het schip


Juni: IndonesiŽ here we come





Er wordt forse wind verwacht langs de noordoostkust van AustraliŽ. Voordat dit in alle hevigheid losbarst? willen wij in het laatste stadje op weg naar het noorden zijn: Cooktown. Het laatste stuk van de tocht krijgen we een voorproefje van wat er op komst is, dus we zijn blij als we ons anker kunnen laten vallen in de beschutte baai van dit leuke stadje. Cooktown blijkt een geschikt plaatsje om te wachten op rustiger weer.
In de eerste plaats is dus de naamgever ervan, de befaamde kapitein Cook hier geweest. Hij was in de buurt op het rif gelopen en kwam hier om zijn lekke schip te repareren.



Zelfs de herinnering aan de boom waaraan hij het schip vastbond is hier bewaard gebleven (de stronk staat in het museum!)



Deze omgeving was toen al eeuwenlang bewoond door de oorspronkelijke bevolking van AustraliŽ, die uit vele volkeren en stammen bestond die men gezamenlijk vaak Aboriginals noemt. Zij leefden al eeuwenlang verspreid over dit weerbarstige continent



en ze hadden vaak zeer ingenieuze overlevingsmethodes ontwikkeld.
Tot op heden hebben wij ons er vooral over verbaasd dat we zo weinig van hen en hun cultuur zijn tegengekomen in dit land. In Cairns merkten we op straat wel dat er hier meer mensen uit de Aboriginal gemeenschap rondliepen en hier in Cooktown is dat al helemaal het geval. Sterker nog: voor het eerst hebben we het gevoel dat 'nieuwe' en oorspronkelijke bewoners samenleven en een gemeenschap vormen.



In dit plaatsje is veel aandacht voor de verschillende geschiedenissen. Op straat is een prachtige slinger met tekeningen en verhalen te zien





























Het doet het hart van de historica goed om te zien hoe de geschiedenis en het cultureel erfgoed hier letterlijk op straat liggen.
We leren daarvan onder andere dat er zich hier een periode van goudkoorts heeft voorgedaan, waarbij er ook een grote groep Chinezen naar Cooktown is getrokken. Met het voorbijgaan van de goudkoorts zijn zij weer vertrokken maar in het plaatselijke museum is er een mooie afdeling ingericht waarin aandacht wordt besteed aan hun periode hier



Een andere afdeling toont oude tekeningen van de Aboriginals



Kortom: we vervelen ons niet in de paar dagen die we hier doorbrengen. Hoewel we steeds hebben gehoopt te kunnen gaan snorkelen op het befaamde Groot Barriere Rif, zien we daar helaas toch maar vanaf







Daarbij komt dat door alle wind en regen die zich hier voordoen, men zegt dat er momenteel niet veel te zien valt.
Als de wind na enkele dagen weer wat afneemt, kunnen we onze tocht naar het noorden vervolgen. We naderen nu de noordoost punt van het continent, en overnachten op Escape River, waar we de volgende ochtend met zonsopkomt vertrekken om de stroom mee te hebben, die hier naar onze informatie wel tot 5 knopen kan oplopen. Het blijft wat instabiel weer hetgeen prachtige plaatjes oplevert



En zo arriveren met het laatste staartje van de stroom mee op Thursday Island.



Deze eilandengroep ligt midden in de befaamde Torres Straat. Hier gaan we officieel AustraliŽ verlaten. We maken nog een leuke wandeling door het slaperige dorpje waar de kinderen op zaterdagmiddag met hun hengels klaarstaan om te gaan vissen



En dan gaan we slapen om zondagochtend op tijd te kunnen vertrekken richting IndonesiŽ



De volgende dagen zijn we onderweg. We treffen het: als de zon ondergaat



komt de (bijna) volle maan op



er waait een fijne zuidoostpassaat, alleen hebben we te maken met nogal wilde golven onderweg, die komen uit het zuiden waar het veel harder waait. Maar op deze manier komen we dan toch na 3 dagen en nachten in de Indonesische Kai-archipel aan. We gaan eerst nog even een nachtje (illegaal) voor anker in de eerste baai die we tegenkomen,



zodat we de volgende dag mooi midden overdag aankomen in Tual, waar we gaan inklaren.
IndonesiŽ is een hoofdzakelijk islamitisch land (86% van de bevolking) maar heeft ook een forse christelijke minderheid (10%). Hier in de Kai-archipel zien we steeds twee dorpjes naast elkaar



eentje met een (opmerkelijk grote) kerk, en daarnaast eentje met een of meer zeer opvallende moskeeŽn (meestal met goud- of zilverkleurige ui-daken)



De volgende ochtend gaan we anker op en varen we met grote snelheid tussen de eilanden door naar Tual. Onderweg zien we vele van deze vishuisjes op het water



en dan zijn we blij dat we niet bij donker hierlangs zijn gaan varen, want waarschijnlijk zie je deze dingen dan niet... Het is vrijdagmiddag en in alle islamitische dorpjes op de kant beginnen de moskeeŽn met uitgebreide oproepen voor het vrijdagmiddaggebed. Dat klinkt leuk, als je er zo langsvaart.
Eenmaal in Tual voor anker gaat Frits aan wal op onderzoek uit hoe we moeten inklaren (er was expliciet beschreven dat alleen de kapitein aan wal moest gaan voor dit doel). Hij vond al snel meneer Tukan, die ons de weg ging wijzen en helpen met de autoriteiten. Op zich was dat wel handig omdat we nu voor het eerst in een land zijn waar we echt de taal niet spreken en begrijpen. En er zijn hier maar weinig mensen die Engels kunnen. Hij rijdt ons een paar keer de hele stad door waarmee het inklaringsproces bij diverse instanties in werking wordt gesteld. De volgende dag haalt hij ons weer op om een en ander (waaronder ook een simkaart kopen met internet tegoed) verder te regelen. En dan kunnen we eindelijk zelf op stap: de markt zijn we al enkele keren door gereden met Mr. Tukan en nu kunnen we lekker zelf rondkijken.







Veel mensen spreken ons aan op straat en vragen in het beetje Engels dat ze kennen waar we vandaan komen en wie we zijn. We voelen ons meteen reuze welkom, groot en klein roept ons: 'Hello Mister', ongeacht of je een man of een vrouw bent en er heerst een gezellige, bezige atmosfeer. We wandelen ook naar de grote centrale moskee, een prachtig gebouw met een grote trommel en een soort van gong op de binnenplaats







We sluiten deze dag af in een klein eettentje aan de haven met een heerlijke nasi goreng met kip



We kunnen nog maar 2 woorden Indonesisch, maar met ons woordenboekje in de hand proberen we om de rekening te vragen. Dat leidt tot grote hilariteit, maar ze begrijpen er helemaal niks van. Nadat we de mensen van het tentje een uitermate vrolijke avond hebben bezorgd met onze onbegrijpelijke zinnen, zeggen we gewoon het woord voor betalen... en ja hoor, dan wordt alles duidelijk (en moeten ze nog veel harder lachen). We hebben ons ook kostelijk geamuseerd en gaan dus tevreden terug aan boord.
De volgende dag haalt Mr. Tukan ons weer op en nadat we de laatste papieren hebben gekregen (inklaren gaat hier met het invullen van vele formulieren gepaard) neemt hij ons mee voor een toertje: hij brengt ons naar een prachtige grot met glashelder zoet water











Hij rijdt ons langs allerlei afgelegen wegen het eiland over en we bezoeken nog een uitgestrekt strand. We krijgen op deze manier een leuke eerste indruk van de omgeving.
Maar we moeten ook verder, want we moeten over een maand een nieuw visum halen in Dili, en intussen blijkt dat dit qua heersende wind in deze tijd van het jaar nog best een uitdaging kan worden. Dus om niet in tijdnood te komen gaan we door. We zijn op weg naar Ambon, maar eerst willen we een tussenstop op de Bandaeilanden maken. Dus nemen we afscheid van Mr. Tukan en gaan op weg. De zee blijkt hobbelig, wat de tocht (2 dagen en nachten) nogal oncomfortabel maakt. Er scheurt zelfs een naad in de genua, zodat we de genua moeten verwisselen voor de gewone fok. Maar uiteindelijk komen we dan toch in Banda aan. Hier beginnen we eerst met wat reparatiewerk. Er is ook een naad in het grootzeil los en die naaien we eerst. Daarna gaan we aan wal kijken. We lopen door het dorp



als een man en vrouw op brommers (iedereen rijdt hier op een brommer) ons aanspreken. Hij stelt zich voor als Mr. Man en zijn vrouw heet Bada. Hij vertelt dat hij leraar Engels is en nodigt ons uit bij hen thuis. Nou, dat is natuurlijk geweldig, dus na enig geschuif met de kinderen (die ook mee zijn op de brommer) mogen wij achterop en rijden we naar hun huis. Hier worden we onthaald met koekjes, kaneelthee en pisang goreng.







Ze zijn ook heel benieuwd naar onze boot en als ze ons terugbrengen combineren we dit met een kort bezoek aan de Bella Ciao



De Molukken-archipel, waartoe ook de Bandagroep behoort, vormt het hart van de specerijenteelt. De nootmuskaat en kruidnagelen die hier van oorsprong groeien, waren voor de Nederlanders in de zestiende eeuw de reden om deze regio te koloniseren. Specerijen waren destijds bijna net zo waardevol als goud. Het hart van de nootmuskaat cultuur is gesitueerd op de Bandaeilanden. Vooral het grootste eiland, Banda Besar bestaat uit nootmuskaat- en kruidnagelplantages. Wij worden door Mr. Man uitgenodigd om de volgende dag met de hele familie een uitstap daarheen te maken. Bada zal voor ons een lunch meenemen, die we onderweg kunnen opeten. Zo stappen we de volgende morgen in een van de taxibootjes







Deze brengt ons naar het specerijeneiland.



De Bandaeilanden liggen rond een grote, nog altijd actieve, vulkaan, die ervoor zorgt dat de grond hier extreem vruchtbaar is.



De Nederlanders hebben de percelen indertijd opgedeeld in 'perken' en de landeigenaren werden daarom 'perkeniers' genoemd. Maar voordat het zover was is er hier veel bloed gevloeid. In 1611 probeerde Jan Pietersz Coen de eilanders contractueel te dwingen alleen nog specerijen voor de Nederlanders te produceren. Toen bleek dat ze dit niet deden kwam hij in 1621 met een legermacht terug en moordde 15000 van de 16000 inwoners van de eilanden uit. De overgeblevenen werden als slaaf gedeporteerd naar het Nederlandse machtscentrum Java. Maar toen was er ineens een groot probleem: de Nederlanders wisten niet hoe ze de specerijen moesten telen. Daarom brachten ze een deel van de overlevende tot slaaf gemaakten weer terug, om de productie van de specerijen voor de perkeniers uit te voeren.
Veel herinnert hier aan de koloniale periode. Hoewel men tegenwoordig aan het water woont, bevond het dorp zich vroeger op een hoger gelegen niveau. Een trap voerde erheen



en de gedenksteen van de restauratie van deze trap in 1754 kunnen wij als Nederlanders zomaar lezen!



Als wij door het dorp lopen liggen overal plateautjes met kruidnagelen te drogen in de zon: het is kruidnagel oogsttijd







en de pittige kruidnagelgeur hangt loom boven het zonovergoten pad. Wij moeten nog wat verder, naar boven, naar een van de perken, waar we de kruidnagel- en nootmuskaatbomen zien.











Er groeien hier ook enorme bomen







Dit zijn hele speciale amandelbomen. Hoog bovenin groeien vruchtjes die de vogels opeten. Later poepen ze die weer uit en dan vallen ze op de grond. Je kunt de vruchtjes openmaken en daaruit komen heerlijke kleine amandeltjes tevoorschijn.
Na het bezoek aan de plantage lopen we langs een van de plaatselijke moskeeŽn naar de overblijfselen van het fort (Fort/Benteng Hollandia) dat de Nederlandsers op dit eiland hebben gebouwd.











We hebben hier ook een prachtig uitzicht over het dorp



op de vulkaan, en gaan op deze prachtige lokatie de de nasi goreng die Bada voor ons allemaal heeft meegenomen, opeten.



Na deze heerlijke stop lopen we terug naar beneden en gaan we met de taxiboot terug naar Banda Naira. Want die middag heeft Mr. Man een lesgroep Engels (zijn nichtje die bij de familie inwoont, en twee studentes Indonesisch en een laborante en een vepleegkundige in opleiding). Hij heeft ons gevraagd om voor hen in het Engels een les te geven over onze reis, met als doel dat zij daarover in het Engels een verslag schrijven. Nou dat vinden we natuurlijk super leuk om te gaan doen, maar we moeten het nog wel een beetje voorbereiden. Aan het eind van de middag is de cursus, en wij worden weer opgepikt met de brommer. Het blijkt een reuze gemotiveerd stel jonge meiden te zijn



die vol overgave aantekeningen gaan zitten maken van ons verhaal



Op verzoek van Mr. Man, die zijn studentes zoveel mogelijk wil motiveren, en die ze bovendien een bijzondere ervaring wil bezorgen, zullen we de resultaten de volgende dag bij ons aan boord bespreken: hij heeft prijsjes gekocht en wij zullen die uitdelen op grond van de geschreven verslagen.
Die volgende ochtend beginnen wij aan de reparatie van de genua: het is een behoorlijk groot stuk dat is losgeraakt, en Frits bedenkt een prachtig systeem om de klus aan te pakken: hij spant het te repareren stuk op in de kuip,



we zitten allebei aan een kant en kunnen zo de naald probleemloos van voor naar achter en terug doorsteken







Op deze manier hebben we de boel snel gefikst en kunnen we de kuip klaarmaken voor de ontvangst van de dames.



Ze nemen voor ons 'specerijkoekjes' mee... en wat blijkt??? Dat zijn heuse oud-Hollandse 'kniepertjes'



Ik had op de markt al wafelijzers zien liggen, maar daarbij niet gedacht dat ze hiervoor gebruikt zouden worden! Na de prijsuitreiking leiden we de cursistes rond door de boot en daarna kunnen ze vragen stellen. Hoewel ze nog maar kort op cursus zijn blijken ze allemaal wel een vraag te kunnen stellen aan ons. Op die manier kunnen ze nog een beetje oefenen en leren ze nog wat meer over onze reis. Nadat ook dit geslaagd is, keren de cursistes en hun leraar voldaan terug naar huis.
De volgende dag maken we een wandeling door het dorp: we komen langs het voormalige (Nederlandse) bestuurscentrum











en we komen langs de grote moskee



We lopen lukraak door het stadje en bekijken de huizen en gebouwen. Sommige gebouwen dateren duidelijk uit de koloniale tijd en zijn vervallen











of juist in oude glorie hersteld



bij andere valt op dat ze er fleurig bijstaan



met voortuintjes met een hek ervoor



De kinderen komen achter ons aan en fietsen en lopen mee, totdat ze op de foto mogen



Dan komen we bij het fort Belgica, dat helemaal gerestaureerd waakzaam uittorent boven het stadje



Wij klimmen naar boven en bekijken dit fraai gerestaureerde bouwwerk











En zowaar zien we vanaf een van de uitkijkplatforms onze Bella Ciao voor anker liggen



Het andere fort (Nassau) is er minder florissant aan toe, maar ook daar nemen we een kijkje











Daarna lopen we via de hoofdstraat waar de eetkraampjes nog niet open zijn,



weer terug



En daarmee eindigt het reisverhaal van juni. We zijn in IndonesiŽ aangekomen en onze ervaringen tot hiertoe zijn bijzonder positief. De mensen zijn belangstellend en vriendelijk, er heerst overal gezelligheid, en het eten is hier heerlijk. Ook de natuur is prachtig en uitbundig.

[mrt 2019]

[mei 2019]

[juni 2019]

[juli 2019]

[aug 2019]

[sep 2019]

[okt 2019]

[nov 2019]

[dec 2019]

[2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten