het schip


Juli: IndonesiŽ in en uit

Deze maand moeten we onze definitieve visa voor IndonesiŽ regelen, want we hebben nu slechts een visum voor 30 dagen. Dat moet je doen via een Indonesische ambassade in een buitenland. Daarvoor moeten we dus eerst formeel het land verlaten. Dat gaan wij in Ambon doen. Daarna gaan we naar Dili, Oost-Timor, of Timor Leste, waar een Indonesische ambassade is. Daar vragen we dan een halfjaarvisum aan, hetgeen ongeveer drie dagen tijd in beslag neemt. Als dat eenmaal geregeld is, dan varen we naar Kupang in Indonesisch Timor om weer in te klaren.



Dus vertrekken we van Banda Neira naar Ambon. Afgezien van het feit dat we daar moeten uitklaren zijn we ook benieuwd naar dit deel van de Molukken. Immers, ook hier ligt een groot, en gevoelig stuk van onze koloniale geschiedenis, waaraan Nederland nog altijd herinnerd wordt door de Molukse bevolkingsgroep. Veel Molukkers dienden in het Nederlands Indisch Koloniaal leger (KNIL). Toen na de oorlog de nationalistische leiders Soekarno, Mohammed Hatta en Sutan Sjahrir



de onafhankelijke Republiek IndonesiŽ proclameerden, begon Nederland een oorlog hiertegen



Zoals elke oorlog, ging ook deze oorlog gepaard met oorlogsmisdaden en andere gruwelen



Er vielen aan Nederlandse militaire kant ruim 4700 doden en tienduizenden burgers lieten het leven; aan Indonesische kant vielen minimaal 100.000 (militaire- en burger-)doden te betreuren. Nederland verloor onder druk van de internationale gemeenschap, deze oorlog definitief in 1949 en werd daarmee gedwongen de onafhankelijke Republiek te erkennen. Maar de Indonesische KNIL-militairen hadden op dat moment natuurlijk wel een probleem: zij hadden tegen hun hun eigen mensen gevochten



en dat betekende dat er voor hen eigenlijk geen plaats was in het onafhankelijke IndonesiŽ. Hoewel er aanvankelijk de hoop onder hen leefde dat zij een eigen, onafhankelijke Molukse Republiek (RMS) zouden krijgen, bleek deze hoop al gauw niet realistisch. Zij waren in Nederlandse krijgsdienst en kregen het dienstbevel met hun gezinnen naar Nederland te gaan. Daar werden zij gedemobiliseerd en bij aankomst plompverloren ontslagen. Deze in totaal 12.500 Molukkers werden in vaak zeer erbarmelijke omstandigheden (vaak in voormalige interneringskampen) opgevangen, en zij moesten leven van een soort van steunregeling, die totaal onvoldoende was om een normaal bestaan in Nederland op te bouwen.

Op naar Ambon dus met de Bella Ciao. Bij aankomst is het druilerig weer en daarmee toont de prachtige beschutte baai van Ambon zich van een minder positieve kant: we varen door een plastik zee



Ook in Ambon is de bevolking vanuit religieus oogpunt gemeleerd: er is een grote christelijke bevolkingsgroep (hieronder ook de Ambonezen die vroeger in Nederlandse dienst waren en naar Nederland kwamen na de onafhankelijkheid) en een ander deel van de bevolking is islamitisch. Waar wij ankeren staat een grote kerk



Als we eenmaal goed en wel liggen gaan we op weg, op zoek naar de uitklarigsauthoriteiten, maar meteen de stad verkennen. Het levert een veelheid aan beelden op























waarbij we hier en daar opmerkelijke stukjes taal-erfenis uit de Nederlands-koloniale tijd tegenkomen



en natuurlijk is er hier ook een groots en schitterend moskee-complex



En een bezoek aan gezellige, goed voorziene markt is natuurlijk een must



Een familielid van ons is een nazaat van de groep Molukkers die na de onafhankelijkheid naar Nederland zijn gekomen. Wij willen de kans te baat nemen om op zoek te gaan naar haar roots. Haar opa is afkomstig van het buureilandje van Ambon, Haruku. En omdat we daar niet met onze eigen boot terecht konden, gaan we op een dag op expeditie naar het dorpje Oma op Haruku. De tocht begint met een bustocht







Met het busje komen we in het paatsje aan van waaruit de bootjes naar Haruku afvaren. De buschauffeur weet gelukkig welke steiger we moeten hebben en zet ons daar af.



Ons Bahassa Indonesia is nog niet zo goed, al komen we al een heel eind met ons woordenboekje en veel gebaren. Maar gelukkig zijn er ook heel vaak Indonesiers die Engels kunnen, en maar al te graag hun taal willen oefenen en ons daarmee dus mooi kunnen helpen. Op die manier wordt er in de haven een kapitein aangesproken en uitgelegd wat wij willen. Hij wil ons wel overzetten en zal dan aan de overkant vervoer voor ons regelen naar het dorpje Oma. Daar gaan we dan!







Na een half uurtje tuffen kan het anker gedropt worden in de haven van Haruku.



Op de kade staan groepjes mensen



en onze kapitein regelt twee jongens met eenbrommer, die ons naar Oma gaan brengen.



We maken een prachtige tocht over de bergen door het tropisch regenwoud naar het dorpje Oma.







En daar gaan onze brommerchauffeurs voortvarend rondvragen waar we moeten zijn. We rijden een stukje verder door het dorp







en zo worden we uiteindelijk een stijl pad opgereden, tussen enkele huisjes door



en dan staan we plotseling oog in oog met Pede, de broer vanhaar opa.



Er worden thee en koekjes aangerukt en met het woordenboek en een stamboom reconstrueren we, gezeten op de veranda bij Pede



de familiebanden. Hoe bijzonder! We zijn allemaal onder de indruk van dit treffen. Na adresgegevens uitgewisseld te hebben, vertrekken we weer met onze brommer taxis naar de haven en stappen in het bootje van waaruit we een laatste blik werpen op Haruku, waar wij 70 jaar na dato aan de andere kant van de wereld, de gezochte familie hebben gevonden!



Na deze bijzondere expeditie klaren we uit in Ambon en vertrekken we naar Dili, de hoofdstad van het sinds 2002 onafhankelijke land Oost-Timor. De tocht verloopt redelijk voorspoedig en zo arriveren we in de grote baai waarin de hoofdstad is gesitueerd, met, zoals op veel plekken waar de Portugezen ooit de scepter zwaaiden, een groot Jezus-beeld op een berg dat de baai overziet.



We ankeren voor het regeringsgebouw en klaren in. Dat is hier een zeer relaxte aangelegenheid, met veel vriendelijke mensen. Als snel merk je aan van alles dat de Portugezen hier tot 1975 de baas waren



maar ook spreken veel Oost-Timorezen nog wel een mondje Portugees, hetgeen voor ons toch net wat makkelijker is dan Indonesisch. We nemen een taxi naar de Indonesische ambassade om het visum te gaan regelen. En daar worden we dan meteen geconfronteerd met de niet erg vriendelijke verhoudingen tussen Oost-Timor en IndonesiŽ. De uitemate onvriendelijke juffrouw aan het visumloket laat ons tot twee keer toe een dag later terugkomen alvorens we uiteindelijk de aanvraag 'mogen' indienen. Uiteraard heeft dit een historische reden. Direct na de Portugese Anjerrevolutie die onder meer leidde tot de onafhankelijkheid van alle Portugese kolonies, bezette het Indonesische Soeharto-regime het kleine land. Dit leidde tot een zeer langdurige en bloedige bevrijdingsstrijd tegen het Indonesische bezettingsleger, die naar schatting zo'n 250.000 van de naar schatting ruim 1 miljoen Oost-Timorezen het leven kostte. En groot deel van de rest van de bevolking sloeg op de vlucht naar het Indonesische deel van het eiland. Uiteindelijk werd er, na het aftreden van de dictator Soeharto onder auspiciŽn van de Verenigde Naties in 1999 een referendum gehouden, waarbij een grote meerderheid van de Oost-Timorezen voor onafhankelijkheid stemde. In reactie op deze uitslag organiseerden de Indonesische militairen een totale vernietiging van de infrastructuur (wegen, electriciteit, watervoorziening) en voorzieningen (huizen, irrigatiesystemen, scholen) in het land. Een paar weken later maakte een VN-macht, onder leiding van Australie een einde aan de gewelddadigheden, waarna uiteindelijk op 20 mei 2002 Oost-Timor internationale erkenning kreeg als onafhankelijke natie



Hoewel er in de daarop volgende jaren zo nu en dan nog spanningen waren, kon de wederopbouw van het land in 2002 beginnen. IndonesiŽ heeft natuurlijk een enorm gezichtsverlies geleden, en de IndonesiŽrs die nog in Oost-Timor wonen en die wij gesproken hebben zijn dan ook over het algemeen zeer negatief over het land. Wij kunnen deze opinie niet onderschrijven, maar veronderstellen dat de onaangename atmosfeer op de ambassade mede door deze geschiedenis veroorzaakt wordt. Overigens hadden we uiteindelijk na drie dagen onze visa. Intussen konden wij wat rondkijken in Dili, bezochten we het verzetsmuseum



waar we met ontzetting de gruwelijke beelden bekeken van de Indonesische onderdrukking (helaas bleken we niet te mogen fotograferen in het museum)







En we wandelen rond door de stad en de parkjes, waar we zien hoe de Oost-Timorezen, jong en oud inmiddels ontspannen en blij genieten van hun vrije zondagmiddag







En zelfs is er intussen sprake van een pride-viering



Kortom, hoewel zeker nog niet alles goed gaat in dit nieuwe land (er is nog altijd een hoge werkloosheid bijvoorbeeld) lijkt het erop dat men volop bezig is uit het diepe dal naar boven te kruipen



en wij zijn er trots op dat we de vlag van dit dappere land hebben kunnen hijsen



Nu we de visa hebben kunnen we door: naar Kupang, Indonesisch Timor, om weer in te klaren in IndonesiŽ. We varen langs de kust



en na een nachtje doorvaren



arriveren we de volgende morgen in Kupang. Het is een gezellig havenplaatsje



en met behulp van de brommertaxis komen we er al snel achter waar we voor het inklaren moeten zijn. Dat is hier goed geregeld, de desbetreffende authoriteiten komen allemaal tesamen naar ons toe, voor inspectie en papierwerk. Iedereen is vriendelijk en behulpzaam, en het inklaren levert verder geen problemen op. We bezoeken het stadje zelf dat iets verder op ligt met het busje



en als we het allemaal wel ongeveer gezien hebben vertrekken we naar Flores, het eiland waar we langere tijd willen doorbrengen.

na opnieuw een nachtje doorvaren blijken we bij het licht worden in een prachige omgeving te zijn aangekomen







en meteen komen de eerste vissertjes al langs om ons gedag te zeggen



Intussen kunnen we niet stoppen met foto's te maken van ons uitzicht











De volgende dag varen we naar een volgende ankerplek, opnieuw onder de vulkanen langs



De viskotters gebruiken hier ook steunzeiltjes



hetgeen tegen de achtergrond van de ondergaande zon, vanuit onze volgende ankerbaai een romantisch plaatje oplevert



De volgende dag varen we naar een kleine archipel vlak voor de kust



waar we vlak naast een rifje kunnen ankeren. En dat gaan we dus verkennen



We blijken naast een onwaarschijnlijk gevarieerde koraaltuin te zijn uitgekomen































































































Maar dat is niet het enige hier: we kijken ook nog uit op een dorpje. Dat gaan we bezoeken



midden in het water voor het dorp staan enkele bomen, kaal weliswaar, maar fier overeind



Als we een plekje voor het bijbootje hebben gevonden gaan we aan wal. Het is vrijdagmiddag, en dit is een islamitisch dorpje, dus de mensen zitten bij hun huisjes, zijn in hun nette kleren op weg van of naar de moskee



Het is dus zeer rustig op straat. De huizen zijn van bamboe en gebouwd op palen, wat ons heel comfortabel lijkt, voor extra frisse lucht en tegen ongedierte







al vrezen we dat in geval van een tsunami deze palen en constructies wellicht geen stand zullen houden. We wandelen door de dorpsstraat en groeten en worden vriendelijk begroet door de mensen.















Er is hier geen gemotoriseerd verkeer, het enige wat we zien is een handkar



We lopen weer terug richting de haven



waar we worden opgewacht door een kinderschare, die bij ons op de foto willen



Dit was tot nu toe het meest eenvoudige gemeenschapje dat we tegenkwamen op onze reis door IndonesiŽ, we denken dat hier maar heel zelden buitenlanders komen.
We gaan de volgende dag weer verder, de natuur wordt ruiger, het land meer verlaten. Onze volgende ankerbaai biedt opnieuw een heel bijzonder beeld











Aanvankelijk denken we dat dit iets met het vulkanisme te maken heeft totdat



de aap uit de mouw komt: er wordt hier op grote schaal gras afgebrand. Als de wind in de avond van land gaat waaien, ligt de Bella Ciao onder een regen van roetvlokken.

[mrt 2019]

[mei 2019]

[juni 2019]

[juli 2019]

[aug 2019]

[sep 2019]

[okt 2019]

[nov 2019]

[dec 2019]

[2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten