het schip


Verslag van het laatste jaar van de wereldomzeiling van de Bella Ciao

Januari: weer op weg!


We vieren de jaarwisseling weer met onze vrienden in hun prachtige huis op de berg, met oliebollen, muziek, spelletjes, een oudjaarsduik met uitzicht en vooral: met veel gezelligheid



















Intussen zijn wij druk bezig met de voorbereidingen voor onze grote oversteek richting de Middellandse Zee. Vanwege de pandemie kunnen we waarschijnlijk maar op erg weinig plekken aan wal komen, dus willen we met voldoende voedsel, diesel en gas op weg gaan. Water is geen probleem meer, sinds wij een fantastische watermaker hebben, die 60 liter heerlijk water per uur kan maken. Er wordt dus dagelijks druk geklust en we doen regelmatig boodschappen waarbij we telkens een deel van de enorme boodschappen lijst halen. Onze huurbrommer bewijst hierbij uitstekende diensten. Geleidelijk komt de boot steeds dieper te liggen....



Op een dag vertellen onze vrienden dat ze nog een keyboard over hebben! Sinds we begonnen zijn met muziek maken heeft Frits helemaal de smaak te pakken, en heeft hij een mooie mondharmonika gekocht, waaraan hij een grote varieteit aan liedjes weet te ontlokken. Maar zijn ambities reiken verder: met dat keyboard wil hij ook wel aan de slag. Dus verhuist het naar de boot



en kan het oefenen beginnen



De uitdaging is om de weg te leren vinden op het keyboard en om muziek van blad te leren spelen. Met behulp van de mondharmonika lukt het om de juiste toesten te lokaliseren en vervolgens gaat hij zowel met de mondharmonika als met het keyboard aan de slag om van blad te leren spelen. Het is erg gezellig: dagelijks klinkt er nu muziek op de Bella Ciao.
Na de de feestdagen die we zo heerlijk in het huis op de berg mochten doorbrengen, willen wij graag iets terugdoen voor onze vrienden. Dat wordt een zondagje varen (tegelijk voor ons wel handig om te zien of alles op de boot het nog doet na een half jaar stilliggen) gevolgd door een barbecue aan boord. We blijken een prachtige dag voor dit evenement te hebben uitgezocht met een vrolijk zonnetje erbij. Onze vrienden, die zelf 15 jaar geleden met hun boot hier op Langkawi terecht zijn gekomen, daarna het bootleven verruild hebben voor een landleven, en nooit weer hadden gevaren, genieten volop van het tochtje. En daarna kunnen we ons tegoed doen aan een uitgebreide barbecue.



En midden tussen alle boodschappen en voorbereidingen wacht Reinhilde nog een verlaat verjaardagsuitje. We hebben een half jaar lang naar de berg gekeken en daar de gondeltjes van de kabelbaan op en neer zien bewegen, maar we waren er nooit geweest. En voor haar verjaardag heeft Reinhilde als cadeau een kabelbaan uitje gekregen van onze buren Bas en Monique. De laatste weken was het erg druk in Langkawi met toeristen, en dat was reden om het uitje uit te stellen: teveel corona-risico. Maar inmiddels is een groot deel van het land weer in lockdown, zodat er niet meer gereisd mag worden. Maar op Langkawi is het meeste nog open, zij het met bijzonder weinig bezoekers: een prachtige kans om toch op de valreep samen met Monique nog het verjaarscadeau te gaan 'doen'! Als we aankomen, blijken de gondeltjes nog gesloten, maar dat is helemaal niet erg, want beneden, in de 'oriental village' is een fantastische, interactieve 3-d tentoonstelling te bezoeken. Het is zo ingericht de je overal in het 3-d schilderij kunt lopen, terwijl er voorbeelden op de grond staan van posities van waaruit je leuke foto's kunt maken. We amuseren ons hier kostelijk met een 3-d reis door allerlei cultuur, historie en natuur. En het is overal heerlijk rustig, dus geen corona-stress voor ons.











































Maar natuurlijk kwamen we eigenlijk voor de kabelbaan. Die is intussen ruimschoots open en ook hier is het gewoon enorm rustig. We nemen plaats in een gondeltje en daar gaat'ie dan!











Er is een tussenstation waar we eerst uitstappen en foto's maken van onze boten in de baai









Daarna stappen we weer in, helemaal naar boven, waar we uitzicht hebben over het hele eiland











En dan is er een spectaculaire hangbrug boven een ravijn gebouwd. Daar moeten we natuurlijk ook een kijkje nemen















De hele constructie hangt aan 1 'mast' met enorme staalkabels als verstaging.



Op de terugweg naar de kabelbaan, om weer naar beneden te gaan komen we dit bord nog tegen,



dat hier zeker niet overbodig is: de makaken, die hier overal zitten, zijn op veel plekken al zo gewend dat ze van mensen eten krijgen, dat ze je, zodra ze een plastic zak zien bespringen. Dat probeert men hier dus tegen te gaan. Weer terug beneden bezoeken we nog de oosterse tuin, die deel uitmaakt van het complex, dat officieel 'oriental village' heet.



Deze lieflijke omgeving completeert een enorm leuke en gezellige dag



En zo nadert de dag van vertrek. Het plan is om eerst naar de Malediven te varen, waar we nog steeds welkom zijn. Dat is hier zo geregeld, dat bezoekende boten bij het eiland Uligama mogen ankeren, waar het contact met de buitenwereld onderhouden wordt door de plaatselijke agent, Asad. Met Asad hebben we al contact gelegd en hij zal ons ter plekke ontvangen en helpen. Wij mogen alleen aan wal op onbewoonde eilanden - die hier gelukkig in voldoende mate aanwezig zijn. Dat klinkt misschien niet zo leuk, maar het heeft er wel voor gezorgd dat we hier als zeilers, ondanks de coronaperikelen, nog altijd terecht kunnen. We verwachten 10 tot 14 dagen onderweg te zijn.



En zo steken we, een dag later dan gepland, omdat er geen wind was, met het eerste daglicht van wal. Het is nog steeds bijzonder licht weer dus kan de spinaker erbij op



Het hele stuk tot aan de Nicobaren blijft het zo rustig en moeten we zelfs behoorlijke stukken motoren



en dan kan soms de spinaker er weer bij



Het eerste stuk verloopt daardoor niet zo snel, maar een voordeel is wel dat het een vlak zeetje is zodat Frits naar hartelust kan oefenen



en relaxen



Als we zo onderweg zijn hebben we nogal wat apparaatjes ter beschikking: diverse computers, tablets waarop we onze zeekaarten en onze boeken hebben staan, een satelliettelefoon enzoort. Dat zorgt dus voor een wirwar aan draadjes in de navigatie-/werkhoek



Nadat we de Nicobaren hebben gepasseerd komen we echt op de oceaan en wordt het leven weer een stuk ruwer. Maar we maken nu ook enorme goede voortgang en varen verschillende dagen achtereen record afstanden. Op die manier zijn we na 7 dagen varen vlak onder Sri Lanka. Het is nogal heiig weer en van het eiland zien we vrijwel niks maar we kunnen wel het telefoonsignaal ontvangen en daardoor kunnen we wat weerberichten binnenhalen en zelfs met een aantal mensen even whatsapp contact hebben! En dat terwijl we gewoon doorvaren. Het is hier een druk scheepvaartverkeer: iedereen die naar zuidoost Azie en het verre oosten vaart of vandaaruit naar De Arabische Golf, het Midden Oosten of de Middellandse Zee rondt deze kaap. Bovendien wordt hier natuurlijk druk gevist door lokale vissers. We zien dan ook vele schepen en scheepjes











En hier, achter het grote eiland Sri Lanka is het natuurlijk ook weer heel rustig zodat we weer even buiten kunnen relaxen



Als de telefoonverbindingen weer verbroken zijn gaan we onze laatste etappe van deze eerste grote overtocht in. Het waait fors, door het waaigat tussen Sri Lanka en India door. Er passeren nog steeds veel schepen, maar dat verloopt steeds heel beheerst, en niet zelden verlegt men voor ons even de koers als dat nodig is.
De volgende dag horen we ineens een enorm geklapper....huh???? Ik loop juist op dat moment naar binnen en kijk ineens door ons luik in de vloer, dat we onze 'airco' noemen, en dat ons al enorm veel plezier heeft opgelevert, recht in zee....ik zie het luik beneden bungelen en intussen knallen er de hele tijd golven tegen het brugdek (de onderkant van onze vloer dus). Ik duik naar het luik om het te pakken, voordat een golf het geheel afbreekt. Intussen zit ik in een soort van douche van beneden en snelt Frits toe om te helpen het luik te redden en te bekijken hoe we dit gat gaan dichten....Ik zit nog steeds het luik zo goed mogelijk dicht te houden, maar dat voorkomt niet dat er met enige regelmaat toch een behoorlijke scheut water naar binnenspuit. Het blijkt dat het plexiglas, dat we nog in Maleisie opnieuw ingelijmd hadden volledig heeft losgelaten! De lijm was dus van extreem slechte kwaliteit...We pakken nu snel het plexiglas vast, en halen het naar binnen. Dan druk ik het weer zoveel mogelijk op het gat, terwijl Frits bezig gaat met een oplossing. Die vinden we in onze grote snijplank (voor het fileren van gevangen vis): die zaagt hij op maat en schroeft hij op het gat. Er blijft nog een stukje open helaas, dat we met een noodle (zo'n ding dat je in het zwembad bij aqua-aerobics gebruikt) proberen te dichten. Dat lukt aardig, maar er blijft toch zo nu en dan water naar binnen bruisen. We gaan nu de hele rand dicht stoppen met dweiltjes, handdoeken en andere doekjes. Uiteindelijk, na 2 uur lijkt het probleem onder controle en komt er vrijwel geen water meer binnen. Nu kan dus het grote dweilen beginnen, waarmee we nog eens een paar uur zoet zijn. Het zal duidelijk zijn, dat we tijdens deze hele operatie niet in staat waren om foto's te maken - we hadden letterlijk onze handen vol met het luik! Dit is een foto genomen van ons luik terwijl we voor anker liggen, en het als airco dienst doet



Dit uitzicht wil je dus niet hebben midden op de Indische Oceaan...het aluminium frame dat op de foto hieronder is opgebonden hing naar beneden te bengelen en zat nog vast aan de scharnieren en het plexiglas (dat we op deze foto, die we achteraf hebben gemaakt, losgemaakt en binnen boord gehaald hebben) hing te bungelen aan de uithoud-stokjes,



terwijl er dus met enige regelmaat golven tegen het brugdek knalden en naar binnen spoten.
Wat we ook kunnen laten zien is hoe we het gat hebben gedicht met de grote blauwe snijplank, de rode noodle, handdoeken en dweiltjes











Gelukkig zijn de Malediven niet ver meer: nog anderhalve dag varen schatten we. En daarbij komt dat gedurende de nacht het weer ineens veel rustiger wordt, de golven sterk afnemen



en dus de belasting van onze noodoplossing van het luik ook veel kleiner wordt. Er volgt tot onze vreugde een prachtige zeildag,



waarbij we onze gunstigste koers kunnen varen: net iets scherper dan halve wind, waarbij we met 5 knopen wind soms 6 knopen snelheid maken! En dan kan er weer muziek klinken op de Bella Ciao



Na deze prachtige dag naderen de Malediven geleidelijk, maar doordat de wind grotendeels wegvalt niet zo snel als we gehoopt hadden. We krijgen vlak voordat we er zijn nog een dikke bui over ons heen die de hele boot mooi zoet afspoelt



En dan doemt toch uit de zompige wattendeken voor ons het eilandje Uligama op, het doel van deze tocht



en misschien schijnt de zon niet zoals we gehoopt hadden, maar het strand is wit en de zee is heerlijk blauw



En zo kunnen we dan, 10 dagen en 10 uur nadat we los hebben gegooid in Langkawi ons anker laten vallen voor Uligama, in een van de noordelijkste atollen van de Malediven.



We krijgen al snel bezoek van de autoriteiten, die aankondigen zometeen bij ons langs te komen om ons in te klaren, en ons nu alvast, als welkomstgeschenk op de Malediven, een bak met vanille ijs geven





Met dank aan Monique voor haar foto's

De laatste oceaanoversteek van deze reis

Maar ja, je kunt natuurlijk niet maar ijs blijven eten (zie vorige aflevering), er wacht een luik om gerepareerd te worden. Dat moet vanuit het bijbootje gebeuren, en met wat golfjes is dat toch een lastig karwei



Maar na een paar uur ploeteren zit het luik er weer in en extra verstevigd met 4 dikke bouten aan het frame vast: die gaat er nooit meer uitvallen!
We liggen op een prachtige ankerplek met vlak naast de boot leuk koraal en allerlei kleurige vissen...het was nogal een tijdje geleden dat we onder water hadden gefotografeerd, en gevolg is dat de foto's hiervan helaas mislukt zijn. We moeten het dus met een leenplaatje doen van die prachtig gekleurde doktersvissen, die we hier in groten getale hebben gezien



We mogen het bewoonde eiland Uligama niet betreden - wat natuurlijk wel jammer is, maar waardoor het ook mogelijk is om hier, ondanks de pandemie, te komen. De onbewoonde eilanden kunnen we wel bezoeken en onze superbehulpzame agent Asad wijst ons waar we het beste heen kunnen gaan. Dat is eeen stukje varen met de bijboot, en daarom besluiten we met een groepje van 3 bijboten te gaan en zo tuffen we op een ochtend naar Vagaaru. Daar aangekomen blijkt Asad er ook te zijn met zijn neef, de imam van Uligamu, die vijf keer per dag zijn dromerig klinkende gebedsoproepen over onze ankerplaats laat klinken. Ze hebben gespeervist en een paar mooie exemplaren gevangen. Die blijken voor ons te zijn! We hadden boterhammen meegenomen voor op het onbewoonde eiland, maar dit is nog veel leuker! We gaan eerst een rondje om het eilandje wandelen. Het is heerlijk om weer eens even de benen te kunnen strekken







en vervolgens gezellig met elkaar een vuurtje te stoken



om de vissen te gaan grillen



en ons de vissen vervolgens goed te laten smaken











Daarna gaan we nog wat snorkelen







Na dit leuke en gezellige uitje keren we weer terug naar de boten.
Frits had gehoopt hier lekker te kunnen kiten, maar dat valt een beetje tegen, want ook hier is er erg weinig wind. Maar op een middag lijkt het toch kansrijk en pakt hij zijn grootste kite uit. Het kost wat tijd en moeite, maar uiteindelijk lukt het hem om eindelijk weer eens op z'n kiteboard te kunnen surfen















Intussen horen wij dat het in Nederland -10 graden is....moeilijk voor te stellen in deze tropische regionen. Maar om toch solidair te zijn maken wij... hutspot met worst



Maar we hebben nog een spannend stuk oceaanoversteek voor de boeg en het wordt tijd om ons te gaan opmaken voor het vertrek.



We gaan straks in de Golf van Aden de beruchte 'pirate lane' passeren: het gebied waar de Somalische piraten vooral grote schepen, maar een enkele keer in het verleden ook zeilers hebben overvallen en gegijzeld. Inmiddels wordt dit gebied bewaakt door een internationale coalitiemacht, die er intensief surveilleren en die een speciale corridor hebben gecreeerd om schepen veiliger hierdoorheen te loodsen. En dit heeft zeer geholpen om deze doorvaart beter te beveiligen. Daarbij komt dat zeilschepen voor de piraten niet echt interessante objecten zijn: een geladen tanker en bemanning brengt gewoon veel meer op... Maar toch, het is een hoog risico gebied en het is dan ook behoorlijk spannend om dit nu te gaan ondernemen. Daarbij komt dat aan de noordzijde Jemen ligt: het land dat vrijwel totaal vernietigd is als gevolg van een door enkele grootmachten gesubsidieerde burgeroorlog. En wanhopige en hongerige mensen gaan op zoek naar eten en dus zijn er ook vanuit die hoek inmiddels berichten van gewelddadigheden richting scheepvaart. Kortom, dit wordt een van de meest spannende trajecten die we de afgelopen jaren hebben afgelegd. We hebben ons aangemeld bij de internationale troepenmacht die we via onze vriend Gerard (die ons ook dagelijks een een update van het weer op onze route stuurt) dagelijks gaan berichten over onze positie. In de golf van Aden is een verkeersscheidingsstelsel van kracht, een soort snelweg voor grote schepen. Tussen de route westwaarts en de oostwaartse route is een 'lege' zone van 2 zeemijl. In dat gebied mogen wij varen. Verder wordt aangeraden om onze verlichting en positiemelder aan te houden tijdens dit traject, en om niet in grote groepen te gaan. Zelf hebben we een (oude) satelliettelefoon bij ons, waarmee we contact houden met onze vriend Gerard en waarmee in geval van nood ook de internationale troepenmacht kunnen bereiken.
En zo gaan we na een heerlijke relaxte week in de Malediven weer op weg



We zijn aanvankelijk nog in de windschaduw van het subcontinent van India maar na een halve dag motoren krijgen we wind. De ruime wind is de favoriet van Bella Ciao, dus met meer 8 knopen wind wekken we onze eigen snelheid op en gaan al snel 7 knopen en dat ziet er dan zo uit







Het is wel steeds kritisch: als de wind onder de 7 komt, werkt deze methode niet meer en moet de motor bij en dan ziet het er zo uit



Het is overwegend er grustig en we zien niet veel schepen. Zo nu en dan een visserschip: dat zijn voornamelijk Sri Lankezen, die hier netten uitzetten, die ze overigens markeren met een AIS-signaal en een lichtje, waardoor wij de netten goed kunnen zien er er niet in of overheen varen. Een enkele keer leggen we ook daadwerkelijk contact met zo'n visserboot



en omdat het zo rustig is, kunnen we dan even rustig met elkaar kletsen, midden op de Indische Oceaan



Zo maken we toch iedere dag weer voortgang op onze tocht naar de Rode Zee, stukken op zeil, dan weer met de motor bij: eigenlijk is het best wel een beetje saai



We naderen het Jemenitische eiland Soqutra: dat was lange tijd een prachtige tussenstop voor zeilers op de Indische Oceaan, maar jammer genoeg is dit eiland afgelopen jaar ten prooi gevallen aan de burgeroorlog en bezet door de rebellen: het lijkt niet meer verstandig om het nu aan te doen. Dus daar varen we voorbij richting de corridor. We zien het aantal scheepsbewegingen om ons heen toenemen en we arriveren ruim 9 dagen na ons vertrek uit de Malediven in de scheepvaartroute. Er varen behoorlijk veel schepen zowel op de west-route als op de oost-route



en we zien op de AIS dat velen van hen gewapende bewaking aan boord hebben



Als we een paar uur in de route zitten komt er over de marifoon een melding: "All ships, all ships, all ships a suspicious mothervessel obeserved..." met de positie. Veel piraten schijnen te opereren vanaf moederschepen, van waaruit ze met kleine, snelle motorboten dan de overvallen plegen. We zetten de positie in de kaart en....oei, dat is werkelijk vlakbij ons! We kijken rondom en dan zien we 3 snelle motorschepen op de tegenliggende route langs ons heen schuiven.... En even verder op ligt inderdaad het moederschip. Dit is toch wel even spannend...varen ze door....??? Ja als ze onze positie passeren varen ze gelukkig gewoon door naar het moederschip...en dan???? Wat gaan ze doen? We houden ze goed in de gaten en dat blijkt dat ze daar met elkaar beginnen om de scheepvaartroute over te steken naar de andere 'baan'. Ze varen gewoon door, dus we beginnen alweer wat opgeluchter adem te halen maar blijven hen volgen totdat ze uit ons zicht verdwenen zijn. Pffff, dat was toch wel even zeer spannend! Welkom in 'Pirate Lane'! Het is nu dus ook tijd om onze waardevolle spullen goed te gaan verstoppen. Daarvoor hadden we vantevoren al een verstop-plan opgesteld, dat we nu gaan uitvoeren. We hebben een complete navigatieset klaargemaakt op een oude computer en tablet, dat wordt nu dus geactiveerd en de 'goede' computers, harde schijven, camera's, tablets, geld, creditcards, medicijnen....en alle scherpe messen aan boord bergen we veilig weg



In de corridor waarover wij in totaal bijna 4 dagen zullen doen, zit een bepaald segment dat wordt aangeduid als "High Risk Area" en dat is een stuk van 120 mijl: iets minder dan een dagtocht voor ons. Tot we daar zijn varen we rustig maar gestaag door. De wind buigt hier de Golf van Aden in met als gevolg die hij recht achter komt. Dat betekent voor ons



voornamelijk dus op de motor. We willen hier ook niet al te langzaam varen en minimaal een snelheid van 5 knopen aanhouden. Gestaag varen de grote schepen aan beide zijden langs ons. Dagelijks vliegt er een vliegtuig van de internationale troepenmacht over, die zich meldt en die ons op het hart druk om zodra we iets verdachts zien, dit te melden.
Al motorzeilend varen we na twee dagen de High Risk Area binnen en zonder dat er zich verder incidenten voordoen tuffen we ook hier doorheen.



Prettig is dat we niet de enigen zijn die hier varen



Dan steekt er weer even een windje op en kunnen we een stukje zeilen



Als we na een dag het High risk Gebied achter ons laten, geeft dat toch wel een gevoel van opluchting. En dan is het nog een dag voordat we aan het einde van de corridor komen. We pakken nu ook weer al onze verstopte spullen uit



Intussen blijkt uit de weerberichten die we van onze vriend Gerard krijgen opgestuurd, dat er de komende dagen in de zee-engte van Bab el Mandeb noordwesten wind staat, tot meer dan 20 knopen! Dat lijkt ons geen pretje en gelukkig is er een escape: Djibouti. We hebben eerder begrepen dat we daar welkom zijn na een Covidtest. Zo valt dus het besluit om nu eerst koers naar Djibouti te zetten en daar gunstige (zuidoosten) wind af te wachten voor de passage van de zeestraat en ons eerst stuk in de Rode Zee. We steken nu noordwaarts door de west route van scheepvaartroute heen, tussen de grote schepen door



we willen namelijk niet rechtstreeks naar Djibouti varen, omdat we dan toch wel behoorlijk dichtbij Somalie komen.
En zo doemt een kleine 14 dagen na ons vertrek uit Uligama Djibouti op uit de nevelen



Er ligt nog een Frans zeilschip, die voor ons informeert over het inklaren. Dat blijkt op donderdagmiddag niet meer te kunnen, en vrijdag is de islamitische zondag, dus we zullen nog even geduld moeten hebben. We hebben dus alle tijd om de schepen om ons heen eens goed te bekijken. We zien allerlei soorten 'Dows', het traditionele scheepstype uit deze regionen



Een van de hosselaartjes hier, die zich agent noemt, regelt uiteindelijk voor de zaterdagmorgen een covidtest bij ons aan boord. En zo komt de uiterst vriendelijke bioloog Dr. Hamid (de arme man is doodsbang voor water) ons de test afnemen















Als we op zondagmorgen negatief getest hebben kunnen we dan toch eindelijk officieel inklaren in Djibouti. De mensen zijn bijzonder aardig en de procedure verloopt snel. Als dat achter de rug is volgt de gang naar de Telecomorganisatie in de stad voor een simkaart en als we die ook hebben zijn we helemaal klaar voor Djibouti. We lopen dus meteen de stad in om een eerste indruk te krijgen.











Het is hier warm, en het is na de middag, dus de mensen trekken zich terug in de schaduw en kauwen quat (of khat)



de bladeren waarvan een lichte roes schijnt uit te gaan. Het is zeer rustig op straat











Als we twee dagen later opnieuw naar de stad gaan, maar dan voor het middaggebed dan heerst er een hele ander ambiance























Djibuti, hebben we inmiddels van diverse zeer toeschietelijke taxichauffeurs begrepen, beschouwt zichzelf als een deel van Somalie, de bevolking, de taal, de godsdienst en de cultuur zijn hetzelfde en in de koloniale tijd heette dit gebied ook 'Frans Somalie'. Er wordt hier daardoor ook nog steeds, naast Somalisch en Arabisch, veel Frans gesproken. Het belangrijkste verschil met het grote buurland is, dat het hier behoorlijk veilig is. In 1977 is het land onafhankelijk geworden en tegenwoordig is het door zijn grote haven een commercieel knooppunt voor Oost-Afrika. Djibouti fungeert als een van de belangrijkste doorvoerhavens voor Ethiopie, dat zelf geen toegang tot de zee heeft. Desondanks is Djibouti een arm land (40% werkloosheid, 80% jeugdwerkloosheid), hetgeen je op straat ook merkt aan het feit dat er regelmatig gebedeld wordt. Er worden hier wel verkiezingen gehouden, en er is een parlement



maar de president heeft het inmiddels zo geregeld dat hij nu al voor de vierde keer herkozen is, en hij benoemt ook de premier, dus hij heeft wel erg veel macht. Meer dan 90% van de bevolking is islamitisch, en we zien hier dus ook overal moskeeen. De vrouwen kleden zich uiteenlopend, van geheel bedekt tot geheel onbedekt. De meesten hebben kleurige lange jurken aan en groeten ons vriendelijk.



We zien veel vrouwen ook alleen over straat lopen en in groepjes samen buiten zitten in de middag. Wij ervaren het land vooral als bijzonder vriendelijk en gastvrij en de mensen als vrolijk en toeschietelijk. Kortom: wij zijn na 10 jaar omzwervingen weer terug in Afrika, en wij voelen er ons zeer wel bij





De Rode Zee

We vertrekken met de dageraad uit Djibuti



richting de Bab el Mandeb en de Rode Zee. Het begint met weinig wind tegen, maar in de loop van de ochtend kunnen we gelukkig gaan zeilen



en we zien de woestijnachtige kust van Djibuti aan ons voorbij trekken



Als we de bocht maken om ons weer in de scheepvaartroute te voegen wordt de wind steeds gunstiger en kunnen we de gennaker zetten



Nu we in de buurt van de nauwe zeestraat van Bab el Mandeb komen zien we op de AIS de intensiteit van de scheepvaart toenemen:



Intussen passeren we enkele interessante eilandjes



En we krijgen een passagier aan boord



Verschillende piepkleine open vissersbootjes steken de zee-engte over, dwars tussen en drukke scheepvaartverkeer door



En zo passeren we nog net bij daglicht deze mijlpaal op onze tocht en varen we de Rode Zee in.
Die nacht wakkert de wind fors aan, zoals gebruikelijk in deze zeestraat, maar de wind komt van achter en omdat we het grootzeil al gestreken hadden, hoeven we alleen het voorzeil nog maar kleiner te maken, om toch redelijk comfortabel de Rode Zee in te stuiven. Onze passagier raken we tijdens de nacht kwijt: hopelijk heeft hij ondaks de harde wind een goed heekomen gevonden. De volgende dag neemt de wind geleidelijk af en die avond moet de motor bij.



Dat zal de komende dagen tot onze spijt zo blijven, afgewisseld met stukjes dat we met de gennaker weer wat kunnen zeilen.



Omdat het eindeloze motoren best wel vervelend is, besluiten we een nachtje rust te nemen bij Khor Nawarat. Dat blijkt een soort duingebied op koraal te zijn.



en hier heerst een serene, welkome rust na alle motorgestamp. Een vissertje komt nieuwsgierig kijken



en 's nachts slapen we heerlijk achter ons anker. De volgende dag gaat met het ochtendgloren het anker op



en doen we weer een stuk met de motor bij. Aan het eind van de middag gooien we ons anker uit bij het koraalrif Talla Talla Saghir



waar we de kans te baat nemen om met onze snorkels ook de onderwaterwereld te verkennen. We komen nu dicht in de buurt van Suakin, de oude havenstad van Soedan. Daarheen zetten we de volgende dag dus koers



We komen via een toegangskanaal door het rif en zien dat er hier nog altijd sprake is van havenactiviteiten



Deze blijken hoofdzakelijk te bestaan uit veevervoer, voornamelijk van schapen naar Saoedi-Arabie



We varen door naar de havenkom naast de oude stad en kijken onze ogen uit











We hadden al contact gelegd met Mohamed, de agent hier. Hij staat ons al op te wachten en Frits haalt hem meteen op met de bijboot



Deze uitermate sympathieke en behulpzame man regelt voor ons een 'walpas' en een simkaart en wij genieten nog even van het schitterende uitzicht op de vervallen oude havenstad alvorens in diepe slaap te vallen.



De volgende dag gaan we op verkenning uit. In de 13e eeuw werd Suakin bezet door Egypte en ontwikkelde zich tot de belangrijkste havenstad aan de Afrikaanse kant van de Rode Zee. In de 17e eeuw werd de stad door het Turkse leger bezet en ging een periode van grote bloei tegemoet. Er werden op het eiland grote huizen gebouwd











en de stad werd een knooppunt van karavanen



die handelswaren en pelgrims aanvoerden die via Suakin verscheept werden door de gehele Rode Zee en naar Mekka.



Met de opening van het Suezkanaal in 1866 kwam de havenstad (die nog steeds door de Turken bestuurd werd) tot een nieuwe bloeiperiode, waarbij nu ook Europese handelaren zich er settleden. Er werd een dam aangelegd tussen het eiland in het midden van de haven en de vaste wal



De stad werd een knooppunt van export van ivoor, gom, koffie, goud, senna, struisvogelveren, huiden, katoen, sesamolie en vee. Daartegenover werden er Europese (koloniale) waren, als suiker, kaarsen, zeep, rijst, kleren, bestek en metaal geimporteerd en via de karavanen verhandeld naar het Oost-Afrikaanse achterland



In 1883 werd de Suakin-spoorweg aangelegd. Maar aan dit alles kwam een einde toen in 1905 enkele tientallen kilometers noordelijker Port Sudan werd aangelegd. Suakin raakte zijn prominente positie als handelscentrum kwijt aan de nieuwe haven in Port Sudan. De handelaren en de havenwerkers verhuisden mee en Suakin kwam in verval. De huizen waren gebouwd van koraalsteen, en dat heeft regelmatig onderhoud nodig. Toen dat geleidelijk wegviel begonnen de gebouwen in te storten. En dat is de toestand waarin het eiland en het stadsdeel op de vaste wal tot voor kort verkeerden. Maar inmiddels in Suakin tot werelderfgoed verklaard en wordt en met behulp van de Turkse regering een groots restauratieplan uitgevoerd.
En nu liggen wij hier



in de havenkom naast het eiland, waar het in de oude tijd een drukte van belang moet zijn geweest van komende en gaande schepen met hun kostbare ladingen van en naar Afrika, Europa en Arabie. Tijd dus om een en ander eens van naderbij te gaan bekijken.



























































Wat onze wandeling over het haveneiland nogal onwerkelijk maakt is dat er nauwelijks andere mensen zijn. Dus als we vier vrolijke jonge mannen tegenkomen die maar al te graag op de foto willen is dat een welkome manier om een beeld te krijgen van hoe het hopelijk hier ooit weer zal worden



Nu worden we ook nieuwsgierig naar de vaste wal, dus we lopen over de - inmiddels eveneens vervallen - dam naar het dorp op de wal. In tegenstelling tot het eiland wordt hier wel gewoond en geleefd en nu maken we kennis met het dagelijks leven in een Sudanees stadje, waar deels nog steeds gehuisd wordt in de vervallen gebouwen van weleer











en waar het vervoer nog grotendeels per ezelskar gaat



We herkennen de bouwstijl van de oude luxe huizen op het eiland



met daar tussendoor hutjes uit recentere tijden







Er lopen twee kleine jongens met ons mee, waarvan de ene dolgraag op de foto wil



en de andere niet weet hoe snel hij weg moet lopen. We komen nu echt in het dorp, waar ook de markt is











Er is een graanmaalderij



er staat een vrachtwagen/bus langs de weg



hier en daar zie je een moderne pickup



er is iemand druk in de weer met een paar dieselmotortjes (om stroom op te wekken en water te pompen)



een aantal mensen zijn van riet iets aan het bouwen



er staat nog een vrachtwagen



maar niet iedereen heeft het druk







Toch missen we wat....waar zijn de vrouwen???? Er lopen er wel een paar op straat



en ook op de markt leggen we contact met een tweetal jonge vrouwen die brood verkopen, maar naar verhouding zijn het er toch bijzonder weinig. Wat we hier wel overal zien zijn, afgezien van de ezeltjes, geiten



en een soort van taxis, die ons wel handig voorkomen met hun overkapping tegen de zon



We lopen weer terug naar de waterkant, langs een moskee die duidelijk ook nog uit de oude (Turkse) tijden stamt



Op weg naar onze bijboot zien we een box, die ons eraan herinnert dat dit gebied deel uitmaakt van een deel van Afrika waar men de gevolgen van de klimaatcrisis al vele jaren voelt



En dan ligt daar weer ons eigen drijvende huis



waar we de ongelooflijke hoeveelheid aan indrukken van deze totaal andere wereld de rest van de avond op ons in laten werken.
Ik had Mohamed eerder gevraagd naar de historische achtergronden van deze bijzondere stad. Hij vertelde toen dat er hier in de buurt een museum was en dat hij ons daar graag heen wilde brengen als we dat wilden bezoeken. Nou, na alles wat we inmiddels gezien hadden wilden we dat wel heel graag. Dus spraken we de volgende dag af met Mohamed voor een museumbezoek. En zo kwamen we terecht bij het



Hier heeft een Suakinees met historische belangstelling en een stuk land een museum ingericht, waarbij hij kon beschikken over een enorme collectie foto's van het oude Suakin, daterend van eind 19e eeuw tot en met de jaren 1970. Kortom: vanaf de laatste fase van de bloei tot aan het totale verval van de stad. Hier hebben we de opnames gemaakt van de foto's waarmee we hierboven het verhaal over de geschiedenis van de stad hebben geillustreerd. Het is een uitermate eenvoudig museum, maar de grote verrassing is natuurlijk wel dat je hier, op deze afgelegen plek een museumpje kunt bezoeken dat de geschiedenis van de stad boekstaaft. Daarom laten we hier nog enkele foto's van ons museumbezoek zien



Suakin eiland in 1931 en nadat het verval definitief heeft toegeslagen



Ooit een druk handelscentrum



waar schepen af- en aanvoeren







met grote, luxe etagewoningen in Arabische architectuur.
Het museum zelf zag er zo uit







Voordeel van deze uitstap was bovendien dat we onderweg in de auto allerlei vragen aan Mohamed konden stellen. Zo kon hij ons vertellen dat hij 3 kinderen heeft, die alledrie studeren, ook zijn dochter die in Khartoem (de hoofdstad van Sudan) medicijnen studeert. Zelf bleek hij wat hij noemde 'wild life sciences' te hebben gestudeerd. Maar omdat hij daarin geen emplooi had kunnen vinden was hij agent geworden. Hij sprak vloeiend Engels en vertelde ons over zijn vreugde dat de wrede dictator Bashir was afgezet. En ondanks dat Zuid-Sudan, waar zich de grootste oliereserves van het land bevinden, zich had afgescheiden, voorzag Mohamed toch een positieve toekomst voor zijn land.
De volgende dag lijkt de wind ons de kans te bieden weer een stukje verder naar het noorden op te schuiven. Dus nemen we afscheid van deze interessante man, en maken ons op voor het volgende stuk Rode Zee. Pas in de loop van de ochtend zal de wind gunstig staan om ons anker te lichten en te vertrekken uit deze bijzonder boeiende stad. Eenmaal buitengaats, zien we een zeilboot, die er nog net zo uitziet als de zeilboten die we op de foto in het museum hadden gezien, zij het een stuk kleiner



We willen vandaag Sha'ab Towartit, een rif voor de rede van Port Sudan, bereiken, daar overnachten om morgenochtend in alle vroegte te kunnen vertrekken voor een groter traject.
Port Sudan is een grote haven, en er liggen hier in de omgeving, achter de riffen, tientallen schepen voor anker



We arriveren gelukkig nog net op tijd voordat de zon te laag staat bij het rif en ankeren tussen de koraalkoppen, naast een visbootje dat hier kennelijk ook de nacht gaat doorbrengen.
De zon komt hier al om half zes op, dus om 6 uur varen we, achter de visser en nauwkeurig onze track van gisteren volgend weer naar buiten.



We hopen morgen ergens tot de grens van Sudan en Egypte te komen. En dat is meteen ons probleem: deze grens is omstreden, en eigenlijk is volstrekt onduidelijk waar hij loopt. Sommigen beweren dat je beter helemaal niet in dit gebied kan komen, maar ja, onze route brengt ons hier nu eenmaal, en omdat er overmorgen forse tegenwind opsteekt willen we toch wel graag een goede ankerplek vinden om die wind uit te zitten. Over een gebied van meer dan 100 kilometer schijnen de Egyptenaren het de facto voor het zeggen te hebben, al staat dit gebied overal aangemerkt als behorend tot Sudan...We proberen dus een rustige 'marsa' (baai) uit te zoeken, waar geen sprake is van militaire posten en die ook nog eens voldoende bescherming biedt tegen de wind. Overdag kunnen we leuk zeilen



maar in de avond valt de wind grotendeels weg, om niet meer terug te komen. Helaas, dus maar weer de motoren aan. In de ochtend hebben we weer een bijzondere passagier aan boord



Omdat de volgende baaien militair terrein schijnen te zijn, moeten we vandaag helaas al in het begin van de middag stoppen. We gaan naar Marsa Umbeila, een volledig verlaten baai, van beide kanten beschut door een rif



Hier blijven we de eerstvolgende 4 dagen, terwijl het buiten hard gaat waaien. Hierbinnen voelen wij ons vanaf de boot en in het water deelnemers aan een fantastische Sudanese safari! De eerste middag snorkelen we op het kleurrijke, visrijke rif aan de ingang van de baai















En als we de volgende morgen wakker worden zien we het volgende tafereel



We kijken nog eens beter en we zien een complete familie dromedaris langs het strand















Onder de indruk van wat we zien zijn we de hele ochtend zoet. En dan gaan we midden op de dag als de zon hoog staat we weer naar 'ons' rif om daar uitgebreid rond te snuffelen met onze snorkels en te genieten van deze kleurrijke wereld






<











































We hadden bij aankomst in de baai al bezoek gehad van een grote roofvogel, en als we na het snorkelen zitten na te genieten zien we hem nu in vol ornaat zitten



Maar de show voor vandaag is nog niet over, want nu komt er een kudde ezeltjes over de heuvels naar de zee







De volgende dag is het weer dromedaris-tijd















De middag daarna zien we ineens een hele kudde wit-grijze dieren langs het strand bewegen...schapen??? Maar we zien geen herder. We pakken de kijker erbij en dan blijken het grote vogels op hoge poten te zijn, die langs de vloedlijn lopen.



We hebben niet meteen een idee wat dit nu zijn: zijn het een soort van kleine struisvogels? We zijn er nog niet uit en die nacht horen we dat ze opgeschrikt worden en dat ze wegvliegen. Maar de volgende dag komen er een paar terug en dan is het opeens overduidelijk: het zijn flamingo's, denken we



Later weten vogelkenners ons te vertellen dat dit niet klopt: het zijn kraanvogels!
We moeten 5 dagen 'uitzitten' tot de wind weer gaat liggen en we verder kunnen. Maar in deze bijzondere omgeving is dat totaal geen straf. Iedere dag bracht de natuur ons weer iets moois, en we voelen ons dan ook zeer bevoorrecht dat we deze bijzondere plek bij toeval hebben gevonden. Van eventuele grensproblemen merken we overigens verder niets en behalve een herder met een kudde schapen hebben we hier al die dagen geen sterveling gezien.



Bestemming bereikt!

We hebben nu nog een kleine 600 mijl te gaan naar Suez en daarna nog 320 naar het Turkse Finike, onze voorlopige eindbestemming



We zijn nu in het gedeelte van de Rode Zee aangekomen waar de heersende wind noordwest is, dus tegen. Bovendien is die wind vaak hard. Hieronder is een typische weerkaart voor het noordelijk deel van de Rode Zee afgebeeld: hoe roder de kleur hoe harder de wind. De vlaggetjes wijzen in de richting waar de wind vandaan komt en elk vlaggetje staat voor 10 knopen wind. Je ziet nu dus een plaatje waarop voor het gehele noordelijk deel van de Rode Zee er strakke noordwesten wind tussen de 20 en de 30 knopen voor gegeven. Ook zie je hier mooi het 'draaipunt' van de wind ter hoogte van Port Sudan.



Bij een dergelijk weerbericht ga je dus niet naar het noorwesten op weg! Je moet hier vooral geduld hebben, om een rustig moment af te wachten om weer een stap verder te kunnen doen. En een rustig moment betekent in dit geval geen wind en als je erg veel mazzel hebt zelfs wind uit zuidelijke richting. Je moet voor dit traject dan ook goede weerberichten hebben en veel diesel. Gelukkig hebben we die laatste twee ruimschoots: onze vriend Gerard voorziet ons dagelijks van een uitstekend 3 daags weerbericht, precies toegesneden op ons traject en we hebben veel extra jerrycans met diesel aan boord. En, heel belangrijk, we hebben geen haast.
Na de magische ankerplek van Marsa Umbeila benutten we het volgende weatherwindow om weer een forse stap verder naar het noorden te komen. We hebben ongeveer 3 dagen voor deze stap: in eerste instantie nog een beetje tegenwind, dan zal de wind wegvallen en uiteindelijk zal er zelfs harde tot zeer harde wind uit het zuidoosten komen. We varen de eerste anderhalve dag op de motor, niet onze favoriete manier van voortbewegen, maar hier de enige manier om verder te komen. Uiteindelijk komt inderdaad de zuidoostelijke wind, maar het duurt langer dan we hoopten voordat deze krachtig genoeg is om de motoren uit te kunnen zetten. Ons doel is Safaga, waar een stad is en een groot eiland voor de kust ligt, El Hashish heet het, dat mooie bescherming tegen de zuidoostelijke wind biedt. Als de wind dan later weer naar het noorden draait kunnen we een paar mijl erder varen, naar de baai 'Soma' die uitstekend beschut is tegen alle noordenwinden



We lopen precies op tijd bij Safaga binnen, want het begint heel hard te waaien uit het zuidoosten, een ongekend fenomeen, naar een plaatselijke kapitein ons later zal vertellen. We laten ons anker vallen bij de pijl, maar dat blijkt vlakbij een grote marinehaven te zijn. En het Egyptische leger is niet gediend van pottenkijkers. In de loeiende wind komen er 2 mannen in een RIB naar ons toe om naar onze papieren te vragen. De ene is van de politie, de andere kapitein van een boot die hier min of meer opgelegd ligt, nu er vrijwel geen toeristen (lees: duikers) zijn. De kapitein spreekt een aardig mondje Engels en kondigt aan dat de adminiraal van de marinebasis onze papieren zal komen inspecteren....wij vragen of we hier ook aan diesel kunnen komen en hij geeft aan dat hij later (zonder de politieagent) terug zal komen. Inderdaad komt hij later terug en waarschuwt ons dat we heir snel weg moeten, want dat het leger heel moeilijk gaat doen als ze langskomen. Ook kan hij niet zomaar bij ons langs komen. Maar we spreken af dat hij als het donker is naar ons toe komt. Dat gebeurt. Hij heet Imad, is kapitein van een van de werkloze duikersboten hier, en hij is enorm hartelijk en bereid om ons te helpen aan diesel, een Egyptische simkaart en groenten en fruit. Twee uur later is hij terug met alle boodschappen. Hij vertelt dat hij en zijn jonge gezin momenteel geen inkomsten hebben en leven van een paar dollar per maand. Toch vraagt hij geen extra geld. We zijn hem erg dankbaar voor zijn belangloze behulpzaamheid.
De volgende ochtend als het nog maar nauwelijks licht is, om 5 uur, lichten we het anker en vertrekken naar de Soma baai verderop. Zo ontlopen we gedoe met de admiraal en al is het zo vroeg in de ochtend verschrikkelijk koud hier, toch zijn we ontzettend blij als we anderhalf uur later het anker voor een strandje met strandstoelen en in aanbouw zijnde hotels in Soma laten vallen.



Hier liggen we fantastisch nu de wind naar het noorden is gedraaid en dat de komende dagen ook zal blijven doen.
Terwijl we hier liggen komt het bericht door dat er in het Suezkanaal een enorm containerschip de doorgang blokkeert...



En de daarop volgende dagen blijkt dat het schip niet zomaar weg is daar! Aan de ene kant denken wij: nou ja, wij zijn daar voorlopig nog niet. Maar anderzijds moet het natuurlijk allemaal ook niet te lang gaan duren, want wij hopen toch over een week of twee wel zover te zijn opgeschoten om erdoor te willen.
Er volgen dagen met veel wind



De wind zorgt voor enorme zandstormen om ons heen die zo nu en dan zelfs de zon bijna wegnemen, ons het zicht naar de overkant van de baai ontnemen



en die de boot bedekken met een laag woestijnzand



Ook hier komt er weer een uitermate vriendelijke Egyptenaar in zijn RIB langs om te informeren of wij nog wat nodig hebben. Said, zoals hij heet voorziet ons van nog wat extra groente, fruit en eieren. In de volgende dagen komt hij zo nu en dan even een praatje bij ons maken. En in tegenstelling tot de verhalen die de ronde doen, over graaiende Egyptenaren, hebben wij tot nu toe alleen maar ontzettend positieve ervaringen met mensen die gewoon aardig, behulpzaam en belangstellend zijn. We kunnen niet van boord omdat we hier niet zijn ingeklaard en zijn we natuurlijk erg blij met onze simkaart, waardoor we kunnen internetten aan boord en dagelijks de weerberichten kunnen binnenhalen - die ons dagenlang blijven informeren over de keiharde noordwestenwind die in dit gebied door blijft staan. En over de enorme inspanningen om het containerschip Ever Given vlot te krijgen en de blokkade van het kanaal op te heffen.



in de loop van de week zien we op internet dat het vlottrekken van het containerschip, onder andere door het Nederlandse sleepbedrijf Smit succesvol is



en dat men bezig is de file die bij het kanaal is ontstaan op te lossen door 24-uur doorvaren van de konvooien.



Hebben wij even mazzel! Juist als wij aankomen zal het kanaal ook weer vrij zijn voor kleine schepen, aldus onze agent, Captain Heebi van het agentschap Prince of the Red Sea, die ons van dag tot dag op de hoogte heeft gehouden van de ontwikkelingen rond de Ever Given.
Intussen doen wij klussen aan boord en blijft Frits vlijtig oefenen op zijn keyboard



Het gaat nu naar Pasen toe en er worden op het strand de ligbedden klaargezet voor de toeristen die kennelijk toch verwacht worden



En opmerkelijk genoeg wordt het weer in het Paasweekeind rustiger en blijken er inderdaad toeristen te komen die zich overdag met allerlei watersporten (windsurfen, kitesurfen, duiken) vermaken en die we zelfs op het strand signaleren. Het wordt nu zo rustig dat we het er zelfs op wagen om, met nog maar een beetje tegenwind, een baai naar het noorden, Maqadiq op te schuiven. Daarna wordt het nog wat rustiger



en maken we de volgende stap langs Hurghada, waar we constateren dat vrijwel alle duikersboten niks te doen hebben



We varen langs de prachtige riffen, waaraan Hurghada zijn populariteit als duikparadijs ontleent



terwijl intussen ook de eeste boortorens opdoemen



Aan het eind van de dag laten we ons anker vallen in de baai van Umm el Kiman, van waaruit we gaan proberen in een keer door te stoten naar Suez.
Om deze tocht onder zo gunstig mogelijke omstandigheden af te leggen, steken we over naar de Sinai kant van de Golf van Suez, omdat de wind daar wat gunstiger staat en omdat we er stroom mee zullen hebben. En zo varen we twee dagen langs de prachtige Sinaikust







We zien ineens hoe de reflectie van het rode zandsteen en het waas van zand voor de zon de Rode Zee rood kleuren



Aan de zeezijde komen we nu door grote velden met boortorens



Helaas moeten we wel het hele stuk motoren, want de windshift naar het zuiden, die we verwacht hadden, blijkt wel zo licht te zijn (2 knopen) dat we daarop nog weken onderweg zouden zijn geweest naar Suez. Zo komen we op de motor na 2 nachten doorvaren langs de Sinaikust in het ankerveld van de schepen die inmiddels weer liggen te wachten op een normale doorvaart







Als wij in de vroege ochtend arriveren bij de ingang van het kanaal (waar ook de 'jachtclub' is waar wij onze agent zullen treffen) is men juist bezig met het klaarmaken van het ochtendkonvooi



Onze vlag vertelt het verhaal van de wind die we de afgelopen weken hebben gehad



We worden welkom geheten en bij het afmeren geholpen door Karkar, de man die hier als havenmeester fungeert en door onze veelgeprezen agent, Captain Heebi. We blijken in goede handen gevallen te zijn. Captain Heebi



gaat direct aan de slag met het papierwerk voor de Suezkanaal doorvaart en Karkar komt met een cadeau:



En dan is er nog de oude Said, die boodschapjes voor ons doet: brood, groente, fruit... Want we mogen ook hier niet van het Yacht Club terrein af, omdat we niet zijn ingeklaard in Egypte en dat ook niet gaan doen. Maar we hebben niets te klagen hier: we hebben uitzicht op de grote schepen die vlak langs komen en we worden uitstekend verzorgd. Captain Heebi komt langs met een doos taart... het kan niet op hier! Op een dag komt hij langs met zijn dochtertje voor wie wij nog een paar leuke cadeautjes (kleine flesjes nagellak)hebben



Karkar komt elke dag met iets leuks: zo komt hij langs met een heerlijke lunch met falafel, die we gezamenlijk opeten.



We praten veel met hem, en hij vertelt ons van alles over het leven in Egypte. Hij spreekt heel aardig Engels, dat hij vertelt te hebben geleerd van de passanten (hij werkt al vele jaren op de haven). Dat is des te knapper als blijkt dat hij als gevolg van dyslexie niet kan lezen en schrijven. De laatste dag voor vertrek komt hij met een doos vol baklava



We waren er al over geinformeerd dat de Suezkanaalauthoriteit de passagekosten van zuid naar noord per 1 maart met maar liefst 950 dollar heeft verhoogd! Daarmee is de doorvaart van dit kanaal plotseling nog een stuk duurder dan die door het Panamakanaal. Er worden door de agenten processen tegen gevoerd, maar daar hebben wij nu niks aan: we zijn niet van plan om tot sintjuttemis te gaan wachten op de uitspraak. We kunnen 2 dingen doen: terugvaren en rond Kaap de Goede Hoop naar Europa gaan of die centen neertellen...het zal duidelijk zijn dat het eerste geen optie is, dus gebeurt het tweede.
We zullen in twee etappes, op maandag en dinsdag het kanaal doorgaan, met een tussenstop in Ismailia. Het is hier al vroeg licht (5.30) en om 6 uur is de loods paraat en vertrekken we meteen. We nemen hartelijk afscheid van onze vriend Karkar en Captain Heebi en daar gaan we! Het konvooi naar het noorden vaart ook al en wij voegen in aan de buitenrand van het kanaal.







Hier varen we door het eerste, smalle stuk, waar 10 dagen geleden nog de Ever Given het hele kanaal blokkeerde. Wij worden regelmatig door schepen van dezelfde omvang ingehaald







Maar er varen hier ook andere bootjes



Onze loods gaf meteen al aan wel te willen sturen. En dat houdt hij de hele verdere dag vol: een hele nieuwe vorm van autopilot. Al tuffend komen we op de Bittermeren



en gaan we uitkijken naar de Ever Given, die hier ergens moet liggen... en ja hoor: daar doemt uit de zand-mist het wereldnieuws voor onze neuzen op







Verder is het eigenlijk best saai: voor het merendeel liggen er hoge zandwallen langs het kanaal waar wij niet overheen kunnen kijken. De grote schepen blijven ons met regelmaat inhalen en vanaf de Bitttermeren komen ze ons nu ook tegemoet met het noord-zuid konvooi



In het volgende stuk ligt een pontjesbrug langs de kant



die men in geval van calamiteiten naar de overkant kan varen om het kanaal te kunnen oversteken. Rond 2 uur in de middag arriveren we in Ismailia, waar de boot aan de kade van de Yacht Club kan afmeren en kan de loods naar huis



De volgende ochtend blijkt dat er eerst een Brits oorlogsschip door het kanaal komt, en bij militaire verplaatsingen mogen kleine schepen niet varen. Normaal moet je dan een dag wachten, maar kapitein Heebi heeft geregeld dat wij alsnog om 10 uur, als het oorlogsschip voorbij is, mogen varen. Vandaag is ook de ramadan begonnen, en dat betekent voor onze loods van deze dag een zware dag: hij zal tot bijna zonsondergang onderweg zijn, en dan nog terug moeten reizen van Port Said naar Ismailia om daar het breken van de vasten te vieren in familiekring. Om 10 uur is hij er en is het oorlogskonvooi inderdaad gepasseerd, dus kunnen wij vertrekken. Wij proberen zoveel mogelijk te eten en te drinken buiten de waarneming van onze loods. Ik heb veel bewondering voor het feit dat hij het de hele, saaie dag volhoudt, zonder eten en drinken, alleen bij het middaggebed spoelt hij zijn mond met water. In deze gortdroge omgeving is dat beslist een grote uitdaging. De tocht verloopt verder saai: het ene na het andere grote schip passeert en soms is er dan een klein bootje dat moet roeien voor z'n leven







Dit is duidelijk een arrangement voor de schepen die van noord naar zuid varen



Bij het passeren van dit pontje lijkt het warempel wel alsog we in het Noordoostzeekanaal zijn



We passeren een prachtige brug, waar echter geen verkeer op te bespeuren valt







Onze loods vertelt dat hij gesloten is, omdat de authoriteiten bang zijn dat iemand er een bom vanaf gooit! De zon staat al laag, als er ineens een boot langszij komt (we zijn bijna aan het eind van het kanaal). Daar springt de loods op en we kunnen hem nog net aanwijzingen vragen waar we nou precies verder heen moeten....de mannen op de boot willen geld (bakshish, cadeautje) van ons, maar dat gaan we dus even niet doen. En zo varen we met de ondergaande zon het Suezkanaal uit



de Middellandse Zee op.



We ankeren in een zijkanaaltje, om nog even uit te rusten van deze saaie, maar wel vermoeiende motortocht. De volgende ochtend met ochtendgloren gaat het anker weer op en varen we de Middellandse Zee op voor de laatste 320 zeemijlen van deze tocht, naar Finike in Turkije.
We blijken een passagiertje mee te hebben



De eerste 24 uur kunnen we heerlijk zeilen, eindelijk weer! Helaas valt de wind dan toch weer weg en moeten we de laatste dag en nacht op de motor. En dan....zien we....sneeuwtoppen voor ons opdoemen



De temperaturen zijn er ook naar trouwens. We hebben weer lange broeken en Frits zelfs een warmtepak aan!
We varen de haven in waar behulpzame handen ons helpen afmeren op de quarantaineplek, waar we nu 7 dagen in isolement zullen doorbrengen totdat we een coronatest zullen krijgen en Turkije binnen mogen. Er komen verschillende belangstellende zeilers uit de haven bij ons langs. Zij en onze vriendelijke agent Samet doen boodschappen voor ons en we komen hier niets te kort! Turkije: here we are.

Hier komt een einde aan onze laatste grote oceaanoverzeiling.



Na bijna 11 jaar zijn we nagenoeg de wereld rond, en eindigt hier onze wereldomzeiling. We gaan nu rustig verder bekijken wat we gaan doen...alles is open!


Turkije

We zijn intussen alweer een aantal weken in Turkije. Na onze quarantaineperiode in Finike zijn we langzaam naar het westen gaan varen. We hebben geen haast meer en willen uitrusten van de reis die we achter de rug hebben en die ons niet in de koude kleren is gaan zitten.
Was het toen we in april in Finike aankwamen nog behoorlijk fris (vooral in de nachten), inmiddels is het volop zomer geworden en hebben we weer temperaturen waar we blij van worden.
Onze eerste stop is Kekova Roads, een prachtig beschut gebied met talloze baaien en inhammen om te ankeren. We gaan voor anker in een baai van waaruit we met de bijboot een leuke grot bezoeken







In de grot woont een grote vleermuizenkolonie, die helaas in het donker binnen moeilijk te fotograferen valt



Intussen blijkt de coronapandemie in Turkije zwaar toe te slaan. Zozeer dat er een totale lockdown van 3 weken wordt afgekondigd. De mensen mogen alleen nog te voet naar buiten naar de dichtstbijzijnde winkel om inkopen te doen. Dus je mag ook niet meer met de bijboot weg...En hoewel deze regels niet voor toeristen (zoals wij) gelden, houden wij ons de komende weken ook maar een beetje rustig. Wel kunnen wij dus met de bijboot weg en dat doen we ook zo nu en dan.



We maken enkele wandelingen in de omgeving, om te beginnen naar een oud fort op een heuvel















Een andere wandeling voert ons rond de baai waar we voor anker liggen



langs enkele ruines van ronde bouwsels: oude wachttorens misschien?



Onderweg zoemt en gonst het om ons heen dat het een lieve lust is. Sommige zoemertjes zien er ook nog eens heel mooi uit



Waar zie je zulk prachtig diep-emerald-kleurig zeewater?



Overdag brandt de zon best al fel. Deze landschildpad is er dol op



Onze wandelingen voeren ons vaak over rotsige geitenpaadjes.



Mijn (enigszins oude) wandelschoenen hebben het er moeilijk mee



Onze volgende expeditie betreft de graftombes en rotsgraven bij het dorpje Ucagic. Het vroegere dorpje ((Teimiussa) is grotendeels onder water gekomen waardoor er een tombe midden in het water staat



Vanuit de bijboot gaan we op zoek naar de overige tombes



en naar een plek om aan wal te kunnen



Over land is het nog niet zo eenvoudig om deze plek terug te vinden, maar na wat zoeken lopen we tussen de graftombes door



en zien we vlak boven ons een rotsgraf



Sommige tombes hebben 'voor de deur' zelfs een zitje:



Hoewel deze graven en tombes waarschijnlijk door het Lycische volk zijn gemaakt zijn de opschriften in het Grieks



waardoor duidelijk blijkt dat dit volk nauwe aansluiting had bij de klassieke Griekse beschaving.
We zijn hier vlakbij Demre. Demre (in de antieke oudheid Andraki genaamd) is de haven bij Myra, de stad waar Sint Nikolaas rond 300 na Christus bisschop was. Wij besluiten om Sinterklaas een bezoekje te brengen. We varen in de bijboot eerst een stukje over open zee en dan komen we in een riviertje.



waae we afwisselend tussen de hoge rietkragen en enkele werfjes doorvaren



Het is een leuk tochtje, een aantal kilometers het riviertje op. Tot we bij een watervalletje komen, waar we niet meer verder kunnen. Hier maken we de bijboot vast en vervolgens lopen we nog enkele kilometers naar het plaatsje Demre.



Hier is de bisschopskerk van Sinterklaas te vinden en die willen we bezoeken. Het hele gebied is door verzilting van het riviertje waar we net doorheen zijn gekomen, door de tijden heen opgehoogd. Daardoor ligt ook de bisschopskerk nu onder de grond.







Het blijkt een grote opgraving te zijn, waar nog steeds aan gewerkt wordt. Het is hier nog steeds lockdown, en daardoor is het zeer rustig rond de kerk: alleen een paar Russische (Oekrainse?) toeristen zijn hier ook. Dat laatste is niet zo vreemd, want Sint Nikolaas is in de Russisch Orthodoxe kerk een zeer belangrijke heilige




Sint Nikolaas is bij ons natuurlijk vooral bekend als beschermer van de kinderen. Maar hij heeft een veel breder werkterrein. Hij is ook de beschermheilige van Sint-Nikolaas is de beschermheilige van schippers, scheepsbouwers, vissers, gevangenen, onschuldig veroordeelden, advocaten, deurwaarders, bankiers, dokwerkers, graanhandelaars, kuipers, wijnhandelaars, schilders, parfumeurs, apothekers, bakkers, geestelijken, vrijers, prostituees en kooplieden. Het is een imposante lijst! Na onze wereldreis lijkt het ons dan ook zeer toepasselijk deze beschermheer met een uitgebreid bezoek te vereren.







De kerk is prachtig gerestaureerd en er zijn verschillende muuurschilderingen te zien











We wandelen door de kerkgangen



en we zien de Griekse motieven in de stenen







maar ook de christelijke symbolen



en de prachtige mozaieken







We zien op het kerkplein nog iets anders leuks: een standbeeld van Sinterklaas omringd door kinderen. En wat heeft hij over zijn schouder?



De zak van Sinterklaas! Onze conclusie: hij had helemaal geen knecht nodig om die zak te dragen, dat deed hij gewoon zelf!
We lopen het kerkterrein af en gaan via de markt



weer terug richting de bijboot. Maar alvorens terug te varen bezoeken we nog het prachtige museum over de Lyciers. Het is deels een openluchtmuseum gesitueerd rond de opgraving bij de oude Lycische havenstad. We wandelen langs het pad dat ons langs de opgravingen van het antieke havenstadje voert en zien de overblijfselen van de badhuizen







en de tempel



en de gebouwen rond de haven











inclusief de graanpakhuizen



en een artist impression van hoe dit er in het verleden kan hebben uitgezien



Vervolgens gaan we het museum binnen, waar een uitgebreid verhaal in 6 thema's wordt verteld over de Lycische cultuur. Er mag binnen niet gefotografeerd worden, waardoor we helaas nauwelijks beelden van deze prachtige tentoonstelling kunnen laten zien. We leren hier veel over de Lyciers: hun cultuur dateert al van circa 2000 voor christus. Het was een zeevarend volk dat wellicht op de kust van Klein-Azie is geland vanuit Kreta. Op den duur sloten ze zich aan bij de Grieken (dit valt ook te zien aan hun schrift)



Hun omgeving had vaak te lijden onder natuurrampen, vooral aardbevingen kwamen (en komen) in deze omgeving veelvuldig voor



Ze moeten wel per schip vanuit Kreta naar de vaste wal zijn gekomen en ze bleven ook zeevaarders: de overblijfselen van de haven, die we zojuist buiten hebben kunnen zien wijzen daar ook al op. Erg grappig vinden we het anker dat er hier tentoon wordt gesteld





Terugblik op de tweede helft van 2021

Op veler verzoek pakken we de draad van onze belevenissen via deze blog weer op.

Eindelijk konden we wat varen in Turkije, al waren we niet echt erg ambitieus na onze enorme hoeveelheid zeemijlen in het eerste kwartaal. Toen we in Kekovaroads ankerden viel me de naam van een ander schip op, dat vlakbij ons lag: Imagine2 (spreek uit: 'Imagine square') ...gebruiken wij niet als jarenlang een electronische zeekaartenset met die naam????



Die mensen moeten we maar eens even opzoeken. Als we met de bijboot langszij komen en vragen of zij de mensen van die kaartenset zijn worden we enthousiast begroet en inderdaad: zij zijn het! Ze hebben die kaarten destijds gemaakt toen ze in de San Blas achipel in Panama rondtoerden en inderdaad daar ergens is hij ook bij ons beland. Het blijken leuke mensen te zijn die al een jaar in Turkije bivakkeren en die er nu op hun vaccinatie wachten. Dat is voor ons niet weggelegd, omdat wij hier op een toeristenvisum zijn, en daarom reizen wij in juni en juli twee keer naar Nederland, terwijl onze nieuwe vrienden op onze boot passen.
Omdat de vertrektijden van onze vluchten uit Turkije nogal vroeg in de ochtend zijn, logeren we de (halve) nacht voor vertrek in het Guesthouse van Sevde en Ferhat, een jong stel dat ons een gastvrij en super gezellig onderkomen biedt vlakbij het vliegveld en ons dan ook nog op tijd ter plekke aflevert



Wanneer we in Goceck de PCR-test voor onze tweede vaccinatiereis gaan doen, ziet Frits ineens iets bekends...



als je in je leven 65 jachten hebt gebouwd, dan kom je er nog wel eens eentje tegen...hier de Neverland een van de grootste projecten van Jachtwerf du Bois







Ze ziet er na bijna 25 jaar nog steeds uitstekend uit.

Tijdens ons tweede bezoek in Nederland blijkt het niet zo goed te gaan met mijn vader van 94. Bij mijn vertrek neem ik een foto van hem, heerlijk in het zonnetje in de tuin, met het voorgevoel dat dit wel eens de laatste keer kan zijn dat we elkaar in levenden lijve gezien en gesproken hebben...



Terug in Turkije is het vakantie voor de kinderen en de kleinkinderen: ze komen allemaal op bezoek























Helaas bereikt ons dan het bericht dat mijn vader is overleden. Het komt niet onverwacht, maar het is natuurlijk toch wel een droevig moment. Gezien het feit dat de (klein-)kinderen er nog zijn, besluiten we dat ik terugreis naar Nederland voor de crematie en dat Frits aan boord met hen de vakantie afrondt.

Als ik enkele dagen later aan boord terugkeer is het tijd om ons vertrek uit Turkije te gaan organiseren: ons toeristenvisum van 90 dagen loopt af, maar Griekenland is op dat moment nog steeds vanuit Turkije gesloten...Er zijn echter berichten dat het land zeer binnenkort zal opengaan. Wij kunnen daar helaas niet op wachten en klaren formeel uit naar Malta, en daarmee gaan we (formeel) in transit Griekenland in. Daar zien we dan wel hoe de zaken verder lopen. En zo zeilen we op de laatste dag van onze Turkse visa Griekenland in. 2 Dagen later gaat Griekenland dan eindelijk toch open vanuit Turkije en varen wij door naar Astipalaia



waar niemand ons verder controleert en we de Bella Ciao voor het eerst in 11 jaar weer in Europa voor anker leggen



Het is een schilderachtig, typisch Grieks Cycladen-eiland























Bovendien: hier in de Cycladen is er ook weer wind, en dat betekent dat Frits eindelijk zijn kites kan uitpakken







Er wacht binnenkort nog een weerzien: ons zusterschip, de Safari, is vanuit Sicilie ook naar Griekenland gezeild, en we willen elkaar bij Andiparos gaan treffen. Andiparos is bovendien voor ons een bijzondere plek, omdat hier, 13 geleden, Frits gegrepen werd door het kitesurf-virus. Hij heeft er lang naar uitgezien om hier nu zelf op de plank te staan. Dus zeilen we naar Andiparos en meteen zien we een golvende zee van kites opdoemen.



Een dag later zien we in de verte de Safari aankomen: hoe bijzonder dat we na al die jaren de zusterschepen weer naast elkaar kunnen neerleggen!















En natuurlijk: elkaars boten fotograferen







Na een paar dagen bijkletsen, kijken en vergelijken van de zusterschepen en veel gezelligheid op het water











besluiten we richting west te gaan zeilen.
Natuurlijk maken we onderweg foto's



Het zijn geen lange tochtjes, en zo komen we al eiland-hoppend in Serifos. Dit eiland staat onder andere bekend om zijn schilderachtige Chora (hoofdplaats) bovenop de berg met uitzicht over het hele eiland. Dat willen we natuurlijk zien, dus klimmen we midden overdag, in de brandende hitte, helemaal naar boven



br>










En de inspanningen zijn niet voor niets















De volgende dag is Wouter jarig, en dat vieren we geheel in stijl met zelfgebakken baklava



We liggen weer gezusterlijk samen



en 's avonds zien we vanuit de taverne aan het strandje de zon ondergaan







Na het gezellige verjaardagsetentje varen we weer door, richting de vaste wal







Er staat hier vaak weinig wind, dus de code zero van de Safari doet goede zaken



We zijn op weg naar Nafplion, de oude hoofdstad van de Peloponnesos, waar Paula kitesurflessen zal gaan nemen! Onderweg bezoeken we de grotten van Khilada



en dan gooien we onze ankers uit bij Nafplion



waar door de thermiek van de opgewarmde landmassa van de Peloponneses 's middags een leuk windje staat voor het kiten



In de ochtenduren is het erg rustig, zodat we Frits de mast in kunnen hijsen om ons ankerlichtje te repareren







Als Paula eenmaal de eerste beginselen van het kitesurfen onder de knie heeft is het tijd om voor haar een kiteset te gaan kopen: met een huurauro maken we een reisje naar Athene.



En omdat we nu toch een auto hebben gaan we de volgende dag naar Archos, waar we de oude burcht bezoeken











en het even verderop gelegen amfitheater















Omdat de voorstellingen in de oudheid soms lang duurden, waren er speciale zetels waar men tijdens het kijken zijn behoeften kon doen



De volgende dag is het tijd om de nieuwe kite van Paula te gaan uitproberen



Het wordt tijd om afscheid te gaan nemen: Wij gaan op zoek naar een geschikte winterstalling voor de Bella Ciao en Wouter en Paula gaan op weg naar Sicilie, waar zij de winter gaan doorbrengen.
Wij vinden een zeer geschikte plek, waar de boot op de wal kan blijven, in Galatas, tegenover het eiland Poros in de Sarronische Golf. Hier, op de Kalypsowerf, bij Michael en Daniela kunnen we de boot met een gerust hart achterlaten. Intussen zijn we Rolf en Mariana, oude kitebekenden tegengekomen, die op dezelfde werf hun boot gaan achterlaten. De dagen worden steeds korter



het is zo nu en dan koud en wij maken onszelf en de boot klaar voor een verblijf op de kant. Michael haalt de boten eruit vanaf het strand op een door hemzelf gebouwde botenkar en dat is best een spannende actie. Als eerste gaan onze vrienden



en daarna zijn wij aan de beurt



De hele actie gebeurt met grote zorgvuldigheid en doordat Frits en Rolf de zaken goed hebben voorbereid, verloopt alles gesmeerd en zonder problemen. De daarop volgende weken doen we diverse klussen aan de boot en daarna vertrekken we naar Nederland.

Eenmaal in Nederland gaan we op zoek naar een bootje, waarop we kunnen verblijven en waarmee we wat kunnen varen als we daar zin in hebben. En zo lopen we tegen de Cocoon aan: een LM27, die aan onze wensen voldoet. Dit gaat ons Nederlandse kokonnetje worden in de toekomst















Na 11 winters in de tropen willen we eigenlijk niet een hele winter in Nederland blijven. Daarom hebben we het volgede plan opgevat: een vriendin van ons heeft het huis van haar oma ge-erfd, op Bonaire, dat nodig onderhoud behoeft. Dat willen wij graag doen in ruil voor verblijf in het mooie, maar wel oude traditionele Boneriaanse huis Kinta Nini genaamd







Zij is er blij mee en wij ook, dus wij vliegen voor de wintermaanden naar Bonaire. Hier is alles al in kerstsfeer







Maar er is ook werk aan de winkel: op het afdakje boven de veranda is een hele daktuin met cactussen en troep ontstaan:



dat moet weg, voordat de hele boel doorzakt. En ook het termietennest op het dak moet weg



En zo ontstaat er een klussenlijst, waarmee wij dagelijks aan de slag gaan.
Intussen organiseren we vervoer







en genieten we volop van dit vriendelijke eiland en zijn mooie natuur















Van hieruit wensen we iedereen een harmonieus en gezond 2022.


Met dank voor de foto's van Daniela en Wouter en Paula

[juni 2022]

[juli 2022]

[aug 2022]

[sept 2022]

[okt 2022]

[nov 2022]

[2021]

[2020]

[2019]

[2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2012/13]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten