het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2016


Weer onderweg
Als het orkaanseizoen weer voorbij is en de boot vaarklaar, gaan we ankerop en verlaten de het zoete water van de Rio Dulce







We hebben het eerste stuk weinig wind, maar omdat we vreesden voor tegenwind bij het uitvaren van de golf van Guatemala naar Belize, zijn we allang blij met deze kalmte. Al snel wordt het water weer blauw en na 20 mijl ankeren we bij een klein mangrove-eiland, een van de honderden waarmee de kust van Belize bezaaid is (en bekend om staat). De stilte is hier, na het bezige Rio Dulce bijna oorverdovend. We zijn weer op weg!



De volgende dag kunnen we lekker zeilen naar Placencia, waar we ook kunnen inklaren. We doen dat meteen, want het is de dag voor kerst, en de beambten zijn hier naar verluid nogal snel met het in rekening brengen van overuren, en daar hebben wij natuurlijk geen zin in. De ankerplaats is hier al helemaal in kerstsfeer



en wij ook,



maar dan wel in een tropisch jasje







En er kan weer gekite worden, dus zodra er voldoende wind is, gaat Frits ervandoor



Zo scharrelen wij de riffen langs, richting Belize City. We ankeren in heerlijk azuurblauw water tussen de mangrovebosjes.
Omdat we bezoek verwachten met oud en nieuw, willen we wat oude kussentjes nieuw overtrekken. Daarvoor zetten we de naaimachine buiten en gaan we aan de slag. We zijn even bezig als er ineens meerdere dolfijnen bij de boot opduiken.











Het is altijd weer een feest als deze elegante dieren ons met een bezoekje vereren. Als er een dagtrip-bootje langskomt gaan de dolfijnen nieuwsgierig daar kijken en we denken dat ze verdwenen zijn. Dus ik ga maar weer naaien, en als ik weer een kussentje af heb, verschijnen ze weer.



Als dit patroon zich enkele malen herhaald heeft komen wij tot de conclusie dat het geluid van de naaimachine op de aluminium tafel lijkt op het geluid dat de dieren maken voor onderlinge communicatie, en dat ze daarom telkens weer onze kant op komen. En hoewel wij geen speelkameraadjes zijn, amuseren ze zich toch zo te zien prima en stellen ze mij in staat om de foto te maken die ik altijd al had gehoopt ooit nog eens te kunnen maken, vanuit de kuip



En het kan vanmiddag niet op, want later zien we vlakbij ons een enorme moddervlek ontstaan. Na enig geduldig wachten komt het hoofd van een zeekoe even boven water om adem in te nemen. Deze beesten grazen over de bodem in mangrove gebieden. Ze zijn erg schuw en worden zelden gefotografeerd....dat is mij trouwens ook niet gelukt.

Na deze ervaringen varen we door naar Belize City. Het is daar lastig aan de wal komen: je ankert bij een eilandje tegenvoer de stad en dan moet je met de bijboot een behoorlijk stuk open water over naar een inham/riviertje aan lager wal waarlangs de stad ligt, maar daar kun je dan je bijboot weer moeilijk kwijt. Desondnaks zijn we er toch geweest. Het bleek een typisch Engels-Caribisch stadje, zoals we die wel kennen uit het oostelijk Caribisch Gebied. Met een enorme 'swingbridge' die de twee oevers van de stad met elkaar verbindt en een grote vissersvloot bestaande uit zeilbootjes die grote zeilen voeren en die allemaal een kleine roeiboot meehebben die ze waarschijnlijk gebruiken om de netten uit te zetten en op te halen.







De stad had niet zoveel bijzonders te bieden, dus besloten we om door te zeilen naar het schilderachtige Cay Caulker, om daar onze gasten aan boord te kunnen ontvangen.















En hier kon de snorkelpret meteen beginnen.



Onze vriendinnen hadden aangegeven met ons mee te willen oversteken naar Cuba. Het wachten was op de juiste weersomstandigheden voor de circa 450 mijl lange oversteek.



Om op tijd klaar te zijn als de gewenste weerssituatie (zuidoosten wind) zich zou voordoen, hopten we naar het volgende eiland, Ambergris, opnieuw een vakantieparadijs







om de nodige boodschappen te doen



en bovendien te kunnen uitklaren.
Tussen de boodschappen en het uitklaren door viel er op strand in het doorzichtige water te genieten van pijlstaartroggen en pelikanen







En toen de zuidoosten wind inderdaad kwam, waren we er klaar voor. De wind zat in de goede hoek en had de juiste sterkte. Zo konden we na 2 dagen zeilen, met een gemiddelde snelheid van 8,6 knopen het anker laten vallen in het prachtige Cayo Largo, een van de rifeilandjes voor de kust van Cuba.



Het was na de inspanningen van de overtocht een heerlijke plek voor iedereen om te relaxen en zich te vermaken met snorkelen en kitesurfen.







Er zijn een paar mogelijkheden om van hieruit naar de vaste wal van Cuba te komen en een daarvan is met de helicopter.



Voor deze optie kozen onze vriendinnen, om op deze originele wijze in Havanna te geraken, alwaar hun verdere reis door Cuba kon starten.
Wij wachtten vervolgens weer een gunstig moment af om verder naar het oosten, maar Cienfuegos, te kunnen komen. Deze 80 mijlen bleken vooral in het eerste gedeelte een stuk ruiger dan de hele overtocht naar Cuba. Gevolg: ons grootzeil scheurde over een van de naden compleet door.



zodat we in Cienfuegos eerst maar eens het zeil gingen repareren.







Tussendoor begon ik met een minituintje: ik zaaide (na een paar mislukte experimenten) rucolakers op een vochtig wattenbedje, en na 4 dagen kon ik oogsten



En natuurlijk gingen we de stad in.



Onderweg zagen we weer de creativiteit van de Cubanen, die van niets iets weten te maken, zoals dit 'visbootje' van piepschuim.



Maar we constateerden ook dat het steeds beter gaat in Cuba: er zijn meer dingen te krijgen in de winkels, er heerst een optimistische atmosfeer van activiteit en we hebben internet via wifi, een fenomeen dat hier nog maar pas een dik half jaar mogelijk is. Op straat zie je de mensen zich rond de wifipunten verzamelen met hun smartphones en computers en hoewel het voor Cubanen nog steeds wel vreselijk duur is (€ 2,00 per uur, met een inkomen van ca. € 25 per maand), lijkt het er sterk op dat het land in een half jaar tijd een enorme stap naar de rest van de wereld heeft kunnen zetten. Of dit alleen in een grote stad als Cienfuegos zo is, of ook in de rest van het land hopen we de komende maand verder te kunnen onderzoeken.
Maar de mooie tradities blijven gelukkig ook: op zondagmorgen bezoeken ook nu weer de bijeenkomst in het cultuurcentrum waar we gezeten onder de bougainvillea genieten van het optreden van muziekgroepjes











afgewisseld met individuele muzikanten



en de voordracht van gedichten die mensen ter plekke maken, of die ze de afgelopen week hebben geschreven en meenemen om hier 'publiek' te maken.







Met dank aan Aafke en Marjo voor het gebruik van hun foto's.


Cuba nu

Je krijgt in Cuba een visum voor 1 maand en dat kun je nog eens met een maand verlengen. Wij hebben bijna de volle tijd die we konden krijgen gebruikt om opnieuw kennis te maken met dit geweldige land en zijn gastvrije bevolking en om ons een beeld te vormen van hoe het op het moment met het land gaat. Ik ga proberen onze indrukken hieronder te verwoorden en te verbeelden. Het blijven indrukken: hoe kun je immers een zo complex land dat op dit moment een zo veelzijdig ontwikkelingsproces doormaakt in 7 weken doorgronden?
Om te beginnen een paar beelden



Cubanen mogen prive geen boten bezitten waarmee ze het land zouden kunnen verlaten. Dus behelpen ze zich met visbootjes van piepschuim




De Cubaanse variant op Mac Donald, El Rapido, soms ook een wifi hotspot



Paard en wagen - nog altijd een belangrijk vervoermiddel in Cuba



Cuba is bezig met een digitale inhaalslag - niet alleen kan bij dit cursuscentrum allerlei computer cursussen doen, ze doen ook suggesties voor geschikte websites voor de jeugd



Op de markten kunnen de boeren hun producten verkopen. Ze mogen de opbrengst houden.

We hebben door het land gereisd, met de auto naar het westen vanuit Cienfuegos via Playa Giron (Varkensbaai) naar Viñales, in het zuiden met de boot door de Jardines de la Reina en opnieuw met de auto in het oosten vanuit Santiago de Cuba via Guatanamo naar Baracoa en langs een van de slechtste doorgaande wegen van het land naar Moa en dan naar Holguin.
Men voert om toeristen te lokken een motto 'authentiek Cuba'.



Als je zo'n reclame leest bekruipt je toch het gevoel dat dat authentieke wel eens ver te zoeken zou kunnen zijn. En dat is in zekere zin ook zo in de toeristische centra als Cienfuegos, La Habana en Santiago de Cuba.



Vaak leek het hier alsof er een soort 'toneelstuk Cuba' werd opgevoerd, een facade werd opgetrokken zonder inhoud. Maar we hebben gelukkig ook veel rondgereden door de dorpjes en stadjes van het plattenland en tot onze vreugde ontmoetten we daar de Cubaanse wereld waar (nog) geen toeristen komen en waar wij voor de mensen nog geen rondwandelende dollarbomen zijn, maar gewoon bezoekers die belangstellend welkom worden geheten en de weg wordt gewezen als ze daarnaar vragen (richtingaanwijzingsborden zijn er langs de meeste wegen nog altijd niet).



En zelfs in de toeristencentra merkten we dat Cuba toch ook gewoon Cuba blijft en de mensen vaak nog altijd even hartelijk zijn als voorheen. Maar we merkten ook hoe snel er van alles aan het veranderen is op dit moment. Bij ons begon internet ooit in de vorige eeuw via vaste telefoonlijnen, met en modem en een enorm apparaat waarmee we een paar minuten online gingen. De oude mannen die Cuba bestuurden hebben er lang over gedaan om te besluiten dat ook de Cubanen toegang moesten krijgen tot de digitale wereld van nu. Men verborg zich achter de Amerikaanse blokkade....maar hoewel die blokkade nog altijd niet is opgeheven heeft men nu kennelijk toch besloten dat ook de Cubanen voortaan online moeten kunnen. Men heeft ervoor gekozen om in de steden, vooral op pleinen openbare wifi hotspots aan te leggen - een technologie, die er toen wij met internet begonnen nog niet was. Doordat het klimaat hier meestal ook vriendelijker is dan bij ons is deze oplossing in dit land op dit moment waarschijnlijk de goedkoopste en de handigste.
Was er in september 2015 nog sprake van 17 van deze lokaties, inmiddels zijn dat er zeker al meer dan 50 of wellicht zelfs al veel meer. Thuis internetten is er hier dus niet bij, je gaat met je smartphone of je laptop (hardware die wij in de vorige eeuw nog niet hadden) naar het plein en daar zoek je een plekje in de schaduw om te internetten zoals hier bijvoorbeeld in de stad Pinar del Rio.



Toch is daarmee de race nog niet gelopen: de Cubaanse economie zit heel anders in elkaar dan de onze. Alles wordt centraal bepaald en geregeld in een planeconomie, er zijn immers geen particulier ondernemers die initiatieven kunnen ontwikkelen. Cuba kent eigenlijk een dubbeleconomie: de Cubanen verdienen hun geld in pesos, ook bekend als moneda nacional. Hiervoor kun je de dagelijkse dingen kopen. Daarnaast heeft elke Cubaan een bonnenboekje, waarmee men eerste levensbehoeften kan aanschaffen in het door de staat georganiseerde distributiecircuit. Maar wat men op deze wijze krijgt is onvoldoende om een hele maand van rond te komen, dus moet van alles bijgekocht worden. De boeren zijn verplicht een bepaald quotum voor de staat te produceren, en alles wat ze extra produceren mogen ze op de locale markten te koop aan bieden. Dat gebeurt tegen pesos. Ook wij, toeristen kunnen daar terecht om groente en fruit te kopen.



Naast de pesoseconomie heb je de deviezeneconomie, hier koop je geimporteerde spullen voor convertibles of CUC. 1 CUC = 25 pesos. Toeristen betalen meestal in CUC's. Zo wordt er in Cuba geld verdiend.
Inmiddels is er een heel klein beetje ruimte geschapen voor eigen initiatief: overal in het land zijn bijvoorbeeld de particuliere pensionnetjes (casas particulares) als paddenstoelen uit de grond geschoten, en de toerist heeft daardoor inmiddels een ruime keuze hierin. Hiervoor betaal je in CUC's (1 CUC = 1 €), meestal tussen de 15 en de 30 CUC per kamer. Op deze wijze verdienen Cubanen CUC's, waarvan ze een (substantieel) deel weer aan de staat moeten afdragen, maar waarvan ze ook een deel zelf kunnen houden. Deze mensen, en al diegenen die op andere wijze (legale of minder legale) manieren hebben gevonden om CUC's te verdienen kunnen spullen kopen, die voor de gewone Cubaan, met zijn inkomen van € 25 per maand volstrekt onbereikbaar zijn. Maar het is vooral de staat die aan de bloeiende toeristenindustrie CUC's verdient. Hiermee kunnen op de wereldmarkt olie en andere spullen worden gekocht. Het zal duidelijk zijn dat die CUC's economie voor Cuba van levensbelang is. Maar steeds meer verdrukken op nationaal niveau de CUC's de pesos, en dat is heel slecht nieuws voor de Cubanen die niet het geluk hebben dicht tegen de toeristen-economie aan te zitten. Zo worden de internettegoeden waarmee je online kunt gaan via de hotspots voor CUC's verkocht. 2 CUC voor een uur internet.



Een uur internet kost een gewone Cubaan dus 8,5% van zijn of haar maandinkomen. Oftewel: internet is voor de meeste Cubanen onbereikbaar. Wie zitten daar dan wel op die pleinen te internetten? Vaak mensen die familieleden of vrienden in het buitenland hebben, die dit soort zaken voor hen betalen, en dus degenen die CUC's verdienen. Hetzelfde verhaal geldt voor het reizen naar het buitenland: het is mogelijk en toegestaan, maar het kopen van een paspoort, een visum en een vliegticket zijn onbetaalbaar voor de gewone Cubaan.
Wat er dus gebeurt is dat de onderlinge ongelijkheid tussen Cubanen hand over hand toeneemt. Met CUC's kun je internetten, reizen, mooie spulletjes kopen en bier in blik, een smartphone zelfs of een breedbeeld tv, benzine voor de enkeling die een auto heeft. Als je dat niet hebt moet je al sparen om de benodigde spijsolie te kunnen kopen in aanvulling op je 1/2 liter maandelijks staatsrantsoen, of voor de extra koffie naast de 100 gram die je van de staat krijgt. En dat nu is in flagrante tegenspraak met de uitgangspunten van de revolutie, die gelijke kansen voor iedereen beloofde.
Langs de wegen komen we nog steeds prachtige idealen tegen. Fotogeniek ook.



























Maar wat vinden we daarvan terug in de werkelijkheid? De posters, ooit ontworpen en gedrukt ter ondersteuning van het revolutionaire elan, worden inmiddels voor CUC's aan toeristen verkocht.
De werkelijkheid is dus anders dan de ronkende revolutionaire slgoans doen geloven: zoals bijvoorbeeld dit treurig vervallen socialistisch woonparadijs maar al te duidelijk aantoont



Toch zijn er een paar zaken waarmee Cuba zich in de Caribische regio zeer positief onderscheidt: de bevolking is hoog geschoold dankzij het gratis onderwijs, de gratis gezondheidszorg (toeristen moeten wel voor de zorg betalen, natuurlijk in CUC's ) staat op een hoog niveau, iedereen heeft een (vaak bescheiden, maar toch) dak boven het hoofd en in principe is er werk voor iedereen, al zal dat niet altijd het werk zijn dat iemand zelf gekozen zou hebben.

Tegen deze achtergrond hebben we het land bereisd, gesproken met veel mensen, van alles gezien en proberen in beeld te brengen. Pas door het reizen, zien, praten en beleven kregen al deze bespiegelingen inhoud.
We beginnen in Cienfuegos, waar we een fietstocht door de stad maakten en op het station belandden







Uit de timetable valt op te maken dat een treinreis naar Havana (256 kilometer) 10 1/2 uur duurt. Ook hier komt men de dubbeleconomie tegen: Cubanen reizen voor pesos, buitenlanders voor CUC's.



Het busstation om de hoek was ook nog eens versierd met deze prachtige muurschildering



Het busvervoer in Cuba is in werkelijkheid iets minder rustiek dan de tekening doet vermoeden: nog altijd kom je veel omgebouwde vrachtwagens tegen, waarmee particulieren busdiensten onderhouden







We bezochten in Cienfuegos ook het fort Jagua, aan de ingang van de baai. We konden erheen met het pontje van 7.30 uur.



Het fort was interessant want het was mooi gerestaureerd



















In het slot was ook de werkplek van de museale historicus die niet alleen een klein overzicht had samengesteld van de meer recente Cubaanse geschiedenis, zoals de overwinning van de Revolutie in 1959, de Amerikaanse inval in Varkensbaai en ook de ineenstorting van Sovjet Unie en de Speciale Periode die dit tot gevolg had voor Cuba







Maar hij bleek zich vooral bezig te houden met een wel heel bijzonder onderzoeksobject: de niet afgemaakte kerncentrale die zowat om de hoek bij het fort in aanbouw is geweest. Hij heeft ons uitgebreid over dit gigadrama geinformeerd: Er was in de jaren tachtig van de vorige eeuw een plan ontworpen voor de bouw van een kerncentrale, model Tsjernobyl, aan de noordzijde van de baai van Cienfuegos, op het (westelijk) schierleiland Jagua. Kosten 2,2 miljard dollar, waarvan 80% door de Sovjet Unie zou worden ingebracht en 20% (nog altijd 440 miljoen dollar!) door Cuba. In 1986 werd met veel tamtam begonnen met de bouw van wat het 'grootste project van de 20e eeuw' werd genoemd. Er kwam een prachtige maquette van het plan



In december 1991 zouden de kernstaven geplaatst worden en zou het opstarten van de eerste reactor beginnen....maar in diezelfde maand stortte de Sovjet Unie in (zie de vorige foto) met als gevolg dat de verdere bouw van de kerncentrale en alles wat daaraan annex was (een complete nederzetting voor de honderden betrokken Russische ingenieurs) stil werd gelegd. Er is uiteindelijk nooit splijtstof in de centrale gebracht. Men heeft de hele boel tot 2002 nog proberen aan te houden, maar in dat jaar is alles officieel gestopt. Een desinvestering van 2,2 miljard $. Zo werd het hele project een van de grootste missers van de 20e eeuw. Maar moeten we er werkelijk rouwig om zijn? Zoals reeds genoemd was het een model Tsjernobyl centrale, die ook nog eens gebouwd was op de breuklijn die de aardbeving in Haiti van 2010 (200.000 doden) veroorzaakte...Wat overblijft is nu een zeer interessant stuk technologie-geschiedenis en een deskundige en zeer enthousiaste collega-historicus die zich ervoor inzet om dit curieuze verhaal aan de openbaarheid prijs te geven.

De laatste weken (januari, februari) is het hier zo nu en dan best wel koud, als er een koufront uit Noord Amerika polaire lucht onze kant op blaast. We hebben onze dekens uit moeten pakken en op een morgen is het 15,5 graad



Brrrr, ook in de avond eten we vaak binnen omdat we het buiten te koud vinden.... Maar hierdoor laten we ons niet ontmoedigen en dan op een dag huren we een auto en vertrekken we voor een tocht naar het westen



Wat ons opvalt is dat er van alles verbouwd wordt hier, aardappelen, boontjes, suikerriet natuurlijk....Het land wordt besproeid met enorme sproeiinstallaties. En er staan overal runderen op het land, die soms ook over de weg verplaatst worden door echte caballero's



Mensen hebben misschien gebrek aan spullen, en er is voor de meesten zeker geen sprake van overvloed of luxe, maar honger wordt er in dit land voor zover wij hebben kunnen nagaan niet geleden.

Wij zijn op weg naar Varkensbaai, waar wij kennissen willen bezoeken. Onderweg komen we een bord tegen waarop staat aangegeven dat op die plek in 1961 de Amerikaanse invallers tot staan werden gebracht.



In Playa Giron waar een museum herinnert aan de inval en de heldhaftige strijd, die de Cubanen uiteindelijk wonnen



bezoeken we onze vrienden, die voor ons een heerlijke maaltijd bereiden van zelfgevangen vis. Ze hebben een klein visbootje



waarmee ze er op elk vrij moment op uit trekken. Voor ons wordt een rijkelijke maaltijd met heerlijke kingfish-moten klaargemaakt







Ondertussen kletsen we bij en hebben we het gezellig met elkaar.



In de middag vertrekken wij richting Pinar del Rio en zwaaien ze ons enthousiast uit.



Wij rijden naar de (6-baans) snelweg







waar we zo nu en dan een medeweggebruikers inhalen



maar vaak ook gewoon een grote lege ruimte voor ons zien



Zo komen we in de gelijknamige provinciehoofdstad van Pinar der Rio



Een gezelligstadje waar we ons een ochtend prima vermaken



















We komen langs de plaatselijke kookclub, die allerlei interessante cursussen geeft, zoals zoetigheden (ze maken hier prachtige suikertaarten in Cuba), een cursus sausjes maken alsmede een cursus 'lunch', ik zou best wel eens zoiets willen meemaken







Tijdens onze stadswandeling passeren we ook het provinciaal archief, waar ik binnenloop met de vraag of ik een kijkje mag nemen:











Ze hebben hier zeker geen geklimatiseerde depots, maar toch, vergeleken met de toestand van de archieven in veel andere Caribische landen is het hier een luxe.

Een van de highlights van de provincie Pinar del Rio is Viñales, een dorpje gelegen in een prachtige groene vallei tevens het centrum van de tabakscultuur. Hier gaat onze tocht nu heen.































We zien de tabaksplantages



















de droogschuren voor de bladeren







en genieten volop van dit prachtige landschap







Bij het verlaten van de fotogenieke vallei komen we nog een bijzonder transportmiddel tegen, dat het op deze dikke rode kleigrond vast goed doet







Dan leidt onze route naar Bahia Honda, waar we even uitrusten op het strandje







in het gezelschap van deze tevreden knorrende familie







We rijden weer door langs een paar kleine wegen



En komen zo in het dorpje 'Harlem'



langs de plaatselijke suikerfabriek die we natuurlijk even bezoeken















Vol van de vele indrukken rijden we dan door naar Havana. We hadden het al over de kou, maar zo'n koufront gaat ook vaak gepaard met dikke noordenwind. De Malecon in Havana (de boulevard die langs de zee loopt) was afgezet en deed meer aan een woeste rivier denken dan aan de gezellige boulevard waar iedereen elkaar 's avonds treft voor een praatje























Gelukkig gaat de noorderstorm weer gauw voorbij en kunnen we een dag later alweer gezellig over de Malecon wandelen en kijken hoe het met de enorme restauratieprojecten daar gaat. We stellen vast dat er veel gebeurt, maar dat er ook nog veel meer te doen valt om dit prachtige waterfront in oude luister te herstellen.























Sommige projecten zijn heel mooi geworden



andere wachten al zo lang op een vervolg dat er bomen in hebben kunnen groeien



en dit balkon is ook niet meer wat het zou moeten wezen



De stadshistoricus van Havana, die een belangrijke rol speelt bij het restauratiewerk heeft het goed voor elkaar....op zo'n entree van de werkplek zullen de meeste Nederlandse stadshistorici jaloers zijn.



Na deze omzwervingen rijden we terug naar de boot in Cienfuegos, en gaan inkopen doen voor onze tocht door de onbewoonde Jardines de la Reina











Het is hier erg moeilijk om aardappelen te krijgen, maar na enig rondvragen blijken ze hier wel alternatieven te hebben: yuca en boniato. Gekookt en gebakken blijken die ook zeer smakelijk te zijn



Onderweg naar de markt komen we een vrolijke straattheaterperformance tegen



lopen we in de hoofdstraat nog eens onder de alomtegenwoordige Che Guevara door,



en zien we een paar mannen gezellig domino met elkaar spelen



Omdat het zo gezellig ontspannen in gaan we nog een keer op zondagmorgen naar het cultuurhuis voor de samenkomst van muzikanten, dichters en zangers



en op de terugweg naar de boot kunnen we het toch weer niet laten om een paar van die prachtige exemplaren van het rijdend erfgoed te fotograferen



En dan varen we de baai van Cienfuegos uit







naar de Jardines de la Reina, oftwel de Tuinen van de Koningin.



Dit is een archipel bestaande uit onbewoonde eilanden, waar door vissers in staatsdienst druk gevist wordt op vis en kreeft. Omdat het hier onbewoond is, is er geen controle. De angst bij de Cubaanse authoriteiten dat Cubanen met boten (ook de onze) hun land ontvluchten zit er diep in. Men ziet dat in Cuba als kapitaalvlucht: er is in mensen hun opleiding geinvesteerd, en zij betalen dat terug door voor de staat te werken. Daarom is het Cubanen verboden om bij ons aan boord te komen. Maar omdat er in de Jardines niemand woont is er daar geen grensbewaking (Guarda Fronteras) en daardoor kunnen de vissers ons bezoeken. Dit is een van de grote charmes van het varen in deze archipel en de contacten verlopen wederzijds meestal vanzelfsprekend en soepel. De vissers willen helemaal niet met ons mee, maar ze willen (wat ook streng verboden is) kreeft en vis met ons ruilen en ze willen gewoon een praatje maken, onze verhalen horen, hun verhalen vertellen. Dat is dus wat we hier voornamelijk doen.







We zien hoe ze een groot vangnet uitleggen en een enorme school vissen insluiten en in het fuik drijven.











Reinhilde mag zelfs met snorkel en al in het vangnet met een van de vissers een kijkje onder water nemen.







En dan bieden de mannen aan om voor ons de koken! Kreeft. En zo arriveert er een complete maaltijd bij ons aan boord, en hebben we een prachtig diner met 5 Cubaanse vissers, wat een onvergetelijke belevenis. Uit veiligheidsoverwegingen voor hen kunnen we hier geen foto's van personen laten zien, maar wel van het maal.



We krijgen daarna ook nog een paar kreeften cadeau om mee te nemen. Daarvan hebben we nog een paar dagen lang overvloedig plezier











De enige bewoning in dit hele gebied is een duik- en vishotel. Daar brengen we een bezoek om te kunnen internetten om een weerbericht binnen te halen en terwijl we onze computer alweer aan het inpakken zijn verschijnt er naast het ponton waarop het hotel gevestigd is een heuse zoutwater krokodil



We besluiten subiet dat we hier maar niet gaan zwemmen.

We vervolgen onze tocht naar Cabo Cruz, de plek waar Fidel Castro en zijn guerillero's in 1957 geland zijn met de Granma en van waaruit ze de guerillastrijd tegen dictator Batista zijn begonnen.



We krijgen zelfs toestemming om hier aan wal te gaan. We willen naar Nickero, het stadje vlakbij onder de rook van een suikerfabriek, waarvan wij weten dat er in de weekeinden altijd een salsafeest met een orgeltje op straat is. Een paar mannen kunnen dit wel voor ons regelen zeggen ze.



Dus zo gaan we op zondagmiddag met een taxi op weg.



Hier op deze straathoek zou het straks allemaal moeten gebeuren



Intussen maken we een wandeling naar de suikerfabriek



en drinken we een sapje op het plaatselijke (internet-) plein



En we wachten...en wachten...en wachten. Maar geen orgeltje, geen muziek. Wat een pech. En als we eenmaal besloten hebben dat we dan maar beter weer terug kunnen gaan naar de boot, blijkt de taxi ook ver te zoeken. Uiteindelijk lukt het een andere taxi te versieren, en komen we alsnog om 12 uur 's nachts weer thuis.
De volgende dag maken we een kleine expeditie met de bijboot door de mangroves



en snorkelen we op het rif















En dan lijkt het weer geschikt om te vertrekken richting Santiago de Cuba, waar het robuuste fort El Morro ons een dag later welkom heet



De haven waar wij zeilers terecht kunnen



ligt hier een behoorlijk eind buiten de stad, maar sinds enige tijd vaart er drie keer daags een pontje op en neer.







En zo gaan we een aantal keren met het pontje naar de stad







In de stad is overal muziek



en zelfs op het piertje bij onze ankerplek komt op een avond een gitarist bij zonsondergang musiceren



In de stad stellen we vast dat ze hier al een stuk verder zijn met het opknappen van de prachtige panden, maar misschien komt dat ook wel omdat het verval hier minder ernstig is dan in Havana











Al blijft er ook hier zeker nog wel wat te doen op dit vlak



We brengen een bezoek aan het fort El Morro,











En ook daar treedt er weer een leuk salsaorkestje op



Het wordt tijd voor onze tweede autotocht, om onze vriendin Janny naar het vliegveld in Holguin te brengen.



Het gaat dit keer vanuit Santiago



via Guantanamo naar Baracoa, helemaal op de oostpunt van Cuba.
De Amerikaanse legerbasis is hermetisch afgesloten en zelfs een binnenweg die er in de buurt komt is niet toegankelijk.



Op grote afstand maken we een foto van de baai, waarop niets anders te zien is dan een baai, zoals elke baai eruit ziet



Onze tocht voert hierna door een prachtig stuk regenwoud, zij het dat de wegen hier zo nu en dan wel een uitdaging zijn



En ja, langs de weg komen we natuurlijk wel weer een hommage aan de grote held tegen: 'Hasta la victoria siempre'



Zo belanden we na een lange rit in Baracoa. Een gezellig stadje waar we rondwandelen langs de boulevard en over de pleintjes











We komen vinden een leuk restaurantje waar we een hapje eten



en we overnachten in een mooie casa particular. Alvorens verder te kunnen reizen moeten we wat geld opnemen, dus vervoegen we ons op maandagmorgen in de rij bij de bank



ALs we dt geregeld hebben, rijden we Baracoa uit, naar Moa en Holguin. Deze weg is beslist een uitdaging: vaak is het spoor naast de weg beter dan de weg zelf











Maar het is de moeite waard, de omgeving is prachtig



















En zo belanden we uiteindelijk na een lange dag rijden en vooral veel hobbelen in Holguin. Dit is een stad van pleinen, mooi om rond te wandelen.











Na Holguin rijden we door zware buien terug naar de boot in Santiago



waar we ons gaan opmaken voor de voortzetting van onze tocht richting Haiti.

We hebben gezien dat Cuba snel aan het veranderen is. Hoewel men dat zelf natuurlijk niet zo ziet, lijkt het erop dat de afstand tot de oorspronkelijk idealen van de revolutie toeneemt. De uiterlijkheden, zoals hier een bord langs de weg waarin Che en de overleden Venezolaanse president Chavez naast elkaar worden gezet,



zijn er nog steeds, maar in werkelijkheid zien we hoe het kapitalisme zich ook hier begint te nestelen. Dit lijkt geen gevolg van de veranderende betrekkingen met de Amerikanen, eerder een oorzaak daarvan. Wel ziet het ernaar uit dat als de blokkade eenmaal wordt opgeheven, het tempo van deze omslag verder zal toenemen. Of dat een gunstige of een ongunstige ontwikkeling is valt nog te bezien. Vrijwel zeker zal het voor elke individuele Cubaan anders gaan uitpakken, mede afhankelijk van de verdere uitbreiding van de CUC'en economie en of die bereikbaarder zal worden voor een groter deel van de bevolking.
Tot nu toe lijken de Cubanen vooral een afwachtende houding aan te nemen, terwijl hun afkeer van de politiek vrij algemeen is. Toch lijkt de atmosfeer optimistischer dan een paar jaar geleden.

Met dank aan Janny voor het gebruik van haar foto's.


Ile a Vache revisited

Twee jaar geleden bezochten we Ile a Vache en begonnen we met ons project 'professional education for Ile a Vache' (zie ook: http://ileavache.blogspot.com/). Inmiddels hebben we in september 2015 de Stichting Studiehulp Kay-Kok opgericht en bezoeken er sindsdien dankzij onze donateurs 6 mensen een beroepsopleiding.
Het werd dus tijd om weer eens naar Ile a Vache te gaan. En dat hebben we deze maand gedaan. Het was een drukke tijd. Want natuurlijk waren er veel vragen over ons project, zowel van degenen die nu een opleiding doen, als van degenen die dit jaar uitgeloot waren (tussen de 14 best gekwalificeerden hebben we geloot voor wie er uiteindelijk een opleiding konden gaan doen), als ook van mensen die om allerlei redenen de test die wij in januari 2015 hadden gehouden (98 deelnemers) hadden gemist en alsnog mee willen doen. En dan waren er, zoals gebruikelijk in het straatarme Ile a Vache nog alle andere vragen, problemen en aanbieders van diensten en waren die de hele dag bij de boot langskomen.
Bovendien was onze aanwezigheid de gelegenheid om het project tot nu toe met onze projectmedewerker Nickenson St firmin in Ile a Vache te evalueren, onze samenwerking de bespreken en nieuwe plannen te smeden. Kortom, er is hard gewerkt.



Allereerst zijn Nickenson en Reinhilde naar Les Cayes geweest, waar de leerlingen naar school gaan en waar we voor de drie die geen familie in de stad hebben een 2-kamer woning hebben gehuurd. Deze woning hebben we bezocht. Men moet hierbij in gedachten houden dat een woning in Haïti iets anders is dan een woning in Nederland. Men leeft veel meer buiten, waardoor het 'binnenwerk' over het algemeen aanzienlijk simpeler is dan wij gewend zijn. De woning die wij gehuurd hebben ligt aan een klein erf, waar, afgezien van de woonruimte voor 'onze' leerlingen nog een paar huizen en woningen op uitkomen. Hier zien we de ingang van 'onze' woning met twee van de drie bewoners en Nickenson in de ingang



De drie studenten die in de huurwoning wonen



delen een woonkamer



een slaapkamer



en een keuken



Opmerkelijk was dat de woning, waar drie jonge mannen huizen, misschien naar onze begrippen wat kaal, maar vooral schoon en netjes was. De keuken is zoals men dat ook op Ile a Vache gewend is: een hok buiten, met een houtskool vuurtje. Ze vertelden dat ze hier dagelijks hun maaltijd samen bereiden. Wat tevens opviel was de gezellige en vrolijke onderlinge atmosfeer



Hier laten Jeanel en Peterson trots het shirt van hun school zien



Nadat we met bewoners Jeanel, Peterson en later ook Hugues hebben kennisgemaakt voegt zich nog Katiana bij de groep. Zij heeft onderdak gevonden bij familie (we zien hier helemaal links projectmedewerker Nickenson, naast hem staat Jeanel, onder hem het gezicht van Peterson, daaronder Hugues en naast Hugues zit Katiana).



De andere twee kunnen niet bij deze bijeenkomst zijn, en hen zullen we later nog ontmoeten. Dit samenzijn biedt in elk geval mooie gelegenheid tot kennismaking. Men bleek eensgezind enorm blij met de geboden hulp en iedereen maakte van de gelegenheid gebruik om de gulle gevers in Nederland nog eens hartelijk te bedanken. Verder konden we wat doorpraten over de studies (iedereen was goed bezig, en vooral in de praktische vakken bleken al hoge cijfers behaald te zijn) en over de verdere plannen. Sommige opleidingen duren 1 jaar (zoals de administratie-opleiding die Katiana volgt) en andere 2 jaar zoals de opleiding tot elektricien en metselaar, die de andere drie aanwezigen volgen).
De bewoners hadden al eens gevraagd om wij hen misschien konden helpen met een klein tweedehands tv'tje. We hebben toen gezegd dat dat niet was waarvoor onze donateurs geld gaven, dus dat ze zelf nog maar eens goed moesten zoeken naar een bruikbaar exemplaar. Bovendien hebben ze thuis in Ile a Vache ook geen tv (want de meeste huizen hebben geen stroom). Nu we er geweest zijn begrijpen we heel goed uit welke behoefte deze vraag voortkwam: ze hebben in Les Cayes behalve studeren en koken niets te doen. Toch hebben we nogmaals gezegd dat wij dit niet kunnen doen en dat ze zelf moeten proberen iets te regelen.
Al zullen de diploma's die ze gaan halen helpen, het vinden van werk blijft in Ile a Vache moeizaam. Wij hebben daarom uitgebreid gepsproken over mogelijkheden en kansen om zelf werk te creëren, en om als het even kan zelfstandig ZZP'er te worden. We hebben bijvoorbeeld vastgesteld dat er op het eiland behoorlijk wat gebouwd wordt. Dat doen veel mensen zelf.



Maar wat ze nodig hebben zijn stenen en die moeten vanaf de vaste wal worden aangevoerd. Dat is duur en omslachtig. We hebben bijvoorbeeld besproken hoe een paar mensen op het eiland een betonblokkenproductie zouden kunnen beginnen. En zo zijn er meer mogelijkheden. Maar behalve de meest voor de hand liggende handeltjes (winkeltje, diensten aanbieden aan passerende zeilers) is men in dit land, waar veel dat wordt opgezet weer teniet gaat door rampen, corruptie, tegenwerkend beleid en angst om je nek uit te steken, het ondernemen afgeleerd. Bijkomend is dat er als gevolg van de alom tegenwoordige hulporganisaties ook een bedel-mentaliteit is ontstaan: als je maar een zielig verhaal opdist (en dat heeft iedereen hier wel) dan krijg je daarmee vaak ook hulp. Maar het lost niks op.
En wat wij zo graag zouden willen is de mensen helpen om onafhankelijk te zijn. Daar hebben wij in alle gesprekken die we gehad hebben dan ook de nadruk op gelegd: gewezen op de mogelijkheden van micro-crediet voor kleine investeringen, we hebben iemand anders die handig is met smartphones op het idee gebracht om data sim-kaarten aan passerende zeilers te gaan verhuren.
Bij de opzet van dit laatste werden even geconfronteerd met een andere werkelijkheid van dit land: hij was enorm bang voor jaloezie als het zou lukken, en jaloezie betekent in Haïti dat je naar de Voodoopriester gaat om iemand te vervloeken. En dat was dus precies waar hij bang voor was. We hebben hem laten zien dat hij gewoon zijn voorsprong in het omgaan met smartphones zou gaan exploiteren, en dat het nog wel even zou duren voordat anderen hetzelfde zouden kunnen. Nadat hij er een nachtje over geslapen had kwam hij terug om te vertellen dat hij dacht dat hij toch het risico wel wilde gaan nemen, en inmiddels is de data-simkaarten verhuur in bedrijf.
Het thema kansen scheppen en grijpen, zelfstandig en onafhankelijk worden, iets ondernemen wat anderen niet doen was ook het thema van de bijeenkomst met een aantal leerlingen (en toekomstige leerlingen) die voor het weekeinde (en waarschijnlijk vanwege onze aanwezigheid) naar het eiland waren overgekomen.



Hierbij kwam duidelijk naar voren dat iedereen goed gemotiveerd is om aan de slag te gaan, maar dat het ontbreekt aan 'ondernemersgeest'. Opnieuw hebben we geprobeerd, mede aan de hand van onze eigen voorbeelden (we hebben immers allebei een eigen bedrijf opgezet in Nederland) te laten zien hoe je dat doet en hoe dat werkt.



Het was een levendige en inspirerende middag en we hebben de indruk dat verschillende mensen de ideeën beginnen op te pikken.



Na het weekeinde moesten de leerlingen weer in Les Cayes zijn, omdat deze week de examenperiode ter afsluiting van het tweede semester was. Dus iedereen was druk aan het leren en voorbereiden.
Intussen werkten wij gestaag door met Nickenson (en zijn broers Bithovens en Edisson) om hen verder te trainen in het werken met de computer en internet, en aan de volgende stappen voor ons project. terwijl Frits elke dag een stuk van de kuip nieuw in de verf zette



Intussen hebben wij nog een grootzeil en twee stormfokjes bij ons om uit te delen aan de vissers. br>


Dit blijkt de aanleiding tot een enorm circus: iedereen heeft ineens een vader met een visboot zonder zeilen...Hoe dit aan te pakken??? Voor het grootzeil hadden we al een bestemming, dus daarmee konden we snel iemand blij maken



Maar wat met de stormfokjes? We hebben de 3 kandidaten langs laten komen met de boten of ze bezocht (het ging om twee boten die nog in aanbouw waren) in de hoop zo duidelijkheid te krijgen over hun verhalen. Maar toch bleek na enige tijd dat een van de gegadigden geen vader met een visboot had. Wij hebben hem zeer duidelijk gemaakt dat wij ons zo niet wensen te laten behandelen en dat we niet meer met hem te maken wilden hebben.



Zo bleven er twee liefhebbers voor elk een stormfok over en konden we dit dilemma gelukkig ook oplossen.
En dan was er nog een ander belangrijk project dat onze aandacht vroeg. Wij helpen de familie St firmin al een paar jaar met een maandelijkse toelage (die we uit eigen middelen betalen), die Nickenson vrij moet stellen om voor ons project te werken. Dit geld is zeer goed besteed: hij blijkt er zelf tussen de bedrijven door van gespaard te hebben en (omdat hij toch vaak in Les Cayes moet zijn voor ons project) verschillende cursussen van te hebben gevolgd. Wij juichen dat zeer toe. Want op den duur zal onze financiering moeten ophouden en zal ook Nickenson zelf een inkomen moeten zien te verwerven.
De familie woont in een huisje aan de baai, bij het strand. De perfecte locatie om een faciliteit voor een bewaakte bijboot-stalling op te zetten. Dit is er verder nog niet en er bestaat een duidelijke behoefte, omdat men hier maar al te makkelijk bijboten die los op de kant liggen even 'leent' en omdat kinderen er graag in spelen waardoor ze vol raken met zand.



Kortom: een kans voor de familie in deze behoefte te voorzien en een klein familiebedrijfje op te zetten. Tegelijkertijd kan dan een terrasje aan het strand worden opgezet en er kunnen diverse andere diensten worden aangeboden aan de bezoekers. Wij brainstormen erop los om een zo breed mogelijk aanbod op te zetten: een zus is banketbakster en kan op het terrasje taarten serveren, de amandelboom waar je onder zit levert heerlijke amandelen voor bij de borrel, met de smartphone die ze hebben kunnen ze de klanten een wifihotspot aanbieden, waardoor ze tijdens het eten van de taart hun email kunnen checken. Dan natuurlijk kunnen er boodschappen worden gehaald in de stad en verswaren op de markt, kan men de was doen, de boot schoonmaken enzovoort. Maar hoe krijg je de mensen binnen?
Daarvoor moet je proberen tussen alle andere 'boatboys' die bij de nieuw aankomende boten langsgaan op te vallen. Hoe doe je dat? Kom met iets unieks! Ons voorstel is dat de jongens altijd één van de (4) zussen meenemen, want een jonge vrouw zal tussen al die jongemannen zeker opvallen. En deel een flyer uit waarin je je diensten voor van tevoren vastgestelde prijzen aanbiedt (er ontstaat bijna altijd discussie over de prijzen end at voorkom je op die manier). In moderne termen gesteld: wees transparant!



Wij zijn intensief met de plannen en voorlbereidingen bezig, want het doel is om met Pasen open te gaan. Dat de familie er blij mee is blijkt als we op een zaterdagmiddag met een smoesje uitgenodigd worden en er op ons een gedekte tafel staat te wachten: als dank wordt ons een dineetje onder de amandelboom met uitzicht op de boot aangeboden.



Intussen vertellen wij aan de andere zeilers over de plannen en zo kan er alvast wat geoefend worden







en kunnen we de laatste puntjes op de i zetten.
Intussen blijven natuurlijk ook anderen langskomen: een oudere man die vreselijk ziek en zwak lijkt te zijn: hoe kun je zoiemand nou helpen? Wij zijn geen dokters per slot van rekening. We geven hem wat pijnstillers mee en zeggen dat hij terug mag komen als het niet helpt, maar dat wij geen dokters zijn en dat hij misschien toch beter naar de eerste hulppost kan gaan. Hij zegt dat ze daar alleen maar voor hem onbetaalbare medicijnen voorschrijven, dus dat dat geen optie is. Twee dagen later is hij er weer: het gaat wel wat beter met zijn pijn maar....zijn zuster is overleden. En een sterfgeval, zo weten wij inmiddels is voor de meeste families hier niet alleen een drama vanwege het verlies, maar het brengt ook hoge kosten voor de nabestaanden met zich mee: het vervoer van het lichaam naar Les Cayes, de kosten van de kerkdienst en vooral het feit dat iedereen in principe naar de begrafenis komt....omdat daar eten en rum geserveerd worden. Kortom, deze man zit diep in de problemen. We helpen hem met nog wat pijnstillers en een dollar voor de boottocht naar de overkant.
Dan komt er een (kreeft-) vissertje langs, die we bij onze vorige bezoeken hier al hebben leren kennen: de man is straatarm, heeft geen piroque meer (hij komt nu met een geleende piroque) en ook geen duikbril. Helaas hebben wij dit keer geen duikbrillen meer over, en een boomstamkano hebben we ook al niet. Wij praten uitgebreid met hem en stellen hem voor om eens te gaan informeren naar microkrediet voor een nieuwe piroque en wie weet ook voor duikspullen....Als hij later terugkomt geeft hij ons als dank 3 kreeftjes: wij kunnen dat niet aannemen, hij moet er geld voor hebben, dit is immers zijn enige inkomstenbron. We betalen hem dus een paar dollar en zo peddelt hij na een tijdje blij weg.



Hoe anders is dat dan weer gesteld met een jongeman die ons om schoolgeld komt vragen: wij vertellen hem dat wij dat niet gaan geven, dat we geen geld geven zomaar. Ik ga met hem in gesprek en vraag hem of hij dan niks te verkopen heeft? Nee, hij denkt niet dat hij wat te verkopen heeft. Ik vraag of hij geen cashewboom in de tuin heeft: nee dat heeft hij niet. Kokosnoten dan? Ja! dat heeft hij. Nou dan wil ik wel 10 kokosnoten van hem kopen, als hij ze klaarmaakt zodat we ze zo kunnen openen. En dan zal ik hem daarvoor 2 dollar betalen. Dat is teveel, maar in elk geval leert hij dan misschien een begin van het concept 'voor wat hoort wat' kennen. Hij is niet helemaal blij (want hij wilde in één keer bij ons al het geld voor zijn examens scoren en dat is dus niet gelukt), maar er is een begin, en hij komt een paar uur later inderdaad terug met de 10 kokosnoten.
En dan hebben we nog Nixon (de arme jongen heeft zijn naam ook al niet mee!): hem kenden we ook al van de vorige keer. Toen is hij diverse keren bij ons geweest om met ons zijn zorgen over de eerlijke gang van zaken bij het testen voor ons programma met ons te bespreken. En ja hoor, dit keer is hij er weer: hij had meegedaan aan de test maar was niet in de hoogste categorie uitgekomen. Natuurlijk vermoedde hij vals spel.... Ik heb met hem dus de hele procedure van het testen uitgebreid besproken en toegelicht. Het is niet vreemd dat hij wantrouwig is, want in Haïti gaat er niet veel eerlijk aan toe. Maar in dit geval konden we toch wel heel precies uitleggen dat wij wel degelijk iedereen gelijk behandeld hebben, en dat hij gewoon net niet goed genoeg was voor de hoogste categorie, maar dat hij het met een volgende testronde natuurlijk rustig nog een keer kan proberen. Als troost hebben we voor hem een flyer gemaakt waarop de diensten staan die hij wil aanbieden aan de passerende zeilers.



En zo gaat een dag snel om; eens te meer, daar zowel hun Frans als het mijne verre van perfect zijn, en we dus regelmatig tegen allerlei taalbarrières aanlopen, die we weliswaar ook weer altijd slechten, maar dat kost wel vaak veel tijd.
Maar er blijft gelukkig ook altijd weer tijd over voor verhalen. Zo vraag ik naar de betekenis van de naam van het dorp 'Kay-Kok'. Ik neem aan dat die Hanen Cay betekent. Maar dat is helemaal niet zo: het 'Kok' of 'Cok' staat voor kokospalm. Het is dus het dorpje van de kokospalmen!

Als laatste moeten we nog een foto voor de flyer voor de bijboten-stalling maken: omdat dit een project is waarbij de hele familie betrokken wordt, moet het een familiefoto worden: het wachten is op 2 zussen die in de stad zijn. Als die, vlak voor wij gaan vertrekken ook gearriveerd zijn kunnen we een prachtige foto maken van de hele familie St firmin, inclusief de dappere moeder van dit zevental



Wij hopen nu dat het concept gaat werken, en dat ze de problemen die ze zeker nog tegen zullen komen bij het verder ontwikkelen van de stalling het hoofd zullen weten te bieden. Wij zijn er in elk geval op de achtergrond om ze met raad en daad bij te staan om deze kleine familie business tot een succes te maken. Als dank krijgen we bij het hartelijke afscheid een grote zak met geroosterde cashewnoten, een zak vol amandelen, een grote stang bananen en een zak met kokosnoten mee.



En dan nemen we afscheid van deze plek waar we ons inmiddels zo thuis zijn gaan voelen. Nog een paar beelden van dit paradijs, dat tegelijkertijd voor veel mensen zo'n weerbarstige wereld is
















En zo laten wij na ruim twee drukke weken ons geliefde Ile a Vache achter ons



en gaan verder op onze weg tegen wind en stroom naar het oosten. We hebben weinig wind, en dat is eigenlijk wel gunstig, omdat we daardoor in de nacht met een beetje landwind van uit de bergen al motorsailend naar het oosten komen.
De volgende ochtend, als we het schiereiland aan de westkant van de Dominicaanse Republiek al in zicht hebben, gaat het echter mis. De wind wakkert fors aan, en is dus bijna tegen, waardoor we tegen de golven in forse klappen maken. Bij een van deze klappen scheurt het zeil (we hebben dan 1 rif staan) net onder het tweede rif overdwars compleet door. SHIT! We zetten het derde rif erin en een paar uur later scheurt de boel opnieuw, nu boven het vierde rif. De wind wakkert verder aan en na een korte tussenstop bij de Bahia de las Aguilas besluiten we dat het geen optie is om nu nog de Cabo Beata (de Gelukzalige Kaap!!) te ronden. Dus we motoren door naar Isla Beata waar we voor de deur van de Kustwacht het anker uitgooien.



We wisten al dat dit voorlopig onze laatste kans was om de kaap te ronden, want de komende dagen zal het hard gaan waaien. Maar dit geeft ons dan de gelegenheid om te proberen het zeil te lappen.



Het blijkt nog niet zo eenvoudig met de wind, die inderdaad een week lang hard waait, om het zeil te naaien: het blijft maar flapperen en bewegen.



Maar gelukkig lukt het na een paar sessies toch om in elk geval de scheur boven het derde rif te dichten en om een paar andere zwakke plekken te verstevigen. Dit betekent dat we zodra de wind gaat liggen in elk geval weer kunnen zeilen!
We bezoeken de vissers die hier met de Paasdagen zijn achtergebleven, en die door de storm ook niks te doen hebben.







Naast ons ligt een marineschip,



dat een hele dag bezig is om zijn anker in de grond te krijgen.



Gezien hun veel te kleine ankertje is wel duidelijk dat dit een mission impossible is. Dit zien ze zelf uiteindelijk kennelijk ook in en ze verdwijnen voor de Paasdagen naar de vaste wal.
Op het eiland blijkt bij nadere inspectie zelfs een winkeltje, waar we meel en paprika's kunnen kopen. De vissers maken kleine tochtjes om toch nog wat te vangen.



En zo krijgen wij vis en kreeft aangeboden. En niet de kleinsten! Dit exemplaar meet inclusief zijn sprieten 90 centimeter



Wij kunnen dus weer een paar dagen voort en hebben met Pasen een heerlijk feestmaal! Zo wachten we hier een dikke week, totdat de wind eindelijk afzakt.


Van Puerto Rico naar Sint Maarten

Na de storm te hebben uitgezeten en het zeil gedeeltelijk te hebben gerepareerd op het Dominicaanse eilandje Isla Beata, varen we op de motor in 4 dagen met 3 tussenstops zo goed en zo kwaad als dat gaat naar Puerto Rico.
We komen aan in de diepe baai van Boqueron aan de westkust. Na in het nabijgelegen Mayagüez ingeklaard te hebben (we rijden er met de taxi heen, inspectie aan boord is niet nodig hier), ronden we Cabo Rojo aan de uiterste zuidwesthoek van Puerto Rico. Zoals de meeste kapen levert ook dit exemplaar weer een mooi plaatje op:



Van hieraf kunnen we een stuk rustiger varen achter de riffen voor de kust, zodat we minder tegen de golven in hoeven. De wind zit nog altijd niet mee, maar zonder golven is dat een stuk minder vervelend. En we kunnen vissen: de eerste Spaanse makreel hebben we al snel aan de haak:



en die levert een paar heerlijke maaltijden op.
We ankeren in de baai bij Guanica. Dit is een prachtig beschutte plek, waar we een paar jaar geleden kennis hebben gemaakt met een Duits-Amerikaans stel die er een huis aan zee hebben. Zij zijn fanatieke windsurfers en nadat we de kennismaking hernieuwd hebben kan Frits eindelijk weer eens de kitespullen uitpakken











Het duurt niet lang of Gerd pakt zijn windsurfspullen en stapt ook op de plank



En dat levert een ontspannen samenspel op







We weten dat hier in de omgeving zeekoeien (manatees) voorkomen, en we hebben ze in een andere baai ook wel eens gezien, maar het is ons nog nooit gelukt om er eentje op de foto te zetten. Dit keer lukt het tot ons groot plezier op een vroege morgen wel:



Na een paar dagen heerlijk ontspannen in Guanica, zetten we onze tocht langs de zuidkust van Puerto Rico weer voort en we zien boven land een aantal prachtige buien voorbijtrekken:











De buien beletten ons niet opnieuw de lijn uit te gooien. Ik zie op een gegeven moment uit mijn ooghoek een zwart ding in zee duiken en denk dat we een vogel gevangen hebben. We beginnen de lijn binnen te halen en dat blijkt een zwaar karwei dit keer. Als we het naast de boot hebben blijken we een joekel van een Spaanse makreel te hebben gevangen, die kennelijk tijdens zijn pogingen zich te bevrijden enorme sprongen heeft gemaakt. Met moeite halen we het zware beest binnen



en brengen hem naar het voornet waar Frits onze trofee in volle glorie kan tonen



en Reinhilde vervolgens vele kilo's vlees van de graat gaat halen:







Het zit zoveel vlees aan deze vis dat we bij onze volgende pleisterplaats in de baai van Petillas, waar we ook oude bekenden bezoeken, een leuk cadeautje voor hen hebben: de helft van onze vis. En dan hebben wij nog zeker voor 4 dagen vismaaltijden over!
De volgende dag kan er zowaar gezeild worden:



we gaan naar Culebrita, dat deel uitmaakt van de 'Spaanse Maagdeneilanden' (die bestaan uit Viequez, Culebra en Culebrita), meteen ten oosten van Puerto Rico.
Daarna zijn we van plan om naar de BVI (British Virgin Islands) te gaan, inmiddels wereldberoemd vanwege de Panama Papers...
Maar als we eenmaal op weg zijn lijken de omstandigheden zo gunstig dat we besluiten uit te klaren en door de prachtige beschutte archipel van de BVI te zeilen







en 's nachts door de gaan



richting Sint Maarten.

In Sint Maarten gaan we de grote Lagoon in, waar je superrustig ligt en waar we een grote lijst met klussen willen gaan afwerken. Sint Maarten bestaat uit twee delen: een Nederlands deel en een Frans deel. Als je in de Lagoon gaat liggen lig je in het Franse deel gratis, terwijl je als je buiten ankert dat in het Nederlandse deel juist voor niks kan. Je moet het allemaal maar weten. Gelukkig doen wij dat. Daarbij komt komt je aan de Franse kant vlakbij luilekkerland bent: een prima, niet dure supermarkt, met een ruim assortiment aan Frans kazen, paté, stokbroodjes, zelfs Nederlandse harde geitenkaas, spinazie, sojaroom, spekjes - allemaal dingen die we de afgelopen maanden niet hebben kunnen kopen.



Culinair worden het dus een paar fijne weken. Maar er is meer: er moet van alles gebeuren. Op de lijst staat op de eerste plaats het zeil laten repareren. We hebben zelf weliswaar twee keer een losgescheurd stiksel hersteld,



maar het derde stiksel (dat onder het tweede rif zat) was wel erg groot om zelf met de hand te doen en bovendien zat daar ook nog een scheur in de stof. Daarbij komt dat we geconstateerd hebben dat vrijwel alle stiksels niet meer goed zijn, kortom: werk aan de winkel voor de zeilmaker. We vinden een goede die vaststelt dat de stiksels van ons grootzeil eigenlijk te zwak zijn voor de krachten die er gewoonlijk op onze zeilen worden uitgeoefend: de panden zouden met grotere overlappen aan elkaar moeten zijn gemaakt en ook met meer dan de twee stiksels die er bij ons zeil zijn gebruikt. Dat zou een complete verbouwing van ons grootzeil vereisen, dus we laten het er vooreerst bij dat de stiksels die de meeste krachten moeten weerstaan opnieuw en met sterker draad worden doorgestikt. Wel is duidelijk dat het grootzeil zijn langste tijd heeft gehad. Hetzelfde was aan de orde met de ankerketting: deze behoort 10mm dik te zijn, maar daarvan waren er inmiddels op sommige plekken nog maar 6 over. De ketting was al diverse keren ingekort, maar daar komt natuurlijk ook een eind aan, dus het was tijd voor een nieuwe ankerketting.



En dan ziet alles er ineens weer heel anders uit!







De lijst gaat door:



De kraanlijn is toe aan vernieuwing, en dan kan de inmiddels gehalveerde vlag meteen ook vervangen worden



Er zit een scheurtje in het plastic van het luik boven de bakboord machinekamer, dus dat wordt vervangen door hoge kwaliteit en dikker lexaan



en dan is er nog de propellor van de buitenboordmotor die in Ile a Vache de grond heeft geraakt en verbogen is. Hiervoor komt een nieuw exemplaar.



Kortom, we zijn druk bezig met het aanschaffen van nieuwe onderdelen en het vervangen van versleten en kapotte zaken. Maar er zijn ook nog andere dingen. Wij zijn samen met Hanneke en Nils van de Pelagie in 2012 overvallen en beroofd op de Orinocorivier. Daarna zijn zij door gegaan voor een wereldomzeiling. En het is hier op Sint Maarten dat zij dit enorme avontuur letterlijk afronden en beginnen aan de laatste etappe van hun tocht: de Pelagie terugzeilen naar Nederland.
Wij treffen hen en hebben zo de gelegenheid om deze grote prestatie samen met hen te vieren en hen na een paar dagen uit te zwaaien als ze zich op gaan maken voor de overtocht terug naar Nederland



Geleidelijk kunnen heel wat klussen van de lijst worden afgestreept



en beginnen we te kijken naar de weerberichten om onze tocht, naar het zuidoosten nu eerst, weer voort te zetten.
We gaan met Rob (een andere Nederlandse wereldomzeiler op de thuisreis) en John naar Philipsburg, de hoofdstad van het Nederlandse deel.







Rob heeft zich toegelegd op het fotograferen met zijn zoomlens, waarmee hij prachtige foto's weet te maken. Dit beeldverslag van het kindercarnaval en zijn toeschouwers, is dan ook voor een belangrijk deel gemaakt dankzij zijn foto's.







































































































































































En dan is het tijd om weer door de brug (aan de Nederlandse kant) naar buiten te gaan



en het gerepareerde grootzeil weer te heisen - op naar Saint Bartholomy (Saint Bart)




Kitesurfparadijs Nosuchbay, Antigua

Sint Barth is een tijdje Zweeds geweest en dat zie je bijvoorbeeld nog aan de vroegere straatnamen



en ook is er op dit kleine Franse eiland nog altijd een Zweeds consulaat gevestigd



In de haven liggen hier nogal aparte vaartuigen, zoals deze



Misschien dat de aanwezigheid hiervan mede debet is aan de toch wel erg hoge kosten die wij hier moeten betalen om ......achter ons eigen anker in de enorme swell van de ankerplaats hier te 'mogen' liggen. We gaan even kort aan wal om in te klaren. Wij worden niet heel warm van binnen van deze plek



en besluiten dan ook de volgende ochtend meteen het anker weer te lichten



en door te varen naar Antigua.
Onderweg zijn we getuige van een wind-/waterhoos verderop











ook het buiencomplex waaruit deze windhoos ontstaat is indrukwekkend.



Gelukkig kunnen we binnen zitten op zulke momenten en tegelijkertijd de weersontwikkelingen rondom goed in de gaten houden.



En zo geraken we dan uiteindelijk in Antigua. We gaan na het inklaren zo snel mogelijk door naar Nosuchbay, waar je achter het rif, prachtig beschut met uitzicht op de oceaan, vrij kunt ankeren en waar een hele kitegemeenschap is.



Frits haalt hier gedurende de ruim drie weken dat we hier blijven zijn hart op, en maakt grote vorderingen op het kiteboard



















Terwijl Frits druk is op de kite, ben ik hard aan het werk voor onze Stichting Studiehulp Kay-Kok om fondsen te werven en met het maken van informatiefolders. En dat al dit werk niet voor niets is blijkt wel als we de diploma's krijgen toegestuurd van de twee jonge vrouwen, Katiana en Websterline, die met behulp van onze stichting een administratieve opleiding volgden.







Na drie heerlijke en vruchtbare weken in de prachtige Nosuchbay richten we de boegen weer verder naar het zuiden, immers het orkaanseizoen is in aantocht en wij willen bijtijds voldoende zuidelijk zijn, zodat we, mocht zich onverhoopt een orkaan aankondigen in een dag buiten de gevarenzone kunnen komen.



We varen langs Guadeloupe en zijn ook daar weer getuige van prachtige natuurverschijnselen



Zoals gebruikelijk als we onderweg zijn, is de vislijn weer uit en.....daarmee halen we deze prachtige geelvintonijn op







Wow! De komende dagen gaan wij al onze tonijnrecepten uit de kast halen!
Het volgende traject brengt ons opnieuw iets indrukwekkends uit de zee: voor de kust van het eiland Dominica ontmoeten we een potvis. Hij (ja, het is zeker een hij, want de vrouwen en de kinderen zwemmen samen in groepen) zwemt langs de boot, zodat wij hem goed kunnen fotograferen. Zelfs maakt hij, als we elkaar bijna gepasseerd zijn, nog een bocht, alsof hij ons nog even goed wil bekijken, alvorens weer onder te duiken naar de groete diepten, waar hij normaal leeft.
















Leuk en minder leuk

De eerste twee weken zijn we in Martinique met vrienden. Niet alleen kun je hier weer veel Franse lekkernijen kopen, maar we maken ook een prachtige wandeling langs de baaien aan de zuidkust van het eiland.



















Het gebied is een nationaal park en er bevindt zich hier onder andere een groot mangrove-meer











Een van de attracties zijn de 'eenarmige bandieten' (krabben met één grote schaar) die hier met duizenden leven







We wandelen door tot het Kabrieteneiland



en daar houden we een korte rustpauze, om net als de andere bezoekers op deze zondagmiddag van het uitzicht te genieten



Als de zon al lager staat kun je een grappige selfie maken



Weer terug op de boot hebben we op een ochtend een heel nieuwsgierige bezoeker, die totaal niet bang lijkt te zijn. Dus zetten we hem maar op de foto







Als we horen van vrienden dat zij tijdens slecht weer midden op de Atlantische Oceaan hun zeeanker hebben uitgeprobeerd, besluiten wij om dat ook eens te doen, om te zien hoe het werkt, maar dan onder de beschutting van de baai van Le Marin, aan de zuidkant van Martinique. We gaan met de Yemaya, de boot van onze vrienden en de onderwater camera gaat mee om het hele gebeuren vast te leggen



















Omdat er in deze baai door val- en draaiwinden niet goed te kiten valt varen we door naar Union Island. Eerst inklaren in Clifton, bij de (peperdure) bar die op de schelpen van duizenden conch is gebouwd



en dan door naar Frigate Bay, waar Frits 2 jaar geleden nog met vallen en opstaan probeerde het aan de wind kiten onder de knie te krijgen.







Inmiddels kan hij hier zelfs zijn eerste trick laten zien 'heel side toe side' heet'ie:















Tja en dan is de lol echt even op, want we gaan naar Grenada, om daar een paar weken op de wal te gaan



Als we klaarliggen om eruit gehesen te worden krijgen we te horen dat ze je niet hijsen met de zeilen er nog op. Ze willen ons een dag laten wachten, maar dat willen wij natuurlijk niet. Ze geven ons maximaal een uur, en in een half uur hebben we het grootzeil in het gangboord liggen:







dan hijsen ze ons wel.











Daarna wordt de boot grondig afgespoten















En dan aan de slag! De bedoeling is om een heel nieuw systeem tegen aangroei onderwater aan te brengen: coppercoat heet het. Om deze epoxy-koper mix te kunnen aanbrengen, moet eerst het onderwaterschip helemaal kaal geschuurd worden. Een hels karwei, waarbij we gelukkig hulp krijgen van twee sterke en terzake kundige mannen: Miguel en zijn neef Lurkest.























Na een paar dagen zweten en zwoegen is alles kaal en maken we voor alle zekerheid rond het hele schip plastic 'jasjes' die we kunnen oprollen tijdens het werk, en die als het er eenmaal opzit uitgerold worden, om te voorkomen dat de coppercoat er door regen of luchtvochtigheid afgespoeld wordt.















Zodra de jasjes eenmaal klaar zijn, kan het aanbrengen van twee lagen epoxy starten, die nodig zijn omdat door het schuren hier en daar kale stukjes zijn ontstaan.















En dan dus de coppercoat zelf. We zoeken bij de eerste ronde nog een evenwicht tussen lang genoeg wachten tot de vorige laag droog is, en snel genoeg werken zodat het mengsel niet te dik wordt. Dat is lastig, want de eerste laag coppercoat dekt totaal niet, dus dan heb je de neiging om extra dik op te brengen - dat levert wel klonters, maar geen werkelijke dekking op. Daardoor wordt de eerste kant minder glad dan we ons hadden voorgesteld.
In totaal moeten er vier lagen over elkaar heen, steeds nog voordat de vorige laag helemaal droog is, die moet volgens de instructie nog 'sticky' zijn. Omdat we in het begin niet snel genoeg zijn, en te dikke lagen opbrengen, maar misschien ook te weinig wachttijd voor het drogen van de aangebrachte lagen nemen, betekent dat later veel extra schuurwerk. Want, als de vier lagen erop zitten, moet alles weer geschuurd worden, zodat het koper 'open' komt te liggen, en zijn aangroei werende werk kan doen. Als de oppervlakte dan onregelmatig is, kun je het niet goed schuren.
Het materiaal is aangeleverd in keurige setjes: een potje hars, een flesje harder en een zak koper, alles precies goed afgemeten. Per kant zijn er 7 setjes nodig en die zetten we van tevoren netjes klaar (op de dinghy die tussen de bedrijven door ook nog geplakt wordt)



Gelukkig gaat kant twee een stuk beter en makkelijker.







En dan dus weer schuren







Dit alles gebeurt bij temperaturen van 36-38 graden



Uiteindelijk zit alles door het schuren onder het epoxy-koper stof. We schuren terwijl de epoxy nog niet helemaal hard is. Het dringt zelfs door mijn overall en omdat ik nog altijd allergisch ben voor epoxy zie ik er na een dagje schuren heel raar uit



en zelfs mijn haar wordt groen van het koperpoeder



Na een aantal dagen schuren en bijwerken, en afwerken van de stukjes waar eerst de boot op stond, lijkt het allemaal toch wel redelijk goed te worden



Het duurt 5 dagen voor de coppercoat zover is uitgehard dat hij in het water mag. We zijn erg benieuwd of het in de praktijk al deze moeite waard zal blijken....

En tussen de bedrijven door hebben we natuurlijk weer ons best gedaan om ons project in Kay-Kok, Haiti verder te helpen. Het meest verheugende van deze maand was wel dat we de eerste drie leerlingen met het behalen van hun diploma konden feliciteren: Websterline en Marie Katiana met hun diploma administratief medewerkster







en Jean Kenold met zijn diploma ramen- en kozijnenmaker.



De drie andere studenten gaan komend jaar nog een tweede jaar doen. En dan is het streven om daaraan komend jaar nog 2 of 3 nieuwe studenten te kunnen toevoegen. We zijn al een eind op weg, maar er is nog meer geld nodig om dit allemaal te kunnen bekostigen. Iedereen kan daaraan bijdragen door een geldbedrag te storten op de bankrekenig van ons project NL06 TRIO0391025457 - elke bijdrage is welkom en zal besteed worden ten behoeve van de leerlingen.


Bijkomen in Grenada

De eerste week van juli brengen we nog door met 'onze' muggen in Clarks Court Bay op de wal, waar we de laatste hand leggen aan de coppercoat op de plekken waar de boot eerst op rustte. Daarvoor verplaatsen we het geheel met een krik. Dat doen we op zondag, want we denken dat de mensen van de werf niet blij worden als zij zien dat wij dit zelf doen. Het zou natuurlijk ook niet best zijn als iedereen op zo'n werf maar zijn/haar boot op eigen houtje ging verzetten. Maar Frits is natuurlijk niet iedereen, die heeft dit werk 35 jaar gedaan, dus die weet wel hoe je dat veilig aan moet pakken. Het is een klusje van nog geen half uur als je het hebt voorbereid en wij hebben geen zin om daarvoor de kraan te laten komen om het op de 'officiële' manier te doen. En nu kunnen we meteen weer verder met de nog niet bedekte plekken.







Verder zijn er natuurlijk nog allerlei andere klusjes, die we nu we toch op de wal staan ook even doen tijdens het wachten tot de coppercoat droog is (4-5 dagen). Het is vaak wel warm overdag



wat het werk soms zwaar maakt.















Maar er zijn ook mooie land-dingen te zien, zoals dit kevertje dat bij ons aan boord landt



Op 1 juli, wanneer de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën wordt herdacht - in Suriname heet dit 'keti koti' - doen wij op onze manier mee met een roti-maaltijd.



Dit klopt trouwens eigenlijk niet omdat het typische 'Hindoestaanse' eten, zoals roti, juist pas van na de afschaffing van de slavernij dateert, en geïntroduceerd is door de Hindoestaanse contractarbeiders uit India. Maar je kunt hier in Grenada prima roti's krijgen en het is heerlijk eten....

Als wij zover zijn om te water te gaan, blijkt de kraan druk met andere afspraken, dus moeten we nóg een nachtje de muggen buiten onze slaapcabine zien te houden en nóg een pak ijsblokjes kopen om de koelkast (en zijn inhoud) althans een beetje koel te houden. Maar dan is het uiteindelijk zover: de enorme groene kraan, die ze hier 'Hulk' noemen, zet de Bella Ciao weer terug in haar natuurlijke element: het water.







Pffff, wat een opluchting. Nu kun je als het warm is gewoon weer overboord springen, we liggen bij de stad, dus boodschappen doen is niet meer een ommelandse reis, en koelkast, zoutwaterkraan en het toilet doen het gewoon weer. Je kunt plotseling enorm genieten van zulke gewone dingen. En dat doen wij dan ook. En ook zijn er weer de zonsondergangen, waarvoor wij op de eerste rang liggen:











en de (volle) maan-opgangen waarvan we ook genieten.







En dan zijn er weer de hashes, de wandelingen op zaterdagmiddag ergens op een plek op het eiland, altijd mooi, altijd verrassend en gezellig. We hadden er de afgelopen weken geen tijd voor, maar nu doen we weer volop mee. We klimmen tegen een supersteile rots vlak boven de stad - zo verrassend dat er aan de rand van de stad zo'n heftige natuur is. We lopen een andere keer door een gigantisch moddertraject, helemaal boven door het regenwoud bij het vulkaanmeer waar het eiland altijd in een wolk is gehuld.











En we doen een traject dat begint en eindigt op het strand.



Omdat de hashes in deze (regen-)tijd van het jaar vaak zeer modderig en nat zijn, is het lastig om het fototoestel mee te nemen, vandaar dat de credits voor de voorgaande foto's gaan naar Brian Steele en Bruno Denis. Maar omdat we toch graag onze eigen beelden willen laten zien van deze uitermate leuke zaterdagmiddagbesteding, hebben we de laatse hash fotografisch gevolgd:







De weg wordt altijd gemarkeerd met witte papier snippers







Je loopt door bewoonde en onbewoonde gebieden, en overal is wel wat te zien: de natuur van Grenada is overweldigend mooi en uitbundig en de mensen zijn onvoorstelbaar vriendelijk, dus als je langs een dorpje komt wordt er altijd gegroet en vaak aangewezen welke kant je op moet, de mede-hashers zijn ook altijd gezellig, je maakt onderweg soms een praatje, of zoekt samen het juiste spoor, en je ziet onderweg altijd wel bijzondere dingen, zoals een boom met de wortels als aderen langs een rotswandje, een stier, een varken, kippen of een geit bij een totaal vervallen hutje, bijzondere huizen en dit keer zelfs tot besluit steltenlopers bij de opgang van het strand.



















































En na zo'n 1 1/2 tot 2 uur wandelen is het heerlijk aankomen bij de zee, en nemen velen een verkoelend bad



en kun je je schoenen uittrekken



en lekker om je heen kijken naar de spelende kinderen en ander strandvertier







De zondag heb je dan de hele dag om de modder van je schoenen af te boenen



Ook nu is Grenada weer goed voor ons, en stelt dit prachtige eiland met zijn vriendelijke bevolking ons in staat weer helemaal bij te komen van de coppercoat-actie.


Wegens groot succes geprolongeerd: de blue cruise

Sinds wij twee jaar geleden een 'blue cruise' langs de buitenste Venezolaanse eilanden La Blanquilla, Los Roques en Las Aves de Barlovento en Las Aves de Sotavento maakten, is er in Venezuela veel veranderd. En niet ten goede: het land is bijna failliet, de gewelddadigheid neemt nog steeds hand over hand toe, de mensen in de steden hebben tekort aan alles... De verkiezingen brachten de oppositiepartijen een overwinning, maar president Maduro en zijn kornuiten zijn niet van plan de macht uit handen te geven. Zij hebben de economie inmiddels door ondoordachte nationaliseringen bijna tot stilstand gebracht, de lage olieprijzen zorgen ervoor dat ook die geldkraan (waarmee de meeste cadeautjes werden gefinancierd) is opgedroogd en meer en meer trekt de leiding van het land alle macht naar zich toe. Met allerlei kunst en vliegwerk worden de strijdkrachten met handen en voeten aan het regime gebonden, zodat elke vorm van verzet leidt tot hardhandige onderdrukking. Het lijkt erop dat dit ooit rijkste land van het Zuid-Amerikaanse continent afstevent op een burgeroorlog...
Wat betekent deze situatie voor ons? Onze inschatting is dat men op de vaste wal genoeg heeft aan zichzelf, dus zolang je maar voldoende daarbij weg blijft, zal het naar ons idee niet risicovoller zijn dan twee jaar terug. Wij vragen enkele andere zeilers, die juist voor ons aan die kant op gaan om hun ervaringen aan ons door te geven. En de berichten die wij vanheb ontvangen bevestigen onze inschatting: alles is rustig daar buiten, en de rijke Venezolanen vieren nog steeds hun (dure) feestje in Los Roques.
Omdat wij desondanks liever niet helemaal alleen willen gaan, zoeken we andere boten die ook deze trip willen gaan maken, of ze zin hebben om samen te gaan. Frits maakt overal praatjes met mensen en uiteindelijk, na veel overleg, uitleg en voorlichting, vinden we twee andere stellen die met ons het avontuur willen aangaan: Birgit en Bernd van de Rebell



en Giuliana en Roberto van de Paddy Boy



We zijn er weer klaar voor



We zetten de spinnaker en zetten koers naar het westen



Onderweg wordt druk gevist en dat levert weer mooie resultaten op, zoals deze mahi mahi



Aangekomen op La Blanquilla ligt daar nog een tweede Duitse boot ons op te wachten. De Guardacosta komt zoals gebruikelijk bij elk van ons langs



om de gegevens te noteren, en ook nu blijken de (zeer jonge) mannen uitermate vriendelijk en correct en als we hen dan ook nog na gedane zaken een kleine traktatie geven, kunnen de verhoudingen niet meer stuk



Natuurlijk komen er ook vissers langs: wij hebben geen vis van hen nodig, maar wij geven hen graag water en eten



Aan het eind van de middag gaan de gevangen vissen, de Cobb barbecue en alle andere toebehoren meer naar de wal en wij genieten van een magische avond onder de palmen































De volgende dag banen we ons een weg door het stekelige, droge landschap







naar Americano Bay



voor een snorkel expeditie







onder het wakend oog van deze prachtige roofvogel



Na al dit moois wordt het tijd voor de volgende stop: Los Roques.



En de cruise wordt steeds blauwer:



















Ook onder water is er veel te genieten















Vanaf het nabijgelegen Francisqui bezoeken we het pittoreske hoofdeiland 'El Gran Roque'























Wij lopen langs het gebouwtje waar de autoriteiten zitten,



maar we vermijden hen zorgvuldig, want wij willen eigenlijk maar enkele dagen blijven hier, en dan loont het niet de moeite om helemaal in te gaan klaren. Wel wisselen we wat geld. Omdat dit land door de economische puinhoop waarin het verkeert een mega-inflatie kent, krijgen we voor een paar dollars stapels geld







We laten ons vertellen dat dit een van de oorzaken is voor de hoge criminaliteit op de vaste wal: als je geld gaat opnemen moet je al een rugzak meenemen om alles te kunnen bergen. Als mensen dus de bank uit komen met een rugzak zijn ze een makkelijke prooi voor hun nog armere landgenoten.
We zeilen weer verder



door deze prachtige archipel naar Crasqui, een van de plekken waar de rijke Venezolaan zich op zijn motorjacht verpoost. Want ja, er zijn dus ook nog altijd hele rijke Venezolanen. En die komen in hun vrije tijd naar Los Roques. Ofwel per privévliegtuigje dan wel per lijndienst vanaf de vaste wal (tickets kosten rond de US $ 300,--) voor een verblijf in één van de pittoreske hotelletjes in El Gran Roque (de goedkoopste kosten al snel zo'n US $ 90,--) of ze laten zich in het weekeinde invliegen naar hun privejacht dat daar op hen ligt te wachten.











Als je dit alles vergelijkt met de toestand waarin de rest van het land verkeert, dan bekruipt ons bij het zien van de weelde hier toch een ongemakkelijk gevoel. In elk geval is overduidelijk de de crisis van dit land niet reikt tot de Los Roques archipel
We zeilen verder naar het westen, en doen nog een paar prachtige ankerplekken aan, waar Frits alle gelegenheid heeft weer eens lekker te kiten







































en waar we tussen de barracuda's snorkelen







Na deze prachtige periode trekken we verder, naar Las Aves de Barlovento. Er wordt weer druk gevist door onze mini-vloot en dit keer is het serieus: Birgit en Bernd op de Rebell vangen een enorme Atlantische makreel. Zo groot dat het wel even tijd vergt om hem binnen te krijgen. Naar alle waarschijnlijkheid heeft een haai vervolgens gedacht: "Lekker hapje gaat daar!" en zodoende kwam dit uiteindelijk binnen



nog altijd 10 kilo schoon aan de haak en een lekker maal voor 6 personen!
'Aves' betekent 'vogels' in het Spaans en vogels zijn er hier volop. Ze zijn geen mensen gewend, en dus niet bang, waardoor we ze tot op minder dan een meter kunnen benaderen, en zelfs vogels die op hun nest zitten zijn niet bang.































































Niet alleen zijn deze zogeheten 'red footed boobies' niet bang, maar ze zijn ook nog eens super nieuwsgierig











En dan zijn er natuurlijk pelicanen







Nadat afronding van de vogelexpeditie in de bijboot varen we naar een klein eilandje vlakbij, waar we een paar vissers hebben ontwaard. We worden hier allerhartelijkst ontvangen door de acht mannen. Ze blijken hier met twee open boten te zijn gekomen, om te speervissen.







Ze hebben ook een paar enorme langoesten gevangen



die ze ons aanbieden.



Afgezien van vis hebben ze bijna geen eten meer, en bovendien hebben ze twee gewonden. We besluiten tot een ruil: zij zullen voor ons vanavond vis en langoesten klaarmaken, en wij brengen voor hen rijst, meel, pasta, drinken en medicijnen en verbandmiddelen mee. Zo gezegd zo gedaan. Het blijkt een voor alle partijen bevredigende deal:











































Een prachtige avond, die we afsluiten met een zonsondergang in stijl



Met veel warme gevoelens zetten we koers naar Las Aves de Sotavento, waar we weer een utigebreid bezoek van een groepje allervriendelijkste Guardacostas krijgen. Als een van de mannen wat Engels blijkt te kunnen, omdat hij zo dol is op hard rock, kan het al helemaal niet meer stuk



Omdat het fors waait, waardoor onze snorkelplannen enigszins gedwarsboomd worden, besluiten we om de volgende dag door te varen naar Bonaire. Na een fijne zeiltocht doemen de bekende slavenhuisjes



en de karakteristieke zoutpier



voor onze ogen op.
Nadat we hebben ingeklaard, gaan we verse fruit en groente bij de kraam van de Venezolanen kopen, die hier dagelijks hun prachtige verse producten staan te verkopen.



Het stapeltje Bolivares dat we nog over hebben uit Los Roques krijgen de mannen erbij cadeau.

Met dank aan Birgit, Bernd, Giuliana en Roberto voor hun foto's


December

Na een paar maanden stilte op de site omdat we geen reisavonturen te vertellen hadden, pakken we nu de draad weer op met een samenvatting van het voorafgaande.
De periode in Nederland begon met lekker zomers weer, zodat de overgang voor ons niet zo groot was. Natuurlijk hebben we veel vrienden en familie bezocht.







En we hebben genoten van alle gezelligheid. Maar toen de bladeren begonnen te vallen en de herfst zijn kopjes opstak



werd het tijd voor ons om weer naar de Bella Ciao te gaan, die in onze afwezigheid goed beschermd aan een stevige steiger lag.



Dat was maar goed ook, want begin oktober passeerde de tropische storm Matthew op maar 200 km afstand. Gelukkig bleef het op Curaçao bij regen en een omkering van de wind. Helaas was dat niet het geval in het toch al zo kwetsbare Ile a Vache en het zuiden van Haïti, waar de inmiddels tot orkaan van de derde categorie uitgegroeide tropische storm



een onvoorstelbare ravage aanrichtte.




Weer terug in Curaçao begonnen we met de eerste voorbereidingen voor ons nieuwe plan: wij gaan in 2017 door het Panamakanaal en de Pacific in. Dus daarover begonnen we informatie te verzamelen



Maar daarbij bleef het niet: nadat we 6 jaar lang in onze kuip een opklaptafeltje hadden gehad, waren we toe aan iets vasters. Dus Frits pakte pen en papier maakte een opzet. Vervolgens ging hij met hout, schuim, glas en epoxy, schuurpapier en plamuur en een grote dosis geduld aan de gang en zie wat er gebeurde:































Dat het water tussen de bedrijven door zo nu en dan bij bakken uit de hemel kwam, heeft het ontstaansproces van de tafel weliswaar een beetje vertraagd, maar nooit in de weg gestaan gelukkig. Voordeel van dit nadeel was dat onze watertanks tot de nok gevuld werden en bleven



En toen het zover was kon Frits ons oude tafeltje gerust naar de schroothoop brengen



Zo hadden we een prachtige tafel om met onze gasten Reinhildes verjaardag te vieren



Er werd weer heel wat op en neer gevaren met de dinghy door het Spaanse Water om de gasten van de vaste wal te op te halen







de medezeilers kwamen zelf om het feest met ons te vieren



Bijzonder was de komst van de 90-jarige Tilly







die samen met haar zoon op weg is naar Fiji



Met een zelfgemaakte appeltaart en hapjes genoot iedereen weer van elkaars gezelschap en de gezelligheid.











Zoals we inmiddels gewend zijn geraakt waren er dankzij onze vriendinnen op Curaçao ook allerlei leuke en interessante evenementen die wij bezochten. Zo was en een symposium ter gelegenheid van de in gebruikstelling (door de Nederlandse minister Jet Bussemaker) van de digitale bibliotheekcollecties



Er werd een serie indrukwekkende documentaires vertoond over jonge boefjes op Curaçao en wat er allemaal gebeurt om dit probleem aan te pakken



We bezochten een prachtige jeugdcircus voorstelling



en dan was er de tentoonstelling over 100 jaar olieraffinaderij op het eiland, die veel meer was dan de geschiedenis van de olieraffinaderij. Of eigenlijk ook weer niet, want als de tentoonstelling een ding wel overduidelijk maakte was dat de mate waarin de eilandgeschiedenis de afgelopen eeuw is vormgegeven door de aanwezigheid van deze gigavervuiler, die ook een hoop ontwikkelingen op gang bracht op het eiland en die al gauw uitgroeide tot de grootste werkgever.



Juist door ook te laten zien hoe het leven op het eiland in de jaren voor de komst van de Shell was, maakte deze prachtige tentoonstelling duidelijk wat de impact van de aanwezigheid van de multinational is geweest. Een aantal beelden uit die voorgeschiedenis was ronduit schokkend, zoals de eerste van de de foto's uit onderstaande impressie, waar sprake is van een 'tevreden negerfamilie' bij hun huisje (1910), daaronder de woning van een familie op het platteland en de laatste in onderstaande serie van een schoenmakers werkplaats, waar kinderen uit het weeshuis van Santa Rosa te werk waren gesteld.



















In een drietal toekomstscenario's werd bovendien hardop nagedacht over de vraag hoe het nu verder moet met de raffinaderij op het eiland. Dat er iets moet gebeuren is wel duidelijk, er is in de loop der jaren een enorm teermeer met afvalproducten ontstaan, dat als de dijk hiervan zou breken een onvoorstelbare olieramp op het eiland zou kunnen veroorzaken. Daarbij komt dat de luchtvervuiling in het gebied onder de rook van het bedrijf immens is en dat de gezondheid van de bewoners in de desbetreffende wijken enorm is. Daartegenover staat dat de raffinaderij nog altijd een grote werkgever is... Inmiddels is er sprake van overname van de totaal verouderde installaties door de Chinezen, die er wellicht een minder vervuilend productieproces willen gaan installeren.
In elk geval zal deze tentoonstelling helpen om tot een meer afgewogen oordeel te geraken over de betekenis van de raffinaderij voor het eiland.
De Shell heeft de raffinaderij, die steeds minder lonend was geworden, in 1985 overgedaan aan het eiland Curaçao, zonder de aangerichte mileuschade te verhelpen. Bovendien was de installatie inmiddels zwaar verouderd. De regering had niet veel keus en kreeg de verantwoordelijkheid voor het geheel opgedrongen, maar had niet de middelen om de vervuiling op te ruimen of om de installaties te vernieuwen. Zij verhuurde de raffinaderij vervolgens aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij, die de vervuiling evenmin opruimde, noch de benodigde investeringen deed om tot een eigentijdser en schoner productieproces te komen.



Bekijken wij de sponsorlijst van de tentoonstelling dan valt het op dat er een grote afwezige is op die lijst: de Shell. Een gemiste kans voor het bedrijf om iets terug te doen voor het eiland waar het zoveel geld heeft verdiend. De tentoonstelling werd aan het eind van het jaar zeer verdiend beloond met de prestigieuze MCB prijs.
We naderen nu het einde van 2017. Wij kijken terug op het afgelopen jaar, waarin we opnieuw veel moois hebben meegemaakt



en we kijken vooruit naar nieuwe avonturen en een andere oceaan in 2017




[jan 2017]

[feb 2017]

[mrt 2017]

[apr 2017]

[mei 2017]

[juni 2017]

[juli 2017]
[aug 2017]

[dec 2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten