, het dromerige Saba en het bezige Statia.
Voelde het als Nederland? Nee, eigenlijk niet. Het zijn maar een paar dingen die aan Nederland doen denken: de brug en het specifieke belsignaal, om een voorbeeld uit Sint Maarten te noemen en de geimporteerde producten als rucola en Goudse kaas in de supermarkten. Op Saba was er eigenlijk zeer weinig dat naar Nederland verwees, behalve natuurlijk de status, als speciale gemeente van Nederland. In Sint Eustatius waren het de historische gebouwen bijvoorbeeld die verwijzen naar de verbondenheid met Nederland, maar ook de Openbare bibliotheek, die er hetzelfde beeldmerk draagt als in Europees Nederland.



De meeste mensen (met uitzondering van de Nederlandse toeristen en de migranten uit Nederland) spreken nauwelijks Nederlands (de voertaal is op alle drie de eilanden Engels), je betaalt overal met Antilliaanse guldens of met US dollars. Ook de behartiging van vrouwenzaken gebeurt hier op een vrolijke manier:



Maar op Statia loop je dan wel weer langs de 'Belastingdienst van Caribisch Nederland'



en op Saba kun je een kipsate met pindasaus bestellen. Terwijl wij ons het volgende moment dan weer afvragen voor wie de postbus op Sint Eustatius nou bedoeld is



Kortom: onze tocht langs de drie bovenwindse Caribisch Nederlandse eilanden was een bijzondere en vooral een niet-eenduidige ervaring.







APRIL 2012

Na onze tocht langs de overzeese Nederlandse Gebiedsdelen boven de wind begonnen we weer aan de tocht terug naar het zuiden, omdat we in juni vanaf Trinidad willen vertrekken voor een verkenningstocht op de Orinocoriver in Venezuela.

Na een kort bezoek met het openbare busje aan het rustige en vriendelijke Sint Christopher (ook wel Sint Kitts genaamd)



zeilden we langs Nevis naar het eiland Montserrat.



Inmiddels zeilen we nu al een tijdje langs meer en minder actieve vulkanen. Immers het hele Caribisch gebied (op Barbados na) is eigenlijk een grote vulkaan. We waren op Sint Lucia, waar we de zwavelbronnen bij de Soufriere bezochten (en roken). De gids vertelde ons daar dat zolang er maar stank uit het binnenste van de aarde kwam, de vulkaan die eronder ligt rustig zou blijven.



Daarna gingen we naar Martinique, waar we de Mont Pelee beklommen



en het dorpje Sint Pierre bezochten dat in 1902 geheel vernietigd was door een uitbarsting van de vulkaan. We zagen onder water zelfs een van de schepen die tijdens het drama van 1902 verbrand en gezonken zijn. Op Dominica reden door de 'drive through'-vulkaan. In Guadeloupe reden we rond de vulkaan Soufriere en bezochten we een zwavelbad aan de voet van de vulkaan. De vulkanen van Saba



en Statia hebben we beklommen en geconstateerd dat die zich op het moment behoorlijk rustig gedragen.
En dan is er Montserrat: een verhaal apart.
Tot 1995 was de Soufriere Hills vulkaan een mooie berg, groen begroeid, met op de vruchtbare flanken en aan de voet diverse dorpen en de hoofdstad Plymouth. Montserrat was een toonbeeld van caribische vrolijkheid, uitbundigheid van natuur en bevolking. 400 Jaar lang was het eiland net al zijn buren gekoloniseerd, er was om gevochten, er waren plantages op de vruchtbare grond gesticht, slaven aangevoerd om het werk voor de blanke kolonisatoren te doen, er waren orkanen geweest, kortom: een 'normaal' Caribisch eiland. Maar in 1995 veranderde het hele leven op het eiland in een klap rigoreus. De vulkaan kwam tot uitbarsting en eigenlijk is hij sindsdien niet meer tot rust gekomen. Telkens bouwen er zich lavakegels op bij de krater en als de druk te groot wordt, explodeert het geheel en is er weer een eruptie.
De folder van het observatiecentrum legt het zeer plastisch uit aan de hand van beeldmateriaal van de explosie van de lavakegel op 20 oktober 1997:



Aan de bovenkant zie je de aswolk bestaande uit steengruis. Die as verspreid zich over een groot gebied. Daken van huizen kunnen eronder bezwijken en er kunnen zelfs hele steden onder een dikke asdeken komen. Als tweede fenomeen zie je linksonder aan de foto een pyroclastische stroom. Zo'n stroom kan met een snelheid van 100 mijl per uur en met temperaturen van meer de 600 graden tijdens een explosie van een lavakegel van een vulkaan afdenderen. Dit is ook wat de plaats Saint Pierre in Martinique heeft vernietigd. Hieronder een voorbeeld van zo'n pyroclastische stroom die ontstond bij de explosie van de Soufriere Hills vulkaan op Montserrat op 25 juni 1997.



Als er zich dan weer een kegel opbouwt die de krater als het ware 'vertopt' dan volgt na een tijdje opnieuw een explosie, waarbij de kegel de lucht in gaat zoals hier in november 1997:



Zo grijs en grauw als het hele gebeuren overdag lijkt, zo vurig is het 's nachts:



Afgezien van lavastromen en aswolken ontstaan er bij vulkaanexplosies vaak modderstromen, zoals deze in de Belham rivier, waar we doorheen konden lopen:











Als wij op Montserrat komen heeft de vulkaan net weer een ondergrondse opleving gehad, maar deze is niet in een explosie uitgemond. De ondergrondse activiteit kan trouwens ook leiden tot aardbevingen en tsunamis, zoals bijvoorbeeld de (kleine) tsunamis van december 1997 en juli 2003. Ook dat is nu niet voorgevallen.
Omdat het mooi helder weer is als we aankomen, zien we de rookpluim op de vulkaan (achterste top) prachtig hangen.







Nadat de vulkaanuitbarsting van 1997 de hoofdstad Plymouth onder deken van modder en as had gelegd





en toen duidelijk werd dat de vulkaan voorlopig niet meer in zou slapen, is ervoor gekozen om in het noorden van het eiland een nieuwe hoofdstad te gaan bouwen. Dit proces is nog steeds gaande. De nieuwe hoofdplaats heet Little Bay en dat is tevens de ankerplaats. Niet echt een ideale plek, omdat hij niet goed beschut tegen de heersende deinig die uit het noorden komt.



Wij liggen hier dan ook 2 nachten in zo nu en dan 2 meter hoge deining niet erg rustig. Maar ja, je moet er wat voor over hebben om dit indrukwekkende gebeuren te kunnen meemaken.
Het eiland is na de grote explosies van 1997 voor 2/3 deel (zone V op de kaart hieronder) afgesloten voor iedereen. Het is daar te gevaarlijk. Overigens is na deze ramp de bevolking van het eiland eveneens afgenomen van 12000 zielen naar 4000.
Er is een zoneringsgebied ingesteld, waarbij verschillende zones (A, B, C, F), afhankelijk van de activiteit van de vulkaan geopend en afgesloten kunnen worden.







Naar aanleiding van de activiteit van de vulkaan in de week voor ons bezoek was zone C juist enige tijd afgesloten geweest en de dag voor onze aankomst weer voor publiek opengesteld. Er zijn trouwens ook gebieden in zee afgesloten (zone W op de kaart), maar omdat daar verder weinig controle op lijkt te zijn, zijn wij daar later toch wel doorheen gevaren.



















Niet alleen kreeg je hierdoor een prachtig beeld van de enorme verwoesting van het zuidelijk deel van het eiland, maar je kon ook de zwavellucht, een van de oorzaken van de onbewoonbaarheid van het gebied, goed ruiken.
Maar voordat we erlangs voeren zijn wij een dag in de bus gestapt



en naar het laatste dorp voor het afgesloten gebied gereden: Salem. Van daaruit zijn we eerst naar het observatorium gegaan, van waaruit de vulkaan dag en nacht wordt gemonitord. We werden in het mooie bezoekerscentrum uitgebreid geinformeerd over het wel en wee van de Soufriere Hills Vulkaan en zijn vele nukken sinds 1995. Helaas was het nogal bewolkt, zodat we niet weer zo'n mooi uitzicht op de rookpluim hadden als bij aankomst vanuit zee.
Vervolgens hebben we een wandeling door de Belham rivier gemaakt.



Wellicht was dat vroeger een gewone rivier, maar tegenwoordig is het een stroom van as en puin:







Soms lijkt het alsof de mensen hier nog maar net zijn weggetrokken







Als we uiteindelijk weerkeren in de bewoonde wereld geeft dat toch een gevoel van opluching.



De volgende dag varen langs het gebied waar we gelopen hebben en zien we het drama van Montserrat nog eens van zee aan ons voorbij trekken.



Zeer onder de indruk zetten we onze tocht naar het zuiden voort.

MEI 2012

We zijn inmiddels bijna twee jaar onderweg. Het is weer zomer geworden. Dat wil hier zeggen: warmer, vochtiger en de passaatwind is niet alleen minder sterk, maar waait ook meer uit oostelijke en zelfs zuidoostelijke richting. We hebben ons regenzeiltje weer opgehangen en hebben de eerste jerrycans met regenwater alweer in de watertanks kunnen gieten. Voor de zeilers is dit ook de laatste maand voor het begin van het orkaan seizoen, en het gesprek gaat dan ook vaak over de vraag wie de periode van juni tot december waar gaat doorbrengen.

We maken deze maand vanuit Grenada een tochtje naar de Grenadines, Waar we onder andere in Mayreau de laatste dag van het zeilfestival meemaken. Er wordt hier wedstrijd gezeild in prachtige traditionele scheepjes:



En na zo'n wedstrijd smaakt de rum in de strandtent natuurlijk extra lekker:



er zijn veel kinderen bij en die vieren op hun eigen manier feest op het strand:



















Op de terugweg naar Grenada fotograferen wij onze Franse vrienden Guy en Annie en zij ons.











Natuurlijk zijn we lang niet altijd aan het zeilen. Integendeel, de meeste tijd lig je eigenlijk ergens voor anker. Wij liggen met veel plezier in Grenada. In de eerste plaats is Grenada gezellig, de mensen zijn vriendelijk en vrolijk, je ligt er leuk voor de levendige hoofdstad Saint George's met uitzicht op zee



en bovendien is het een prachtig eiland. Het blijft heerlijk om hier te wandelen. Zo glibberen we weer eens door de jungle naar de Seven Sisters waterval:







Vanwege de modder is zo'n tocht toch altijd best vermoeiend, dus gaan we heerlijk even op de bamboebank zitten met uitkijk op de waterval.



Daarna nemen we natuurlijk een bad in het frisse zoete water.



...en glibberen we weer terug.
De boer die een zakcentje bijverdient met het schoonmaken van de modderschoenen in het stroompje dat over zijn terrein komt is een welkom tussenstation naar de bewoonde wereld.



En wij nemen als we in Grenada zijn deel aan de wekelijkse 'hash'. Nee, we zijn geen rasta's geworden met bijbehorend rookgedrag, een hash is een wandeling. Het idee is afkomstig van expatriates en heeft zich met hen over de hele wereld verspreid. In Grenada wordt er elke zaterdagmiddag zo'n wandeling gehouden. Op andere plekken is het eens in de twee weken. Vrijwilligers zetten een route uit door een mooi gebied. Je komt daardoor op plekken die je zelf nooit zou vinden. Iedereen die zin heeft kan meedoen, in Grenda zijn we meestal met zo'n 50 mensen, afkomstig uit alle windstreken: studenten die tijdelijk in Grenada wonen voor hun opleiding, mensen uit Grenada zelf, mensen die met hun boot op Grenada zijn. De wandeling begint gewoonlijk rond 4 uur, als het niet meer zo vreselijk warm is en duurt tussen de 1 en 2 uur. Je loopt vaak door modder, soms over paden, soms over wegen, door dorpjes, door rivieren of over het strand. Het is vrijwel altijd verrassend en altijd mooi



















en het is bovenal gezellig. Aan het eind van de tocht wacht bier en eten voor wie zin heeft.











Er zijn ook allerlei gebruiken: wie nieuwe schoenen heeft moet dat aanmelden en ze op de onderstaande wijze (met bier) inwijden:



Er nemen bijzondere mensen deel, sommigen al heel lang, zoals deze 72-jarige Telfor Bedeau, die al vijftig jaar als gids zijn geliefde eiland aan anderen laat zien, maar ook zelf geen genoeg krijgt van wandelen en dus bij vrijwel elke hash van de partij is en daar duidelijk zeer fit bij blijft



En dan is er 'Softwood', de grote animator die elke week vertelt hoe we moeten lopen - en hoe niet, die de nieuwelingen de gebruiken in de hashwereld uitlegt en hen na hun eerste succesvol voltooide hash hun welverdiende oorkonde overhandigt:



Deelnemers zijn een prachtige mix van jong tot oud, zoals Kyla van 9, die samen met haar buurman Winston meedoet:



Wij doen eind mei voorlopig voor de laatste keer mee en dat is dit keer extra leuk, want op de terugweg naar huis stopt de bus die ons meeneemt nog een uurtje om ons de kans te geven de sfeer te proeven van het Victoria food Festival, dat elke laatste zaterdagavond van de maand in het plaatsje Victoria wordt gehouden:







Daar is niet alleen eten te krijgen, en een goed glas rum, maar buiten vermaakt een prachtige rastaman de kinderen met zijn ballonnen:



Na dit heerlijke weekeinde vertrekken wij naar Trinidad, op weg naar nieuwe avonturen. Daar gaan we ons verder voorbereiden op onze Orinocotocht in de eerste helft van juni. Het afscheid van ons inmiddels geliefde Grenada met zijn ongekend aardige bevolking valt ons zwaar....


JUNI 2012: Orinoco avontuur

Nadat we ruim een jaar geleden de Amazonerivier in Brazilie hebben bevaren, willen we dit jaar een tocht over de Orinocorivier in Venezuela maken.
Omdat we bij daglicht de, schaars gekarteerde monding van de Orinoco willen aanlopen, halen we 's morgens om 5 uur het anker op in Trinidad en zetten, samen met de Pelagie



koers naar het zuid-westen.



Het wordt een rustige tocht door de olierijke golf van Paria,



die ons langs vele boorplatformen voert,



terwijl het water om ons heen bruiner en ondoorzichtiger wordt: we naderen de monding van de tweede grootste rivier van Latijns Amerika: de Orinoco







Het invaren van de monding is niet moeilijk en zo arrivieren we rond 3 uur in de middag bij het plaatsje Pedernales. Ons is verteld dat we ons hier moeten melden bij de Guardia Nacional, een soort Marechaussee, waar we onze gegevens moeten laten noteren. Als we langs de oever een dorpje zien, varen we erheen om te vragen waar we moeten zijn.



Vriendelijke mensen op de steiger beduiden ons dat we aan de overkant moeten zijn. Daar gaan we voor anker



Als we nog maar net liggen wil er een boot langszij komen met twee officieel uitziende mannen aan boord.



Ze maken vast en beduiden dat ze aan boord willen komen. Ze zijn van de Guardia Nacional, ze zijn zeer vriendelijk en ze willen graag foto's van zichzelf maken bij ons aan boord. Ze hebben voor dit doel een digitale camera meegenomen. Als ze klaar zijn, geven ze aan dat we later bij hen op kantoor langs moeten komen en vervolgens gaan ze nog even bij de Pelagie langs voor nog een tweede fotoshoot.
Als dat gebeurd is gaan we aan wal met onze papieren. ze schrijven inderdaad onze gegevens op, maar kunnen niks officieels doen, want Pedernales is formeel geen 'port of entry'. Als we hiermee klaar zijn, maken we een wandeling door het dorp.
Wat opvalt is dat je overal opwekkende leuzen op de muren ziet staan, net zoals we dat ook van Cuba kennen.







We lopen nog wat langs de rivieroever



waar we in een winkeltje tegen een gunstige koers bolivares kunnen wisselen. Wat opvalt is dat het dorp er schoon en netjes uitziet. Ergens zien we twee jongetjes hun bakfiets over een afvoergoot heen rijden:



Als we het dorp gezien hebben gaan we weer aan boord en steken de rivier over om voor de nacht te ankeren. Het is een prachtige avond, en we genieten van de zonsondergang bij volle maan



Na een heerlijk rustige nacht gaan we de volgende ochtend op weg de rivier verkennen. Hier leven enorme kolonies rode ibissen, zoals we die al op Trinidad hadden leren kennen. Het blijft verbazend dat een soort met deze kleur in de vrije natuur kan overleven.



Maar er is langs de kant nog veel meer te zien: net als op de Amazone komen de mensen in hun boomstamkano's de rivier op.















Maar in tegenstelling tot op de Amazone komen ze hier ook om handel met ons te drijven: met prachtig gevlochten rieten mandjes, kettinkjes, armbanden en modelbootjes



die ze willen ruilen tegen tandpasta, zeep, kleding, pennen en natuurlijk snoepjes











Vaak zijn het hele families die komen handelen, maar of de ruil kan doorgaan beslissen de moeders.
De Warao-indianen, die hier in de Orinocodelta leven hadden tot voor kort nauwelijks contacten met de rest van de wereld. Ze wonen nog altijd in paalwoningen zonder muren. De meeste Warao's spreken geen Spaans, laat staan Engels, dus leren wij een paar woordjes Warao, zoals Yakara, wat goedendag betekent.











We wandelen door het dorp Wina Morena II



















Het leven is hier zeer eenvoudig, er is wat visserij, een beetje handel met toeristen.







In de dorpswinkel zijn een paar (houdbare) producten te koop



Er is hier ook een schooltje, dat door de regering van Hugo Chavez is gefinancierd. Er zitten 89 kinderen tussen de 3 en 15 jaar op deze school, en ze krijgen hier les in het Warao en het Spaans - en dat kun je ook op het bord en in hun schrift zien















Ze krijgen ook eten van school



en daarvoor is een speciale schoolkeuken ingericht



Tegen de avond maken we met gids Danni in zijn bootje een jungletocht.



Hij laat ons tucans



en aapjes zien







Na deze ervaringen varen wij verder de rivier op



en genieten van het rivierleven dat aan ons voorbijtrekt











We ankeren in zijriviertjes, waar allerlei beestjes ons bezoeken







of langs komen drijven op eilanden met waterhyacinthen







Achter onze boot horen we vrijwel elke avond de zoetwaterdolfijnen weer hoesten, proesten, snuiven en spetteren



En natuurlijk maken we weer expedities in de bijboot door de kleine zijriviertjes























Een jongetje vaart op een van deze tochten in zijn boomstamkano met ons mee. Hij heeft hier en daar slechts een vrijboord van 1 cm, maar dat deert hem niet



iedereen is hier van jongs af aan gewend om in en op de rivier te zijn:







En als het te hard stroomt en de motor is niet aan te krijgen, dan kun je altijd nog een sleepje krijgen




JUNI 2012: laatste nieuws Orinoco avontuur

We kwamen vrijdagavond 8 juni in Boca de Uracoa aan, het verste punt van onze trip omdat daar electriciteitsdraden over de rivier lopen waar wij niet onderdoor kunnen.
Wij zijn hier zeer gastvrij onthaald door Milagros en Enrique en hun hele familie- en vriendenkring. Enrique is zaterdag met ons naar Temblador geweest, een grotere plaats verder landinwaarts, waar we inkopen konden doen en konden rondkijken.







Zondagmorgen zijn we weer vertrokken uit Boca de Uracoa voor de terugweg. We handelden weer met wat mensen onderweg





en we hadden opnieuw een prachtige, maar wel erg warme vaartocht. Ook werd de overlast van allerlei vliegende en bijtende beesten steeds groter. Zondagmiddag gingen we voor anker bij de Orinoco Delta Lodge, waar we op de heenweg ook langs waren gekomen. We begroetten hier de Guyanese Alexis en Jesus van de Lodge.En er waren ook dit keer weer spelende zoetwaterdolfijnen rond de boot


's Avonds gingen we bij de Pelagie aan boord eten en bespreken hoe we onze tocht gingen voortzetten. Rond half acht (het was al donker) kwam er een snelle speedboat met 4 mannen langszij. De mannen kwamen aan boord van de Pelagie en richtten hun 3 pistolen op ons. Ze wilden geld. Ze hebben op de Pelagie behoorlijk veel geld en electronica buitgemaakt, en het meeste touwwerk dat ze konden pakken afgesneden en meegenomen. Ze dwongen Frits om met een van hen naar de Bella Ciao te varen. Daar hebben ze een klein beetje geld en een filmcamera gepakt. Toen Frits en de overvaller weer terugkwamen, hadden ze op de Pelagie ook gevonden wat ze hebben wilden en stapten de heren in hun boot en vertrokken in de duisternis, ons in verbijstering, maar ongedeerd achterlatend.
We hebben die nacht weinig kunnen slapen en zijn 's ochtends om 6 uur vertrokken, terug naar Pedernales. Daar wilde de politie geen verklaring ondertekenen van wat ons overkomen was. We voelden ons niet meer prettig in venezuela en zijn diezelfde middag nog vertrokken en in een keer doorgevaren naar Trinidad. Daar kwamen we dinsdagmorgen om 01.00 uur moe maar tevreden over onze snelle aftocht aan.
Helaas moeten we nu vaststellen dat het ook op de Orinocorivier niet meer veilig is voor boten zoals wij. Het is moeilijk te zeggen wat de achtergrond van deze overval nu is geweest. Het waren geen arme jongens, het waren geen indianen en onze indruk is dat ze niet uit dit gebied afkomstig waren. Het leek erop alsof ze dit soort dingen vaker hebben gedaan.
Het is meer dan jammer dat het daardoor niet meer mogelijk is dit prachtige gebied te bezoeken en wij willen benadrukken dat we de indianen die hier van oorsprong wonen als zachtmoedige, vriendelijke en gastvrije mensen hebben leren kennen. Helaas zijn de filmopnames van dit aandoenlijke stel peddelaarstertjes in oliedrum verloren gegaan, maar gelukig hebben we deze foto's nog







We hebben vaak genoten van de mensen en de imposante natuur. De Warao indianen kunnen er niets aan doen dat er in Venezuela een situatie is ontstaan die het mogelijk maakt dat bezoekers zich geheel rechteloos weten en niet beschermd door de autoriteiten tegenover overvallers en andere kwaadwillende figuren.
Alles bij elkaar genomen zijn we er goed vanaf gekomen. We hebben welbeschouwd geluk gehad, ook al zijn we natuurlijk fors geschrokken.

Inmiddels zijn we alweer een weekje op Trinidad en aardig bijgekomen van het hele gebeuren op de Orinoco. Nils en Hanneke van de Pelagie, die veel zwaarder getroffen zijn dan wij, hebben hun zaakjes ook weer aardig op orde. Wij kijken weer vooruit en maken plannen om, opnieuw gezamenlijk met de Pelagie en wellicht nog met meer zeilers, de laatste week van juni en begin juli via de Los Roques eilanden naar Bonaire te zeilen.


JULI 2012: Venezuela revisited - of hoe blauw kan de wereld zijn

Na een paar weekjes bijkomen van het Orinocoavontuur in Trinidad en Grenada gaan wij onderweg naar Bonaire.
Maar alvorens dit overzees stukje Nederland aan te doen willen we eigenlijk heel graag onderweg de eilanden archipel Los Roques aandoen. Maar dit stuit op enkele hobbels: de eilanden maken deel uit van Venezuela en om daar legaal binnen te komen moeten we een zogeheten 'Zarpe' halen aan de vaste wal of op Isla Marguerita. En dat is nou juist waar we niet heen willen, want daar zijn veel slechte berichten over de laatste jaren.
Maar ja, Los Roques voorbij varen is ook wel jammer. Dus we besluiten het erop te wagen en te proberen of we er een tijdje kunnen blijven zonder dat we officieel zijn ingeklaard. Als het niet lukt, varen we gewoon verder naar Bonaire.
Twee dagen na ons vertrek uit Grenada, na een tochtje met de wind in de rug over een kalme zee, zien we een vuurtoren opdoemen- is dit Ameland???



Volgens de kaart moet dit Sebastopol zijn, de zuidoostelijke ingang van de Los Roques archipel. We hebben met Nils en Hanneke van de Pelagie, met wie we ook nu weer onderweg zijn, afgesproken om hier de eerste nacht over te blijven. Zo varen we een blauwe wereld binnen.







We laten het anker vallen voor een mangrovebosje en we brengen een heerlijk rustige nacht door achter de beschutting van de riffen met uitzicht op de oceaan.
We zijn nog wel behoorlijk op onze hoede en het visbootje dat bij het mangrovebosje rondvaart, houden we dan ook nauwlettend in het oog. Als ze na een poosje weer verder varen, vinden we dat eigenlijk toch wel prettig....
De volgende boten zien we pas de volgende dag, als we anker op gaan en koers zetten richting het hoofdeiland, El Gran Roque. Het is hier adembenenemend blauw, in vele schakeringen, omzoomd met hagelwitte stranden: we zeilen door een ware bounty-omgeving











en vergapen ons aan deze onbeschrijflijk mooie wereld.











Na twee uren zeilen door alle schakeringen blauw + 1, arriveren we bij El Gran Roque, waar ook het dorp is.



Vantevoren hadden we ons uitgebreid gedocumenteerd. We verwachtten hier meer collegazeilers te vinden, maar wat we niet begrepen hadden uit alle verhalen en beschrijvingen, was dat we hier voornamelijk Venezolaanse zeil- en motorjachten zouden aantreffen. Zo bevonden wij ons dus temidden van de Venezolaanse vakantievierders: een goede manier om over onze schroom richting dit land en sommigen van zijn bewoners heen te raken.
Imiddels waren we er wel achter dat de Los Roques archipel fantastisch mooi was, en wilden we hier dus maar al te graag enige tijd blijven. Daarvoor moesten we dus nog wel iets met de diverse autoriteiten zien te regelen. En dan kom je in een nogal mistige wereld van macho-mannetjes terecht, die je allemaal graag willen laten voelen hoe belangrijk zij zijn en die daartoe alle gelegenheid hebben omdat wij niet over de juiste papieren beschikken. Zo gingen we dus naar de Kustwacht, die ons na veel gewichtigdoenerij een formulier afstempelde en ons ook de (forse) intreeprijs voor dit Nationaal Park liet betalen. Volgens de man was hiermee de kous af en hoefden we verder niks meer te doen.
Dus waren we zeer opgetogen en maakten we een heerlijke wandeling over het eiland















We ontdekken een nieuw verkeersbord



en we klimmen de berg op naar de oude vuurtoren



van waaruit we genieten van het prachtige uitzicht



Als we de volgende ochtend willen vertrekken krijgen we de Guardia Nacional op bezoek met de mededeling dat dat zomaar niet gaat: wij moeten ons ook bij hen inschrijven. Dus opnieuw wordt het hele toneelstuk opgevoerd over onze missende papieren en worden we uiteindelijk toch in hun grote boek opgenomen.
Omdat we er nu toch weer zijn besluiten we om dan ook nog maar even langs het kantoor van het Nationaal Park te gaan. Daar blijkt een uitermate vriendelijke dame te zitten, die ons weet te vertellen dat het hele toneelstuk dat de heren tot nu toe hebben opgevoerd van geen kanten klopt: de Kustwacht mag het intreegeld helemaal niet innen (dat geld is dus waarschijnlijk in 's mans eigen zak verdwenen), en de Guardia Nacional moet ons een stempel op het intreeformulier geven en bovendien mogen we er zonder 'Zarpe' helemaal niet langer dan twee dagen zijn. Maar deze dame is duidelijk uit ander hout gesneden dan de mannetjes tot nu toe en met een diepe zucht over de gang van zaken bij Kustwacht ('Dit is niet de eerste keer dat ze dat flikken') geeft ze ons toch toestemming om 10 dagen in het Nationaal Park te mogen verblijven, terwijl ze ons dringend aanraadt om dan niet naar de laatste instantie te gaan (de 'Autoridad Unica') waar we het risico lopen nogmaals te moeten betalen.
Aldus geinformeerd vertrekken wij dan alsnog voor 10 dagen 'ins blaue hinein'







We trekken van de ene toplocatie



naar de andere.
Onder water zien we de mooiste koralen en vissen in alle kleuren, en boven water valt er ook van alles te genieten:















Intussen kunnen we steeds meer genieten van het verblijf tussen de Venezolaanse vakantievierders











En zo kunnen we de spanning die het Orinocoavontuur natuurlijk toch teweeg heeft gebracht in deze paradijselijke omgeving gelukkig achter ons laten.
















JULI 2012: Venezuela revisited - vervolg

We zwerven twee weken door de Los Roques archipel.



Het is een ervaring die boven water valt samen te vatten met de woorden blauw - blauwer - blauwst.







Onder water is het er trouwens ook de moeite waard. Je kunt al snorkelend de prachtigste vissen en koralen spotten. Het voordeel is dat je niet je hele duikuitrusting hoeft aan te doen, maar gewoon met je flippers en de snorkel overboord springt en dan kan naast de boot de pret beginnen. We genieten dus volop van deze prachtige wereld.
Langzaam maar zeker gaan we ook steeds meer geloven dat we hier inderdaad veilig kunnen rondtrekken. Toeristen uit El Gran Roque worden met kleine bootjes langs de prachtige stranden van de eilanden in de archipel gevaren en er zijn een paar Venezolaanse motorjachten. Verder komen we geen buitenlandse toeristen tegen.
Het laatste eiland dat we in deze archipel aandoen is het Caya de Agua, dat samen met West Cay het meest westelijke stukje van Los Roques vormt. Op Caya de Agua zit vlak onder de oppervlakte zoet water, de reden dat deze archipel in het verleden door Indianen van het vasteland (tijdelijk) kon worden bewoond. Op West Cay bevindt zich weer een van die grappige Venezolaanse vuurtorentjes.



Deze vuurtorentje worden gemaakt als bouwpakket van glasvezel ringen, die ter plekke geassembleerd kunnen worden. Je kunt er zelfs opklimmen en dan heb je een prachtig uitzicht



Na twee weken trekken we verder en zeilen we in een dagtocht naar de onbewoonde eilandenarchipel Las Aves. Dat betekent vogeleilanden en deze naam blijkt zeer to the point. We doen eerst de archipel Las Aves de Barlovento (boven de wind) aan, waar we niet alleen opnieuw prachtig snorkelen, maar bovendien door het mangrovegebied in de bijboot een prachtige vogelexpeditie maken.







De vogels zijn helemaal niet bang en we kunnen er heel dicht naar toe varen. Er wonen hier duizenden z.g. red footed boobies















Na deze adembenemende vogelervaring en nog een paar heerlijke snorkeltochtjes, varen we door naar de benedenwindse Aves eilanden, Aves de Sotavento. Ook deze groep is onbewoond, op een kustwachtstation na. Onderweg hebben we nog het geluk om een groep dolfijnen om de boot te krijgen



Na een rustig dagtochtje melden we ons en de mannen van de kustwacht kondigen aan dat ze ons nog zullen bezoeken. Dat doen ze inderdaad en dat blijkt voor het eerst een aangename ervaring met Venezolaanse autoriteiten.
Er komt een bootje met vier jonge mannen aan die ons heel beleefd vragen of ze ook aan boord mogen komen en die vervolgens onze gegevens komen opschrijven, en heel blij zijn met het aangeboden biertje. De jongens vervelen zich natuurlijk een klont op deze onbewoonde eilanden en vragen of we ook visspullen voor ze hebben. Die hebben we wel en daarmee maken we ze enorm blij.







Na een gezellig uurtje, waarin ze ook nog het fotoboekje van de bouw van onze boot bewonderen, nemen we hartelijk afscheid.
We hebben gelezen dat hier in het verleden een Nederlandse nederzetting is geweest, vanwege de guano (vogelpoep, die tot de uitvinding van de kunstmest als mest werd gebruikt). De kustwachters hebben ons al verteld dat er bij hun nederzetting een paar ruines zijn, dus daarheen gaan we op middagexpeditie.



Zo gaan we op weg en vinden inderdaad allerlei overblijfselen van de nederzetting van onze landgenoten in het verleden.















Als we nog wat verder wandelen komen we zelfs de overblijfselen van een robuuste vuurtoren tegen



Nadat we ook hier nog weer een paar prachtige snorkeltochtjes hebben gemaakt, zetten we na twee en een halve week grotendeels in de natuur te hebben doorgebracht, koers naar Bonaire, om ons daar weer eens onder de mensen te begeven.


AUGUSTUS 2012: onderwaterwereld

De augustusmaand stond in het teken van duiken. Jos en Melanie kwamen aan in Bonaire en behaalden daar allebei hun duikbrevet. Via Klein Curaçao voeren ze mee naar Curaçao en overal hebben we gedoken en gesnorkeld. Vooruitlopend daarop had Jos een prachtige onderwatercamera aangeschaft, waardoor wij nu in de gelegenheid zijn om de onderwaterwereld waarvan wij regelmatig genieten ook op ons logboek te tonen. Deze aflevering van het logboek is daarom een onderwaterfotoserie:































































































































met dank aan Jos voor zijn prachtige foto's



SEPTEMBER 2012

En zo zijn we dan weer in Nederland....Een volle agenda met regeldingen en veel bezoekjes aan vrienden en familie.
Overal genieten we een warm onthaal en is het weerzien hartelijk en geanimeerd. Bij Jacqueline vinden we een gastvrij onderkomen, midden in het centrum van Groningen. Deze uitvalsbasis voelt vanaf dag 1 als thuis.
Gelukkig is er ook tijd om te zeilen - twee weekeinden gaan we weer door de Robbegatsluis in Lauwersoog naar buiten



en genieten we weer van het vertrouwde oostelijk wad:











We zeilen mee met familie



en op het zusterschip van de Bella Ciao, de Safari. Dat laatste levert altijd weer een gevoel op dat het beste beschreven kan worden als "kleur de plaatjes en zoek de verschillen"



En natuurlijk vindt ook het inmiddels tot traditie uitegroeide evenement van de vorming van een XXL-eiland op het Lauwersmeer plaats.
De bedoeling van dit evenment is om zoveel mogelijk zeilvrienden bijeen te krijgen en met zo zoveel mogelijk rompen samen een groot eiland in het Lauwersmeer te vormen. Dit jaar evenaren we het record van vorig jaar met 25 rompen



en we beleven, mede dankzij de gastvrijheid van Paula & Wouter, weer een onvergetelijke zondagmiddag met alle zeilvrienden en -bekenden op het Lauwersmeer







Toen Frits het echt niet meer warm kon krijgen, keerden we terug naar Cuaraçao.

OKTOBER 2012

Het orkaanseizoen in de Caribische regio duurt van juni tot december. Dat betekent voor de verstandige zeiler dat hij een veilige haven opzoekt buiten het gebruikelijke orkaantraject. Dat wil zeggen: ten zuiden van de 13e breedtegraad (de roze lijn).



Men verblijft bijvoorbeeld in Trinidad, Tobago, Grenada (al is dat niet 100% safe: in 2004 werd dit eiland nog zwaar door een orkaan getroffen), terwijl ook Bonaire, Curaçao en Aruba goede en veilige verblijfplaatsen zijn in deze maanden. Venezuela is op zich ook orkaan-veilig, maar daar liggen weer andere gevaren op de loer, zodat daarheen gaan door de meeste zeilers tegenwoordig niet meer als een optie beschouwd wordt.
Eind oktober maken we aantal regenachtige dagen mee, met 's avonds zo nu en dan zware onweersbuien. Achteraf blijkt dat dit de bijverschijnselen zijn van de geboorte van wat later uitgroeit tot de vernietigende orkaan Sandy, een stukje ten noord-westen van onze verblijfplaats.
Het niet-vaar-seizoen valt hier dus in de zomer en de herfst. In die periode gaan veel zeilers voor kortere of langere tijd naar "huis" of zij maken anderszins uitstapjes per vliegtuig of over land.
De Bella Ciao ligt in het Spaanse Water in Curaçao, een prachtig beschutte baai, waar veel zeilers bij elkaar liggen. Er gaat dagelijks een speciaal busje van hier naar de supermarkt, op vrijdagavond komt men samen bij het happy hour van het kroegje aan de visserijhaven. Verder is dit voor velen het moment om groter of kleiner onderhoud aan de boot uit te voeren. En zo is iedereen op zijn eigen manier bezig.

Reinhilde heeft in de jaren tachtig in een werkgroep met Antilliaanse studenten in Nederland gezeten, waar ze Papiamento leerde en meewerkte aan de organisatie van een workshop over de geschiedenis en het onderwijs op de Antillen en Aruba.
Inmiddels is iedereen van deze werkgroep terug op Curaçao en Aruba en leek de komst van de Bella Ciao hier een mooie kans om een reunie van de werkgroep te organiseren. Zelfs de Nederlandse collega-historica en medewerkgroeplid Anita kwam voor de gelegenheid over uit Nederland. Dit evenement vond op zaterdag 13 oktober plaats. Hoewel niet iedereen erbij kon zijn, was het een hartelijk weerzien en was de bijeenkomst een groot succes



Er ontstaan allerlei gezellige afspraken met oude vrienden en vriendinnen en worden er nieuwe contacten gelegd.
Een daarvan is met de directeur van het Museo Tula, dat gevestigd is in het landhuis van de voormalige plantage Knip, of Kenepa. Het is de bedoeling om samen met haar weer eens in de Curaçaose geschiedenis te duiken. Als voorproefje alvast een beeldimpressie waarin de tragiek van de Curaçaose geschiedenis treffend wordt verbeeld:



Dit is het befaamde Waterfront van Willemstand - de koopmanshuizen van weleer, prachtig gerestaureerd en tot UNESCO werelderfgoed uitgeroepen.



Een van de meest prominente van deze koopmanshuizen is van de familie Penha, zoals te zien is in de top van de gevel.



Zoals gebruikelijk staat op deze huizen symbolisch verbeeld waarmee de desbetreffende familie zijn rijkdommen heeft verworven. En dat is in dit geval duidelijk: slavenhandel en slavernij. De Penha's zijn trouwens bepaald niet de enigen die op deze wijze hun rijkdommen vergaarden. Recentelijk is onderzoek gedaan naar de slaveneigenaren die bij de afschaffing van slavernij in 1863 in Amsterdam woonden. De resultaten van dit onderzoek zijn op Googlemaps gezet onder de titel 'slaveneigenaren in Amsterdam 1863'.

Naast de historische activiteiten wonen we een uitvoering bij van vriendin en actrice Sheila Payne en haar twee collega's. We mogen meekijken met de kleine kinderen van een school in de wijk Santa Rosa naar de prachtige en humoristische maskerade, die speelt in een wasserette.







Intussen werkt Frits aan een prachtig nieuw dak boven de kuip, dat tevens een functie zal krijgen als vaste wateropvang. Wordt vervolgd...

NOVEMBER 2012

De maand november brengen we door op het Spaanse Water in Curaçao



We maken wandelingen met buurman Timo en zijn honden, die hier op zijn woonboot bij een van de kleine eilandjes wonen.



Timo heeft een bijzondere hobby: hij maakt paden. Op die manier heeft hij de Kabrietenberg (geitenberg), waar wij vanuit de boot op uit kijken, toegankelijk gemaakt. Timo leidt ons over zijn paden en vertelt intussen veel interessants over deze omgeving.



Er groeien hier veel prachtige verfhoutbomen, die in het Papiamento Pal'i Brasil heten: Brazilie bomen. Naar deze bomen hebben de Nederlanders, die in de 16e eeuw een groot deel van Noord-Brazilie veroverden, hun verovering genoemd.



Timo heeft een tijd geleden een houten beeld gemaakt en dat als uitkijk op de berg geplaatst: Op een namiddag lopen wij er over Timo's paden naar toe:



Vanuit hier hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving







Ook vertelt Timo ons dat de Caracasbaai, waarop we vanaf de Kabrietenberg een mooi uitzicht hebben,



helemaal niet genoemd is naar de hoofdstad van Venezuela, maar naar de kraken (Kraecken), de boten waarmee vroeger de lading uit de grote schepen werd vervoerd naar het eiland.
Op deze foto is bovendien goed te zien dat voorheen het Spaanse Water via de Caracasbaai in directe verbinding stond met zee. Vroeger was op het eilandje het quarantainegebouw gevestigd, waar mensen met besmettelijke ziektes een tijdje in isolement konden verblijven. Het was de Shell die hier in het midden van de vorige eeuw olie opslag tanks bouwde en om die beter te kunnen bereiken van het eiland een schiereiland maakte.
Maar wandelen is niet het enige dat we doen. Frits maakt boven de kuip een multifunctioneel afdak dat ons tegen de zon beschut:



Het heeft bovendien een speciaal opslaand luik om de luchtcirculatie te stimuleren



Verder hebben we er prachtige lichtjes op gemonteerd, zodat we nu in de avonduren in de hele kuip kunnen lezen











maar dat is nog niet alles, want het dak is tevens regenopvang:



Uiteindelijk wordt het geheel afgewerkt met strakke rails waar de zonnekleedjes ingeschoven kunnen worden:



Tussen de werkzaamheden door krijgen we bezoek



of vieren we feest met een mangotaart



Maar er zijn ook minder leuke momenten. Als ons rookoventje op de butagasbrander buiten te heet wordt smelt de houder van de gasbrander en ontstaat er een enorme steekvlam. Frits komt op mijn geroep naar buiten gesneld en probeert de brander te pakken, juist als die vlam vat met naar buiten stromend vloeibaar gas. Gelukkig snijdt deze explosie de zuurstoftoevoer af, zodat het vuur dooft. Wel heeft Frits zijn neus verbrand en is het gashoudertje klaar voor de prullenbak:



Als we deze schrik weer achter de rug hebben krijgen we in de stad een andere schok: sinterklaas komt hier ook en wel vergezeld van een grote groep zwarte pieten. En hoe vrolijk het er misschien van buitenaf ook uitziet,



feit blijft dat zwarte piet niet meer van deze tijd is, zeker niet in deze omgeving. Vreemd hoe Nederlandse gewoontes kennelijk nog steeds hun stempel ook op het straatbeeld hier drukken....ik voel me er zeer ongemakkelijk bij.

Maar uiteindelijk genieten we de volgende dag weer met volle teugen van de pracht die het eiland te bieden heeft tijdens een eilandttoer met vriendinnen Ini en Shelley:
We bezoeken een afgelegen strandje bij Boka Sami



We drinken een verfrissend glas zuurzakdrank bij Hofi Pastor



en maken daar vervolgens een prachtige natuurwandeling







en bewonderen de eeuwenoude katoenboom







We horen en zien de zee naar binnen denderen in de grot van Boka Tabla



Daarna krijgt de innerlijke mens weer alle aandacht van Gerard op de veranda van zijn huis op de berg







We eindigen deze heerlijke dag met een indrukwekkende zonsondergang bij het zoutmeer







DECEMBER 2012

Na 3 fantastische maanden op Curaçao is het tijd om afscheid te nemen van alle vrienden en te vertrekken. We beginnen vast te groeien:



We maken eerst nog even een tussenstop in de baai van Santa Cruz



om de rompen schoon te maken. Als we de ergste plakken aangroei eraf gestoken hebben kunnen we de stevens westwaarts richten en Curaçao echt achter ons laten



We hebben een prima overtocht naar het 550 zeemijl verder gelegen Jamaica



Alleen de laatste mijlen valt de wind weg en moeten we toch nog de motoren bijzetten om ons doel te bereiken



Zo arriveren we na ruim 3 dagen in Port Antonio. Bij aankomst rond 12 uur 's nachts ruiken we de houtskoolvuurtjes van de wal: dit kennen we nog van Afrika!
We kunnen de volgende morgen in de marina inklaren en als de formaliteiten eenmaal afgerond zijn, gaan we het kleurrijke, gezellige stadje verkennen.











Jamaica wordt in de verhalen als het meest Afrikaanse eiland van de Caribbean gekarakteriseerd en dat beeld komt aardig met onze waarnemingen overeen. Het is overal een drukte van belang, er is een prachtige waren- en groenten markt, en daarnaast zijn er overal op straat handeltjes en stalletjes. De mensen zijn snel in het leggen van contact: iedereen wil wel iets van ons. Zoals bijvoorbeeld de schooljongens die sponsoren voor hun cricketteam zoeken. Onze bescheiden bijdrage (onder voorwaarde dat ze dan ook zullen winnen) wordt zeer gewaardeerd.
Op de markt blijkt dat de orkaan Sandy hier hard heeft toegeslagen. Er zijn geen mango's te verkrijgen, de bananen zijn schaars, veel andere producten zijn duur: eigenlijk heeft de orkaan de oogst hier grotendeels vernietigd. We zien overal afgewaaide daken en omgewaaide bomen en palen. Kortom: Sandy heeft het oosten van Jamaica veel schade toegebracht.

Het motto van het land is 'Out of many one people'. Ik vind dit motto mooi weergegeven in deze muurtekening bij een school:



Met onze vrienden, die bij ons even de Nederlandse winter komen ontvluchten vieren we kerst aan boord:







Maar ook op straat is het hier kerstmis



terwijl er bovendien langs de weg speciale, traditionele kerstoptochten worden gehouden



We maken verschillende wandelingen in de omgeving, onder andere naar de oude villawijk Titchfield, op het schiereiland naast onze ankerplek, waar de middelbare school er strenge kledingvoorschriften op na houdt:



Vanaf de rotsen waarop de school, een oud militair fort, gevestigd is, kijken we uit over zee en zien een koufront (het is nog altijd 25 graden) met bijbehorende regen passeren



We verkennen naast de cultuur ook de Jamaicaanse natuur tijdens een wandel- en bustocht naar de bijzondere Reach Falls



en de volgende dag met een huurauto door de Blue Mountains (met toppen tot meer dan 2000 meter hoogte):







We passeren schilderachtige de dorpjes in de bergdalen, waar de reggaeklanken ons vol warmte tegemoet stromen:







Via een prachtige route door het regenwoud afgewisseld met boerenakkertjes en indrukwekkende vergezichten



















rijden wij naar de hoofdstad Kingston, waar we ons onderdompelen in het woelige straatgebeuren in het centrum van de stad















Na deze belevenis, doen we de volgende dag wat de gidsen op straat in Port Antonio ons al dagen proberen te verkopen, we maken een rafttocht op bamboevlotten over de Rio Grande:



De volgende dag wordt het tijd om weer eens verder te trekken, dus lichten we het anker en zeilen naar de prachtige beschutte baai van Oracabessa:











Na de met muziek vervulde nachten in Port Antonio genieten we hier van de rust



We maken een prachtige snorkelexpeditie door het grillige onderwaterlandschap en een heerlijke wandeling door het gezellige dorpje Oracabessa. De volgende dag vervolgen we onze tocht langs de Jamaicaanse noordkust richting Ocho Rios en Montego Bay.

[jan 2017]

[feb 2017]

[mrt 2017]

[apr 2017]

[mei 2017]

[juni 2017]

[juli 2017]

[aug 2017]

[dec 2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten