het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2018: de Stille Oceaan II




Een nieuw jaar: tijd om de boot onder handen te nemen

Wij starten het nieuwe jaar in Hao: een atol waar we ook in juni al waren. Van hieruit verzorgde het Franse leger het atoomproeven gebeuren op Mururoa. Zo is er hier bijvoorbeeld een enorme landingsbaan, geschikt om het vliegtuig voor de Space Shuttle te laten landen. En er zijn enkele militaire basis gebouwd. En er is mooi beschutte haven aangelegd, vlakbij het dorpje Oteipa. Intussen zijn na veel acties de atoomproeven uiteindelijk gestopt en daarmee zijn de meeste voor dit doel aangelegde militaire voorzieningen verlaten. Hao is ingeslapen en de 1200 bewoners hebben eigenlijk ook niet zo'n goed beeld van hoe ze nu verder moeten: er is bijna niets meer te doen. Toerisme kent dit atol niet: immers toen het leger er zat was dit zelfs verboden terrein voor vreemden. Er is hier een middelbare school die fungeert als school voor jongeren van de atollen in deze zuidoosthoek van de Tuamotuarchipel.
Enkele lokale vissers gebruiken het haventje, er is een trailerhelling zodat men hier de boot uit- en in- het water kan zetten, er wonen wat mensen in de verlaten militaire gebouwen en dat is het wel. Hier kunnen we voor niets aan de kade liggen.



Als wij aankomen is het kerstvakantie, en daardoor is er hier nog minder te doen dan normaal. Bij aankomst is het haventje leeg. Maar na enkele dagen arriveren onze vrienden van de Silverland. Gezellig dat we hier niet meer als enigen liggen!



Later krijgen we nog meer gezelschap.
Wij hebben ervoor gekozen om hierheen terug te gaan vanwege het haventje: je kunt hier afmeren langs de kade en in alle rust aan je boot werken En dat is precies wat we hier gaan doen.
De eerste grote klus is de hele bovenkant van de boot opnieuw in de verf zetten. Door de tropenzon vergaat de verf hier veel sneller dan bijvoorbeeld in Nederland. En dat moet niet gebeuren, want de glas/epoxy constructie kan niet tegen de zon.
Het is hier nu midden zomer en de zon brandt heftig gedurende de dag. Hierin kun je niet werken, zo constateren we al snel. Er moet dus bescherming komen, ook omdat er soms een verfrissend regenbuitje voorbij komt - maar dat kan net aangebracht schilderwerk natuurlijk wel volledig verpesten. Tja....wat nu? Er zijn hier 3 winkeltjes, waar alles zeer duur is, en de voorraad meestal uiterst beperkt. We hebben een afdekzeil nodig....dus we gaan op zoek. En zowaar, de plaatselijke Chinees heeft zoiets, zij het dan ook voor een astronomische prijs. Maar ja, dat is natuurlijk verkieslijk boven werken in de volle zon en je verfwerk laten verpesten door een paar regenspetters. Kortom, het is een mooi groot zeil en dat is dus de oplossing:







Nu kan Frits aan de slag!















Als de grote stukken gedaan zijn kan het dekzeil er weer af: het vertekent de kleur toch wel erg en dat maakt het schilderen ook lastig. De nieuwe strategie is om 's morgen zo vroeg mogelijk te beginnen (het wordt hier in de zomer om 5 uur licht!) als het nog niet zo heet is en de zon nog niet zo brandt ervoor te zorgen het werk voor de dag vóór 9 uur af te hebben. Daarna kan het verfwerk drogen (dat gaat hier dus in een oogwenk) en kunnen volgende stukken worden voorbereid.







De laatste stukjes gebeuren dan nog net in de schaduw van de giek met de bescherming van een grote hoed







Als het verder te heet is voor buitenwerk kan de binnenkant even meegenomen worden



En er zijn nog allerlei andere klussen te doen. Zo heeft de elektrische lier waarmee we het grootzeil hijsen het begeven.



Hij wil niet meer uit elkaar - en ja, als je iets niet uit elkaar kunt halen kun je het ook niet repareren! Dat is werkelijk erg vervelend, want ons grootzeil van 150 kilo hijs je niet even met de hand....Maar de lier zit muurvast. Na dagen proberen weet Frits uiteindelijk met een truuk de boel toch uit elkaar te krijgen.



En dan moeten er nieuwe lagers komen... die hebben ze natuurlijk niet op Hao. Maar als snel blijkt er een goede lagershop op Tahiti te zijn, die snel en effectief handelen en in een week landen de lagers met het vliegtuig in Hao! Geweldig. Nu kan Frits dus aan de slag en ja hoor, met behulp van koolstof, de nieuwe lagers en veel creativiteit weet hij de lier te fiksen.







Intussen hebben we nog een paar andere projectjes: de onderkant van onze bijboot is eigenlijk al lange tijd ronduit smerig: aangedaan met teer. Tijd om een poging te ondernemen daar ook maar eens wat aan te doen:







We maken gewoonlijk geen reclame op deze site, maar het valt niet te ontkennen dat Mr. Propre zijn naam wel eer aandoet




Onze vrienden waarmee we nu al ruim een jaar opvaren hebben al eens bij ons geinformeerd of we voor hun een bedekking voor de bijboot kunnen maken. En dit is het moment om dat project ook maar eens aan te pakken. De stof komt van hun oude bimini (zonnetent) en we gaan aan de slag: Frits doet het meetwerk en Reinhilde de uitvoering. En dit blijkt een zeer vruchtbare taakverdeling:



Na een aantal dagen kunnen we de goed gelukte cover gezamenlijk inwijden



Als je zo een tijdje in zo'n haventje ligt kom je trouwens best verbazingwekkende zaken tegen: wat te denken van de 'vangst' van deze visser



Dagelijks pakken we onze opvouwbare mountainbikes, die naast de boot klaarliggen om onze verse baguettes te halen (we zijn hier in Frankrijk!!!) en om de overige boodschappen te doen in het dorpje iets verderop.



We moeten steeds eerder naar het dorp voor de verse baguettes: we merken als de scholen weer gaan beginnen dat in een mum van tijd het brood op is: de bakker opent om 05.30 en een uurtje later heb je al geen brood meer! Gelukkig moet Frits toch steeds vroeg op voor het verfwerk....Geleidelijk past de bakker het aanbod kennelijk beter aan de vraag aan: om 7 uur is er ook nog brood. Maar intussen is er hier in het afgelegen Hao vanwege de feestdagen al in geen weken meer een bevoorradingsboot geweest, en afgezien van wat (hele) dure verswaren en de spullen die in een paar tuintjes hier worden verbouwd, beginnen de voorraden van de winkels aardig te slinken. En dan blijkt dat de bakker ook door zijn meelvoorraad heen raakt: hij bakt dagelijks wat minder brood zodat het ook weer eerder is uitverkocht. Ik koop snel in de winkel nog een paar pakken meel: je weet maar nooit! Gelukkig komt uiteindelijk het bevoorradingsschip op een zaterdag morgen



en kunnen de voorraden in de winkels weer worden aangevuld.



Wij hebben nu nog één belangrijk karwei liggen: de UV-strook op de genua vernieuwen en de zeilhoes voor het grootzeil repareren. Dat kan het beste op het voordek gebeuren, waar je een groot werkvlak kunt creeren. Maar het is een weerbarstig karwei: zoveel meter stof die telkens verplaats moet worden en die niet onder de arm van de machine past natuurlijk. Het is zwaar werk maar gelukkig lukt het uiteindelijk boven verwachting goed.







Geleidelijk komen zo de meeste klussen klaar. En dan is er tijd om feest te vieren. Voor ons ligt een catamaran van een jong gezin, die hier wonen. Hij is leraar wiskunde op de middelbare school, zijn vrouw heeft geen werk kunnen krijgen in Hao (ze komen van La Reunion en daar was zijn havenmeester) en hun twee dochtertjes van 5 en 10 gaan naar de plaatselijke lagere school.
In Frankrijk zijn leraren in staatsdienst. Zij kunnen zich opgeven voor uitzendig in afgelegen gebieden zoals Hao. Dat is aantrekkelijk vanuit materiele overwegingen (het wordt bijzonder goed betaald) maar dan zit je dus wel een aantal jaren (de meesten hebben 4-jarige contracten) verweg van vrijwel alles. Dat leidt ertoe dat de groep leraren naar elkaar toetrekt en hechte clubjes vormt. Daarbij komt nog wat anders. Het werk is zwaar: de leerlingen zijn hier vaak weinig gemotiveerd en ze verblijven gedurende de schoolperiodes in een internaat. In totaal wel zo'n 200 leerlingen van de andere atollen en dan nog zo'n 20 van Hao. De leerlingen vervelen zich vaak en het verwaarloosde internaat is ook niet echt een opwekkende omgeving. Er zijn nogal wat leerlingen die bovendien niet graag terug naar huis gaan: het schijnt dat er sprake is van veel verborgen huiselijk geweld en uitbuiting van kinderen. Als de vakantie voor de deur staat, en ze terug moeten proberen ze zich soms te verstoppen...Dat geeft wel aan dat veel kinderen hier niet bepaald een vrolijk bestaan hebben.
Via onze buren komen wij in aanraking met een deel van de leraren-groep. Onderling hebben ze veel contact met elkaar en als buurvrouw Sandra jarig is komt heel aantal op haar feestje op de kade, bij ons voor de deur. Wij zijn ook uitgenodigd.



Iedereen neemt wat lekkers mee en het is erg gezellig. Er wordt zelfs gedanst







Helaas zijn de verhalen die zij vertellen over hun werk niet om erg vrolijk over te worden: er vinden veel geweldincidenten plaats, we horen van verschillenden die in de klas bedreigd zijn. Dat is natuurlijk een andere zaak dan in een grotere plaats: de meeste ouders zitten op een ander atol, je kunt de boosdoeners niet van school af sturen: dus wat heb je voor instrumenten als docent als het eenmaal zover gekomen is? Daarbij komt dat de leerstof voor het grootste deel is afgestemd op 'le metropole': Europees Frankrijk....en niet op het leven en de wereld in de Pacific. De leraar geschiedenis en aardrijkskunde laat me een leuk boekje zien over de geologie, de geografie en de geschiedenis van Polynesie. Maar hij geeft erbij aan dat dit slechts marginaal op de school gebruikt wordt: de examens gaan over de traditionele Franse leerstof. Het blijkt al met al dus zowel voor docenten als voor leerlingen een moeizaam gebeuren, de school in Hao. Dat neemt niet weg dat de groep leraren voor ons natuurlijk boeiend gezelschap is en dat wij ons dan ook prima amuseren op het verjaarsfeest van Sandra.



Alle klussen zijn klaar en het wordt voor ons tijd om weer terug te varen naar Tahiti. Als blijkt dat er een aantal forse storingen in aantocht is, besluiten we snel te vertrekken. We hebben een nogal saaie tocht, die langer duurt dan we gehoopt hadden omdat er bijzonder weinig wind staat.
Het is volle maan in deze dagen, en er is bovendien een maansverduistering die we kunnen zien: de roze maan trekt veel aandacht in de media. Maar een fenomeen dat we nog nooit eerder hebben meegemaakt, waarvan we zelfs nooit gehoord hadden is de 'maanregenboog' die wij de nacht na de maansverduistering meemaken: er verschijnt als gevolg van een regenbui een soort witte boog aan de nachthemel, een perfecte halve cirkel van 180°.... we kijken onze ogen uit en we denken dat dit iets is wat maar weinig mensen hebben gezien! We weten niet of dit een bestaand en erkend fenomeen is, maar dit is wel zeker wat we gezien hebben. Helaas liet het zich niet fotograferen tegen de nachthemel. Dus moeten we het hierbij doen met een foto van de opkomende maan zelf




Polynesië: cultuur, natuur

We zijn inmiddels ruim een half jaar in dit enorme eilandenrijk en telkens openen zich voor ons weer nieuwe dimensies van deze wereld . Deze maand ligt de Bella Ciao in Tahiti, in alle opzichten het bruisend centrum van Polynesië. De voorzieningen zijn hier modern, met eigentijdse shopping malls, een universiteit, prima medische voorzieningen, internationale vliegverbindingen naar de hele wereld, om enkele voorbeelden te noemen. Zelfs internet is hier redelijk snel, zij het ook nog altijd duur. Ook voor zeilers zijn hier behoorlijke voorzieningen, zolang je je portemonnee maar opentrekt. Want vrijwel alles komt hier van verre en is daardoor onwaarschijnlijk duur. Behalve de gastvrijheid, hartelijkheid en glimlach van de bevolking, want die kom je altijd, overal en onbeperkt tegen.
We hebben inmiddels prachtige natuur gezien in het groene Gambier



op de gortdroge atollen van de Tuamotus,



en de wonderbaarlijk mooie onderwaterwereld







Maar dit eilandenrijk zou natuurlijk niet kunnen bestaan als er niet een maritieme traditie was. En die komen we dan ook uitgebreid tegen. Het zal multihullzeilers wellicht bekender in de oren klinken dan anderen, maar het concept van schepen met meer dan één drijver/romp is afkomstig uit deze wereld. En ja hoor: we komen hier vele vormen van uitleggerkano's en allerlei verwante scheepsvormen tegen.
De eilanden van Polynesië zijn waarschijnlijk ooit met behulp van dit soort schepen, soms zelfs enorme grote, voorzien van zeilen, ontdekt en bevolkt geraakt.



Toen de mensen zich hier eenmaal gevestigd hadden bleven ze het verkeer tussen de eilanden met behulp van aangepaste modellen van dit soort schepen en scheepjes onderhouden.

Heel veel van deze oorspronkelijke cultuur is vernietigd door de kolonisatie en veel kennis is verloren gegaan. Maar niet alles is verdwenen. Daarbij komt dat er de laatste jaren een belangrijke ontwikkeling gaande is tot het doen herleven van elementen van de oorspronkelijke Polynesiche cultuur. Er worden traditionele feesten gehouden - zoals de Heiva-feesten in de winter, waar wij in juli getuigen van waren, met hun elegante dansen



en vrolijke muziek



Ook de traditionele kunst van het palmbladenvlechten wordt actief beoefend



Een ander element in dit verband in een sterke revival van de va'a: de polynesische uitleggerkano-sport.

Op diverse plekken op Tahiti (en ook in de Tuamotus kwamen we dit al eens tegen) verhalen monumenten van de vaartradities van de Polynesiërs. Wij bezoeken een monument waar hierover één en ander wordt verteld.



We zien hier voorbeelden van verschillende traditionele varianten (met verticaal in het midden een prachtig bewerkte paddle), de meeste kano's, maar ook scheepjes die zeilen voerden en een soort van catamarans: twee met elkaar verbonden drijvers, zelfs met een houten flonder en een afdak ertussen.
Elke eilandengroep ontwikkelde zijn eigen modellen en bouwmethoden. Veel hing er daarbij af van de voorradige bouwmaterialen: hout is in deze wereld schaars, en de aanwezigheid van hout en de kwaliteit daarvan bepaalden veel van de ontwikkeling van het type scheepjes dat men bouwde. Kokosvezels ('nape') zijn vrijwel overal aanwezig, dus hiermee kon men diverse onderdelen aan elkaar monteren. Als je niet veel hout ter beschikking hebt is het natuurlijk verstandig om daar zuinig mee om te springen, dus alleen daar, waar men dat echt nodig had, bouwde men houten flonders, 'porapora' tussen de (houten) drijvers, die met houten verbindingen aan elkaar werden gemaakt. Op het aldus gefabriceerde dek kon ook een tent of hutje worden gebouwd, de 'fare pora'. Voor de meeste kano's en zeilscheepjes werden er uitleggers gemaakt die de stabiliteit van de scheepjes waarborgden, terwijl ze door hun geringe diepgang, relatief klein nat oppervlak en elegante vormgeving wel snel en wendbaar waren (en zijn!).
Afgezien van de voorhanden bouwmaterialen hing de ontwikkeling van deze vorm van scheepsbouw natuurlijk af van de doelen die de scheepjes dienden: voor vooral visserij binnen de lagunes en atollen waren lichte, kleinere scheepjes, de uitleggerkano's met weinig diepgang en een stevige romp ter bescherming tegen het koraal (links op de foto, met zeil) de beste keuze, terwijl voor het intereilandelijk verkeer (vervoer van spullen en personen, oorlogsvoering) de hiervoor beschreven catamarans werden ontwikkeld, die dus zelfs voorzien konden worden van een opbouw ter bescherming tegen de elementen (vooral de zon in deze contreien)



Door de verschillende geologische, biologische en praktische omstandigheden zijn er in elke archipel dus verschillende types ontstaan: hier zien we de lichte, snelle variatie uit de Marquesas, waar weinig beschutting tegen de wilde oceaangolven is zodat snelheid en wendbaarheid van levensbelang zijn. Met deze scheepjes ging men ook op walvisjacht!



Terwijl deze veel zwaardere variant is ontwikkeld in de Tuamotus en de Gambier archipel



waar de afstanden tussen de eilanden erg groot zijn en er voor verkeer tussen de eilanden dus behoefte was aan robuustere schepen. In de Australarchipel (Raivave) ontstond dan weer dit stevige model



De va'a kan in de meeste gevallen door één persoon worden gevaren, die met zijn paddle zowel de boot voortbeweegt als stuurt. Maar er zijn ook 6-persoons kano's, en 3-persoons. Ook hier natuurlijk weer mede bepaald door doel en beschikbare middelen.

Moderne materialen hebben inmiddels hun stempel op de va'a achtergelaten:



waar we nog enkele meer traditionele elementen herkennen en:



de moderne wedstrijd va'a, gemaakt van kunststof (polyester). Er worden steeds meer wedstrijden gehouden, door heel Polynesië, van Nieuw-Zeeland tot Hawaii. Het betreft hier grote internationale evenementen, soms van meerdere dagen, waarbij ook op volle zee gevaren wordt van eiland naar eiland.

Wij waren zelf getuige van een wat kleinschaliger evenement, dat zich binnen het rif van Tahiti vlakbij, of eigenlijk rond onze ankerplek afspeelde



Er werd gevaren met de grote, 6 persoons va'a en met de kleine 1-persoons. Zowel door mannen als door vrouwen en de grote kano's ook door gemengde groepen. De meerpersoons kano's hebben 6 kanoërs, waarbij de achterste ook de stuurman of -vrouw is, die tevens het ritme van afwisseling van de kant van de paddles aangeeft.























Er waren ook bij dit meer 'bescheiden' evenement toch meer dan 50 deelenemende va'a, en er werd dapper gestreden. Maar tegelijketijd zijn dit ook sociale evenementen, waarbij op de kant van alles te doen is



en waarbij fans met allerlei varend materieel hun sporters aanmoedigen



Maar het leukste is natuurlijk de sportieve krachtmeting waarvan we dan ook nog een paar beelden tonen















Het is duidelijk dat met de allervroegste 'multihulls' grote zeetochten werden gemaakt. Interessant is natuurlijk de vraag hoe men dan navigeerde, want die kleine speldeprikken midden in de (niet voor niets Grote!) Oceaan zijn zeker niet makkelijk te vinden. Het monument dat we bezochten vertelt daar ook iets over. De Polynesiërs navigeerden namelijk op de sterren! De astronomie was een heilige kennis, die door ingewijde geleerden mondeling (deze culturen gebruikten geen schrift) werd doorgegeven. Elk eiland werd geassocieerd met een bepaalde sterrenconstellatie, en daarmee kon het vanaf zee weer terug worden gevonden. Zo was Sirius de sterrenconstellatie van Tahiti. Maar omdat deze methode behoorlijk grof was en men niet over navigatie-instrumenten beschikte (afstand en richting werden met de hand gemeten), werd er tegelijkertijd gebruik gemaakt van allerlei aanwijzingen die door de nabijheid van een eiland veranderen: de kleur, richting en vormen van de wolken, dingen die in het water drijven, veranderingen van golfpatronen, vogels enzovoort. De oude (mondeling doorgegeven) kennis is vrijwel geheel verdwenen, maar op basis van oude legenden en gedichten proberen hedendaagse wetenschappers zoveel mogelijk te reconstrueren.








Maar er is op Tahiti nog meer terug te vinden van de voorkoloniale cultuur dan de scheepvaart alleen: er zijn op allerlei plekken Marae. Die gaan we ook bezoeken om meer te weten te komen over de cultuur van de Polynesiers van vóór de komst van de Europeanen. Dit is een Marae



De Marae waren heiligdommen die de pracht van het eiland uitdrukten. Het waren de heiligdommen van de edelen van de gemeenschappen. Elkeen had zijn eigen heilige Marae en deze plekken waren zo heilig, dat niemand het zou wagen om zomaar voet te zetten op het heilgdom van een ander. De Marae waren zo heilig, maar ook afschrikwekkend, dat men er alleen kwam om te bidden.
Een Marae bestond uit een binnenplaats (te tahua of vauvau), van een laag stenen die boven de grond waren opgebouwd



Op deze stenen bodem was een altaar gebouwd (te ahu), waar alleen de priesters mochten komen



De binnenplaats werd vaak met bomen beplant, omdat de duisternis het mystieke element van het heilige nog extra benadrukte



Het geheel werd afgezoomd door een stenen walletje (patu)



In de binnenplaats bevonden zich een of meer leunstenen



waar de belangrijke leden van de gemeenschap tegenaan leunden tijdens de dienst. Verspreid over de binnenplaats voor het altaar bevonden zich de te unu



Deze houten structuren vertegenwoordigden de sterren, de zuilen van het hemel en waren opgedragen aan de beschermgeesten van de familie of de gemeenschap. Vaak waren het geometrische figuren, maar het konden ook vogels en zelfs mensbeelden zijn. Ze waren vaak gehouwen uit het hout van de broodfruitboom (uru) en geverfd in de heilige kleur rood. Dan hadden de Marae nog houten offerplatforms (te fata ai'ai, nummer 6 in het overzicht), waar de priesters de offers plaatsten. De goden kwamen vervolgens om de iho, de essentie van het geofferde op te eten. Wat overbleef deelde de priester met de belangrijkste krijgsheren en edelen. De te fata rau was een ander offerblok: hier kon de bevolking haar offers brengen



In de heiligdommen waren ook beelden van de goden: de ti'i



De ti'i, gemaakt uit steen, koraal, hout symboliseerden het goddelijke. Ze kunnen enkele centimeters tot 2 meter groot zijn.
Er zijn nog allerlei woorden bekend die verbonden zijn met het religieuze, zoals Mo'a: heilig; Ra'a: het goddelijke, dat tijdens een dienst werd aangeroepen; Noa: datgene was niet meer heilig was, de terugkeer van de dienst naar het dagelijks leven; Tapu: het verbodene (daar komt ons begrip taboe vandaan), dat door een priester kan worden uitgesproken over een plek, een persoon of een woord; Mana: de goddelijke kracht die invloed en macht verleent aan personen, plaatsen, objecten en woorden.

Maar zoals reeds gezegd: natuur en cultuur gaan op deze eilanden hand in hand: daarom gaan ter afsluiting naar een prachtige waterval. De bergen van Tahiti zijn meer dan 2000 meter hoog. Dus daar komen watervallen vanaf! En aangezien het in februari fors geregend heeft zijn die imposant en zien we hoe Tahiti kan profiteren van een overvloed (soms ook letterlijk) van water!















Het reisverslag van Bella Ciao wordt eind mei hervat > Mei: weer op weg
Het orkaanseizoen in de Pacific op het zuidelijk halfrond duurt van december tot mei. Een deel van deze periode hebben wij zeilend doorgebracht buiten het orkaangebied. In februari zijn we teruggekeerd naar Tahiti, waar je gewoonlijk ook weinig risico loopt. Maar je kunt niet echt verder naar het westen varen. Wij hebben deze periode gebruikt om allerlei klussen af te handelen en ons te vermaken op de prima ankerplek nabij het vliegveld van Tahiti, bij marina Taina. Hier heb je faciliteiten van de marina vlakbij, evenals een grote, welvoorziene supermarkt en je kunt gemakkelijk met de bus of liftend naar de stad (Papeete) komen. We lagen vlakbij de kanoclub, waar regelmatig in de weekeinden kano-evenementen worden georganiseerd



Onze accu's waren na ruim 5 jaar niet meer optimaal



dus die hebben we vervangen door een spiksplinter nieuwe set



Ook de stuurinstallatie was na ruim 30.000 zeemijlen aan onderhoud toe, evenals ons belangrijkste bemanningslid: de stuurautomaat. Maar natuurlijk was het niet alleen klussen en regelen van dingen: niet voor niets heeft Reinhilde haar fluit meegenomen: we hebben met een paar bevriende zeilers muziek gemaakt op het voordek



en bij het vliegveld bleek het weer lekker kiten voor Frits (samen met weer andere bevriende zeilers)















En natuurlijk is er op een dergelijke plek ook van alles te zien, zoals bijvoorbeeld dit boeienleg-bootje




Maar in mei wordt het echt tijd om weer eens op te breken, hoe gezellig en leuk we het ook al die tijd in Tahiti hebben gehad. Al die tijd zagen we de zon ondergaan achter het zustereiland Moreea



dat wordt onze volgende bestemming.



Het is maar een kort tochtje van een paar uur











We laten het anker vallen in glashelder water in de Opunohubaai



Eén van de attracties hier is wat wij voor de grap 'haaien aaien' noemen. Maar eigenlijk is het een toeristische attractie waarbij men pijlstaartroggen lokt met eten. Deze roggen laten zich daadwerkelijk aaien. Heel bijzonder. En natuurlijk als er makkelijk eten te halen valt, zijn de haaitjes ook van de partij...Het levert alles bij elkaar bijzonder mooie foto's op, en eigenlijk is het gewoon een hele leuke belevenis. De roggen blijken zo zacht als zijde!



































En bovendien kan is deze prachtige omgeving ook nog gekite worden



We maken een toertje over het eiland naar de Belvedere, vanwaaruit je de twee baaien in het noorden mooi kunt zien



en waar je tevens het woeste binnenland goed in beeld hebt



Aan de andere kant kijken we naar Tahiti







En overal is het hier vruchtbaar, groen land



We zijn weer onderweg!




Welcome in paradise!

Juni brengt ons in de benedenwindse Genootschapseilanden, de eilandengroep ten noordwesten van Tahiti:



van Morea naar Huahine, dan door naar Raiatea en Taha (die samen binnen één rif liggen) daarna Bora Bora en uiteindelijk Maupiti.
In één nacht en een ochtend (motor-)zeilen we van Morea naar Huahine.



Helaas staat er gedeeltelijk weinig wind, waardoor we soms de motor erbij moeten hebben. Huahine is een groen eiland. We kunnen in vier uur tijd op ons gemakje het hele eiland rond op de huurscooter



Het eiland is prachtig, het lijkt wel alsof we door een met veel zorg aangelegde tropische tuin rijden











Er is een aantal bezienswaardigheden die we bezoeken: het eerste is een archeologische site met verschillende Marae, heilige plaatsen van het Polynesie van voor de komst van de Europeanen. In het verhaal van februari zijn we hier al wat dieper op ingegaan. In Huahine zijn vrijwel alle Marae aan het water gebouwd.















Op deze lokatie is tevens een traditioneel gebouw van riet opgetrokken







waarin een expositie is ingericht over het Polynesisch erfgoed: het dochtertje van de zaalwacht laat het ons zien



Vanzelfsprekend wordt een groot deel van de expositie ingenomen door de in de Polynesische geschiedenis zo belangrijke scheepvaart met uitleggerproa's en catamarans (de befaamde voorgangers van de Bella Ciao!)







Daarnaast zijn er natuurlijk de symbolen die men tot op heden nog altijd tegenkomt in de tattoo's die bijna alle Polynesiers dragen en op de mooi bedrukte stoffen



Een ander belangrijk aspect van het erfgoed zijn de sagen en legenden, die vaak met prachtige illustraties in leven worden gehouden voor het nageslacht, en waarin de zee vrijwel altijd een rol speelt



Het eiland Huahine bestaat uit twee delen, die met een brug met elkaar verbonden zijn



In het noorden bevindt zich een grote binnenzee, waarin een enorme visvangstinstallatie is gebouwd



Na een korte stop bij weer een andere Marae:



komen we langs een riviertje waar heilige waterslangen zwemmen



Wij vinden ze best griezelig, en vragen ons af of hun 'heiligheid' in dit geval niet tevens is ingegeven door angst: immers tegenover iets heiligs bewaar je meestal een veilige afstand...
En zo komen we bij de landengte



en de brug die de twee eilanden met elkaar verbindt



Op het 'kleine' eiland houden we even stil bij een uitkijkpunt naar het rif



Uitkijkend over het rif tijdens hun gewijde bijeenkomsten, zullen de oude Polynesiers zich hier dichtbij hun goden moeten hebben gevoeld, zo mijmeren wij als we een stop inlassen bij de volgende Marae



Het laatste hoogtepunt van onze scootertoer is een vanilleplantage.







Vanille wordt in Polynesie op diverse eilanden gekweekt. Het is een soort van orchidee, waaruit na de bloei peulvruchten groeien



Een belangrijk probleem bij het kweken hiervan is dat de bijen niet op de vanille komen, met als gevolg dat de bestuiving dus met de hand, door mensen moet gebeuren. Dit maakt het kweken van vanille zeer arbeidsintensief. Bovendien duurt het lang voordat een plant zover is dat zij kan bloeien en vrucht kan dragen. Daarna is het rijpingsproces van de vruchten ook weer een langdurige zaak. Het is François die ons dit allemaal uitlegt en laat zien.



Ter illustratie: hij houdt een bosje vanillepeulen in de hand, die een waarde van € 50 vertegenwoordigen.
Omdat we na deze prachtige en boeiende scootertoer nog een hele middag over de scooter kunnen beschikken, brengen we ook nog een bezoekje aan het schelpenmuseum:







Hier zien we een enorme collectie van de mooiste schelpen, waaronder diverse kauri, het vroegere betaalmiddel in verschillende delen van de wereld



en we leren over schelpen die er o zo onschuldig uitzien, maar die zo giftig zijn, dat een steek daarvan voor een mens zelfs dodelijk kan zijn





Het kan vandaag niet op: de prachtige dag wordt ook nog eens afgesloten met een overweldigende zonsondergang



De dagen erna maken we nog een paar leuke wandelingen en genieten we van de uitbundige natuur op dit sympathieke eiland































En intussen kijken we vanaf de boot uit op de golven die met geweld op het rif beuken



Als we na een wandeling terugkomen in het dorp blijkt een visser een zwaardvis te hebben gevangen: het dier werd met een takel aan wal gehesen









We kijken intussen al een paar dagen uit op Raiatea: het wordt tijd om maar eens op weg te gaan om te onderzoeken wat dat eiland ons te bieden heeft.
Raiatea wordt samen met het buureiland Taha omgeven door één groot rif, dat diverse passen heeft. Op Raiatea stroomt de enige bevaarbare rivier van heel Polynesie. Degenen die onze tocht al langere tijd volgen weten, dat wij dol zijn op rivieren. Nu kun je deze rivier alleen met de bijboot op, dus gooien wij ons anker uit in de baai voor de ingang van de rivier en laten onze bijboot te water: en daar gaan we dan het oerwoud door



























totdat we na een half uurtje varen door een boer worden aangeroepen, of we het leuk vinden om bij hem te komen kijken. Nou dat lijkt ons enorm leuk en zo komen we terecht bij André, die hier midden in het oewoud een enorm terrein bewerkt, waarover hij ons vol trots rondleidt







en ons van alles laat zien en proeven



en uiteindelijk krijgen wij ook nog allerlei heerlijke vruchten mee







En zo tuffen we met ons bootje volgeladen weer terug naar de Bella Ciao



Meestal waait het hier niet erg hard, dus van kiten komt er niet zoveel. Als er een paar dagen wind in het vooruitzicht is, zoeken we een mooie plek in tussen de twee eilanden en pakt Frits zijn kites uit. Hoewel het dan ineens weer een hele dag te hard waait om te kiten, kan hij toch twee dagen weer even genieten van zijn kite-hobby. Als daarna de wind weer gaat liggen, varen we door naar Taha. We hebben gehoord dat daar een 'Coral Garden' zou zijn: een top-snorkelplek. Dus dat gaan we nu ondezoeken en we nemen de onderwatercamera mee.















En ja! Het water is prachtig helder, de vissen zijn talrijk en kleurrijk en totaal niet bang: ze eten bijna uit ijn hand!







































En als klap op de vuurpijl zien we een octopus die we een tijdje kunnen volgen























Na deze prachtige ervaring schuiven weer een eilandje op: Bora Bora.



Hier gaan we eigenlijk alleen heen om uit te klaren uit Frans Polynesie, want dit is het meest westelijke eiland waar dat nog kan. Maar terwijl we op onze papieren wachten vinden we een mooie ankeplek achter het rif en dan blijkt Bora Bora voor ons ook nog weer een mooie verrassing in petto te hebben























We willen hierna in Frans Polynesie nog twee eilanden aandoen: Maupiti (1200 inwoners) en Mopelia of Maupiha (20 inwoners). Maar daar kun je niet meer uitklaren.
Zodra we onze papieren voor elkaar hebben vertrekken we naar Maupiti. We hebben gehoord dat er hier mantaroggen te zien zijn...en ja hoor, 's morgens zien we ze al langs onze boot zwemmen. Daar moeten we achteraan met de camera:











































Sommigen hebben een spanbreedte van wel 3 meter: indrukwekkend.
En we zijn nog nauwelijks bijgekomen van deze unieke ervaring, of we vertrekken, samen met de bemanningen van de Acapella, de Jonas en de Zensation, voor een wandeling naar de hoogste top van Maupiti







We moeten zelfs aan touwen hangen om de mooiste uitzichtplekken te bereiken







Maar we doen het met groot plezier



want de beloning is overweldigend























Wij zijn in het paradijs terechtgekomen...


Cindy bedankt voor de fotobijdragebr>

Wie verre reizen doet, kan veel verhalen

Vanuit het prachtige Maupiti vervolgen we onze tocht naar het 110 zeemijl verderop gelegen Mopelia (Franse naam) of Maupihaa (Polynesische naam). Er wonen daar meestal 17 mensen, voornamelijk afgkomstig van Maupiti, die daar leven van de koprateelt (het gedroogde vlees van de kokosnoot).
Er komt daar niet vaker dan één keer per jaar een vrachtschip (en soms zelfs nog minder vaak), er is geen telefoon (behalve een hele dure satellietverbinding), geen airstrip...kortom er zijn daar geen voorzieningen. De bewoners moeten het grotendeels hebben van de zeilers die hun atol aandoen. Dus als wij in Maupiti zeggen dat we naar Maupihaa gaan komt er iemand, die zich voorstelt als Jipau, naar ons toe en die vraagt ons om wat vracht mee te nemen. Dat lijkt ons prima, sterker nog, wij zijn wel in voor zulke dingen, want onze ervaring leert dat je dan meteen op de plaats van aankomst een intro hebt. We moeten de doos en de zak met stokbroden die hij bij ons aan boord komt brengen, afleveren bij Albert Tapuhiro, zo staat er op het pakket.



Zo gaan we (samen met onze vrienden Cindy en Geert van de Zensation en Martin en Ellen van de Acapella) op weg en verlaten probleemloos de pas van Maupiti.



Het is een nachtje varen naar Maupihaa, een klein stukje maar in de verhoudingen van de Grote Oceaan.
We komen in de loop van de ochtend aan bij de erg smalle pas van Maupihaa. We hebben hier goed licht bij nodig want een foutje bij het invaren kan hier desastreuse gevolgen hebben: de pas is slechts 25 meter breed en daarnaast beukt de branding op de riffen.



Gelukkig is de invaart goed zichtbaar, en manoevreren we simpel door de doorgang naar binnen. Ook de Zensation en de Acapella komen goed binnen. Daarna moeten we naar de overkant van de lagune zien te komen, langs de koraalkoppen die uit de bodem omhoog steken. Dat doen we op zicht, en met een polaroid zonnebril op zie je precies waar de gevaren onder water zich bevinden. Aan de overkant zien we langs het witte strand een bootje liggen en onder de bomen lijkt wel een huis te staan.







Dit lijkt ons een ideale plek om het anker te laten vallen en zo liggen we even later in alle rust geankerd



Nu is het zaak om onze vracht bij de familie Tapuhiro te krijgen. Dus laten we de bijboot te water en we varen met de doos en de zak met stokbroden naar de wal. We leggen de bijboot op het strand en lopen richting het huisje. Onder het afdak voor het huis zitten drie breed lachende vrouwen ons op te wachten



Ze stellen zich voor als moeder Adrienne, en haar twee dochters Faimano en Karina. Ze heten ons van harte welkom op hun eiland en we raken aan de praat. Al snel vragen we of ze de familie Tapuhiro ook kennen.....ja hoor, die kennen ze wel, Albert is hun aangetrouwde neef. Ze wijzen ons waar hij woont en ja, daar kunnen we met de bijboot wel komen. Mooi! Na nog wat verder praten over hun leven hier op het eiland stelt Faimano ineens voor om ons met de auto naar Albert te rijden....de auto????? Ja we hadden wel een rode Jeep zien staan, maar dat je hier op dit atol met een auto kunt rijden....dat hadden we niet verwacht. Nou dat laten we ons geen twee keer vragen en zo zitten we een uur nadat we het anker in Maupihaa hebben laten vallen met onze vracht in een knalrode Jeep, die door Faimano vakkundig over het hobbelige schelpenpad wordt gestuurd







Onderweg stellen we haar veel vragen over hun leven hier en Faimano beantwoordt die vriendelijk en vertelt ons intussen bij elke woning die we passeren wie daar woont. Iedereen hier leeft van de kopraoogst. Men heeft een cooperatie opgericht om de gemeenschappelijke belangen te behartigen: verdeling van de terreinen, regeling van het jaarlijkse vrachtbootbezoek, beheer van de satgelliettelefoon, het materieel enzovoort. De mensen hebben hun zaakjes hier goed voor elkaar. En zo komen we aan bij het huisje van Albert.



Albert is er niet, maar als Faimano roept, komt er al snel een antwoord uit de verte en even later verschijnen Albert en zijn vrouw Donna tussen de palmbomen. Met twee dikke vissen in hun hand



Na ons te hebben voorgesteld, overhandigen we hen het pakket en ze beginnen helemaal te glimmen en bieden ons direct de vis aan. Maar dat kunnen wij niet accepteren vinden we. Albert vertelt dat Jipau zijn vader is. We praten nog wat verder en dan bieden ze ons een kokoskrab aan. Deze krabben leven grotendeels op het land en voeden zich met kokosnoot. Je kunt ze koken, legt Albert uit en dan het vlees uit de enorme scharen eten. We vinden het wel een beetje eng, maar nemen het cadeau toch van harte aan.







Daarna nemen we hartelijk afscheid. Faimano krijgt een vis en 4 stokbroden mee voor thuis en we stappen weer in de rode Jeep



Zo keren we terug naar het huis van de drie vrouwen en na bij hen elk een kokosnoot te hebben leeggedronken stappen we verkwikt en voldaan in de bijboot terug naar de boot. We koken de kokoskrab en die blijkt inderdaad heerlijk te smaken! Intussen genieten we van een prachtige zonsondergang



De volgende dag vertelt Adrienne ons dat er aan de oceaankant een grote kolonie sterns zit te broeden. Samen met haar gaan we erheen en zodra we in de buurt komen is het een gekrijs van jewelste:



Indrukwekkend. En dan wijst Adrienne op het pad: dat ligt bezaaid met gespikkelde eitjes:







Ze zegt dat we ze kunnen oprapen en dat ze heerlijk smaken. Wij vullen onze tasjes uit deze overvloed. En thuisgekomen is dit een prima aanvulling op onze eiervoorraad en ze blijken bovendien prima te smaken



Als we weer terug zijn bij hun huis, nodigen de vrouwen ons uit voor een dinee de volgende avond. Wij hoeven niets te doen, zij maken alles klaar! Ze vertellen dat ze (in tegenstelling tot vele Polynesiers) geen alcohol gebruiken en als we echt iets willen meebrengen kunnen we een toetje doen. Wij maken fruitsalade en cakejes voor de dames. Zo vetrekken we tegen het vallen van de avond naar de wal. En dan worden we even stil



Alsof we in de middle of nowhere in een driesterrenrestaurant terecht zijn gekomen! Er staan pizza's, salades van palmharten met sterneitjes, aardappeltjes uit de oven op ons te wachten en bij ieder bordje staat een geopende kokosnoot klaar om erbij te drinken....Albert en Donna staan bij de grill vissen en kokoskrabben te grillen







We mogen plaatsnemen en het diner begint. We smullen dat het een lieve lust is







en Adrienne geniet ontspannen mee





Na de toetjes pakt Albert zijn gitaar en bekronen we deze feestelijke avond met een paar gezamenlijk liederen



Diep onder de indruk van dit gastvrije onthaal keren we onder de volle maan terug naar de boot



Als we de volgende dag de koffie ophebben en naar het water kijken zien we vlakbij de boot een donkere schaduw langsglijden: een mantarog! We stappen in de bijboot en varen erheen, onderwatercamera mee. Op goed geluk knippen we onder water af...tot we kennelijk toch te dichtbij zijn gekomen en het enorme dier er met veel gespetter vandoor spurt. Weer terug blijken we op deze manier een paar prachtige foto's te hebben gescored:











zelfs het overhaaste vertrek van de manta is vastgelegd



Daarna overleggen we hoe we iets leuks terug kunnen doen voor de vrouwen en Albert. We besluiten ze op zondagmorgen uit te nodigen voor een boot-hopperij. Op elke boot zullen ze op lekkernijen en gezelligheid worden onthaald. En zo komen ze op zondagochtend als eerste naar de Bella Ciao



Waar we sap en cake voor hen klaar hebben staan















Na een geanimeerd samenzijn, vertrekt het gezelschap naar de Zensation



en daarna de Acapella, waar hen nog meer lekkers en gezelligheid wachten.
We zijn een beetje aan tijd gebonden, want we moeten een andere ankerplek zoeken omdat er meer wind op komst is, waartegen we hier niet goed beschut liggen. Dus als Albert met zijn 4 dames van de Acapella vertrekt gaan we ankerop en varen we een stukje verder waar we onder de beschutting van de motu beter beschut zullen zijn tegen de zuidoosten wind.







Als de voorspelde wind inderdaad komt maken wij een mooie wandeling langs de oceaan



en kijken we uit over het iriserende blauw van de lagune



Op de terugweg onmoeten we de familie die hier is gevestigd en die ons weer een heerlijk verfrissende kokosnoot aanbiedt







En omdat er wind is kan Frits, na terugkeer aan boord, eindelijk weer eens zijn kites uitpakken











Als de wind de volgende dag gaat liggen is het tijd voor vertrek. Maar eerst gaan we natuurlijk afscheid nemen van de vrouwen aan de andere kant. Als we aankomen zijn ze hard aan het werk: kokosnoten oogsten. Dat doen ze met een reuze handig instrument om de noot op te pikken en met een elegante zwaai op de door Albert bestuurde kar te gooien















En dan moeten we met pijn in ons hart afscheid nemen van deze onvergetelijke plek, met haar ongekend gastvrije, lieve en vrolijke inwoonsters



Hiermee verlaten we, na meer dan een jaar, Frans Polynesië en zeilen we naar de Cookeilandengroep, om precies te zijn naar het atol Penrhyn.



Het verlaten van de pas van Maupihaa is niet moeilijk







Ook Zensation en Acapella komen goed buiten en zo vervolgen we gedrieën onze tocht. We hebben goede wind en na een voorspoedige tocht overbruggen we de 500 zeemijl naar Penrhyn of Tongareva in het Polynesisch, in ruim 3 dagen en nachten.
Het atol is volgens de legende door de god Vatea opgevist en aan de vishaak in de lucht opgehangen. De naam Penrhyn komt van de scheepsnaam Lady Penrhyn (één van de oorspronkelijk 11 schepen die de veroordeelde kolonisten naar Australie vervoerde), een schip dat in 1788 het anker in Tongareva liet vallen.
We komen aan bij Omoka, de hoofdplaats van dit atol. Jammer genoeg is dit de westzijde van het atol waardoor de ankerplek zeer onrustig is, zeg maar gerust dat er gewoon dikke golven staan. We ankeren achter een rifje, maar nog steeds is dit niet ideaal en Zensation en de Acapella liggen nog veel ongunstiger. Maar hier moeten we inklaren, dus we hebben geen keus. Al snel komt er een bootje met twee mannen: de politie, die tevens douane en immigratiebeambte is, en de havenmeester die tevens gezondheidsbeambte is. Ze zijn zeer vriendelijk en wij moeten -tig formulieren invullen en betalen. Als we geen Nieuwzeeland dollars hebben dan maar in US $, maar dan wel 1:1 dat is zo'n 30% in hun voordeel!
Het is nu zaterdagmiddag en morgen is het zondag: we krijgen strenge instructies. Op zondag mag er niet gewerkt worden, niet gevist, niet rondgevaren in de dinghy, niet gewassen.... niet gezond....niet...maar wel zijn we van harte welkom in de kerk (waar dan weer niet gefotografeerd mag worden). Het begint om 10 uur maar ze raden ons aan er rond 9 uur zijn. En dan volgen de kledinginstructies (nog steeds door de 2 beambten). Voor de dames een jurk of rok, de schouders bedekt en een hoed. De heren een lange broek en een overhemd. Slippers mogen dan weer wel. Dit wil ik meemaken! Dus ik zoek de volgende morgen de gewenste outfit bij elkaar en ga samen met de bemanning van de Zensation (ook volgens de voorgeschreven dresscode) aan wal, terwijl Frits op de boten blijft passen. We hebben al wat gehoord en gelezen en dit moet werkelijk een unieke belevenis zijn.
De Cook Islands Christian Church is een mix van Church of England, Dopers, Methodistisch en Congregationalist, dus het is een soort protestantse kerk. Als we over de weg met haar zelfgemaakte verkeersborden richting kerk lopen



komt Ben, de politieagent tevens douane en immigratiebeambte, ons op zijn brommertje achterop gereden met twee smetteloos witte hoedjes in de hand: of we wel hoedjes hebben...We zijn helaas nog niet alert genoeg, want we antwoorden hem dat we die bij ons hebben....we hadden natuurlijk moeten zeggen dat we graag die mooie hoedjes van hem wilden opzetten! Aangezien iedereen op weg is naar de kerk, is de weg erheen niet moeilijk te vinden. We wandelen langs de klokkentoren over het kerkhof richting kerk...



..en nemen strategisch plaats op een bankje onder de palmbomen, vanaf waar we uitzicht hebben op de kerkingang.



En ja hoor, daar komen de hoedjes, met keurig geklede dames eronder, heren in terlenka broek....Mensen komen naar ons toe en maken een praatje, Ben is er ook weer en die zal ons straks in de kerk naar onze plaatsen brengen. Wij horen meerstemmige gezangen uit de openstaande kerk komen. Het klinkt prachtig. Maar voordat we naar binnen gaan willen we de brassband zien langskomen. Want dat is een van de grote attracties van de kerkgang hier: in een feestelijke optocht zal straks een brassband het begin van de kerkdienst aankondigen! En na een tijdje zien we in de verte inderdaad uniformen, vaandels en mensen die zich netjes in een kolonne opstellen :







Gelukkig zijn we nog niet in de kerk en kunnen we dus snel een paar foto's maken. Dan bergen we de fototoestellen op en lopen snel naar de kerk, waar Ben ons naar onze plaatsen brengt. Het achterste deel van de kerk is al bezet: kennelijk degenen die we al binnen zagen druppelen en het zangkoor dat we hoorden. Vervolgens komt en een groep van zo'n 20 vrouwen in een soort van lichtblauwe padvindsterskostuums binnen. Zij nemen rechtsvoor in de kerkbanken plaats. Enkele zijn met kindertjes en die zetten ze tussen hun benen op de grond. Na een laatste nummer voor de kerkingang doen de leden van de brassband, die volgens de schildjes op hun mouwen 'Boys Brigade' heet, hun instrumenten af en zij nemen links voor ons plaats in de kerkbankjes.
Nu kan de dienst beginnen. Alles gaat in het Polynesisch (dat hier Maori heet), dus we kunnen het niet verstaan, totdat op een zeker moment naar het Engels wordt omgeschakeld, en wij expliciet welkom worden geheten. Telkens wordt er tussen de bedrijven door vol overgave gezongen, steeds weer met als koorleiding de mensen van een ander kwadrant van de kerk: nu een leidt linksachter, dan weer rechtsvoor. Alle zang is meerstemmig en het klinkt fantastisch. In tegenstelling tot wat wij gewend zijn in de Nederlandse protestantse kerken, is het hier een feest vol zang. Dan klimt de dominee op de kansel, die zich hoog boven de kerkdeur bevindt. Van hieraf houdt hij zijn preek, ook weer in het Maori, op een gegeven moment overgaand op het Engels, waarin hij ons op zijn beurt begroet en welkom heet en ons een behouden vaart voor straks toewenst.
Na ruim een uur is de dienst voorbij en worden de vaandels weer klaargemaakt en de brassband vertrekt naar buiten achter de vaandels aan. Als ook de padvindsters vertrokken zijn volgen wij met de overige kerkgangers, en zo kunnen we nog net een paar foto's maken van de afmarcherende kolonne







De volgende ochtend maken we ons op om naar de overkant, het dorp Tetuatua te varen, waar we een veel aangenamer ankerplek verwachten te vinden. En inderdaad, dat klopt.
Geert en Cindy van de Zensation komen uit België, en inmiddels is duidelijk de hun Rode Duivels het goed doen op de Wereldkampioenschappen voetbal in Rusland. Ze spelen (voor ons) dinsdagmorgen de halve finale.
Als we eenmaal liggen komt er een boot met twee mannen en een kindje langszij, ons welkom heten. We bieden hen te drinken aan en vragen of het ook mogelijk is om ergens voetbal te zien. Nou dat kan, zo verzekeren ze ons. We kunnen morgenochtgend bij Saitu, de vader van Marsters terecht. Geweldig. Dus op dinsdagochtend verschijnen we in vol ornaat om de Rode Duivels tegen Frankrijk aan te moedigen







Iedereen doet mee, ook omaatje, die het leuker vindt om naar ons te kijken dan naar de voetballerij.



Helaas helpt het allemaal niet en de Belgen verliezen van de latere wereldkampioenen.
's Middags brengen we een bezoek aan Marsters, de dominee en zijn gezin. En dan blijkt dat de hele familie dominees zijn: zo was de dominee in Omoka een broer van Marsters.



De belangrijkste bron van inkomsten van Penrhyn is het vlechten/weven van palmvezels.







Daarvan worden de mooiste dingen gemaakt, waaronder de ons inmiddels bekende hoedjes



en hoela gordels







Als we nog wat door het dorpje lopen raken we aan de praat met een van de leraressen van het plaatselijke schooltje. Dit schooltje heeft meestal 15 leerlingen, variërend in leeftijd van 3 tot 15. Morgen zal de laatste schooldag zijn en al pratend ontstaat het plan dat wij als een soort van uitsmijter die laatste schooldag zullen 'trakteren' op een fotopresentatie van onze reizen. Dat is wel lastig voor een zo in leeftijd uiteenlopend gezelschap, maar we maken een verhaaltje met foto's,







nemen wereldbol en kaarten mee, en ons geheime wapen: kleuterjuf Cindy van de Zensation, die met de kinderen bootjes van papier zal gaan vouwen.



Het wordt een bijzondere laatste schooldag voor de kinderen







die we heel toepasselijk afsluiten met een gezamenlijk uit volle borst gezongen 'row, row, row your boat'



Jaarlijks biedt de Cooksiaanse regering de bewoners van de buiteneilanden de gelegenheid van een gratis boottocht naar hoofdeiland Rarotonga. Vanaf Penrhyn kost een vliegticket daarheen $ 1300,-- en bootreisjes zijn ook al niet bepaald goedkoop, dus deze mogelijkheid is voor veel eilandbewoners de enige kans om van hun eiland weg te komen, familie van andere eilanden te ontmoeten en inkopen te doen. De boot voor dit uitje zal notabene deze vrijdag de mensen komen ophalen. Er zijn dan al 300 mensen van de andere buiteneilanden aan boord, en naar verwachting zullen er 100 Penrhyners opstappen. Het zal dus een grote uittocht worden op een bevolking van ruim 500 zielen. Alles is in rep en roer ter voorbereiding op dit evenement. In elke familie gaan er wel een of meer leden weg.
Als wij van plan blijken te zijn om ook vrijdag te vertrekken, waarvoor we eerst weer terug naar Omoka moeten om uit te klaren, krijgen we het verzoek wat vracht en passagiers mee te nemen. Natuurlijk doen we dat. Maar dan blijkt dat we een hele kajuit vol met bagage meekrijgen



en 8 passagiers (waaronder een baby).



's Morgens vroeg varen we verchillende keren op en neer met de bijboot om bagage en mensen op te halen...er lijkt geen eind aan te komen. Dan vertrekken we en iedereen zoekt een plekje







Voorop amuseren de kinderen zich opperbest. Na een tochtje van ruim een uur leveren we iedereen inclusief bagage af in Omoka, waar de grote boot al klaar ligt. Wij gaan uitklaren en de reizigers voor de grote boot worden met speciale vletten weggebracht, omdat de grote boot niet door de pas heen kan en dus buiten blijft rondvaren tot iedereen aan boord is.







Uiteindelijk vertrekken we tegelijkertijd: de grote boot naar Rarotonga



en wij naar het atol Suwarow.



Het atol Suwarow dankt zijn naam aan een Russische ontdekkingsreiziger die het atol in 1814 naar zijn schip, Suvarov, vernoemde. In de jaren 1952 tot 1977 leefde hier de Nieuwzeelander Tom Neale, die hierover het beroemde boek 'An island to oneself' schreef.
Het is het enige nationale park van de Cookeilandengroep, en buiten het orkaanseizoen wordt het bevolkt door 2 parkrangers. De laatste jaren zijn dat John en Harry. Het atol is een vogel paradijs, er zijn veel haaien en er moeten ook mantaroggen zijn. We varen weer met ons drietal Bella Ciao, Zensation en Acapella. We hebben zeer gunstige wind, maar om toch samen te blijven remmen we een beetje af, en na 3 dagen en nachten varen bereiken we Suwarow. Ook dit atol heeft weer een makkelijke pas en zonder vermeldenswaardige gebeurtenissen ankeren we bij 'Anchorage Island', de enige toegestane ankerplek in dit nationaal park. Al gauw komen John en Harry aan boord en we vullen weer een paar formulieren in. Ze zijn bijzonder vriendelijk en vertellen ons de regels: we moeten in de buurt van de ankerplek blijven. Omdat in het verleden nogal wat zeilers de natuur hier hebben verstoord zijn de regels nu zodanig dat de rangers makkelijk een oogje in het zeil kunnen houden. Na hun vertrek gaan we direct op mantatocht. We hebben geluk: we komen er drie tegen, waarvan eentje helemaal zwart is







Tegen het vallen van de avond gaan we aan wal, waar we samenkomen met de andere zeilers hier op deze verlaten plek midden in de Grote Oceaan: er zijn zo'n 6 andere boten. Er is een provisorisch zitje gebouwd onder de palmen en ook John en Harry komen erbij zitten. Dan blijkt dat Harry van het atol Manahiki komt (in de buurt van Penrhyn gelegen) en dat hij daar bakker was. Dát is wel een buitenkans om eens te leren hoe je nu een professioneel brood moet bakken. Harry stemt erin toe en de volgende dag hebben we broodbakcursus van hem. Hij heeft het goed voorbereid en gretig volgen we zijn verhaal.







Dit brood wordt in een zelfgemaakte oven van een oliedrum met lavastenen gebakken







De belangrijkste boodschap van Harry is: GEDULD! Alleen als je brood echt de tijd geeft om te rijzen en nog eens te rijzen zul je een luchtig en soepel brood krijgen! En inderdaad, na 4 uur rijzen en nog een uur bakken uiteindelijk is het resultaat prachtig







Reden voor een feestje bij zonsondergang: iedereen heeft iets van brood gemaakt, of lekkers om erop te doen en dat levert een rijke broodproeverij op



De bijzondere avond wordt afgesloten met een 'Haka' van de rangers, een Maori welkomstgroet van Harry en later volgt zelfs de bescheiden John.



Na een verblijf van enkele dagen op dit prachtige atol met zijn geweldige rangers nemen we niet alleen van hun afscheid, maar ook van 'ons' clubje: Zensation en Acapella gaan hunsweegs en wij vertrekken voor een tocht van 450 mijl naar Samoa.



Cindy en Martin bedankt voor de fotobijdrage


Van de ene dag op de andere

De zeiltochten zijn meestal wat saai: soms met wat te weinig wind (bijmotoren) en soms wat teveel....we lezen onderweg, koken, eten, houden wacht in de nacht en slapen. We vissen maar vangen de laatste tijd niets.




Van Frans Polynesie naar Tonga heb je twee hoofdroutes: de noordelijke en de zuidelijke.



Wij hebben voor de noordelijke gekozen, vooral omdat dit iets stabielere weersomstandigheden belooft, zoals te zien is op dit voorbeeldkaartje, waar je op het zuidelijke traject geconfronteerd wordt met een westelijke wind. Dit soort storingen doet zich in deze omgeving met enige regelmaat voor. Maar dat kun je niet gebruiken als je naar het westen onderweg bent. Op het meer noordelijke traject hebben we hier wat minder last van.
Bovendien brengt deze route ons langs allerlei interessante gebieden. Eerder kwamen we zo al in Maupihaa, Penrhyn (Tongareva) en Suwarow. Nu vervolgen we onze tocht en komen in Samoa terecht. Samoa was sinds het eind van de negentiende eeuw verdeeld: de westelijke eilanden werden door de Duitsers gekoloniseerd, de oostelijke eilanden door de Amerikanen. Na de val van het Duitse Rijk in 1918 bezette Nieuw Zeeland West Samoa en ondanks periodes van verzet bleef dit zo tot 1962, toen het een zelfstandig land werd: West Samoa (sinds 1997 Samoa).
De oostelijke eilanden bleven Amerikaans, en zijn nog steeds een Amerikaanse kolonie, met eenzelfde soort status als Puerto Rico: ze vallen wel onder de Amerikaanse federale wetgeving, maar hebben geen vertegenwoordiging in het Huis van Afgevaardigden. In Amerikaans Samoa heeft het Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog grote verdedigingswerken gebouwd, waarvan nog altijd restanten te zien vallen.
Pago Pago (spreek uit: Pango Pango) is een grote (visserij-)haven op het hoofdeiland Tutuila, gelegen in een vrijwel geheel omsloten baai: uitzonderlijk in de middengebied van de Grote Oceaan. Geen wonder dus, dat de Amerikanen dit eiland graag koloniseerden. Er bevonden zich hier tot voor kort enkele grote tonijnfabrieken, waarvan inmiddels alleen nog de Starkist fabriek over is. Enorme tonijnviskotters leveren hier hun vangst af. Deze kotters zijn groot, sommigen hebben zelfs kleine helikoptertjes aan boord (waarmee ze de tonijnscholen zoeken!) en ze hebben allemaal een soort van kraaiennest, een hoge toren met een huisje bovenin.



Op de foto ligt er een dergelijke kotter (blauw) naast model 'Urker kotter' (groen), waardoor de enorme afmetingen van de tonijnkotter eens te meer blijken. De netten zijn zo groot en zwaar dat die met kranen van en aan boord worden gehesen om gecontroleerd en gebruiksklaar te worden gemaakt.



Hier zie je dus de visindustrie aan de gang, die de oceanen leegvist.
Amerikaans Samoa is nog om een andere reden bekend: Margeret Mead, de beroemde anthropologe deed hier (op het buureiland Ta'u) haar wereldberoemde onderzoek naar opgroeiende meiden, dat ze in 1928 publiceerde onder de titel 'Coming of age in Samoa'.



In dit onderzoek beschreef ze onder andere dat het in Samoa niet alleen gebruikelijk was, maar ook positief gewaardeerd werd dat tienermeiden experimenteerden met sex: een in de jaren twintig als schokkend ervaren bevinding, en dat nog wel onderzocht door een vrouw. Mead was bovendien een van de eerste anthopologen die zich baseerden op uitgebreid veldonderzoek. Overigens is seks voor het huwelijk in dit uiterst religieuze land (om de paar huizen heb je hier een kerk! Op zondag is alles dicht) nog altijd een geaccepteerd fenomeen.

Wij komen in de grote, luidruchtige baai van Pago Pago aan na meer dan een maand in de meest afgelegen atollen te hebben doorgebracht: een klein cultuurshockje, tevens door het contrast een leuke afwisseling. Wat hier vooral opmerkelijk is zijn de bussen. Men bouwt hier constructies van hout en metaal op een 'gewone' Amerikaanse 'truck' en deze bouwsels worden vervolgens van buiten en van binnen op de meest opmerkelijke manieren opgeleukt.































De busjes rijden zeer frequent langs alle hoofdroutes van het eiland en ze zijn niet duur. Kortom, ideaal vervoer voor reizigers zoals wij. Het enige nadeel is dat ze meestal ook voorzien zijn van enorme geluidsinstallaties, waardoor het reizen per busje met name voor Frits niet altijd prettig is.
Dit weerhoudt ons evenwel niet om op een dag met een groepje collegazeilers een uitstap te maken naar het vlak voor de kust gelegen eilandje Aunuu. Uiteraard begint de reis erheen met het busje, gevolgd door een veerbootje dat ons naar het eilandje brengt















Zo komen we in Aunuu aan in een dromerig dorpje



Dit is het beginpunt van een prachtige wandeling







We komen uiteindelijk weer bij het water uit



op een plekje met een natuurlijk bad







waar bovendien ook onderwater allerlei moois te zien bleek











Als we verfrist door het bad en de meegebrachte lunch, weer teruggewandeld zijn naar het dorpje



brengt de veerman ons terug naar de vaste wal



Na deze leuke ervaring willen we een paar dagen later nog een wandeling maken. We willen nu naar de andere kant van het eiland. Daarheen blijken alleen niet zoveel busjes te gaan, maar gelukkig lukt het op de heenweg, na enig rondvragen en onderhandelen om een buschauffeur ons voor een speciale prijs met een heel speciale bus naar het begin van onze wandeling te laten vervoeren.



We maken dit keer een behoorlijk steile afdaling











Maar als we uiteindelijk beneden zijn aangekomen, blijkt het geen doorgaand pad, zoals we hadden gedacht,



en dus moeten we weer terug omhoog....



Verderop is een dorpje, dat we eigenlijk toch wel willen bezoeken, en gelukkig is er dan altijd wel weer een stel aardige en behulpzame Samoanen die ons een lift naar het dorpje geven.







In dit afgelegen dorpje worden we verrast door iemand die gekleed gaat als een vrouw, maar die een man is. Hij/zij ziet er pachtig uit en wil op ons verzoek best wel even poseren



Een rere noemen ze deze travestieten in Polynesie. Rere vormen hier een derde sekse en rere zijn volledig maatschappelijk geaccepteerd. Het enige wat wel lastig voor hen is, is dat homoseksualiteit weer veel minder geaccepteerd is, dus een man die als vrouw gaat zal niet makkelijk een relatie met een man krijgen. Dit betekent in de praktijk dat rere vaak erg eenzaam zijn, ook al worden ze zeker niet verstoten. En zoals deze rere maar al te duidelijk toont: het is een trotse persoon, die haar/zijn identiteit met verve aan ons toont



Het is natuurlijk reuze leuk dat we hier nu zijn....maar hoe komen we weer terug? Pas over 3 uur zal er nog een busje gaan. Maar, we zijn nog steeds in Samoa, en ook dit probleem blijkt makkelijk oplosbaar, als er een vrachtwagentje langskomt dat partytafels en -stoelen vervoert, waar wij gewoon tussen mogen gaan zitten in de laadbak.



De mannen vinden het reuze leuk, en ze nemen het ervan om een gezellig gesprek met ons aan te knopen



En zo komen we na een tijdje weer op de hoofdroute uit







Geleidelijk nadert het moment dat de weersomstandigheden weer gunstig lijken om onze reis voort te zetten. Hoewel Amerikaans Samoa in de meeste beschrijvingen niet heel gunstig wordt gewaardeerd, houden wij toch een bijzonder positieve indruk over van dit bedrijvige, gastvrije en mooie eiland. De mensen zijn ongelooflijk aardig en belangstellend. Toen we bijvooorbeeld even ergens zaten te wachten sprak een vrouw ons belangstellend aan: waar we vandaan kwamen, wat we deden, hoe we het eiland vonden....en toen gaf ze ons haar telefoonnummer: als we nog vragen hadden, konden we altijd bij haar terecht. Niet opdringerig, maar gewoon ontzettend belangstellend en behulpzaam. Wat dat betreft verrassen de mensen die we ontmoeten ons keer op keer.
Zoals gezegd, we gaan weer verder. Onze volgende bestemming is Niuatoputapu, een eiland dat deel uitmaakt van de meest noordelijke eilandengroep van Tonga. En dat betekent dat we onderweg de datumgrens gaan overschrijden. Ons tijdverschil met Nederland is intussen opgelopen tot 13 uur: wij lopen 13 'achter'op Nederland, en straks zullen we in één klap 11 vooruitlopen op Nederland.







Eigenlijk merk je hier dus niets van: je hoeft de klok niet eens te verzetten, alleen de datum schuift een dag op. Van nu af aan zal het tijdverschil met Nederland alleen nog maar kleiner worden: we zijn over de helft! De tocht valt een beetje tegen: aanvankelijk hebben we erg weinig wind, en schieten we dus niet echt op, en dan neemt ineens 's nachts de wind tijdens een bui toe, en blijft doorwaaien. Maar vooral: er komt nu een vervelende korte steile deining uit het zuiden (tegen dus), waardoor de boot regelmatig enorme klappen te verduren krijgt. Maar dit leed is na 8 uur weer geleden als we onze bestemming, Niuatoptapu bereiken. We varen door de goed gemarkeerde pas en gooien ons anker uit voor de pier van het eerste van de drie dorpjes. We hebben een dag overgeslagen, waardoor het nu geen donderdag, maar vrijdag is. Gelukkig dus nog geen weekeind, zodat we nog kunnen inklaren en een telefoonkaart met internet kunnen regelen. Inklaren blijkt hier een bijzonder gemoedelijke aangelegenheid. Een bevriende boot, die hier al was, belt de douane (tevens immigratie en politie), die op haar beurt de gezondheidsautoriteit (een verpleegkundige, die tevens hoofd is van het plaatselijke ziekenhuisje) waarschuwt. Wij kwamen om 9 uur aan, en de afspraak is dat zij na de lunch naar de havenpier komen. Daar is het de bedoeling dat wij hen ophalen. Zo gezegd, zo gedaan. Een en ander verloopt uitermate gemoedelijk. Na gedane zaken leveren we douanevrouw en gezondheidsman af bij de buren, die ook nog in moeten klaren en wij vertrekken naar de bank. Aangekomen op de pier staat daar een auto van de bank...die blijkt er niet voor ons te zijn gekomen, maar het komt wel goed uit en we vragen de man een lift, naar dorpje 2, waar de bank, de school, het douanekantoor, en alle andere officials kantoor houden in noodgebouwen. Die noodgebouwen zijn nog een gevolg van de tsunami die dit eiland in 2009 heel zwaar getroffen heeft, waarbij 9 doden zijn gevallen en de meeste huizen zijn weggevaagd. Daardoor zien we nu overal langs de weg noodwoningen



We zijn gelukkig nog precies op voor sluitingstijd bij de bank, nemen geld op en vertrekken naar dorpje 3, waar de telefoonprovider zit. Wat ons onderweg opvalt is dat er overal varkentjes los rondlopen







Aangekomen in dorpje 3 kopen we een simkaart met datategoed. De verkoopster meldt ons, dat zij over 20 minuten vrij is, en dan weer naar dorpje 1 zal rijden. Als we even willen wachten zal ze ons met de auto terugbrengen naar de boot. En terwijl we daarmee bezig zijn, komt de douanebeambte langs en zij blijkt een simkaart te komen halen voor onze buren!
Wij rijden met Tiu mee naar huis, en halen onderweg haar dochtertje Ite op van de creche.



Ook hier is men trouwens weer zeer religieus



en we worden dan ook meteen door Tiu uitgenodigd voor een bezoek aan de kerkdienst van zondag, met aansluitend een lunch bij haar thuis. Maar eerst hebben we zaterdag nog een andere activiteit: onze buren hebben met de gezondheidsman, John, geregeld dat hij zaterdagmiddag een geroosterd varkentje voor ons zal klaarmaken! En inderdaad, staan ze zaterdagmiddag om 4 uur met het varkentje op de kade. We spreken met de bemanningen van de andere 3 boten af om dit bij ons aan boord te komen oppeuzelen.







Na deze gezellige bijeenkomst gaan we de volgende ochtend naar een van de plaatselijke kerken. Dit keer blijkt het de methodistenkerk te zijn.







In tegenstelling tot in Penrhyn, op de Cookeilanden, is het hier juist heel erg onbeleefd om in de kerk een hoed te dragen. Maar het is hier wel de bedoeling dat de vrouwen de knieen en de schouders bedekt hebben. In Tonga heeft heeft men een speciaal kledingstuk: een soort van schort van gevlochten palmbladvezels. Hier in Niuatoputapu zien we de strengen waarmee dit gedaan wordt overal buiten te drogen/bleken hangen



En deze schorten worden vaak doordeweek gedragen, maar ze behoren zeker tot de zondagse kerkkledij, zowel van de mannen, als soms ook van de vrouwen.







Eerlijk gezegd denk ik, dat de Tongalezen vroeger gewoon alleen deze kledij droegen, maar dat de missionarissen dat niet gepast vonden, zodat men tegenwoordig de schorten over de westerse kleding heen draagt.
Wat de kerkdiensten hier overal zo bijzonder maakt is het zingen: er wordt meerstemmig prachtig uit volle borst gezongen. De hele dienst, inclusief de gezangen zijn in het Tongalees, dus wij verstaan er niets van. En hoewel de preek dan wel een beetje lang duurt, maakt het zingen het kerkbezoek zondermeer de moeite waard. En bovendien wordt het hogelijk gewaardeerd door de mensen als je hun kerkdienst bezoekt. Na de kerk gaat iedereen schielijk naar huis voor een uitgebreide maaltijd. En wij zijn dus bij Tiu en haar dochter Ite uitgenodigd voor de lunch.
We komen binnen in een zeer eenvoudige (nood-)woning, die bestaat uit een grotere (huis-)kamer en 2 kleine slaapkamertjes. Er is een tafel in de kamer, waar de spullen voor het eten opstaan.



Als we er zijn spreidt Tiu op de grond een kleed uit (geweven van palmbladvezels) en daarop worden het eten, de borden, bestek en bekers neergezet. We gaan eromheen zitten.



Er zijn verschillende soorten vis met allerlei sausjes, er is krab, er zijn gefrituurde noedels, zoete aardappel, maniok en er is voor iedereen verse mango-kokossap. Tiu is een zorgzame gastvrouw en intussen vermaakt Ite ons met de Engelse zinnetjes die ze al kent (de eerste regels van het oude testament, begroeting) en een zeer elegante dans, waarbij ze samen met haar moeder de Tongalese tekst zingt. Het is een bijzonder leuke middag, en we spreken meteen een tegenbezoek bij ons aan boord af voor de volgende dag, na het werk van Tiu.
Buiten het rif zien we al dagenlang walvissen springen en spuiten! Dat willen we natuurlijk wel eens van dichterbij bekijken. Dat betekent wel dat we met de bijboot op open zee gaan, dus voor de veiligheid gaan we samen met onze buren (ieder in zijn eigen bijboot). We varen naar buiten



en al gauw zien we in de verte de eerste walvissen.



En ja! ze komen naar ons toe, een moeder met een kalf



Wow, wat zijn die groot.... We varen een tijdje rond, zien ze veraf en dichterbij zwemmen en spuiten. We merken dat ze wegzwemmen van ons motortje...dat schrikt hen kennelijk af. Onder de indruk van deze belevenis varen we uiteindelijk terug naar de boot.
's Middags halen we Tiu en Ite op van de pier. Ite vindt het prachtig



En ook aan boord is alles interessant







We hebben loempia's gebakken als snack en die gaan er goed in bij de dames. Als de zon onder is nemen we hartelijk afscheid van deze twee lieve nieuwe vriendinnen, want morgen zullen we uitklaren en daarna zullen we weer verder gaan.
De volgende dag maken we nog een fietstochtje over het eiland











Vanwege de varkentjes zijn de tuintjes stevig omheind



en ook de kerkhofjes langs de kant van de weg zijn van hekken voorzien



De volgende ochtend varen we bijtijds naar buiten, en laten ons eerst met de motor uit drijven. Het duurt niet lang voordat we vlak naast ons aan walviskalf hebben en moederlief duikt van onder de boot op







We proberen zoveel mogelijk foto's te maken



en dan gaan uiteindelijk de motoren aan en varen we weg van dit sympathieke eiland.
We hebben goede wind en de tocht verloopt voorspoedig. Zoals gebruikelijk doet onze stuurautomaat het meeste werk, terwijl wij een boekje lezen en een dutje doen. Met een snelheid van zo'n 8 knopen schieten we lekker op. De oceaan is hier diep, soms zlefs enorm diep: 2 tot 5 kilometer op veel plekken. Maar soms is er ineens een berg in zee, en dan is het nog maar 25 meter diep. Wat wij op dat moment niet weten is, dat walvissen dit soort plekken graag als slaapkamer kiezen: daar drijven ze dan, slapend (met een hersenhelft) rond aan de oppervlakte. Rond 17.30 in de middag (het is dan nog licht) worden we opgeschrikt door een gigantische klap - we liggen in één keer stil! Alle laden komen uit de keukenkastjes terwijl de boot wel een meter uit het water komt....eigenlijk zijn we er allebei al snel achter dat we op een walvis gevaren moeten zijn! En inderdaad enkele seconden later zien we hem of haar spartelend achter ons aan de oppervlakte verdwijnen....maar daar hebben we even geen tijd voor: eerst de schade opnemen! Komt er water in de boot??? We controleren beide rompen, maar behalve een vreemd tikken en sissen in de bakboord romp, zien we geen water binnen....voor, zit er een soort van inkeping van enkele centimeters in de stuurboord boeg en daar steekt zo te zien een stukje walvisvin uit







En het waterstag is aan bakboord afgebroken. En als we de zwaarden controleren blijk je door het bakboord zwaard recht in het diepe blauw te kunnen zien



Oei....dat belooft niet veel goeds, maar aangezien er binnen geen water staat, heeft de zwaardkast zich kennelijk goed gehouden. We kunnen nu alleen maar doorvaren, en dan moeten we morgenochtend in Vava'u maar eens de werkelijke schade opnemen. We besluiten wel bij de volgende zeeberg onze motor aan te zetten, in de veronderstelling dat die eventuele slapende walvissen zal wekken en afschrikken.
Dus zo varen we 'gewoon' verder, al zijn we natuurlijk wel onder de indruk van deze botsing midden op zee en ziet Frits bovendien de reparatiewerkzaamheden niet met veel plezier tegemoet: hij wilde naar Tonga om er te kiten! Zo komen we de volgende morgen - na toch wel een iets minder goede nachtrust dan we gewend zijn - aan in de Vava'u archipel



Er volgt een uitgebreide inspectie van het onderwaterschip en de schade blijkt inderdaad de stuurboord boeg en het bakboord zwaard te zijn. Dus dan moet het zwaard eruit.







en Frits begint meteen aan de reparaties



Gelukkig kunnen we hier glas en epoxy kopen, want daarvan zijn behoorlijke hoeveelheden nodig om dit gat te repareren











Neiafu, de hoofdplaats van deze archipel, blijkt een gezellig plaatsje, met behoorlijk wat hotels, en goed voorziene (maar dure) bootartikelen zaak (gerelateerd aan de jachtwerf hier) en een markt direct aan de haven:



waar allerlei lekkers te krijgen valt voor zeer redelijke prijzen - zeker in vergelijking met het peperdure Frans Polynesie.
Omdat er zo prachtig gezongen wordt, bezoeken we ook hier op zondag weer een kerk.



En wat we hier te horen krijgen, kun je gerust professioneel noemen: een meerstemmig koor, dat niet onderdoet voor professionele koren in Europa, begeleid door een blaasorkest - welk geheel vanuit het midden van de kerk gedirigeerd wordt: het is adembenemend mooi het maakt het kerkbezoek tot een bijzondere ervaring



Links van het altaar bevindt zich een aantal tronen: die zijn bedoeld voor de koninklijke familie!







Immers: Tonga is een koninkrijk, waar koning George Tupou VI de scepter zwaait.
Maar goed, voor ons moeten de reparaties doorgaan en dat betekent nogal wat slijpwerk, dat heel veel stof veroorzaakt.



En dit kunnen voor ons goede fatsoen niet op de drukke ankerplek bij de hoofdplaats doen. Dus we zoeken een wat meer afgelegen baai op, waar we de boot achterstevoren op de wind leggen, zodat het stof weg kan waaien.
Nu kun je natuurlijk op veel plekken een reparatie moeten uitvoeren, maar er zijn waarschijnlijk niet veel mensen die hun zwaard repareren bij dit uitzicht



Immers, Frits was hierheen gekomen om te kiten, en er wordt goede wind verwacht, dus varen we naar de beste kiteplek in de omgeving waar Frits 's morgens aan het zwaard werkt



en in de middaguren samen met een stel andere enthousiastelingen kite







Soms kan er niet gekite worden, noch gewerkt:



tijdens een dergelijke bui moet er gewoon even gerust worden.
En daarna valt een paar dagen de wind weg: tijd om de onderwaterwereld hier te gaan verkennen. We hebben grotten gezien....dus daar gaan we een kijkje nemen: De eerste grot heeft bovenin een gat waardoor je de bomen kunt zien



en dat zorgt voor een prachtige lichtinval binnen



De volgende grot is dieper



en zit vol met scholen vis



















Als we de grot verlaten gaan we naar een volgende snorkelplek: hier vinden we blauwe zeesterren



en prachtige koraalbollen vol met kleine visjes







Kortom iedere dag is weer anders, maar zeker is: we vervelen ons geen seconde!

Bula/Hallo Fiji





Pas!
Vorige maand hebben we uitgebreid verslag gedaan van onze aanvaring met de walvis en de reparatie. Deze maand beginnen met de afronding van het geheel: het zwaard dat weer in de zwaardkast wordt teruggehesen. Hoewel Frits natuurlijk alles nauwkeurig gemeten en berekend heeft is het moment dat je het ruim 4 meter hoge ding dan ophijst en weer in de zwaardkast terugplaatst natuurlijk toch wel even spannend. Zoals de foto goed laat zien: hij past als een bus. Kortom, Bella Ciao is weer klaar voor nieuwe avonturen.

We liggen in een baai in Tonga met nog een paar andere schepen en één daarvan, de Canadese catamaran Muskoka nodigt iedereen uit om op een beetje druilerige zondagmiddag naar een onderwatergrot te varen en daarin een kijkje te nemen. Dat klinkt interessant, dus wij zijn van de partij - samen met nog wel zo'n 20 anderen



Je kunt hier niet ankeren, en bovendien is het behoorlijk wild bij de grot, dus het plan is om heen en weer te blijven varen, terwijl degenen die de grot in willen overboord springen, met een hoekduik de grot inzwemmen en dan later weer aan boord genomen worden. De kapitein en Frits zullen elkaar achter het stuurwiel afwisselen.







In deze grot zitten niet van die grote scholen vis, zoals in de grot waar we in ons vorige verslag waren, maar het feit dat deze grot alleen door middel van een duik toegankelijk is maakt het wel een speciale ervaring. Nadat iedereen weer aan boord is gekomen varen we nog langs een andere grot, onder een berg waar heel veel enorm grote vleermuizen huizen. Ze noemen die hier foxbats



Alles met elkaar levert het een bijzondere zondagmiddag op.

Intussen wordt het tijd om onze tocht weer voort te zetten. Eerst moeten we natuurlijk uitklaren, en daarbij krijg je hier in het koninkrijk Tonga een prachtig papier mee



En zo gaan we op weg naar Levuka, op het eiland Ovalau in Fiji.



Het wordt een mooie vlotte overtocht, maar we merken dat we de walvissen-schrik nog wel een beetje in de benen hebben: van elk iets harder geluid schrikken we op. Daarbij komt dat er hier overal in zee riffen omhoogsteken, die je op je kaart pas ziet als je heel diep inzoomt, dus het is wel zaak om goed bij de les te zijn op dit traject (roze stippellijn).



Zo krijgen we dit keer minder nachtrust dan we gewend zijn.
Wij hebben besloten om naar Levuka te varen, de voormalige hoofdstad op het eiland Ovalau (bij de meest linkse paarse pijl op het kaartje). We komen daar drie dagen na ons vertrek van Tonga aan en we laten het anker vallen voor een zeer pittoresk aandoend stadje.



Hoewel er nogal wat verhalen rondgaan over moeizaam inklaren in Fiji, gaat het bij ons van een leien dakje, niet in de laatste plaats dankzij Joe.
Joe is de man van de douane, maar als de andere officials bezet zijn doet hij er net zo makkelijk de andere taken bij. In ons geval is dat immigratie en havenmeester. Joe is werkelijk de vriendelijkheid in eigen persoon, met al onze vragen kunnen we bij hem terecht, nergens stress en steeds vrolijk. We voelen ons door hem meteen al super welkom. Dat gevoel wordt alleen nog maar sterker als we aan wal gaan. Levuka is een klein stadje, vervuld van vergane koloniale glorie. Als we, eenmaal ingeklaard, aan wal gaan voor een eerste verkenning wordt dit beeld volledig bevestigd



















Het is hier gezellig en iedereen groet je op straat: "Bula" klinkt het overal, dat betekent "Hallo". Zodra je ergens even halt houdt komt er iemand naar je toe om een praatje aan te knopen. De nieuwsgierigheid van de mensen is hartverwarmend. En terwijl wij dan vertellen van onze reis en waar we vandaan komen en dat we al acht jaar rondreizen worden hun ogen steeds groter en komen er steeds meer vragen over ons leven. Het leuke is dat dit zonder enige vorm van afgunst is. En ook als wij dan vragen naar het leven hier, krijgen we hele openhartige antwoorden.

Contact leggen is hier dus reuze makkelijk en op straat voegt dit een extra dimensie aan onze verkenningen toe



Levuka is niet groot en heeft ernstige schade opgelopen aan de laatste cycloon



terwijl dit grotendeels aan zee gelegen stadje ook bij (in deze regio regelmatig voorkomende) tsunamis zeer kwetsbaar is.
Op straat zien we allerlei vrachtwagentjes met opschriften langsrijden. Vaak zitten ze vol met schoolkinderen die, als ze ons zien, beginnen te zwaaien en te roepen.



Deze vrachtwagentjes vormen het openbaar vervoer



en zij halen 's morgen vroeg de kinderen op (ook van naburige eilanden) om ze naar school te vervoeren en brengen hen 's middags weer naar huis en verzorgen verder het transport tussen de bergdorpen en de hoofdplaats van het eiland voor de werknemers die in de stad werken en iedereen die de voorzieningen in het hoofdplaatsje wil of moet bezoeken.

Naast de indrukwekkende koloniale kerk heeft Levuka een fris ogend gemeenthuis



een highschool,



met de prachtige naam "Lest we forget"



die ook nog eens als motto voert 'onderwijs voor duurzame ontwikkeling', diverse lagere scholen



een politiebureau



en een rechtbank



Dat de rechtspraak hier bedoeld is voor iedereen wordt duidelijk als we op straat het volgende gevelbord zien



van de commissie ten behoeve van het toegankelijker maken van de rechtspraak. Ook heeft dit stadje een hospitaaltje



waar gratis gezondheidszorg voor de bevolking, maar opmerkelijk genoeg ook voor bezoekers zoals wij wordt aangeboden. De overheidsinstellingen zijn op miniformaat uitgevoerd, maar ze zijn er wel, al zouden de gebouwen van het hospitaal wel een opknapbeurt kunnen gebruiken.
Het stadje Levuka telt circa 5000 inwoners, en is het centrum van een kleine eilandengroep voor de kust van de hoofdeilanden Vanua Levu en Viti Levu, de Lomaivitigroep.

Fiji is allerlei opzichten een wat ander land dan de landen die we hier in de Stille Zuidzee tot nu toe bezocht hebben. Het eiland is al sinds ongeveer 1200 v Chr. bewoond. De oorspronkelijke bewoners kwamen van de Solomoneilanden en Vanuatu. Zij noemden hun land 'Viti'. Toen kapitein Cook hier arriveerde en de mensen vroeg hoe het land heette verstond hij 'Fiji' en zo werd dat de naam waaronder het land in de rest van de wereld bekend is geworden.
Qua bevolkingssamenstelling is Fiji veel diverser dan we tot nu toe in Oceanië hebben meegemaakt. Een belangrijke reden daarvan is dat er hier veel suikerriet (en vroeger ook katoen) wordt verbouwd. De Engelsen, die het land in 1874 tot Kroonkolonie hadden verklaard (hadden ingenomen) streefden goede verhoudingen met de plaatselijke bevolking na, en daarom verboden ze mensenhandel (slavernij). Dat betekende echter dat er arbeidskrachten van elders moesten komen. Als arbeiders zijn er daarom tussen 1878 en 1916 ruim 60.000 contractarbeiders uit India naar Fiji gebracht. Hoewel deze mensen voor 5-jarencontracten kwamen, zijn er velen van hen niet meer teruggekeerd naar India, met als gevolg dat Indiers een belangijk deel van de bevolking uitmaken, hun taal (Hindu-Fiji) een van de erkende talen op de eilanden is (naast Fiji en Engels) en dat zij het Hindoeisme en de Islam naar de Stille Oceaan hebben gebracht. Je ziet hier dan ook naast christelijke kerken (van allerlei denominaties) moskeeen



en hindutempels



Op de markt, waar we voor het eerst sinds lange tijd weer een enorme sortering aan groente, fruit en kruiden tegenkomen



merk je ook duidelijk de Indiase invloed, terwijl je op straat overal Indiase restaurants ziet.
In 1970 werd Fiji onafhankelijk van Engeland en sindsdien kende het land regelmatig staatsgrepen en was er sprake van gespannen politieke verhoudingen. Fiji is geen rijk land, maar vergeleken met de omringende eiland-landen doet Fiji het economisch goed. Nog steeds wordt er op grote schaal suikerriet verbouwd, er wordt hout gekapt (en ook vindt er inmiddels herbeplanting plaats) en er worden goud, koper en olie gewonnen. Toerisme vormt eveneens een belangrijke bron van inkomsten. En hoe beperkt de openbare middelen ook mogen zijn, er is in Fiji gratis en verplicht onderwijs tot 18 jaar (en ouders wier kinderen niet naar school gaan kunnen daarvoor gevangenisstraf krijgen) en er is gratis basisgezondhiedszorg voor iedereen. De gezondheidszorg hebben wij zelf ervaren. En dat is onthutsend eenvoudig georganiseerd: je hoeft geen afspraak te maken maar je gaat naar het ziekenhuis, waar 's morgens vroeg een stapel nummertjes ligt. Je pakt een nummer en gaat zitten wachten. Het aantal nummers is zodanig gewogen dat ze allemaal nog diezelfde dag geholpen kunnen worden. Sommige materiaalkosten moet je wel zelf betalen (bijvoorbeeld voor een vulling in je kies). De kosten worden je vantevoren verteld.

Na enkele dagen voor de rede van Levuka geankerd te hebben neemt de wind toe en dat betekent dat de ankerplek wel erg wild wordt. Tijd om verder te trekken. We moeten eerst nog een binnenlandse cruising permit bij Joe ophalen. Het wordt een roerend afscheid: hij gaat zelf naar de trouwerij van een neef, dat wordt zoals hier gebruikelijk is een feest met zo'n 600 feestgangers, vertelt hij. Joe is vandaag van alle opwinding zijn bril vergeten en kan het juiste formulier daardoor niet goed op zijn computer vinden. Dat kunnen we morgenvroeg bij zijn collega ophalen. Vol emotie zeggen we elkaar gedag.
De volgende morgen krijgen we het papier en varen wij via enkele kleinere eilanden en tientallen riffen, naar het noordelijke grote eiland, Vanua Levu. Wij gaan niet naar Savu Savu, waar de meeste zeilers heengaan, maar naar Nambouwalu. Dit is een grote baai met een havenpier, waar als we aankomen een groot houtschip ligt te laden



Dat ziet er interessant uit! En er komt hier ook dagelijks een grote veerboot



We gaan dus als er weer een veerboot aankomt de volgende morgen een kijkje nemen: het is een drukte van belang, er gaan zelfs hele bussen mee.



We leggen als de veerboot weer vertrokken is, contact met een van de houttruckchauffeurs die ons meeneemt naar het houtsdistributiecentrum in de buurt. Hij vertelt dat hout een belangrijk exportproduct van Fiji is, zowel in de vorm van massief hout, als in de vorm van houtsnippers. Als wederdienst nemen we hem, in de tijd dat hij moet wachten voordat zijn truck op de vrachtboot kan worden uitgeladen, mee naar de boot: het is een groot succes, nog nooit is hij op een zeilboot geweest, laat staan in een bijboot. Overal neemt hij foto's om thuis aan zijn familie te laten zien.
Afgezien van het houttransport en de veerboot is hier verder niet veel te beleven, dus we gaan weer verder, naar het eilandje Nananu I-ra, voor de kust van het zuidelijke grote eiland, Viti Levu. Hier moet een kiteschool zijn, dus daar gaan we naar op zoek. Al gauw vinden we Safari Lodge, en de Australische eigenaar Warren die precies laat zien waar ze gaan kiten als er wind is



Dat ziet er goed uit, dus als er de volgende dag goede wind wordt verwacht ankeren we voor het strandje en Frits is al snel weer helemaal in zijn element, samen met de uitermate aardige Warren



Als enkele dagen later de wind weer uitvalt hebben we gezien dat we hier de boot droog kunnen zetten. Het tijverschil van ruim een meter moet precies genoeg zijn. Dus manoevreren we bij het eerste licht met afgaand tij Bella Ciao het strandje op







Dat lukt prima en dan is het wachten tot het water laag genoeg is om onze klussen te gaan doen



Zodra de boegen droogvallen, komt de (tijdens de aanvaring met de walvis) beschadigde stuurboordboeg eerst aan bod: daar zat immers in de kreukelzone een schade, die nu mooi even gerepareerd kan worden











Daarna worden de zinkanodes van de saildrives vervangen en de schroeven schoongemaakt en opgepoetst















We staan nu mooi droog



en nu kan de coppercoat over het hele onderwaterschip worden opgeschuurd, zodat het koper weer open gaat staan en zijn aangroeiwerende werk weer kan gaan doen







Natuurlijk bekijken we nu ook nog even hoe het gerepareerde zwaard er aan de onderkant uitziet



En dan is het tijd om de prachtige omgeving van het drooggevallen strand op ons in te laten werken,



terwijl we wachten tot het water terugkeert en we ruimschoots voor het donker weer naar de ankerplek kunnen varen.

Reizen tussen uitersten

Onze tocht naar het westen voert ons deze maand langs Vanuatu en Nieuw Caledonië



Vanuatu is sinds 1980 een zelfstandig land, Nieuw Caledonië is een Frans gebied. Groter contrast tussen twee buurlanden is vrijwel niet denkbaar.







Vanuatu is waarschijnlijk een van de armste gebieden in de Stille Zuidzee, Nieuw Caledonië een van de rijkste, met een enorme nikkelvoorraad die door Frankrijk geëxploiteerd wordt. De oorspronkelijke bevolking van Vanuatu leeft voor een groot deel van ruilhandel, bewoont rieten hutten en leeft een leven zoals ze dat al vele eeuwen gewend zijn. De oorspronkelijke bevolking van Nieuw Caledonië, de Kanakken, zijn na de komst van de Fransen in de negentiende eeuw in reservaten opgesloten, totdat zij in de jaren tachtig en negentig van de afgelopen eeuw tegen deze toestand in opstand kwamen. De Fransen noemen deze burgeroorlog eufemistisch 'Les événments'. Uiteindelijk werd een overeenkomst gesloten waarbij de Kanakken moesten beloven van onafhankelijkheid af te zien, en in ruil kregen ze stapje voor stapje wat meer autonomie. Begin november (wij gaan dit nog net meemaken) zal er conform deze overeenkomst het eerste van een reeks van drie referenda gehouden worden, waarbij gekozen kan worden voor of tegen onafhankelijkheid. Naar verluidt, zal ngeveer 65% van de kiezers tegen onafhankelijkheid gaan stemmen, en ongeveer 35% voor. Opmerkelijk genoeg maken de Kanakken zo'n 37% van de bevolking uit. Gezien de enorme Franse (nikkel-) belangen die hier op het spel staan, valt nog mar te bezien wat er gaat gebeuren indien er wel voor onafhankelijkheid wordt gekozen. De Kanakken die wij in de stad zien komen niet blij over, jongeren lijken doelloos rond te hangen, Kanakken gemeenschappen zijn wij tot op heden niet tegengekomen, die schijnen alleen verweg in de wildernis te vinden te zijn. We worden er niet vrolijk van. De Fransen leven hier in luxe, het doet hier denken aan de Franse Rivièra, alles is hier duur en totaal verfranst. Over de Kanakken kun je meer te weten komen in het cultuur=historische museum.
Het nikkel (Nieuw Caledonië bezit 11 % van de wereld nikkelvoorraad) heeft wel een bijzonder gevolg: alle compassen hangen hier scheef.



Terug naar Vanuatu. Na een mooie zeiltocht vanaf Fiji arriveren wij op het eiland Tanna, in Port Resolution.



Hier is een 'Yachtclub',



waar Warry en Stanley de zeilers met raad en daad terzijde staan. Zij zorgen ervoor dat de autoriteiten vanuit de hoofdplaats Lenakel naar Port Resolution komen. Maar de laatste formaliteiten moeten toch op het kantoor in Lenakel gebeuren, wij moeten aan geld zien te komen om hen te betalen en bovendien willen we wel een telefoonkaart en wat andere inkopen doen, dus rijden we met de man van de douane en Stanley naar Lenakel.
Het is een tocht met een 4wheeldrive over ongeplaveide wegen en we krijgen een eerste indruk van dit bijzondere eiland en zijn trotse bewoners.



























Vrijwel iedereen verplaatst zich hier te voet. De mensen wonen in dorpjes die bestaan uit rieten huizen, de mensen kijken trots en als we passeren groeten ze ons enthousiast.
Het eiland Tanna is bekend vanwege de actieve vulkaan, die ook te bezoeken valt. Wij rijden over de lavavlakte onder de krater



en zien de pufjes met enige regelmaat de lucht in komen.















De tocht naar Lenakel duurt ongeveer twee uur, de gemiddelde snelheid is 25 km/uur. We genieten, er is overweg veel te zien en bovendien is de douaneman maar al te graag bereid om ons over zijn eiland te vertellen. Zo komen we, goed door elkaar geschud op de hobbelige wegen, aan in de hoofdplaats, hetgeen onder andere blijkt uit de kleine winkeltjes die we langs de kant van de weg zien langskomen



Na bij de enige ATM op het eiland geld getrokken te hebben en een telefoonkaart met datategoed te hebben gekocht, komen we op de markt. We kijken onze ogen uit. Er is hier een ruime keuze aan producten, mooi uitgestand en voor gunstige prijzen. Het is gezellig en de sfeer is relaxed.







Niet iedereen kan Engels, maar er is altijd wel iemand die even bijspringt om te vertalen. De mensen zijn belangstellend en vriendelijk. We worden voor zover we kunnen nagaan niet afgezet op de markt. Een leuk detail zien we hier op de voorgrond van de foto



duurzamer verpakkingsmateriaal kun je niet bedenken: de boodschappen worden hier vervoerd in van palmbladeren gevlochten tasjes!
De terugtocht verloopt iets minder makkelijk, omdat er geen auto terug blijkt te zijn. We moeten enkele uren wachten en rijden pas na zonsondergang in het donker terug. Tijdens het wachten worden we nogal door insecten besprongen, en sommigen van ons lopen daardoor forse infecties op. Bovendien zijn we zolangzamerhand doodmoe. Toch had niemand deze tocht willen missen.

Natuurlijk willen we de vulkaan bezoeken. Dat kan al de volgende dag. Je moet dit aan het eind van de middag doen, zodat je de avond ziet vallen als je boven bent: op die manier kun je de erupties van de vulkaan het beste zien. Dus zo gaan we de volgende dag op weg. Bij aankomst worden we eerst geleid naar een traditioneel ritueel, waarin te geesten van de vulkaan, via een priester toestemming wordt gevraagd voor ons bezoek.















En dan mogen we naar boven: eerst nog een stukje in trucks en dan lopen we de krater op







en zien we de eerste puffen naar buiten komen







en dan komen er ook stukken vuur uit







Het wordt nu geleidelijk donker en de vulkaan wordt actiever











Het wordt ook kouder en voordat we weer afdalen naar beneden komt er bij wijze van afscheid van dit uitzonderlijke schouwspel nog een indrukwekkend slotaccoord uit de diepte van de aarde








Na deze bijzondere belevenis willen we nog wat meer van het dorp bij Port Resolution zien. Daarom maken we een wandeling en komen de prachtigste bomen en planten tegen



























We bekijken het dorpje



De huizen zijn kunstig van riet en palmbladeren gemaakt, er zitten handige 'ramen' in. Sommige huisjes zijn slim op een verhoging geplaatst: goed tegen insecten en het geeft wat frisse lucht.























De mensen leven hier in een ander tempo dan in de westerse wereld, maar ze hebben een degelijk dak boven hun hoofd, ze hebben een ruime keuze aan voedsel, dat ook nog eens gezond en gevarieerd is



naast vlees (rund, kip, varken) wordt er gevist en bovendien zijn er overal volop groente en fruit te vinden. Onderweg komen we Samson tegen, en die geeft ons een tasje met een aubergine, enkele wortelen, zoete aardappels, een vrucht die in het Caribisch Gebied bekend is als chistophene (je kunt het gebruiken als iets tussen courgette en wortel)



Met buitenlandse hulp is er een schooltje voor de kinderen van het dorp opgezet met als motto: 'zonder visie, sterven de mensen uit'.



De kinderen van dit dorp die we tegenkomen spreken allemaal, naast hun eigen taal, op zijn minst een beetje Engels.

We horen dat het de volgende dag feest is in het dorp: twee jongens zullen mannen worden. Zij zullen voor het eerst geschoren worden. Wij, zeilers, zijn ook uitgenodigd. Het feest vindt plaats op de grote centrale weide. Wanneer we aankomen zitten de eerste groepjes feestgangers al onder afdakjes (tegen de zon)



en een groepje is druk bezig met koken



Dan worden de mannen uitgenodigd om mee te gaan voor het ritueel,



de vrouwen en kinderen blijven achter op het feestterrein. Terwijl de mannen een scheerbeurt krijgen



kijken wij, de vrouwelijke gasten onze ogen uit op het speelveld. Er wordt hard gewerkt aan het feestmaal











De spullen worden klaargezet







en wij hebben de kans om de kinderen te fotograferen



















Dan komen de mannen terug, en de hoofdpersonen zijn niet alleen geschoren, maar hun gezichten zijn kleurig beschilderd







Zij worden naar de feesttent geleid, waar ze op het podium plaatsnemen,



terwijl zich een enorme rij vormt, met mensen die cadeautjes bij zich hebben die ze komen geven aan de jongemannen



Nadat je je cadeautje gegeven hebt, feliciteer je de familieleden die naast hen staan en deze besproeien je met deodorant en talkpoeder



Daarna gaan we naar de eettent naast het podium, waar iedereen een bord met eten krijgt



Het bord is gevlochten van palmtakken en daarin is een stevig boomblad gelegd: opnieuw een gebruik waar we in de westerse wereld met haar plastic soep een voorbeeld aan kunnen nemen. Het eten is heerlijk: rijst, met vlees (dat urenlang is gesmoord in een grondoventje afgedekt met bladeren, waarvan wij eerder zagen hoe het werd uitgepakt), yam, een saus met bonen en rauwkostsalade van witte- en rode kool, alles smaakvol gekruid. Wat opvalt is dat de mensen zeer vriendelijk en belangstellend zijn naar ons, maar totaal niet opdringerig. Bijzonder aangenaam. Wij zijn meteen opgenomen in hun wereld. Ze staan ervoor open om onze vragen te beantwoorden, en de atmosfeer is ontspannen.



Na het eten nemen we afscheid en gaan terug naar de boot.
Het is intussen harder gaan waaien, recht de baai in. Het wordt daardoor erg onrustig. Daarom besluiten we de volgende dag te vertrekken naar Nieuw Caledonië. Het is een tocht van anderhalve dag, maar helaas valt onderweg de wind vrijwel geheel weg. Daarom maken we een illegale tussenstop op een van de kleine eilanden, waar we niet aan wal gaan, omdat je nadrukkelijk nergens heen mag voordat je bent ingeklaard. En dat kan alleen in Noumea, het hoofdeiland.
De cultuurschok kon bijna niet groter zijn: we komen in een moderne Franse stad, de baai is, op z'n Frans, vol met marina's en ankervelden met plezierboten. Langs de kade bij de stad liggen twee grote cruiseschepen...
Nieuw Caledonië is in de negentiende eeuw door de Fransen gekoloniseerd. De Kanakken, die oorspronkelijke bevolking werd in reservaten opgesloten en de Fransen begonnen er koffie te verbouwen en de sandelhoutbomen om te hakken en te exporteren. Het eiland is daardoor grotendeels ontbost. Als werkkrachten werden Franse criminelen ingevoerd. Maar toen dit na een tijdje niet bleek te werken zijn er contractarbeiders uit Java gehaald. Er werd nikkel gevonden dat in dagbouw wordt geexploiteerd: de delen van het eiland die nog niet door ontbossing waren getroffen, werden nu afgegraven.
We hebben een dag met de auto het eiland verkend. Er zijn enkele grote nationale parken, waarvan we er eentje bezocht hebben. De ijzerhoudende aarde geeft het landschap prachtige kleuren







Het Nationaal Park ligt aan een groot stuwmeer waar je de in het water geconserveerde bomen nog kunt zien



Bij de ingang van het nationaal park vinden we zeer bijzondere bomen



We hadden gehoord dat er hier een heel speciale vogel leeft: de cagou. Deze heeft behalve honden, geen natuurlijke vijanden, kan niet meer vliegen en is bijzonder schuw. Ze lopen over de grond en maken hond-achtige geluiden.







Nadat we deze bijzondere vogels hebben gezien maken we een mooie wandeling door het goed verzorgde nationaal park







Wij vervolgen onze tocht naar het dorpje Prony:



hier hebben ze in de negentiende eeuw geprobeerd een gemeenschap van uit Frankrijk gedeporteerde gevangenen op te zetten. Hoewel er nog restanten van het dorp te zien vallen, is het project mislukt, en het dorpje nagenoeg verlaten. Er zijn hier huizen te zien waardoorheen bomen zijn gegroeid











Het geheel maakt een wat desolate indruk



We sluiten de dag af in de bergen



We hebben helaas niets van de Kanakkencultuur gevonden. Daarvoor moet je hier naar het museum. Dat hebben we gedaan en daar komen we allerlei dingen tegen, die we in Vanuatu nog gewoon in het echt hebben gezien, zoals de rieten huizen







de traditionele kleding



en de duurzame boodschappentasjes



We zien ook handige gebruiksartikelen, zoals deze schoenen speciaal om over het koraal te kunnen lopen



en deze draagmand voor baby's



En natuurlijk hebben ze hier ook een paar prachtige modellen van de oermoeders van de Bella Ciao







We vinden het hier ingewikkeld: de manier waarop de Kanakkencultuur gekoloniseerd is, de mensen op straat die gesloten en niet blij lijken, een vrijheidsburgeroorlog die 'Les evenements' genoemd wordt, een referendum waarvoor we nergens aanplakbiljetten of andere propaganda uitingen tegenkomen....we zijn dit soort dingen duidelijk ontwend. We naderen Australië....een ander land waar de oorspronkelijke bevolking het onderspit heeft gedolven, en waar criminelen in eerste instantie door de Europeanen als bevolking zijn heengebracht. Ook in Nieuw Caledonië overheerst de westerse levensstijl... het is lastig afscheid nemen van de zachtaardige, gastvrije open culturen van de Stille Zuidzee, die ons de afgelopen periode zo dierbaar zijn geworden.

Een nieuw continent!

En zo zeilen we in 6 dagen, met alle soorten weer (van windkracht 0 tot windkracht 7 met zeeën variërend van bijna blak tot groen water in de kuip) naar Southport, Australië.







Hier gaan we, nadat we de uitgebreide inklaringsprocedure van dit land hebben doorstaan, op zoek naar een ligplaats om de boot achter te laten. Intussen verkennen we dit mooie vaargebied tussen Brisbane en de Gold Coast.











En ja....we zijn in Australië



We merken dat de waterscooter hier in de weekeinden voor veel mensen gewoon een vervoermiddel is, en Frits maakt zelfs een ritje



We ankeren in een soort van lagune met fantastisch uitzicht op een utrawit duingebied











Helaas worden we daar op een gegeven moment geconfronteerd met een enorme bosbrand







zodat we het anker na enkele dagen maar weer lichten om naar onze vaste ligplaats voor de komende maanden te varen



In maart 2019 zullen we met nieuwe verhalen komen


[mrt 2019]

[mei 2019]

[juni 2019]

[juli 2019]

[aug 2019]

[sep 2019]

[okt 2019]

[nov 2019]

[dec 2019]

[2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten