het schip


Mei, ruim drie weken op de Grote Oceaan
Na onze prachtige reis door de hoge Andes van Ecuador beginnen de voorbereidingen op de overtocht naar de Gambier Archipel (onderdeel van Frans PolynesiŽ, midden in de Grote Oceaan). Wat houdt dat zoal in? We gaan ervan uit dat we er tussen de 21 en de 28 dagen over zullen doen. De te varen afstand is ongeveer 3500 zeemijl, oftewel 6300 kilometer. We moeten dus voor 4 weken diesel, gas (om mee te koken) en water aan boord hebben. Natuurlijk kun je nooit het hele stuk op de motor varen, en bovendien.... we hebben een zeilboot! Maar toch weet je nooit wat je te wachten staat en bovendien weten we dat in Frans PolynesiŽ alles, ook diesel, erg duur is. Dus we vullen de tanks helemaal, en hebben nog een paar extra jerrycans op dek vastgebonden



Verder wordt de hele boot natuurlijk van top tot teen gecheckt en gedubbelcheckt: Frits controleert in de mast of alle verstaging nog in orde is - als je iets niet wil is het wel dat de mast midden op die grote plas naar beneden komt! We vallen nog een keertje droog om de rompen onder water schoon te maken - hier op het warme rivier water zie je de pokken bijna aangroeien, en een schone romp scheelt al snel een knoop per uur, tel uit je winst over 28 dagen! De zeilen worden gecontroleerd en de reven, want je wilt op zee snel en makkelijk een extra rif kunnen zetten als dat nodig is.... en nog ontelbaar veel andere details worden nagelopen en waar nodig verbeterd.
Intussen worden de plaatselijke (goed voorziene) supermarkt en de vers markt dagelijks bezocht, artikelen worden gekocht en uitgetest - met name de verswaren worden op hun houdbaarheid (binnen en buiten de koelkast) uitgeprobeerd.
Houdbare producten hadden we deels al in Panama gekocht, maar nu vullen we nog van alles aan, en dan de laatste dagen zeulen we met grote tassen over de markt, vol met aubergines, courgette, kool, pompoenen, sla, komkommer, radijs, tomaten, lenteuitjes, uien, aardappelen, paprika's, pepertjes, paksoi, selderij, prei (ik maak hier voor vertrek nog een heerlijke snert van), sinasappelen, grapefruits, druiven, aardbeien, meloenen, boomtomaatjes, limoentjes enzovoort. We overleggen met de kooplui over de nieuwe aanvoer, reserveren dingen en bestellen extra groene bananen (die dan onderweghopelijk rijpen). Veel groente en fruit kopen we en alles word zorgvuldig opgeslagen, wat niet in de koelkast hoeft in bakken



en de rest in de koelkast. Vlees kopen we niet meer, dat neemt teveel plaats in en blijft maar zeer beperkt goed; in plaats daarvan hebben we soja brokjes mee,



die zijn hard en kun je weken in olie en water en die zijn net net zo lekker als gehakt en kip en ze zijn zeer langdurig houdbaar. En we hopen natuurlijk onderweg vis te vangen, maar we weten dat zoiets lang niet altijd lukt.
De route hebben we intussen goed bekeken. De elektronische kaarten zijn daar zeer behulpzaam bij (OpenCPN gebruiken wij en Navionics op de tablet). De kortste route over de wereldbol is op een projectie van die bol in het platte vlak niet een rechte lijn maar de zogeheten grootcirkel route. Dus die zetten we uit



Dan moeten we onze iridium (satelliet-)telefoon activeren. Wij hebben een prepaid tegoed voor een maand gekocht (dus dat moet niet te vroeg in werking treden). We hebben deze telefoon nog niet eerder gebruikt, dus een en ander moet nog wel uitgetest worden voor vertrek. We hebben een afspraak met zeilvriend Gerard, die ons vanuit Nederland eens in de drie dagen van een weerupdate over de door onze beoogde route zal voorzien. Dat zal met berichtjes via de iridiumtelefoon gebeuren: wij sturen hem onze positie, koers en snelheid naar het booogde waypoint en hij stuurt ons dan voor drie dagen de windsnelheid en -richting, de golfhoogte, -richting en -periode en de stroomsnelheid en -richting en eventuele overige bijzonderheden. Mocht het contact met Gerard mislopen dan hebben wij ook og de mogleijkheid om met de datakit van onze iridiumtelefoon weerberichtjes (zogeheten gribfiles) binnen te halen. Maar dat bewaren voor nood, om niet onze belminuten te snel op te maken
En natuurlijk hebben we nog even contact met familie en vrienden. Zij zullen de komende weken verder op de hoogte worden gehouden van onze vorderingen via Facebook, waar vriendin Janny regelmatig de door ons gestuurde updates op onze pagina zal plaatsen. Als alles dan uiteindelijk geregeld is, zijn we wel toe aan wat rust....die gaan we dan hopelijk vinden op de Stille Oceaan...en dus: anker op! En daar gaan we dan



We moeten eerst de zandbanken voor de rivieringang over, en dat kan alleen bij hoogwater.



Nu valt hoog water momenteel in de namiddag en dat heeft dan weer het nadeel dat je 's nachts van de kust weg moet varen. Zoals we op de heenweg al hadden ervaren, ligt het hier voor de kust stikvol met onverlichte visnetten. Dat is dus niet zo fijn bij donker en daarom ankeren we als we buiten zijn op een plek die op de kaart staat aangemerkt als 'waiting room'. Het is hier zeer onrustig, maar zo kunnen we alvast een nachtje aan de zeegang wennen, terwijl we nog de allerlaatste weerberichten via internet downloaden. Na een prachtige zonsondergang



gaan we voor de laatste keer voorlopig tegelijkertijd naar bed: na nu zullen we om de beurt 's nachts wacht hebben: Reinhilde van 20.00 tot 02.00 uur en Frits van 02.00 tot 08.00 uur.
En dan begint de volgende ochtend om 7 uur de overtocht werkelijk! De eerste dag komen we inderdaad veel visnetten tegen en ook kleine en grote visboten (deze zit vol met vogels, die zitten te wachten of er voor hen nog wat te eten overblijft)



We moeten deze eerste dagen dus nog goed opletten, maar op een bepaald moment zit er toch een vislijn aan ons zwaard. Frits moet te water om hem los te snijden. Als het donker wordt is er gelukkig nog veel maan



zodat we genoeg licht hebben om de visboten die hier nog steeds rondvaren te zien (ze zijn lang niet allemaal verlicht). Gelukkig zien we na twee dagen geen visboten meer. Het enige dat we dan nog zien is zo nu en dan een vogel: we zien Jan van Genten (waarschijnlijk afkomstig van de Galapagos eilanden) en petrels. En natuurlijk vliegende vissen, die gedurende de nacht vaak bij ons aan boord landen. Vliegende vis is niet echt eetbaar, het zit vol met graat. Dus elke morgen doen we een rondje over dek om (dode) vliegende vissen van boord te gooien



In de nacht horen we ze soms wel op het kajuitdak landen, dan volgt een enorm geglibber en sommigen lukt het niet om de weg terug naar zee te vinden en die blijven dan aan boord liggen. Als je ze niet weggooit gaan ze enorm stinken



Tja...wat doe je dan zo'n hele dag - en nacht??? Om te beginnen hadden we tweederde van onze overtocht behoorlijk ruw weer. Dat betekent dat je je bij alles wat je doet goed moet vasthouden - als je over boord zou vallen is de kans groot dat je onvindbaar, dus dat je verloren bent. Maar ook binnen moet je voorzichtig zijn om niet ergens tegenaan te knallen bij een onverwachte beweging. Landen tegen je ribbenkast levert onvermijdelijk gekneusde ribben op en dat doet meestal behoorlijk pijn. Maar ook alles wat je pakt kan zomaar gaan vliegen als je het niet goed neerzet. Wij gaan weliswaar niet scheef, zoals monohulls, maar het hobbelt wel. Dus na een paar dagen heb je wel spierpijn in je bovenarmen, en je blijkt ineens allerlei spieren te gebruiken waarvan je in het normale leven niet eens wist dat je ze had. Kortom, zitten of liggen zijn de makkelijkste posities. Dus er wordt veel gelezen onderweg: de tablet en de ereader maken overuren! Zoals gezegd hadden we een behoorlijk ruwe tocht, daardoor hebben we maar een paar keer een film gekeken. Daarbij kwam dat het lang niet altijd zonnig was: dus er was ook niet altijd voldoende stroom om de tv aan te doen voor een film. We bevinden ons nu op het zuidelijk halfrond. De zon draait nu dus noord-om. Wij hadden grotendeels een zuidwestelijke koers, en de wind kwam uit het oosten tot zuidoosten. Dat betekent dat de giek en het grootzeil (als we dat op hadden) aan stuurboord stonden, tussen de zon en de zonnepanelen - dus zelfs als de zon scheen waren de zonnepanelen vaak afgedekt. En....in mei is het hier herfst, bijna winter. De zon staat daardom laag, dus het aantal zonuren is op deze breedte in dit jaargetijde beperkt. Kortom, we moesten voorzichtig zijn met stroom, omdat we natuurlijk in de eerste plaats graag wilden dat onze stuurautomaat voldoende stroom bleef houden om zijn werk te doen. Dit betekende ook dat we maar beperkt konden computeren: dat kost immers ook stroom! Maar we hoefden ons niet te vervelen want er waren dagelijks genoeg bezigheden. Elke twee dagen moest er een brood gebakken worden en ook het eten klaarmaken kost op een bewegend schip al gauw twee keer zoveel tijd als normaal.







Dan moest elke dag een inspectie van de verswaren worden uitgevoerd (in en buiten de koelkast): spullen die bedorven waren moesten eruit gezocht worden en alles moest dan weer opnieuw worden gestouwd.
Intussen waren we natuurlijk wel aan het zeilen, in vaak zeer wisselende omstandigheden. Dat betekende regelmatig aanpassingen in de zeilvoering. Nadat we de eerste dag nog aan de wind gingen (door het landeffect), kon al snel ruime wind gevaren worden: we zaten in de zuidoostpassaat. Nu is de passaatind, anders dan je op school leert best variabel: zowel de richting kan variŽren van zuid tot noordoost en de kracht van 5 knopen (bijna windstil) tot 30 (windkracht 7). Aanvankelijk hadden we te maken met golven van circa 2 meter, met een grote interval maar allengs werden de golven hoger en de interval korter, waarbij we over een zuidoostelijke deining te maken hadden met windgolven uit het zuiden. Immers ten zuiden van ons was er niets anders dan....de Grote Oceaan, en het is herfst, dus op de breedtes ten zuiden van de dertig graden heersen herfststormen en de golven daarvan worden nergens beperkt, dus daar hadden wij regelmatig hele onaangename kruisdeiningen door. Vooral na zonsondergang wilde de wind nog wel eens toenemen tot 30 knopen (windkracht 7). Normaal kunnen we met ruime wind, kracht 7 snel zeilen, 10-12 knopen halen we makkelijk. Daar was nu geen sprake van, want de golven verhinderden dat: we maakten enorme klappen en met een overtocht als deze is de hoofdzaak om de boel heel te houden. Dat betekent dus vaart minderen, soms wel tot 5 knopen. De zeilvoering met 3 reven in het grootzeil en een sterk gereefde genua was vrijwel standaard.



Ondanks onze voorzichtigheid, gingen er (kleinere) zaken kapot, zoals het blok van het tweede rif



dat vervangen werd door een sterker blok



Omdat we na de tweede dag alleen nog maar ruime en voordewindse koersen hadden was een uithouder van de fok onontbeerlijk. Na 2 weken werd het ook het blok waarmee dit was vastgemaakt teveel



Toch waren er ook rustige dagen, waarop we met een klassiek melkmeisje over een rustige zee weer wat meer toekwamen aan 'gewoon' zeilen







Aan het einde van zo'n dag zagen we dan in de verte wel en bui, maar die was verweg en zorgde vooral voor een mooi plaatje



Op zulke mooie dagen was er gelegenheid om eens wat anders te doen, zoals zaaien van radijszaadjes



en dan genieten van een goudgerande zonsondergang



Bovendien kon je dan lekker buiten zitten en om je heen kijken, staren over deze eindeloze watervlakte naar de prachtige luchten...



en plotseling zie ik iets spuiten....nog eens kijken, ja hoor, een enorme walvis duikt op. Helaas zwemt hij bij ons vandaan en als ik eenmaal met mijn camera in de aanslag zit, laat hij (of zij?) zich niet meer zien. Helaas. En zo doemde dan na 23 dagen en nachten ons doel op







En na einige tijd ruik je het zelfs - helaas is het nog geen internet van de geuren, dus dat kunnen we op deze plek niet delen



Als we door het rif zijn wordt het water ineens vlak



en dan....kan het anker in de grond: we liggen



Na 23 dagen en 10 uur varen zijn we aangekomen in de Gambier Archipel, om precies te zijn: we hebben het anker uitgegooid bij het eiland Akamaru. Dit is onze route van dag tot dag



Hierin valt te zien hoe we na 17 dagen in ťťn keer veel zuidelijker zijn gaan koersen. We hadden van onze weerman Gerard begrepen dat er een zware deining uit het zuidwesten te verwachten viel. Dat had betekend dat we dan de golven vrijwel recht tegen hadden gehad. Dat wilden we voorkomen, en daarom zijn we eerder naar het zuiden afgebogen, zodat we tegen de tijd dat die golven er zouden zijn west konden gaan koersen, zodat we de golven dan half in zouden hebben en niet voor. En zo kwam het ook uit, zij het dat de golven niet uit het zuidwesten kwamen maar uit het zuiden.



En dan is natuurlijk de vraag: "En...hoe is het bevallen?" Het was ruiger dan we hadden verwacht, deze Oceaan is toch meer Groot dan Stil...De boot heeft zich weer prima gehouden, we hebben vrijwel niet gemotord, dus we kunnen nog een tijdje voort met al die (goedkope) diesel uit Ecuador. Natuurlijk zijn er de nodige kleine raparaties te doen, maar er is onderweg niets structureels misgegaan. We hebben de hele tijd heerlijk gegeten, we hadden genoeg bij ons tot aan het eind. Ook het klaar maken van de maaltijden lukte, zij het dat het soms wat wild aan toe ging. We hebben veel boeken en (oude) kranten gelezen, en hoewel we steeds goed geslapen hebben blijken we bij aankomst toch vermoeider dan we dachten. Het was bijzonder prettig dat we, dankzij Gerard, steeds beschikten over accurate weersverwachtingen, waardoor we onze route bijtijds hebben kunnen bijstellen toen dat wenselijk was. Het was leuk om te merken dat veel mensen met ons mee leefden via de Facebookberichtjes.
En zo zijn we in een nieuw werelddeel terecht gekomen: OceaniŽ. De eerste indruk is zeer positief: het is hier prachtig, zeer groen (het regent dan ook regelmatig) en de mensen zijn gastvrij en vriendelijk.




[jan 2017]

[feb 2017]

[mrt 2017]

[apr 2017]

[mei 2017]

[juni 2017]

[juli 2017]

[nov 2017]

[dec 2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten