het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2013


JANUARI 2013

En zo is het dan 2013 geworden.
We hebben de jaarwisseling ook dit jaar weer passend gevierd met oliebollen bakken en opeten in bikini











We zeilen langs de noordkust van Jamaica. We zien in de verte zich een waterval in zee storten



We snorkelen



en zien onder water, verdekt onder het zand, een pijlstaartrog liggen



We doen enkele plaatsjes aan. Hier en daar verkeert men nog in kerstsfeer



De baai van Falmouth wordt afgeschermd door een mangrovebos, een traditionele schuilplaats tijdens orkanen. Toch is ook dat geen garantie voor het heelhuids een orkaan doorstaan zoals de volgende beelden getuigen:







Wij bezoeken in dit gezellige stadje de markt, waar we de overal in dit land gebruikelijke handkarren fotograferen



en bij een visser die bij ons komt buurten kopen we een vis met een hele grote mond (een snoek noemt hij hem):




Uiteindelijk komen we in Montego Bay aan. Een vrij toeristisch maar toch een leuk stadje. Als we op zondagmiddag een wandeling door de stad maken lopen we langs een open lucht kerk







We dachten dat er in Brazilie veel kerkgenootschappen waren, maar het ziet ernaar uit dat dit land op dat gebied helemaal de kroon spant: elk genootschap waarvan ik ooit gehoord heb lijkt hier wel vertegenwoordigd te zijn.

Maar er is meer.

Montego Bay is de geboorteplaats van dominee Sam Sharpe, een van de nationale helden van Jamaica.
Sharpe werd in 1801 als slaaf geboren. Desondanks leerde hij vanwege zijn opvallende intellect, al jong lezen en schrijven en bracht hij het tot dominee in de Baptistengemeente.



Het onrecht van de slaverij was hem een doorn in het oog en hij predikte in zijn gemeente dat de mens volgens de bijbel geen twee heren kon dienen en dat de slavernij dus in tegenspraak was met het geloof.
Al sinds het einde van de achttiende eeuw was er in Engeland een beweging gaande die, nadat zij in 1807 de slavenhandel wettelijk verboden had gekregen, nu pleitte voor de volgende stap: de wettelijke afschaffing van de slavernij. Deze beweging is bekend geworden als de Abolitionistenbeweging.



Het bleek een lange en moeizame strijd.
Intussen deden er vooral in de koloniën onder de slaven vele geruchten de ronde. Een van deze geruchten, die onder andere in Jamaica opgeld deden was dat het Britse Parlement de slavernij weliswaar had afgeschaft, maar dat de koloniale bestuurders en de planters in de koloniën de uitvoering van de wet tegenhielden.
Dit gerucht bracht Sharpe ertoe in 1831 een staking af te kondigen: de stakers zouden na kerstmis alleen weer aan het werk gaan als vrije mensen en tegen een redelijk loon.
De kersttijd was een strategisch goed gekozen moment voor de staking want dat was de tijd van de suikeroogst. Sharpe hoopte dat de planters de slaven een loon zouden betalen om toch zo de oogst binnen te halen.
Hoezeer Sharpe zijn staking ook vreedzaam had bedoeld, de actie die zich als een lopend vuur over het hele land verspreidde en waarbij meer en meer slaven zich aansloten, escaleerde al gauw. Zo ontstond de Christmas Rebellion, een van de hoogtepunten in de strijd voor de afschaffing van de slavernij in de Britse koloniën. De opstand duurde 10 dagen en 60.000 van de 300.000 slaven op Jamaica deden eraan mee.
200 slaven en 14 planters en opzichters kwamen tijdens de opstand om het leven. De schade was enorm.




Uiteindelijk werd de opstand bloedig onderdrukt. Honderden rebellen werden opgepakt, 750 mensen werden veroordeeld, van wie 138 de doodstraf kregen. Sam Sharpe werd op 23 mei 1832 op het marktplein van Montego Bay geëxecuteerd. Zijn as werd in het zand van de haven verstrooid. De eigenaar van Sharpe kreeg een schadevergoeding van 16 Engelse ponden, hetgeen kennelijk beschouwd werd als de waarde van het 'kapitaalgoed' Sam Sharpe.
Een week na de executie benoemde het Britse parlement een commissie die moest gaan onderzoeken hoe de slavernij kon worden afgeschaft.
Onder de planters was de angst voor een totale oorlog intussen zo groot geworden, dat velen geneigd waren dan nog maar liever eieren voor hun geld te kiezen en afschaffing van de slavernij de accepteren.
Op 1 augustus 1833 werd uiteindelijk de slavernij in de Britse koloniën afgeschaft.



De kerstmisopstand was niet voor niets geweest. Deze opstand vormde uiteindelijk de laatst stap in de langdurige strijd. Een strijd die zowel in Groot Brittannie, maar vooral ook vanaf het begin van het slavernijdrama door de gevangen zelf op de slavenschepen en door de slaven op de plantages, voor het herstel van de menselijke waardigheid en de afschaffing van de slavernij gevoerd werd.



Tegenwoordig heet het marktplein in het centrum van het Montego Bay Sam Sharpe Square en op het plein staat een indrukwekkende beeldengroep ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen rond kerstmis 1831.



Deze update van de site is voorlopig even de laatste - wij zijn nu onderweg naar Cuba en daar kun je je site niet uploaden.
Wij hopen iedereen eind februari vanuit de Dominicaanse Republiek op de hoogte te kunnen brengen van onze avonturen op Cuba!

JANUARI 2013

Cuba deel I
Na een voorspoedige overtocht komen we in twee en een halve dag zeilen (en het laatste stukje motoren omdat de wind wegvalt) aan in Cienfuegos, Cuba.
We waren al vaker in Cuba, maar nog nooit op eigen kiel.
Ze zijn hier nog niet zo gewend aan van die zeilers die hun eigen gang gaan, en daarom zijn er maar een paar plekken waar je in Cuba van de boot af mag. Dat kan alleen in een paar plaatsen waar een 'marina' is. En dan nog moet je een hoop papierwerk afhandelen en je voor iedere vaarbeweging melden en laten controleren.
Dat gebeurt hier wel door uitermate vriendelijke en behulpzame beambten, en ook al duurt het allemaal meestal wel even, het is niet erg, omdat het met een glimlach gebeurt. Zo ook in Cienfuegos, waar we na een ochtend met bezoek van allerhande autoriteiten uiteindelijk dan toch aan wal mogen.
We voelen ons meteen thuis in dit land met zijn vriendelijke, vrolijke mensen, al is het met het Spaans natuurlijk wel weer even oefenen.
We kijken hier na het drukke en hectische verkeer in Jamaica onze ogen uit naar de lege wegen



Afgezien van het rustige verkeer, trekken hier ook de types vervoermiddelen de aandacht











evenals de verbodsborden op straat



We pakken zelf ook de fiets



en gaan op verkenning uit. We komen onderweg een prachtige kermisattractie tegen:







en worden daarna aangesproken door Guillermo,



die ons naar 'Proyecto Reina' brengt, een duurzaam kunstanaarscollectief, dat op ecologisch verantwoorde wijze een beeldentuin onderhoudt















Vervolgens worden we voorgesteld aan Jose Basulto, een bekend Cubaans magisch schilder, die ook deel uitmaakt van het collectief. Wij maken foto's van zijn werk met als doel om het hier, via onze site meer bekendheid te geven.



























Na dit boeiende bezoek rijden we verder naar zee en daar maken we de tewaterlating mee van een uit piepschuim en hout gebouwd zeilbootje:











Als we 's avonds thuiskomen trekt er een 'frente frio', oftewel een koufront over, en daaraan merken we dat we nu toch een stuk noordelijker zitten. De sokken moeten erbij aan en we eten hutspot:



De volgende dag is het zondag en die middag wordt er een voorstelling gegeven in de casa de musica. Wij zijn natuurlijk van de partij en genieten een middag lang, gezeten onder de bougainvillea van dans, zang en dichtkunst.



















Daarna wordt het tijd om met onze huurauto eerst onze vrienden van vroeger op te zoeken, in Playa Giron, oftewel Varkensbaai. De dames weten niet wat ze zien als wij plotseling opduiken. We worden meer dan hartelijk onthaald en voelen ons geweldig welkom bij Danay, Lucia en Melany en hun overige familieleden. Het gelukkig weerzien wordt op de gevoelige plaat vastgelegd:



Zoals gebruikelijk nemen we onderweg lifters mee en zo maken we kennis met Pedro, die doordat hij een aantal jaren in (vormalig Oost-) Duitsland heeft gewerkt, vloeiend Duits spreekt. Wij worden hartelijk door hem en zijn vrouw ontvangen en krijgen van hen sinaasappels en kokosnoten mee voor onderweg:



We rijden door richting het noorden, om onze gasten te gaan ophalen. Onderweg komen we langs vele suikerrietplantages. Als we een nog werkende suikerfabriek zien, stoppen we om dit eens van nabij te kunnen bekijken. Frits kijkt met extra interesse, omdat hij is opgegroeid naast de bietsuikerfabriek van Hoogkerk, waar hij zelfs tijdens zijn opleiding nog stage heeft gelopen.







Zo rijden we naar Matanzas, waar ik een kantoor zie met als opschrift: stadshistoricus.



Dat lijkt me interessant, dus ik loop binnen en maak kennis met Dr. Ercilio Vento. Het blijkt dat elke stad hier een eigen historicus heeft en dat er voor historici veel emplooi is. Het is extra leuk om juist hier kennis te maken met de stadsgeschiedenis. Immers in Matanzas veroverde Piet Hein, door listig van de noordenwind gebruik te maken de zilvervloot van de Spanjaarden, en wist zo een foruin buit te maken, waarmee een groot deel van de onafhankelijkheidsoorlog van de Zeven Provincien kon worden gefinancierd. Dr Ercilio Vento weet alles van deze geschiedenis, en heeft op zijn kamer een groot schilderij van Piet Hein hangen, en vertelt dat er binnenkort een boek van zijn hand over deze in Nederland zo onbekende bekende geschiedenis zal verschijnen. Hij laat me het manuscript zien.
En zo rijden we verder naar het vliegveld, waarbij we nog getuige zijn van een paardenbad in een modderpoel langs de kant van de weg:



Er mag in Cuba gebrek zijn aan veel, wij zijn hier graag. De mensen zijn ongelooflijk aardig en vrolijk en waar we ook komen, we voelen ons welkom en worden telkens opnieuw warm en gastvrij onthaald.


FEBRUARI 2013: Cuba deel 2

Nadat we onze gasten Ina en Janny op het vliegveld van Varadero hebben opgehaald rijden we met onze huurauto Havanna in over de befaamde Malecon.







Hoewel het voor ons niet de eerste keer is dat we Cuba bezoeken, is het altijd weer een belevenis om een paar dagen in deze tot de verbeelding sprekende stad te zijn. We bezoeken enkele highlights en worden natuurlijk ook weer handig door de hosselaars ingepakt, zodat we op een gegeven moment voor een astronomisch bedrag een drankje drinken in de Buena Vista club



We bewonderen de prachtige oude gebouwen en bouwvallen











en zien dat er op verschillende plekken druk gewerkt wordt om het werelderfgoed overeind te houden



Na een dag zwerven door deze indrukwekkende omgeving, staat er dan ineens een muziekgroepje voor ons dat speciaal voor ons een paar bekende nummers ten gehore brengt, zoals bijvoorbeeld 'Guantanamera' (= meisje uit Guantanamo)



Na 2 intensieve dagen Havanna rijden we terug naar Cienfuegos, waar we de boot hebben achtergelaten.
Onderweg passeren we schilderachtige plattelandsdorpjes waar de tijd een eeuw lijkt te hebben stilgestaan



krijgen we suikerriet om op te kauwen bij een eenheid van suikerriet arbeiders op het land



zien we een andere groep boerenarbeiders aan het werk op het veld



en passeren we gebieden met enorme rookgordijnen, waar ze de velden aan het afbranden zijn om ze zo ten koste van enorm veel rook- en roetvervuiling, weer rijp te maken voor nieuwe beplanting



In Cuba is het transport nog altijd een enorm probleem. Zo valt er op deze provinciale weg, zelfs al zou je dat ondanks het inhaalverbod willen, niemand in te halen



Maar de Cubanen zijn niet voor een gat te vangen en dat levert een straatbeeld op met de meest uiteenlopende transportvormen:



























Erg hard moet je trouwens sowieso beter niet willen rijden, gezien de kwaliteit van de wegen



Natuurlijk kom je onderweg nog altijd stevige revolutionaire leuzen en opwekkende teksten tegen:











en worden de helden nog overal met gepaste trots geëerd











maar toch roepen een aantal zaken die we hier tegenkomen vragen op over hoe het er met het revolutionair elan voorstaat. Voor CUC ('convertibles' oftewel geld dat tegen harde valuta kan worden ingewisseld) is veel te koop. Daarnaast heb je de economie die draait op 'moneda nacional' de peso waarvan er 25 in een CUC gaan. Er bestaat in Cuba een complete dubbeleconomie. Een Cubaan verdient gemiddeld slechts 12 CUC per maand, met als gevolg dat er voor hem of haar bar weinig te kopen valt buiten de eerste levensbehoeften. Natuurlijk staat daartegenover dat onderwijs en gezondheidszorg van goede kwaliteit en gratis zijn, maar als je niet in de buurt van een ziekenhuis woont, zoals onze vrienden in Varkensbaai, dan is die voorziening nog niet bereikbaar met een zieke, omdat het geld voor transport ontbreekt.
Intussen wordt de toerist met alle mogelijke voorzieningen vertroeteld, die in deze dubbelwereld onbereikbaar blijven voor de Cubanen.
Wat met name verbazing wekt en een onaangenaam gevoel geeft, is het feit dat de Cubanen verre gehouden worden van de jachten. De reden hiervoor schijnt te zijn dat men nog altijd bang is dat ze hun land stiekem ontvluchten. Dit heeft voor ons nogal wat consequenties. Zo moet je overal in- en uitklaren, hetgeen vergezeld gaat van een persoonlijke inspectie van de grenspolitie aan boord - om te controleren of geen Cubanen aan boord zijn verstopt. Dat heeft weer tot gevolg dat je alleen daar van je boot af mag waar voorzieningen (lees: functionarissen) zijn die dit soort controles mogen uitvoeren. En dus kun je met je boot in Cuba maar op een paar plaatsen terecht.
Dat merken wij als we in Casilda zijn, het vissersplaatsje bij de monument-stad Trinidad de Cuba. We liggen hier in de 'marina' in een baaitje zo ver mogelijk van de stad verwijderd, prima beschut door mangroves rondom.... tussen hordes vliegen en stekebeestjes. Dus willen we overdag graag buiten bereik van het ongedierte liggen. Maar daarvoor moeten we dus wel weer de inspectiebeambte laten opdraven (die komt op zijn brommer speciaal hiervoor voorgereden), zowel bij vertrek al bij terugkomst. Buiten de baai hebben we wat meer bewegingsvrijheid en genieten we van een heerlijke dag snorkelen en kunnen we bovendien ons onderwaterschip schoonmaken







de vogels in de mangrove bekijken



en een kort bezoek krijgen van een plaatselijk vissertje







bij wie we ons diner inkopen



De enige plek waar je min of meer ongestoord kunt rondvaren en waar ook meer mogelijkheden zijn om zonder allerlei toezichthoudende uniformen (er woont hier verder niemand) contact te leggen met de vissers is in het natuurgebied Jardines de la Reina (tuinen van de koningin).







We zwerven hier gedurende een week rond



en maken kennis met de kreeftvissers die hier hun werk doen.



Zij varen op ferrocementkotters van de staat en duiken op de rand van het rif naar kreeften. De kreeften zijn bedoeld voor export. Ze bemannen de kotters met 7 man die meestal 10 dagen achtereen werken en daarna 5 dagen vrij hebben.
Onze verschijning wekt de belangstelling en in hun bijboten komen ze bij ons langs. We ruilen vis met hen voor shampoo, zeep en rum en na het werk komen ze een praatje met ons maken. De volgende morgen brengen ze ons een ontbijt van kroketjes en toost.



Enkele dagen later komen we langs een station in een baai waar de oude ferrocementboten worden afgezonken







hetgeen een soort van kotterkerkhof oplevert.
De bemanning van het vissrijstation komt naar ons toe en biedt ons als geschenk een zak voor kreeft en vis aan. Die avond hebben we een luxediner van kreeft (3 stuks voor elk) met tomatensalade en aardappelkrokjes op tafel



Daarna wordt het tijd om weer verder te trekken en we zeilen onder de imposante toppen van de Sierra Mestre door



waarna we met veel wind (kracht 8) in Santiago de Cuba arriveren. Hier liggen we in een prachtige baai, die helaas enorm vervuild is, waardoor de boot geheel overdekt raakt met oranje stippen, de neerslag van een nabijgelegen cementfabriek.
Maar daardoor laten we ons niet weerhouden om de fiets te pakken naar de stad



en een wandeling te maken naar een scheepswerf van de Nederlandse frima Damen



die hier al 15 jaar actief is.
Een andere wandeling brengt ons naar het fort El Morro, aan de ingang van de baai,



waar we een expositie aantreffen waarin onze nationale held Piet Heyn







teruggebracht wordt tot wat hij eigenlijk was: een van de vele 'pirates of the caribbean' die in opdracht van de Nederlandse staat jacht maakte op de vijand van de Republiek: Spanje. Op deze erfvijand maakte hij in de baai van Matanzas de zilvervloot buit, met een waarde van 12 miljoen - geld waarmee de Republiek vervolgens de strijd tegen Spanje verder kon bekostigen.
Vanuit het fort El Morro



hebben we een prachtig uitzicht op onze Bella Ciao tegen het decor van de Sierra Mestra.



Terug aan boord zijn we na onze wandeling onder de brandende zon hard toe aan een koele slok kokossap:



en maken we ons op voor het afscheid (met alle daarbij behorende inspecties) van dit fascinerende land met zijn uitermate sympathieke bevolking. We nemen een lijst met adressen mee van mensen met wie we graag in contact willen blijven.

Eind februari/begin maart 2013: Haïti, Ile a Vache

Zo laten we, na bijna 6 weken, Cuba achter ons voor een nieuw avontuur: Haïti. Er is één plek in dit allerarmste land op het westelijk halfrond waar je als bezoeker veilig terecht kunt en dat is het Ile a Vache, een klein eiland met naar schatting 12.000 inwoners, aan de zuidwest kant van Haïti.
Wij zeilen in anderhalve dag daarheen. Als we bij nacht langs de westkust varen duiken er uit de duisternis ineens een paar (ongemotoriseerde) kano's op met schreeuwende mannen, die proberen onze boot aan te klampen. Ze konden ons bij het licht van de bijna volle maan al van verre zien aankomen, en dus is de enige conclusie dat ze op ons hebben liggen wachten....waarvoor? We weten het niet, misschien waren het bootvluchtelingen of wellicht ook hadden ze minder vreedzame bedoelingen... Het gaf ons in elk geval een onprettig gevoel. De Bella Ciao is vanuit de kano's gelukkig te hoog en te snel zodat we hen gemakkelijk achter ons laten. Tja...dit kun je dus verwachten in een land waar armoede de norm is.
Na dit nachtelijke avontuur staat ons de volgende dag nog een pittige ronding van Kaap Tiburon te wachten, met hoge golven en de wind bijna recht tegen.



We doen er lang over voordat we uiteindelijk ons reisdoel in zicht krijgen







waar we in de Baie de Feret onder de rook van het hotel in Port Morgan voor anker gaan.

Wat voorafging in vogelvlucht

Dit land, dat samen met de Dominicaanse Republiek op het eiland Hispaniola ligt was waarschijnlijk het eerste Caribische eiland waar Columbus voet aan wal zette.
Op dat moment woonden er ca 400.000 Taino, die 30 jaar later als gevolg van ziekte en misbruik door de Europeanen verdwenen waren.
Het westelijke deel van het eiland werd in 1697 officieel Frans. Zo ontstond de Franse kolonie Saint Domingue. De Fransen maakten er een gigantische suikerproducent van en brachten met dat doel grote aantallen gevangenen uit Afrika over om als slaven op de suikerplantages te werk gesteld te worden.
Saint Domingue werd een van de rijkste koloniën ter wereld, met aan het eind van de 18e eeuw 40.000 kolonisten en meer dan een half miljoen uit Afrika gedeporteerde slaven.
In de loop der jaren hadden nogal wat slaven weten te ontvluchten naar de bergen waar ze hun eigen, vrije gemeenschappen vormden. In deze gemeenschappen overleefden vele Afrikaanse gebruiken, zoals bijvoorbeeld het feit dat vrouwen tot op de dag van vandaag zware vracht op het hoofd vervoeren (zoals blijkt uit onderstaand schilderij van een hedendaagse markt in Haïti)



en de animistische rituelen die in Haïti de vorm van voodoo aannamen.
Naast deze bevolkingsgroep was er een grote groep 'mulatten', kinderen van witte planters en zwarte slavinnen, die door hun vaders in vrijheid waren gesteld.
Toen in 1789 Frankrijk de bekende revolutie beleefde met als motto ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ bleek dit niet direct van toepassing te worden op de koloniën: de vrije mulatten eisten gelijkheid, maar kregen deze niet en voor de slaven ging de vlieger van de vrijheid ook al niet op.
Om deze rechten toch op te eisen begonnen de vrije slaven vanuit de bergen, onder leiding van de legendarische Toussaint l’Ouverture



een bevrijdingsguerilla. En ze hadden succes. Ze dwongen de afschaffing van de slavernij af. Maar door verraad werd Toussaint l’Ouverture gevangen genomen en kwam om in een Franse gevangenis.
Eén van zijn generaals, Jean-Jacques Dessalines, nam de leiding van de rebellen over, want het doel van de strijd was meer dan afschaffing van de slavernij: men wilde gelijkheid en dat leek alleen haalbaar als de Franse kolonisten het land zouden verlaten.
Dessalines, zo gaat het verhaal, scheurde in 1804 de witte band uit de Franse vlag, gooide de gehate witte kolonisatoren het land uit en naaide het rood en blauw weer aan elkaar. De uiteindelijke vlag werd nog wat mooier gemaakt met een heldhaftig wapenschild



Zo was in 1804 het eerste zelfstandige land in het Caribisch gebied een feit, en het land werd naar de oorspronkelijke Taino naam van het eiland ‘Haïti’ genoemd, hetgeen bergland betekent. Als motto kozen de vrijheidsstrijders: ‘Liberté ou la mort’. Over deze roerige periode in de Haïtiaanse geschiedenis schreef Isabel Allende de roman ‘Het eiland onder de zee’.
Zoals de Franse Revolutie uitmondde in een steeds gruwelijker bloedbad en eindigde met de zelfkroning van Napoleon Bonaparte tot keizer, zo liepen de zaken ook in Haïti uit de hand. Ook Dessalines kroonde zichzelf tot keizer en werd mede als gevolg van zijn dictatoriale machtsuitoefening in 1806 vermoord. Dit was de start van een eindeloze reeks staatsgrepen, moorden en gewelddadigheden, die het land uiteindelijk in de totale chaos deden belanden. Eén van de eerste presidenten tekende met Frankrijk een verdrag waarbij hij diplomatieke erkenning voor zijn land kreeg in ruil voor een schuldbekentenis voor een astronomisch bedrag, waardoor Haïti het eerste derde wereldland werd: geen goede start voor een nieuw land.
Naast met ernstige financiële problemen kampte het land ook met een grote interne politieke instabiliteit, die vooral veroorzaakt werd door strijd tussen de zwarte gemeenschap van de voormalige slaven en de gemeenschap van de mulatten. Van de 22 staatshoofden (hieronder worden ze allemaal tot 2004 afgebeeld) tussen 1843 en 1915 diende slechts één zijn hele termijn uit, de rest werd vermoord of verdreven.



Bij deze beroerde start, de slechte financiële toestand en de interne politieke strijd, speelde natuurijk een belangrijke rol dat de eerste zelfstandige zwarte staat op het westelijk halfrond op weinig sympathie vanuit Europa kon rekenen. Men vreesde er daar vooral voor dat het revolutionaire vuur naar de (slaven in de) andere koloniën zou overslaan. Geen wonder dat Haïti vanaf het begin dus eigenlijk kansloos was.
De twintigste eeuw bracht geen verbetering: staatsgrepen, Amerikaanse invasies en dictatoren bleven elkaar afwisselen. Van deze laatste waren tussen 1956 en 1986 de beruchte Papa Doc en Baby Doc (Duvalier), met hun knokploeg Tontons Macoutes die het hele land terroriseerden de meest bekenden, maar niet de enigen.
Tel bij al deze mislukkingen nog eens de nodige natuurrampen: Haïti ligt op de route van veel orkanen die deze regio met grote regelmaat aandoen en het land werd in 2010 getroffen door een enorme aardbeving, die 200.000 doden veroorzaakte. Je vraagt je af waar mensen in dit land de hoop uit putten om vol te houden.
Inmiddels is het land vrijwel geheel afhankelijk van externe hulp, hetgeen in de praktijk betekent dat het min of meer onder internationale curatele staat.
Inmiddels heeft men het motto van de vlag veranderd in 'L'union fait la force' (eendracht maakt macht) hetgeen gezien de geschiedenis van dit land meer een vurige wens dan de werkelijkheid lijkt uit te drukken.

Maart 2013: De klok meer dan een eeuw teruggezet

Wij zijn een week op Ile a Vache geweest. We hebben ons hier steeds veilig en welkom gevoeld. De aankomst bepaalde direct de sfeer: hier wordt nog gevist vanaf ongemotoriseerde zeilboten, in zogeheten 'bois fouille'







Op he eiland zijn geen verharde wegen



en ook geen auto's, alles gaat te voet of te paard.
De mensen van het plaatsje Kaykock, langs de baai waar wij verbleven,



waren druk met het zoeken van allerlei manieren om wat geld te verdienen. Dat gebeurt vooral door in boomstamkano's de bezoekende boten langs te gaan en te vragen of er nog werk is. Bij aankomst geeft dat een behoorlijk chaotische toestand, met wel 5 of 6 boomstamkano's met (jonge-) mannen die zich voorstellen en je komen vertellen wat ze allemaal voor je kunnen doen. Er liggen bij Kaykock tussen januari en mei gemiddeld zo'n tien boten, en vele zeilers laten hier hun boot schoonmaken. Door dit soort activiteiten verdient een deel van deze gemeenschap in het half jaar dat er zeilers zijn, zijn schoolgeld, zijn dagelijks eten, kleding, schoeisel, etcetera.
Er worden regelmatig klachten gehoord over het werktempo en de kwaliteit van het werk. Misschien speelt daarbij een rol dat veel mensen als ze aan de slag gaan 's morgens nog niets gegeten hebben en dat de indruk bestaat dat de voedingswaarde van wat men eet ook niet altijd voldoende is voor jongemannen in de kracht van hun leven.
Ik ging naar de markt in de hoofdplaats van het eiland, Madame Bernard met mijn gids Villedor: een wandeling van 2 uur door een prachtig landschap



- hij dus op zijn nuchtere maag. Op de markt waren gelukkig genoeg eetstalletjes om een bord eten voor hem te kopen - en voor mij die wel ontbeten had, een flesje frisdrank.
Wij hadden door het neerdalende vuil van de cementfabriek in Santiago de Cuba en door de niet meer actieve antifouling onder water behoorlijk wat werk te vergeven. We besloten om een en ander zo goed mogelijk te verdelen, zodat Edisson en zijn broertje Bithovens het hele dek hebben schoongemaakt en in de was gezet en Ashley het onderwaterschip heeft afgekrabt.
Ook bleek het mogelijk om een ochtend naar de 'vaste' wal te gaan, met een gids. Pipi was onze gids en we stapten 's ochtends om half negen in een overvolle taxiboot naar Les Cayes. Er stonden nogal wat golven onderweg omdat de wind recht de baai in stond, zodat we nat aan de overkant kwamen. De golven stonden recht op de kant en nergens was een aanlegpier of iets van dien aard te bekennen. Alleen een soort vuilnisbelt



Toen bleek dat we eerst overgeladen werden in kleinere bootjes







en dat we vervolgens stuk voor stuk op de rug van een drager op de vuilnisbelt werden afgezet.
Na deze operatie moesten de dragers nog betaald worden en ik stond dat met onze gids te overleggen, toen 'mijn' drager al scheldend en gesticulerend aan kwam zetten, het geld dat ik net aan onze gids had gegeven uit diens handen pakte en scheldend en tierend vertrok....daar sta je dan na een toch al onoverzichtelijke toestand om aan wal te komen, temidden van de vuilnis wel even raar te kijken. Vervolgens liepen we de stad in, de derde stad van het land met zo'n 60.000 inwoners.







We gingen eerst naar de markt inkopen doen. Toen ik onze gids Pipi een ananas aanwees die ik wel wilde hebben vroeg de marktkoopvrouw daarvoor US $ 25,--. Wat??? ja dat meende ze serieus. Nou ja, we liepen dus maar door. Maar de boodschap was duidelijk: hier zijn de verhoudingen totaal zoek en als witten voelden we ons hier niet bepaald welkom. Nog zo'n beeld: het land is straatarm - het duurste gebouw staat op een straathoek (tegenover een ander chique gebouw dat een school is die gerund wordt door een kerkelijke hulporganisatie) en is van de grootste mobiele telefoonprovider - veel mensen hebben te weinig te eten en geen geld om de school te betalen, maar hebben wel een mobieltje....



Na nog een soort van supermarkt (vooral superduur) bezocht te hebben, en een bord eten voor de gids te hebben gekocht, werd de procedure van de heenweg in omgekeerde volgorde afgelegd. Alvorens iedereen weer aan boord was, was er wat tijd om om ons heen te kijken. Naast ons lag een vrachtschip:



De zeilen bestonden uit aan elkaar genaaide lompen - je vraagt je af hoe zo'n schip ooit Kaap Tiburon moet ronden....
Geleidelijk werd onze taxiboot weer volgeladen met mensen en boodschappen







en waren we er niet rouwig om deze ongastvrije, door armoede getekende plek te verlaten



Daar de wind en de golven inmiddels verder waren toegenomen, kwamen we drijfnat terug.
Terug in Kaykock hadden we weer de diverse bezoekers in boomstamkano's die langskwamen. De taal die men thuis leert is Creole, zoals alle eigen Caribische talen een mengeling van Afrikaanse elementen en in dit geval Frans. De meeste bewoners van Ile a Vache hebben op school wel Frans geleerd, maar dat wordt wel op een heel eigen wijze gesproken. 'Gewoon' Frans verstaan is voor ons vaak al lastig dus hier verloopt de communicatie noodzakelijkerwijs nog wat moeizamer, wanneer een boot hier geen 'bateau' heet maar een 'batiment' hetgeen ik in gewoon Frans zou vertalen met 'gebouw'.....maar goed, meestal komen we er met elkaar en enig gduld toch wel uit.
Zo komen er twee jongetjes van 8-9 jaar oud langs, Jacky en Elvin, die na enig heen-en-weer gepraat blijken te vragen of ik ook Engels met ze wil praten....De meeste ouderen die zaken doen met de zeilers kunnen een beetje Engels (van school meestal) en deze kleine mannen willen dat ook. Ik beloof ze om die middag om 4 uur naar de wal te komen en dan met wie zin heeft wat Engels te zullen praten.... Die eerste middag zijn er meteen al zo'n 10 jongetjes (geen meisjes, ook niet als ik vraag of er geen meisjes willen meedoen), die Engels komen praten. Dus op het veldje bij het strand gaan we een kennismakingsgesprekje in het Engels oefenen. Het is een groot succes. En deze jongetjes (tussen de 8 en de 11 jaar oud) blijken net zulke speelse donderstenen als hun leeftijdsgenoten in Nederland. Ik geniet van ze. En ze willen morgen weer. Gelukkig weet een van hen dan een lokaaltje bij de school te regelen, zodat we niet meer de hele tijd last hebben van mieren en ander stekend ongedierte dat ons tijdens het zingen van de Engelse variant van vader Jacob afleidt.







Jammer genoeg lukt het niet om een krijtje te regelen om de geleerde woorden en teksten ook nog op het schoolbord te schrijven



Als dank komt de volgende dag een van de jongetjes met een zakje met cashew vruchten







Omdat we in het begin in de open lucht zaten en later uit volle borst zongen werd al snel door het dorp heen bekend dat ik Engels spreek met de kleine jongens. Dus al snel zijn er een paar ouderen die aangeven dat zij zoiets ook wel graag zouden willen....Omdat deze vraag van Edisson en zijn broertje komt wil ik geen nee zeggen. Edisson kan al redelijk wat Engels en zijn droom is om dokter te worden. Zijn broertje van 16 is bij hem in de leer voor het werk op de zeilboten en kan nog niet zoveel Engels, dus die wil ook graag mee, evenals hun oudere broer Nickenson, die ziek is en niet kan werken en een neef. Dus zo heb ik een tweede groepje Engels praten



De algemeen heersende gretigheid om dingen te leren en om naar school te gaan hier is bepaald hoopgevend. Er zijn genoeg jongeren die als ze de kans krijgen slim genoeg zijn om door te leren en zo een andere toekomst mogelijk te maken. Voor velen is evenwel het schoolgeld van US $ 50 per jaar te veel en daardoor gaan veel jongeren hier slechts zo nu en dan (als er geld is) naar school. daarbij komt dat ze voor veel opleidingen naar de wal, naar Les Cayes moeten, hetgeen betekent de extra vervoerskosten van het taxiboot en verblijfskosten aldaar voor de periode van de school. Alleen Ashley, die ook voor ons werkte verdient op het moment voldoende om zo nu en dan en Les Cayes een beroepsopleiding voor electrotechniek te volgen. Weliswaar heeft Ile a Vache nu nog geen electriciteit, maar wellicht kunnen jongeren als hij daar verandering in gaan brengen.
Niet alleen is er op dit eiland geen electriciteit, er is ook geen stromend water: over het hele eiland verspreid zijn met hulp van buitenaf (onder meer van de bezoekende zeilers) 40 waterpompen aangelegd, die aangesloten zijn op ondergrondse reservoirs. Hier komt de hele gemeenschap water halen



Maar er gebeurt hier meer. Op het strand een scheepswerfje waar heel basic scheepjes worden gebouwd:







vlakbij wordt hout gespleten



om er planken van te maken



verder wordt er hier veel op kreeft gevist en dat gebeurt hier met behulp van prachtige rieten manden



En natuurlijk is er dus de visserij in de goed zeilende zeilboten:







en door duikers vanuit kano's



Helaas is de opbrengst van deze visserij zeer gering: de uitrusting is niet goed genoeg om op de diepte te werken waar de grotere vis zich bevindt.
Zelfs vanuit boomstamzeilkano's probeert men toch nog wat vis binnen te halen :



En zo breekt de dag van het afscheid aan. In mijn 'klasje' oefenen we hoe je elkaar in het Engels gedag zegt en zingen weer een paar liedjes. Als ik uiteindelijk de les beëindig en de jongetjes vaarwel zeg tot volgend jaar hangen er ineens 12 jongetjes aan mij: ze vinden dit veel te leuk en willen niet dat ik wegga. We wandelen met ons allen naar de bijboot, zingen nog maar eens onze liedjes onderweg en uiteindelijk proberen ze allemaal aan boord te klimmen. Maar dat kan niet, dus we nemen toch echt afscheid aan het strand.







Vlak voordat we de volgende ochtend wegvaren komt nog Nickenson in een kano langs: of we geen manieren weten om op het eiland zelf een technische school te krijgen, waar loodgieterij, electrotechniek en andere beroepsopleidingen onderwezen worden. We beloven om te gaan uitzoeken wat de mogelijkheden zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat de motivatie om te leren hier enorm is, dat er behoefte is aan vakgerichte opleidingen en dat er genoeg mensen zijn die de capaciteiten bezitten om aan de slag te gaan.
Zo nemen we diep onder de indruk van alles wat de we afgelopen week hebben gezien en meegemaakt, afscheid van dit supersympathieke eiland met zijn arme maar fantastische bewoners. We hopen door een paar mensen te helpen met plannen die moeten bijdragen aan een verdere opbouw van hun eiland, zoals de opzet van en bewaakte bijboten aanlegplaats, en hopelijk het in samenwerking met anderen in vervulling laten gaan van de wens van Nickenson, misschien toch een heel klein verschilletje te kunnen maken.



Maart 2013: tocht naar het oosten

De afstand tussen Cienfuegos en Sint Maarten bedraagt ruim 1000 zeemijl, oftewel bijna 2000 kilometer.



Het merendeel van deze afstand moeten we tegen de wind (overwegend oost) en de stroom in afleggen. Uit de literatuur blijkt dat de beste strategie hiervoor is om aan de zuidkant van de grote Antillen door te varen en als je dan 's morgens vroeg (rond 6 uur) vertrekt, profiteer je tot 10 uur in de morgen van een landeffect: op zijn minst wordt de passaatwind gedempt door de koele luchtstroom van land naar zee, en als de passaat niet zo sterk staat is er zelfs kans op noordenwind. Zo hebben we al grote delen van de tocht van Cienfuegos naar Ile a Vache afgelegd en op dezelfde manier gaan we nu verder.
Haiti biedt op dit moment nog geen andere veilige havens (naar verluidt) dus gaan we in een keer (150 mijl) door naar Barahonas in de Dominicaanse Republiek. Daarvoor moeten we grote stukken motorzeilen, maar gelukkig is het rustig weer en hebben we dus minder last van golven. Het gaat niet snel, maar na 30 uur varen komen we dan toch te bestemder plekke aan.
Barahonas is een stadje en je kunt er inklaren. Wij vragen dus bij de stadspier waar we moeten zijn en worden naar een rustig ankerbaaitje een paar honderd meter verderop verwezen. Zodra we liggen worden we aangeroepen en verzocht de heren van de douane, immigratie-, gezondheids- en inlichtingendienst (!) op te halen voor inspectie aan boord. Vooraf hebben we begrepen dat men hier niet altijd even vriendelijk is, en dat we goed moeten opletten wat we moeten betalen. Als we opeens 25 dollar meer moeten betalen dan wij uit de vaargids hadden begrepen wordt ons (overigens op vriendelijke, doch vastberaden toon) medegedeeld dat dit een nieuwe regel is....tja, dan sta je toch wel met je mond vol tanden en betaal je maar.



Gelukkig konden we, toen we deze drempel over waren in Barahonas onze geslonken voorraden een beetje aanvullen. De volgende dag regelen we een papier ('zarpe') waarmee we naar de volgende pleisterplaats kunnen varen en vertrekken de ochtend daarop om 6 uur.
In Punta Calderas willen we eigenlijk maar een nachtje blijven, maar hier willen de autoriteiten ons niet de avond vantevoren uitklaren. En 's morgens kan het pas vanaf 7 uur, en dat is voor ons echt te laat. Dus dan zeggen we maar dat we de volgende avond weg willen. Daarvoor komen ze dan weer aan boord en we krijgen de papieren en dan...gaan we niet. Pas de 's morgens om 6 uur zetten we onze tocht weer voort.
Op naar Boca Chica. Vandaaruit willen we Santo Domingo bezoeken. Maar als we buiten de jachthaven willen ankeren krijgen we een bootje met echte machoboys langs, die ons duidelijk maken dat dit zeer ongewenst is. Toch ankeren we bij een klein eilandje en gaan dan met de bijboot richting marina, waar mannen met enorme geweren op alle steigers staan en ons beduiden dat we hier niet welkom zijn....We mogen absoluut niet aan wal. Als de macho's uit het bootje langskomen blijkt een ervan van kustwacht te zijn en die neemt onze papieren aan en dan moeten wij snel weer weg.
We maken via de bijboot en wat achterom varen contact met een paar vriendelijke Noord-Nederlanders die in de haven liggen, maar voor de rest blijven we officieel onwelkom. Gelukkig hebben we wel een goed internet en zien we dat de volgende dag een hele gunstige wind staat om over te steken naar Puerto Rico. Omdat wij ons in dit land met zijn enorme machismo, corrupte autoriteiten, onvriendelijke bewakers en kennelijk enorme criminaliteit helemaal niet prettig voelen, besluiten we om Santo Domingo maar over te slaan en naar Puerto Rico door te varen. Officieel uitklaren lukt niet, zodat ze nog steeds in Punta Cana (dat we als volgende haven hadden opgegeven) zitten te wachten op de Bella Ciao. Jammer dan.
we moeten nu de beruchte Mona Passage oversteken en we krijgen die nacht een straffe wind, kracht 7 met uitschieters naar 8 over ons heen. Maar goed: zo schieten we wel goed op en we kunnen eindelijk weer eens echt zeilen. Het kost ons helaas een gescheurd blok van het tweede rif, maar al met al mogen we toch niet klagen als we de volgende dag rond het middag uur het anker laten vallen in Boqueron.
Een gemoedelijk baaitje met uiterst behulpzame mensen die ons in contact brengen met een taxichauffeur die ons naar Mayaguez kan brengen, de plaats waar we officieel kunnen inklaren. Het gaat allemaal niet heel snel, maar dat hoeft ook niet, en uiteindelijk krijgen we onze cruising permit en overige papieren. Onderwijl heeft onze taxichauffeur ons een heel eind bijgepraat over de geschiedenis van Puerto Rico.
Het is hier lange tijd droog geweest met als gevolg dat het in de omgeving dagelijks brandt:







Als we het schoonmaken een beetje zat zijn varen we (weer in de vroege ochtend) achter de bescherming van de riffen en cayo's door







naar het volgende baaitje.
De Spaanse kolonien kwamen in de negentiende eeuw allemaal opstand tegen het moederland. Daarbij golden de Verenigde Staten, die in 1776 onafhankelijk waren geworden als lichtend voorbeeld. Spaanse kolonien als Cuba en Puerto Rico identificeerden zich hiermee en dat brachten ze ook tot uitdrukking in hun vlag - zowel de kleuren als de ene ster verwijzen hiernaar.







Maar al gauw keerde zich het grote voorbeeld tegen Puerto Rico (tegen Cuba trouwens ook): het eiland werd in de Spaans-Amerikaanse oorlog 1898 door de Verenigde Staten op Spanje veroverd met als doel om er een militair-strategisch steunpunt in het Caribisch Gebied van te maken. Zo belandde het eiland van de regen in de drup, want nu werd het een Amerikaanse kolonie. De eigen vlag werd verboden en pas in de jaren vijfitg weer toegestaan. De koloniale verhoudingen, die je zou kunnen vergelijken met die tussen Curacao, Sint Maarten of Aruba en Nederland riepen de afgelopen eeuw regelmatig grote weerstand op. Puerto Rico heeft zijn eigen regering, stemt niet mee met de Amerikaanse presidents- en parlementsverkiezingen maar moet zich wel voegen naar allerlei Amerikaanse wet- en regelgeving. De hoofdtaal die hier gesproken wordt is Spaans, maar de meeste officiele functionarissen zijn tweetalig. Om het land binnen te komen hebben wij onze Amerikaanse visa nodig terwijl Amerikanen en Puertoricanen vrij tussen 'het continent' en het eiland heen en weer kunnen reizen.

Op onze gemoedelijke (motorzeil-)tocht langs de zuidkust doen wij Ponce aan, een prachtig geconserveerd koloniaal stadje.







Met midden op de centrale Plaza Las Delicias het brandweermuseum:







Onderweg naar het volgende plaatsje: Patillas zien we twee mannen vrij ver op zee zich een ongeluk roeien. Al we hen naderen blijkt dat hun motor kapot is en ze zijn reuze blij met het sleepje dat we hen naar huis aanbieden



Ten oosten van Puerto Rico liggen de eilanden Vieques en Culebra, de z.g. Spaanse Maagdeneilanden. Voor ons een mooie tussenstap op onze toch naar het oosten. De westpunt van Vieques is een waar paradijs: smetteloze palmenstranden, helder blauw water, riffen, kortom alles wat een mens zich maar kan wensen.















Des te schokkender is het als we doorvaren, naar het dorpje met de poetische naam Esperanza, waar we de aankondiging zien van een documentairefilm over de geschiedenis van dit eiland.



We gaan erheen en daar wordt duidelijk dat dit eiland 60 jaar lang een militair oefenterrein is geweest. De bevolking werd uit zijn huizen gezet, een groot deel van het eiland werd 60 jaar lang gebombardeerd. Het oefenen voor de oorlog werd door de soldaten zo letterlijk opgevat dat ze veel vrouwen van het eiland lastig vielen en zelfs verkrachtten. Het leven op het eiland werd door dit alles ernstig ontwricht.







In 1978 begonnen de vissers zich hiertegen te roeren. Zij gaven niet op en in 1999 kregen de acties steeds meer aanhang.



Er werden vredeskampen in het oefengebied georganiseerd en er kwam internationale steun - onder meer vanuit Nederland. Intussen was duidelijk geworden dat in Vieques 25% meer kankergevallen waren dan in de rest van Puerto Rico. In 2003 werd het oefenterrein uiteindelijk gesloten. Wat bleef waren grote gebieden die waarschijnlijk ernstig vergiftigd zijn, dumpplekken met drums waarvan de inhoud niet bekend is en vele loze beloftes voor rehabilitatie van het eiland. De herdenking dit jaar van 10 jaar sluiting van het militair oefenterrein is dan ook meer een hiernieuwing van de strijd voor rehabilitatie dan een feestelijke viering.



Nadat we de indrukwekkende documentaire hebben gezien liggen we weliswaar nog in deze idyllische omgeving achter ons anker



maar door de film weten we nu dat er achter die ogenschijnlijk vreedzame idylle nog een hele andere werkelijkheid schuil gaat.

Met onze gasten Diane en Frank genieten we desondanks de daarop volgende dagen van de prachtige riffen rond dit eiland en zeilen we vervolgens over naar het piepkleine Culebra.



Bij dit Lilliputeiland zijn ook weer een paar mooie snorkelriffen die we verkennen



terwijl we ankeren in een fantastischf beschutte baai



Na een gezellig samenzijn zwaaien wij onze gasten vervolgens uit op het Lilliputvliegveld van Culabra





april 2013: Op de kant

Begin april gaan wij op weg naar Sint Maarten. De route voert ons langs de blauwe wereld van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Sint Thomas en Sint John. Deze eilanden zijn nu tax free (juwelen-)winkel paradijzen



waar veel cruiseschepen afmeren. Maar voor de gewone zeiler is het leven hier schrikbarend duur.
Wat veel mensen niet weten is, dat dit vroeger Deense koloniën waren. Op allerlei manieren zie je dat, in de straatnamen en de architectuur bijvoorbeeld, nog tot op de dag van vandaag terug.



















Wij zeilen na enkele dagen verder naar de Britse Maagdeneilanden, helemaal een verzamelplek voor de rich and the beautifull van deze wereld. Het is hier inderdaad weer azuur blauw water, met veel witte stranden en goede snorkel- en duikplekken, die wij natuurlijk ook even inspecteren.







We willen evenwel verder en vertrekken dus na een paar dagen BVI (zoals men dat hier kortweg noemt) richting Sint Maarten. We hebben inmiddels bijna 1000 zeemijlen oostwaarts gevaren, maar eigenlijk waren deze 70 laatse mijltjes de minst aangename: tegen golven en wind in motorzeilend was het een hakpartij van jewelste, die een nacht lang duurde, tot we uiteindelijk ons anker konden laten vallen in Simpson Bay, Sint Maarten.
We willen in de lagune liggen dus gaan we door de brug - alsof je Nederland binnenvaart:











Nou ja....de entourage en het klimaat zijn natuurlijk wel helemaal Caribisch. En dit deel van het eiland mag dan deel uitmaken van het Koninkrijk, men spreekt hier overwegend Engels en het leven hier ademt toch vooral een on-Nederlandse, zonnige en tropische atmosfeer uit.

Omdat we wat tijd over hebben voordat we in Guadeloupe weer gasten krijgen, besluiten we om hier op de wal te gaan, in plaats van van de zomer in Trinidad, waar het veel warmer en vochtiger is dan hier. De Time Out-werf, aan de Franse kant van het eiland heeft nu plek en wij willen graag onderhoud doen aan de boot.











Er is een lange klussenlijst



Het belangrijkste is dat de schroefassen behoorlijke speling hebben: er moeten nieuwe lagers, schroefassen en keerkoppelingen op en bovendien heeft Frits bedacht om een soort van tunneltjes te maken aan weerszijden van de schoeven, die het water beter moeten vasthouden, zodat de schroeven minder vaak lucht slaan. De gedachte is, dat door dat lucht slaan de schroeven in onbelans zijn geraakt. Verder moet er nodig nieuwe antifouling (tegen aangroei aan het onderwaterschip) worden aangebracht, want nu moeten we elke paar dagen de hele boot krabben.... Dus gaat Frits druk aan de slag met de schegjes voor de tunnels:











Intussen ga ik de antifouling opzetten (3 lagen dik) en de boot poetsen. We zijn twee weken lang hard bezig.











Maar we zijn hier in Frankrijk, dus als we even pauzeren hebben we lekker stokbroodjes en bladerdeegtaartjes van de supermakrt vlakbij, om ons weer wat nieuwe energie te geven



En dan hebben wij de huisdieren, waar wij onze ogen op uitkijken:























Maar ondanks deze exotische werkomstandigheden, willen wij wel doorwerken, zodat wij hier geen wortel schieten, zoals sommige anderen hier kennelijk doen:







Na bijna twee weken hard werken staat onze Bella Ciao er weer glimmend en glanzend bij:



en hebben wij tijd om ons te verpozen met wat hier zoal voorbij komt:











Daarna is het zover om alles klaar te maken om weer het water in te gaan











Nog even een verfje op de plekken waarop we gestaan hebben:



en dan is de Bella Ciao weer terug in haar element - kunnen de toiletten weer functioneren, de koelkast weer aan en de muggengordijnen weer weggeschoven worden



mei 2013

Deze maand willen wij een paar fotoseries laten zien van bijzondere dingen die we de afgelopen maand hebben gezien en meegemaakt. Dat begon met het carnaval op Sint Maarten, dat samenviel met kroningsdag in Nederland - en hoewel je er iets van kon zien in de optocht, waren het toch vooral de Caribische kleuren en klanken die de boventoon voerden.























































Speciaal voor deze carnavalsoptocht was Marley Jr., de zoon van Bob dus, ingevlogen. Hij schijnt op dit moment in reggaeland snel opgang te maken, en er wordt vol lof over zijn optredens geschreven en gesproken. De rastasymboliek werd megedragen in de groep die achter de desbetreffende wagen liep : met de rastakleuren en de rasta leeuw.







Na dit intermezzo ging de optocht gewoon weer verder.







En ja hoor....hier dan ook de Sint Maartense manier van Kroningsdag integreren in de carnavalsoptocht:







Deze optocht (inderdaad, het was nog net april), werd gevolgd door een volgende bijzondere gebeurtenis op het eiland: dwars door de lagune die in het eiland ligt, en waar veel zeilers een tijdje rustig bijkomen van al hun zeilavonturen, of wachten op het juiste moment om terug naar Europa over te steken, wordt een brug gebouwd.



En juist begin mei, zou het het bewegende deel van die brug worden ingevaren, door de Marietje Andrea, een van de schepen uit de Delfzijlster Wagenborgvloot. Nog nooit was er zo'n groot schip de lagune ingevaren. Er was tevoren dan ook druk gebaggerd. Wij waren er natuurlijk bij en legden ook deze bijzondere gebeurtenis op de gevoelige plaat (of eigenlijk meer op de digitale sd-kaart) vast:















































Er was ook ruimte voor enkele reclame-uitingen en overige bewijzen van regionale trots



















Toen we uiteindelijk zelf de lagune uitgingen en de brug passeerden, konden we trots deze foto maken vanaf de Bella Ciao



Nadat het licht voor ons op groen was gegaan



gingen we door de brug en kon onze tocht naar het zuiden beginnen.
Op weg naar Statia konden we een prachtige foto maken van Mount Scenery, Saba



Zeilend naar de eeuwenoude ankerplek van Statia, dat in de achttiende eeuw als 'The Golden Rock' hèt knooppunt was van Hollandse (mensen-) handelsactiviteiten in het Caribisch Gebied, passeerden we het tegenwoordige handelscentrum van het eiland: de olieopslag



Na een aangenaam verblijf op het eiland ging de tocht verder naar het prachtige groene Saint Christopher - ook bekend als Saint Kitts.



Onze volgende pleisterplaats was Montserrat.



We waren er vorig jaar al geweest, en daarom zijn we niet opnieuw over land de nog steeds actieve vulkaan hebben bezocht, maar we zijn er wel weer vlak onderlangs gevaren. En duidelijk is aan de rookwolk rond de krater te zien dat hij nog altijd actief is. Aan de lijzij is dat bovendien ook goed te ruiken. Het blijft een imposant natuurverschijnsel.







































Vanaf Montserrat zeilden we naar Guadeloupe waar we in de baai van de kleine archipel van Les Saintes, aan de zuidkant van het eiland, bezocht werden door een tweetal dolfijnen, moeder en kind. Wij lagen voor anker en zij zwommen gedurende ruim een uur in alle rust rondom onze boot. Wij sprongen in het water en zwommen tot op minder dan een meter afstand met ze mee. Het was een onvergetelijke gebeurtenis, die diepe indruk maakte, vooral ook omdat ze telkens weer terugkwamen. Toen ik uiteindelijk afscheid van hen nam en terugkeerde naar de boot, vertrokken ook zij naar zee.




















































Juni 2013

Na de indrukwekkende belevenissen met de dolfijnen bij de Iles des Saintes, beginnen we aan onze tocht naar het zuiden.
Wij zijn niet de enigen die zuidwaarts onderweg zijn naar regionen waar we buiten het bereik van orkanen zijn.
In juni begint het orkaanseizoen dat duurt tot december, en in die periode kun je maar het beste benenden de lijn van 13° noorderbreedte zijn, waar de kans om door een orkaan getroffen te worden zeer gering is.
Het eerste eiland dat we aandoen is Dominica, het meest ongerepte van de hele rij. Bovendien zijn de mensen hier ongekend vriendelijk: het is hier heel gewoon dat je op straat door een wildvreemde wordt aangesproken met de vraag: "Hello, how are you today? Where do you come from?", waarna er een gezellig praatje volgt met de desbetreffende persoon.
Daarbij komt dat er over het hele eiland een natuurpad is uitgezet, alles bij elkaar zo'n 200 kilometer lang, dat je langs de allermooiste plekken voert. Je kunt telkens een stukje van dit traject lopen. Wij lopen een wandeling langs de noordkust van het eiland, te beginnen bij Capucin. Zoals te zien valt op het plaatje is hier een grote zeeslag geleverd tegen piraten. Het uitkijkpunt is een klein monument.







Daarna voert het pad ons langs kliffen,



watervallen die in zee uitkomen



en plantages, waar bananen en andere groenten en fruit worden verbouwd, waaraan dit eiland zo rijk is.



Maar de wandeltocht voert ons ook langs kleine boeren dorpjes waar we een verkoelend drankje kopen en langs het kerkhofje lopen.



En daar blijkt een heel hoekje gereserveerd te zijn waar verschillende graven liggen van de familie Dubois.







Niet iedereen heeft kennelijk het geld voor zo'n mooi graf, want we zien ook veel eenvoudiger graven, die slechts bestaan uit een hoopje stenen.



Even verderop komen we langs een vissersdorpje, waar hard gewerkt wordt aan de reparatie van een van de visbootjes.



Een grote uitdaging, waar Frits al een jaar lang over droomt is om het zogeheten Boiling Lake te bezoeken. Dat is een kratermeer, waarin het water door de vulkanische werking verwarmd wordt tot zo'n 82°, terwijl er allerlei gassen omhoog borrelen, waardoor het wel een meer met kokend water lijkt.
De tocht erheen bestaat uit een 3 uur durende klim naar de kraterwand, en dan weer een afdaling naar het meer. De berichten zijn dat het een loodware wandeling is, en daarom beslist Reinhilde, die niet zo'n goede klimmer is, om niet mee te gaan. Frits gaat samen met een groep Franse zeilers en een bevriend Nederlands stel op weg. Het blijkt inderdaad een zware, maar tevens een indrukwekkende tocht te zijn, met aan het eind de beloning van het borrelende kratermeer







































Op de terugweg kan iedereen even bijkomen van alle inspanningen in een heerlijk warm badje....



Na Dominica voert one tocht verder langs Martinique, waar we nog even gunstige inkopen kunnen doen, naar Saint Lucia. Terwijl we voor anker liggen in de Souffrièrebaai komt er 's nachts zonder dat wij het merken iemand aan boord die onze portemonnee, die in de rugak vlak naast de ingang staat, leeghaalt.... Gelukkig zit er niet zo veel geld in, maar het is toch wel erg vervelend dat het terwijl wij slapen kennelijk zo makkelijk is om bij ons aan boord te gaan. De lering die we hieruit trekken is dat het helaas dus gewoon nodig is om overal de deur af te sluiten.

We hadden in Dominica een paar losse stukken ontdekt aan de randen van one genua. Die konden we met behulp van de prachtige Sailrite naaimachine van Marlene en Loud van de Rafiki bij ons op het voordek repareren.



Dit ging zo mooi, dat wij ook wel zo'n machine wilden aanschaffen.
Toen vervolgens onderweg er nog een scheur in one genua kwam was het besluit snel genomen: wij bestellen ook een Sailritemachine. Met deze machines, met onder- en boventransport en een extra zwaar belanswiel kun je dikke, stugge materialen als zeilen, dektenten en andere covers voor buiten maken. Daarmee ben je vrijwel geheel zelfredzaam waar het naai- en reparatiewerkaamheden betreft. Dus bestellen we een Sailritemachine in de Verenigde Staten, die binnen week in Grenada wordt afgeleverd.
Helemaal blij repareren we het zeil en gaan we aan de slag met het maken van een bedekking van onze bijboot.








juli 2013: Grenada

Het grootste deel van de maand juli brengen we in Grenada door. Dit eiland is een beetje onze thuisbasis. Het ligt buiten het orkaangebied, al kwam Chantal midden juli maar 120 mijl ten noorden van ons langs. Grenada is een prachtig, gastvrij en vrolijk eiland, dat we telkens weer anders leren kennen door op de zaterdagmiddagen mee te doen aan de hashes: de wandelingen door regenwoud, modder, riviertjes en dorpen samen met 50 of meer andere mensen, zowel zeilers, als mensen uit Grenada. Het is altijd een vrolijke boel, met aan het eind heerlijk koud bier en allerlei lokale lekkernijen om te eten.



We deden dit keer mee aan een 'moonlight' hash bij volle maan en verder aan verschillende andere prachtige trails.

We liggen bij voorkeur in de ankerbaai vlak voor de gezellige hoofdstad Saint Georges



Met de bijboot varen we regelmatig even naar de kade, waar we aan wal gaan om boodschappen te doen, de benen even te strekken of om met de bus ergens heen te gaan. Je kunt hier voor weinig geld overal komen met de busjes. Bovendien is het meestal enorm gezellig in de busjes, de Grenadijnen zijn vriendelijk en openhartig en zowel op straat als in de bus wordt je vaak gewoon aangesproken door mensen met wie je binnen de kortste keren een leuk gesprek hebt. Op die manier kom je allerlei interessants over het eiland te weten.
Frits nam op een zondagmorgen samen met een paar andere zeilers een busje de bergen in voor een grote wandeltocht, dwars over het eiland van het kratermeer 'Grand Etang' via Mount Qua Qua dwars door het regenwoud naar de Concordfalls.



























Maar we maken hier niet alleen stoere wandelingen, er wordt ook druk geklust, op de Bella Ciao, maar ook met andere zeilers, die hier om ons heen liggen



En na het klussen is het tijd voor een gezellige samenzijn waar iedereen wat lekkers meebrengt















De laatste week van juli vertrekken we met vier boten voor de blauwe cruise via de Venezolaanse eilanden Blanquilla, Los Roques en Las Aves naar Bonaire. Over deze tocht kunnen we pas in augustus berichten omdat we op deze grotendeels onbewoonde eilanden geen internet hebben.


Augustus 2013: onderwaterwereld revisited
Met dank aan Marlène, Loud, Monique, Paul, Ingrid en Ben voor het beschikbaar stellen van hun foto's.
Wij maakten eind juli en begin augustus met 4 Nederlandse schepen, de Full Circle, de Rafiki, de Blabber en de Bella Ciao een schitterende en veilige tocht langs de Venezolaanse eilanden Blanquilla, Los Roques en Aves de Barlovento en Sotavento. Het begon allemaal in Grenada waar we voor vertrek een middag het onderwater beeldenpark bezochten:











Daarna ging het voor de wind in een dag en een nacht







naar Blanquilla, het witte eiland dat haar naam eer aandoet.















Onderweg is door de Blabber een tonijn gevangen, die 's avonds het middelpunt vormt van de strand barbecue



















De volgende dag blijkt dit kleine onbewoonde eilandje tijdens een heerlijke wandeling nog meer voor ons in petto te hebben























We zeilen een dag later naar de baai met die indrukwekkende natural bridges



om te kijken wat de onderwaterwereld ons hier te bieden heeft.











Als we zijn uitgesnorkeld lichten we de ankers en zeilen door naar de blauwe wereld van de Los Roques archipel.











Ook daar verkennen we weer uitgebreid de onderwaterwereld



















Afwisselend organiseert elk van de meevarende schepen gezellige bijeenkomsten



of bezoeken we met z'n allen een strandbar



En dan vertrekken we weer voor de volgende snorkelexpeditie



























Het enige plaatsje bevindt zich op het hoofdeiland, El Gran Roque en heet Arrecife. Het is een dromerig, fotogeniek dorp















En dan vertrekken we weer voor de volgende snorkelexpeditie



























Los Roques is ook voor rijke Venezolanen een vakantieparadijs en dus snorkelen we op Fransesqui tussen de kitesurfers



Het eiland Agua wordt met het buureiland verbonden door een zandstrook, die soms door water overspoeld wordt, en soms niet: als wij er wandelen is het hoog water en halen we dus natte voeten



We blijven voor de wind doorgaan



en komen op de Aves-eilanden terecht: ook die doen hun naam (aves = vogels in het Latijn en Spaans) eer aan: hier wonen in de mangroven duizenden Jan van Genten, in het Engels 'red footed boobies'.



De dieren zijn totaal niet bang, zodat we hen in de bijboot tot zeer nabij kunnen benaderen en fotograferen.















Zelfs een broedende vogel op haar nest liet ons heel dichtbij toe



en ook de kleintjes werden niet bang toen we hen van dichtbij gingen bekijken







Na deze indrukwekkende vogelexpeditie begeven we ons voor de verandering maar weer eens onder water:











Tijdens de tocht van Aves de Barlovento naar Aves de Sotavento staat er eindelijk weer eens een zachte bries, die ons de kans biedt om de halfwinder te hijsen, na meer dan een jaar in de zeilzak opgeborgen te zijn geweest. En dan is het natuurlijk altijd leuk dat er anderen om je heen varen die dit kunnen boekstaven:











Na aankomst lanceren we opnieuw de bijboot



en varen helemaal naar het andere eind van de archipel, waar we een van de allermooiste en meest ongerepte rifjes aantreffen, die we deze tocht hebben gezien, waar we onder andere een groot aantal Franse Engelvissen spotten











en natuurlijk nog een heleboel meer moois zien















En zo nemen we afscheid van dit laatste in de serie Venezolaanse eilanden die we dit jaar bezoeken en hijsen wederom de halfwinder op weg naar Bonaire



September en oktober 2013: een tijdje uit de lucht
Het heeft langer dan normaal geduurd voor er weer een berichtje in ons logboek kwam. We zijn de afgelopen periode in Nederland geweest, en we hadden het te druk om het logboek bij te werken.
Hierna een een korte impressie van de belangrijkste wetenswaardigheden uit de afgelopen periode.

Het begon op Curaçao, waar we een paar leuke expedities hebben ondernomen. We bezochten de waterfabriek van Aqualectra, waar ze niet alleen elektriciteit opwekken maar ook (net als wij zelf aan boord doen) van zeewater zoet water maken. En dat niet alleen voor distributie over het eiland via de waterleiding, maar het water wordt er ook gebotteld voor de verkoop in de winkel onder de naam Claro. Zelfs de flesjes worden in de fabriek met een speciaal procedee 'opgeblazen'. (Met dank aan Ingrid Dijkstra voor de foto's)



En we bezochten de kruidentuin van Dinah Vera waar nog veel meer dan een grote collectie inheemse kruiden en planten te zien is







We bezochten het indrukwekkende Tula monument, ter nagedachtenis aan de grote slavenopstand in 1795



en we gingen naar de film 'Tula, the revolt', waarin het verhaal van de opstand, in enigszins geromantiseerde vorm verteld wordt. We zagen hoe Tula, geinspireerd door de gebeurtenissen in Frankrijk in de nasleep van de Revolutie daar, ook de vrijheid opeist voor de slaven van Curaçao. Op het eiland zijn, op de verschillende plekken waar het slavenleger slag heeft geleverd met het koloniale leger monumenten geplaatst



Dat Tula en zijn strijd een belangrijk ijkpunt vormen in de geschiedenis van Curaçao wordt eens te meer duidelijk als we door de stad wandelen en op de muur van Fort Amsterdam, naast allerlei gedenkstenen met een sterk koloniaal karakter nu ook een gedenksteen aantreffen die recentelijk is geplaatst bij de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij, met in de hoofdrol de grote voorvechter en nationale held Tula.



Regelmatig genieten we intussen vanuit onze kuip in het Spaanse Water, van de meest kleurrijke zonsondergangen



De dagen voor we vertrekken maakt Frits nog een paar mooie dekjes met de nieuwe Sailrite naaimachine:







en ook zeilvrienden komen de machine even gebruiken



En dan is het weer tijd om naar Nederland te vliegen en de reunie bij te wonen van mijn klas van de Vrije School, 44 jaar na dato



en familie te bezoeken



Verder was er ook dit jaar weer een XXL-eiland, van 18 rompen met heel veel gezelligheid en zon op het Lauwersmeer











en genoten we weer van de gastvrijheid op ons zusterschip de Safari ('kleur de plaatjes en zoek de verschillen')











We reisden regelmatig met de trein



en genoten van oerhollandse geneugten als stamppot, sudderlapjes en een broodje kroket



We beleefden ook in Nederland op het water de kleurenpracht van een zonsondergang



en vlogen uiteindelijk voldaan weer terug naar ons thuis dat op Curaçao op ons lag te wachten.

NOVEMBER 2013

De maand november begint heel bijzonder met geboorte van Frits zijn kleinzoon Alain



Omdat het orkaanseizoen tot 1 december duurt blijven wij de hele maand nog op Curaçao, waar we buiten het bereik van orkanen in de enorme natuurlijke baai van het Spaanse Water heel beschut en comfortabel liggen.







Dat is het uitgangspunt van vele activiteiten die we ondernemen op het eiland.
Een van onze favorieten zijn de hikes, onder leiding van de deskundige gids Timo







We ontdekken tijdens deze tochten de Curaçaose wildernis, leren veel over de flora, de fauna en de geschiedenis. We zien hoe zich ook hier een plastic soep heeft verzameld - en we maken er gebruik van door uit de soep slippers te zoeken die we gebruiken om de ingang van de baai te doorwaden.
Een van de leukste wandeltochten is die op de Kabrietenberg. Hier heeft Timo samen met zijn honden Rakker en Titia een netwerk van paden gehakt waarlangs hij groepen geinteresseerden leidt terwijl hij vertelt over de boom Palu i Brasil, waarvan de bast werd gebruikt om rode kleurstof te maken, door hem te raspen - in het rasphuis (de gevangenis in Amsterdam). Over de indigo plant, waarvan je de blaadjes tot drie keer toe moet laten fermenteren om de kleur indigo te winnen, een proces dat wegens de enorme stank alleen op afgelegen plekken plaatsvond. En over de cochenille, die van de cactusbladeren gewonnen (een uiterst onaangenaam en stekelig karwei) werd om een unieke kleur rood te vergaren.







Boven op de berg heb je niet alleen een prachtig utizicht over de baai, maar staat ook het beeld van de djembespeler op de uitkijk, dat Timo daar vele jaren geleden eigenhandig heeft geplaatst



Aan het eind van deze tocht wacht altijd een gezellig samenzijn met muziek en een drankje en lekkers op de woonboot van Timo



Maar er is hier op en rond het eiland nog veel meer te doen. Dus we gaan regelmatig snorkelen en genieten van de prachtige, rijkelijk gevarieerde onderwater wereld







En daarnaast staat deze maand in het teken van het kitesurfen. Na vele jaren de wens te hebben gekoesterd om deze sport te leren, is het nu zover gekomen en krijgt Frits les van de sympathieke kiter en zeiler Adrien



Alle begin is moeilijk en dat geldt zeker hiervoor, want je moet zowel de vlieger leren besturen







als op het board leren komen en blijven. Dat laatste oefenen we door te gaan wakeboarden, zeg maar waterskieen op een board



En omdat dit best een leuke bezigheid is en achter de bijboot kan gebeuren, doet Reinhilde ook mee







En ja hoor, na nog vele liters zout water



en veel vallen en opstaan



lukt het Frits om overeind te blijven en hele stukken op zee, in behoorlijke golven te kiten



En dan zijn er de feestjes: een prachtig verjaardagsfeest met een groot vreugdevuur, zang, muziek en BBQ op het eilandje Penzo in het Spaanse Water







en het verjaardagsfeest van Reinhilde aan boord van de Bella Ciao, een feestje waar verschillende talen en culturen elkaar ontmoeten







Maar er moeten natuurlijk ook klussen gedaan worden aan de boot, dus Frits gaat de mast in om de verlichting weer aan de gang te maken



En er moet ook bevoorraad worden. Omdat het Spaanse Water een behoorlijk eind van de winkels afziet heeft een van de winkels op het eiland, de Spar, een busdienst ingesteld die toeristen en zeilers heen en weer rijdt. Een ideale voorziening waar wij veelvuldig gebruik van maken







Last but not least krijgen we bezoek van een vriendin die even het herfstige Nederland ontvlucht en met haar doorkruisen we het eiland. We bezoeken onder meer de prachtige kruidentuin van Dinah Veeris







We bezoeken een vriend die midden in de wildernis op een berg woont



En we bezoeken de moeder van een vriendin die op haar 92e dagelijks, ondanks de ernstige reuma in haar vingers, op haar piano speelt en daar ongelooflijk veel plezier aan beleeft



En uiteraard bezoeken we 'gebruikelijke' bezienswaardigheden zoals de beroemde pakhuizen langs de waterkant



en de drijvende markt.



Ter ere van het naderend kerstfeest is de beroemde pontjesbrug 's avonds veelkleurig verlicht.



FEESTDAGEN

Wij sluiten dit jaar af met een beeld dat op het netvlies is blijven staan: de dolfijnen met wie we zwommen in Guadeloupe.



Een tweede onvergetelijk plaatje is de foto van onze jonge vrienden op Ile a Vache, Haiti. Met hen gaan we dit jaar de feestdagen vieren.



We wensen alle lezers van onze verhalen fijne feestdagen, een veel vrolijke momenten in 2014.

[jan 2017]

[feb 2017]

[mrt 2017]

[apr 2017]

[mei 2017]

[juni 2017]

[juli 2017]

[nov 2017]

[dec 2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten