het schip

LOGBOEK van de tocht van de Bella Ciao in 2015


Januari 2015: De magie van Colombia

We beginnen dit nieuwe jaar in Taganga, de gezellige, maar o zo winderige baai bij Santa Martha. Zo nu en dan waait de wind bij vlagen het water uit zee.



We hebben op de windmeter 52 knopen wind gezien... dat is windkracht 10. Bij zo'n windvlaag lijkt het of de voorburen op volle zee zijn en hun bijboot wordt met motor en al zijn kop gewaaid



Maar als de wind even wat mindert dan kunnen we aan wal gaan en maken we een paar mooie wandelingen, met uitzicht op de baai







En we drinken een fruitjuice op een zeer relaxed (dak-)terras dat deel uitmaakt van een van de vele hostals die Taganga telt



De maand januari is vakantie maand in Colombia en de Colombianen vermaken zich in en om het water opperbest. Vaak worden wij vroeg in de morgen al gewekt door zwemmertjes, die vanaf het strand naar onze boot zijn gezwommen en aan onze ankerketting een korte tussenstop maken. Anderen krijgen er geen genoeg van om zich op drijvende matrassen en bananen door een speedbootje de baai rond te laten trekken, waarbij het hoogtepunt van dit kortdurende vermaak is om ongeveer naast onze boot in een scherpe bocht van het desbetreffende drijflichaam afgeslingerd te worden.



Tussen het vermaak in en rond de baai door, bezoeken we nog weer eens het gezellige Santa Martha. Al wandelend door de drukke winkelstraat zien we bij een standje een biljet van 20.000 pesos, ongeveer 7 euro op de grond liggen. We wijzen het de man van het kraampje en dan gebaart hij ons dat het voor ons is.... Wij zijn nog niet echt aan het geld (en de nullen) hier gewend, dus wij bedanken hem vriendelijk en steken het briefje tevreden in onze zak.
We vinden het wel een beetje raar dat hij het niet wil hebben, want zo rijk zijn de mensen hier niet. Een paar dagen later haalt Frits leegt Frits zijn broekzakken eens, en ziedaar, het 20.000 pesos biljet



Wel is mij dan al opgevallen dat in elke winkel het geld altijd even wordt bevoeld en bekeken, alvorens het wordt geaccepteerd. Ik kijk nog eens beter naar dit specifieke biljet, en dan zie ik toch wat vreemde zaken: de randen zijn wit, het papier voelt heel anders dan van het overige geld en als ik er dan een ander biljet van 20.000 bijpak valt ineens op dat in de linkeronder hoek.....Donald Duck is afgebeeld.....We zijn er dus glad ingelopen, want dit is niet eens meer valsemunterij te noemen, het is gewoon een grap! We moeten er erg om lachen.
Na dit komisch intermezzo wordt het wel tijd om weer eens verder te trekken. We gaan anker op richting Puerto Velero, ook bekend als Punto Morro Hermoso. Onderweg passeren wij de uitgang van de Rio Magdalena, een rivier die door een groot deel van Colombia stroomt en die op haar weg naar zee veel modder (en in de regentijd ook bomen en andere grote objecten) meesleurt. Gelukkig is het nu geen regentijd, dus hoeven we niet al te bang te zijn voor aanvaringen met drijvende bomen, maar het modderspoor is wel heel duidelijk in zee te zien:



Puerto Velero is een lieflijke vakantie baai, en wegens de vakantie tijd is het hier gezellig. Er staan allemaal rieten afdakjes met strandstoelen, hangmatten en tafels, die gasten kunnen huren om de dag aan zee door te brengen. Daarachter zijn eettentjes en barretjes waar de innerlijke mens wordt verzorgd.



Wij maken een wandeling langs de baai en komen langs enkele huizen die kennelijk van vissers zijn



en daarna ontmoeten we ook de vissers, die juist bezig zijn hun netten binnen te halen. We helpen ze een handje mee



Als het net na ruim een half uur trekken uiteindelijk binnen is vinden wij de vangst wel mager



maar de mannen zijn er blij mee.
De volgende dag lijkt de wind gunstig voor Frits om weer eens te gaan kiten. En ja hoor, dat levert natuurlijk weer mooie plaatjes op, zeker als hij vlak achter Marlene langsscheurt



Het is hier zo aangenaam (en ook de wind is een stuk normaler dan wat we tot nu toe hebben gehad in de baaien waar we lagen) dat we hier nog een paar extra dagen blijven. De vriendelijke mannen van de kustwacht die ons bezoeken vinden het ook geen bezwaar, ook al zijn wij nog steeds niet officieel in dit land ingeklaard, omdat we dat pas in Cartagena willen doen.
Maar dat verlengde verblij hier, betekent dat er ook wat boodschapjes gedaan moeten worden. We gaan op weg op zoek naar een boerderij waar men groente en fruit verkoopt (is ons verteld). Waar dat precies is, is niet helemaal duidelijk. We lopen dus het pad af en hier en daar rondvragend wordt duidelijk dat we naar het dorp moeten gaan, dat tegen de heuvel verderop te zien is. Oei, dat is verder dan we dachten. We hebben geen water mee, geen hoed tegen de zon dus het wordt best wel een stoere wandeling. Op een gegeven moment zien we een terrein dat bij een boerderij lijkt te horen met een hutje erop. We lopen het pad op en roepen, en dan klinkt er een stem tussen de maisplanten vandaan. De man die bij de stem hoort komt tevoorschijn en wij zijn welkom. We vragen hem of hij groente en fruit verkoopt, maar dat is niet zo. Wat hij wel heeft is een watermeloen. De geeft hij me en ik vraag wat hij ervoor wil hebben: niks. Ik twijfel of hij het me echt wil geven en bedank hem vragend en nee, echt hij is voor mij. Dan laat hij me een pompoen zien en beschrijft er een recept bij van zoete pannenkoekjes voor bij de koffie. Of ik dat ken? Nee dus. Nou, dan mag ik de pompoen ook hebben....En dan wijst hij ons een pad over zijn terrein, dat mogen we nemen, want daarmee komen we op de weg vlakbij het dorp. Daar kunnen we dan de rest kopen. En op de terugweg mogen we ook gerust weer over het pad van zijn terrein komen....



We volgen het pad en komen op de snelweg uit die we oversteken en dan zijn we inderdaad bijna in het dorp. Daar drinken we wat bij een winkel waar meteen weer iemand naar ons toekomt die ons naar een winkel brengt. Hoewel de keuze aanvankelijk zeer beperkt lijkt, blijken ze toch alle mogelijke groente en fruit te verkopen. Dus met volgeladen tassen aanvaarden we weer te terugweg, over het pad van 'onze' boer.



En als we dan weer bij zijn hut aankomen, zit hij daar op zijn stoel in de schaduw uit te rusten en we maken nog even een praatje. Wat mij bij hem en bij velen van zijn landgenoten die we tot nu toe zijn tegengekomen, opvalt is de zachtmoedigheid en de openheid naar ons toe. Ik vraag hem of hij het goed vindt dat ik een foto van hem maak. Het is goed.



We blijven nog twee dagen in dit aangename oordje en genieten van het kiten, de vriendelijke mensen, de gezellige ambiance en



En dan gaat het anker op voor voorlopig onze laatste etappe: op naar Cartagena de Indias. Onderweg vangen we een geelvintonijntje die ik op het voornet slacht.







En dan is het zover: Cartagena, here we are!







Het beeld van de skyline is adembenemend, de hagelwitte gebouwen zien er prachtig uit in de schitterende zon. Dan gaan we de enorme beschutte baai binnen, die ervoor gezorgd heeft dat de stad zoals de Spanjaarden deze in 1533 op deze plek hebben gesticht, tot een van de best beschermde steden in het transatlantische rijk kon uitgroeien. De nauwe ingang tussen het schiereiland van Boca Grande en het daartegenover gelegen eiland Tierra Bomba is afgesloten door een onderwatermuur, die in vroeger tijden voorkwam dat ongewenste bezoekers de stad vanaf zee konden banaderen. Er is nu een gat in de muur gemaakt, waardoor wij via dit kanaal de baai binnen kunnen komen. We draaien de bocht om en dan valt op dat er midden in het water een groot Maria beeld is geplaatst, dat een bijzondere compositie vormt met als achtergrond de witte, slanke wolkenkrabbers



We ankeren tussen vele andere zeilboten, middenin de baai, en kunnen door de masten al de koepels van de oude stad ontwaren



We kunnen niet wachten om alles van nabij te gaan bekijken:































La Heroica, zoals een van de bijnamen van deze onbeschrijflijk mooie stad luidt, is een plek om je door te laten overspoelen. Dit is het land van de beroemde, vorig jaar overleden schrijver Gabriel Garcia Marquez, en het is alsof je hier door zijn boeken heen wandelt, zijn magisch realistische werkelijkheid, met al zijn geheimen en onverwachte wendingen, in de stad zelf afleest. De bloemen, de ambiance, de prachtige pleinen en plaatsjes, de koloniale huizen met hun verborgen binnenplaatsen, de kergebouwen, het is alsof je door een sprookje loopt.



































De oude stad is volledig ommuurd en Frits maakte een wandeling de hele stad rond via de muren. Ik kon helaas niet meedoen, omdat ik mijn voeten inmiddels volledig kapot had gelopen.



Op een dag arriveren enkele vriendinnen van ons uit Curaçao, en met hen samen raken we opnieuw onder de indruk van deze bijzondere stad



En we gaan weer op pad, en weer...we bezoeken een van de prachtige bibliotheken die de stad rijk is



Het beeld van la Gorda Gertrudis van de beroemde beeldhouwer Botero op de Plaza Santo Domingo



Op andere pleinen vinden we beelden die herinneren aan het verleden waarin kaktholieke kerk en slavernij nauw met elkaar verbonden waren







Enkele eigentijdse beelden op pleintjes stemmen de bezoeker dan weer een stuk vrolijker







Maar ook deze eigentijdse 'stadsboom', een oplaadpunt voor elektronica



je raakt hier nooit uitgekeken. En dan is er, ook binnen de stadmuren de 'hippe wijk' Getsemani,



waar overal hostels zijn voor backpackers, en waar de muren opgesierd worden door de mooiste graffitikunst







en andere muurversiering



Deze graffitikunstenaar heeft zich laten inspireren door de verhalenbundel van Garcia Marquez "Van liefde en andere demonen"



een ander door het beeld 'India Catalina' het moderne symbool van deze eeuwig jonge stad op de muur zette



De mensen zijn hier creatief, ook als je niet veel geld hebt kun je je straatje prachtig met kleurige plastic zakken versieren



of dammen met gekleurde flessendoppen



Je kunt ook tweedehands boeken gaan kopen in de boekenstalletjes in het Parque Centenario



of gewoon even uitrusten op je ezelskar



Cartagena is een hele grote stad, dus als je van de ene wijk naar de andere wilt gaan, neem je een bus, die zich door een totaal onoverzichtelijke, chaotische verkeerskluwen worstelt, maar je opmerkelijk succesvol toch op de bedoelde plek weet te krijgen



Elke dag komen weer met honderden nieuwe indrukken thuis waar we kunnen genieten van de mooiste zonsondergangen



en voor het slapengaan nog even kunnen kijken naar de lichtjes van deze magische stad



Met dank aan Loud en Marlene voor het gebruik van hun foto's .

februari 2015: een paar hapjes uit de grote taart Colombia

De maand begint met een cursus Spaans van Reinhilde bij de taalschool met de aansprekende naam Babel in Cartagena. Hopelijk helpt deze cursus de communicatie in het Spaans te verbeteren...



De week daarna vetrekken we met het vliegtuig naar Bogota voor een tocht door het binnenland. We weten van te voren dat we nooit al het moois van dit enorme land kunnen zien, maar een keuze uit een aantal highlights zal ons hopelijk toch een indruk geven van wat dit land allemaal te bieden heeft.
We hebben besloten in hostals te logeren en vanaf Bogota met de bus te reizen, om zoveel mogelijk te zien en mee te maken. We komen na 11 dagen terug met bijna 1000 foto's. Aan de hand van onderstaande selectie nemen we de lezer mee op onze tocht.

Bogota is een stad van 8 miljoen inwoners, met een mooi historisch centrum. De laatste 20 jaar is de stad, die zeer onveilig, slecht georganiseerd, zwaar corrupt en totaal vervuild was, behoorlijk op de schop gegaan, mede dankzij enkele burgemeesters die, niet gebonden aan de traditionele poltieke partijen, het verkeer, de veiligheid, de omgangsvormen tussen de burgers en de sociale voorzieningen dramatisch hebben verbeterd.
Nu komen wij aan in een stad, waar je door middel van het bussysteem van de Transmilenio



snel overal heen kunt reizen. Op zondag is de stad grotendeels voor auto's afgesloten, en komt de bevolking naar buiten om te fietsen en te lopen.







Er zijn overdag en op zon- en feestdagen in het centrum voetgangers- en fietserszones afgebakend, waardoor je prima te voet en fietsend door het centrum kunt dwalen.



Bogota is inmiddels een behoorlijk veilige stad. De huidige burgemeester is een voormalige guerillero, van de inmiddels opgeheven M19-groep.
De stad zelf ligt op 2600 meter hoogte en het klimaat is er koud en vochtig.



Wij logeren in de kunstenaarswijk La Candelaria, midden in het centrum. We lopen de eerste middag door de stad om de sfeer te verkennen, en hoewel we het wel koud vinden voelen we er ons direct thuis.



























Het hart van het centrum wordt gevormd door de enorme Plaza Bolivar (2 foto's hierboven) en de Septima (de 7e straat). Begleid door een jong stel, dat we tijdens onze wandeling tegenkomen, 'doen' we deze straat en lopen we een aantal kerken binnen, waar we het (blad-)goud en de pracht bewonderen.



















We lopen door een straat vol met winkels waar je een ruime keus uit heiligenbeelden en andere kerkelijke parafernalia hebt



We waren 's ochtends geland op het vliegveld El Dorado...en ja, dit is het land waar goudzoekers hun dromen in vervulling zagen gaan, maar tegelijkertijd de oorspronkelijke cultuur te gronde richtten.
Op dus naar het Goudmuseum, zeer smaakvol ingericht door een van de grote banken van Colombia, die er niet alleen een prachtige goudcollectie op na houdt, maar die ook nog voorziet in gratis toegankelijkheid van het museum...het is hier alles goud dat er blinkt, wij vergapen ons eraan.























In de Precolombiaanse wereld was goud al bekend en een metaal van grote waarde. Men kon het op vele manieren bewerken en er werden de mooiste rituele artefacten mee gemaakt. De gouden voorwerpen hadden een grote rituele waarde, en de goudsmeden waren meestal tegelijkertijd sjamaan, het goud speelde een belangrijke rol in het tot stand brengen van de contacten tussen de goden- en de mensenwereld. De goudsmeden-sjamanen hadden zeer hoog maatschappelijk aanzien en stonden in constant contact met de wereld van de goden. Toen de Europeanen kwamen, met hun ontembare zucht naar goud werd er veel van deze oude tradities vernietigd. De verfijning en de kunstigheid van het werk van de oude goudsmeden-sjamanen dwingt nog altijd diep respect af.































Na deze expeditie is het tijd voor een versnapering. We strijken neer in een bakkerij, waar ze vrolijke koeken verkopen



Hoog boven de stad raakt de berg met de kerk van de zwarte maagd van Montserrate de wolken.



Eenmaal boven blijkt dat veel mensen de klim naar boven te voet ondernemen...in de ijle lucht hier lijkt ons dat een ware belasting, dus wij zijn blij dat wij gekozen hebben voor vervoer per kabelbaan. De tuin aan de voet van de berg



en de kerk boven zijn prachtig







Onderweg naar beneden komen we een echtpaar tegen, die aan de voet van de berg blijken te wonen. Zij nodigen ons uit om met hen mee te gaan en we krijgen een heerlijke fruitsalade voorgeschoteld, afgerond met een lekker kopje Colombiaanse koffie.
Aldus versterkt maken we een fietstoer door de stad. We bezoeken onder meer een fruitmarkt waar we onder leiding van onze deskundige gids een keur aan heerlijke vruchten mogen proeven exotische namen en smaken als zapote, nispero, lulo, uchuwa, borojo, curuba, guanabana en tomate arbol verrassen onze smaakpapillen











We komen langs het het Paleis van Justitie op de Plaza Bolivar, het derde wel te verstaan.



Het eerste brandde af tijdens El Bogotazo, een burgeroorlog die uitbarstte op 9 april 1948, toen de populaire progressieve politicus Jorge Eliecer Gaitan vermoord werd. Wij reden op de fiets langs het huis waar hij woonde.



De moord had een volksopstand ten gevolge, waarbij de vermeende moordenaar van Gaitan werd gelyncht en de halve stad (136 gebouwen) in vlammen opging en 2500 mensen het leven lieten.
Dit moment markeert het begin van 50 jaar burgeroorlog in Colombia. In deze jaren ontstonden ook diverse guerillagroepen, zoals het FARC (dat nu over vrede onderhandelt in Havana) en de M19. Deze laatste groep was in 1985 verantwoordelijk voor de tweede vernietiging van het Paleis van Justitie, toen leden van de groep in dit gebouw meer dan 300 burgers gijzelden, waarna het leger het gebouw bombardeerde met als gevolg 115 doden, waaronder 11 rechters van het Hooggerechtshof. De M19 groep is inmiddels opgeheven, waarna de leiders in het gewone leven zijn gereintegreerd - zoals reeds vermeld: een van hen is nu burgemeester van Bogota.
De fietstocht voert ook langs een prachtige luxe wijk, waar de happy few van Bogota in het weelderige groen woonden in Engelse stijl en art deco villa's.







Daarna fietsen we langs een koffiefabriekje,



waar we genieten van een kunstig gemaakte kop koffie



We sluiten de stadsfietstocht af in een 'tejo'hal. Dit is een boerenspel dat wel wat van kegelen heeft, maar dan gooit men een soort afgeplatte kogels over een baan naar een moddeltabeau, waarin papiertjes met kruit zijn gestoken. Als je raak schiet knallen ze uitelkaar. De hal is vol met mannen, die grote hoeveelheden bier verorberen terwijl ze om de beurt de kogels werpen.







Dan ineens een klap....en ja hoor: RAAK!



De volgende ochtend bezoeken we het Nationaal Museum, waar ik gehoopt had de nodige achtergrond informatie te vinden over de bewogen geschiedenis van het land Colombia....maar nee, het was vooral een enorme VIP-galerij, vol met portretten van allemaal hotemetoten, en over de gewone mensen niks. Ik begreep ineens waar al die volkswoede wel eens door veroorzaakt zou kunnen worden: het gewone volk heeft geen plaats in de officiele beeldvorming van dit land, en ook in de dagelijkse politiek werd, en wordt vaak nog steeds de meerderheid van de bevolking 'vergeten'.
Alleen al tussen 1840 en 1900 kende dit land 8 burgeroorlogen, en de complete tweede helft van de twintigste eeuw kenmerkt zich door onrust, geweld, criminaliteit en burgeroorlog.



zo leert ons een bezoek aan het militair museum. Maar er was nog veel meer te doen in Bogota. Zo gingen we mee met een stadwandeling, die ons onder meer bracht langs het oudste stukje van de stad







een koffiehuis waar ik de hier befaamde warme chocomel met kaas 'drink'



en Frits de niet minder befaamde cocabladeren-thee kiest. We wandelen geheel opgefrist door en komen langs vele mooie plekjes in de stad.















Omhoogkijkend zien we regelmatig vrolijke beelden op de huizen staan, van allerlei bijzondere types



























De wandeling eindigt bij een kop 'chicha'. Chicha was de drank van gefermenteerde mais, waaraan allerlei vruchten kunnen worden toegevoegd, die hier traditioneel gedronken werd. Totdat er een meneer uit Beieren kwam die met zijn Bavariabier de markt wilde veroveren. Hij kreeg de regering zover om chicha min of meer te verbieden en zo kreeg hij dus vrij baan om de Colombianen aan het bier te brengen. Inmiddels wordt de chicha weer geschonken, maar vooral als toeristische attractie.







De volgende dag bezoeken we het Boteromuseum. Botero vormt met de vorig jaar overleden Nobelprijswinnaar Garcia Marquez liefdevol aangeduid als 'Gabo' ('Honderd jaar eenzaamheid')



het neusje van de zalm van de Colombiaanse moderne kunst. Garcia Marquez ben ik aan het herlezen en Botero heeft zijn hele kunstcollectie aan de stad Bogota gegeven op voorwaarde dat de stad de kunst altijd gratis tentoon zal stellen. Dus zo bezochten wij helemaal voor niets een fantastische collectie moderne kunst. Botero kenmerkt zich door de dikke figuren die hij schildert en beeldhoudt. Het grappige was dat we in het Nationaal Museum, in de precolombiaanse collectie een beeldje tegenkwamen, waarvan ik het idee heb dat het wel eens een inspiratiebron voor Botero geweest kan zijn















(Mona Lisa volgens Botero)







































Tot zover kunst uit het 'reguliere' circuit. Maar Bogota kent ook nog een enorme wereld van muurschilderaars, die misschien niet zo wereldberoemd zijn van naam, maar wier kunst de moeite van het bekijken ook meer dan waard is. Dus maakten wij een graffititoer, onder leiding van een zeer deskundige en enthousiaste gids. Nadat er vele jaren druk gepoetst en overgeschilderd werd is het stadsbestuur gaan inzien dat al die muurschilderingen juist een attractie zijn, en het schijnt dat nergens ter wereld het beschilderen van muren zo door het stadsbestuur wordt toegelaten als in Bogota. En het resultaat is er naar:



































































Dat zijn meestal gewoon mooie afbeeldingen, vaak prachtig geintegreerd in de omgeving, elke kunstenaar heeft weer zijn eigen kenmerk, zo heb je bijvoorbeeld een hele familie die allemaal ogen schilderen, anderen maken dieren enzovoort. Ook de gebruikte technieken verschillen, sommigen werken met acrylverf, anderen met aerosol of met combinatietechnieken. Soms blijven afbeeldingen maanden of zelfs jaren intact, soms zijn ze zo weer overgemaakt door anderen, of wat je ook vaak ziet, andere kunstenaars vullen de beelden op- en aan. Hoe dan ook, de graffitikunst is beweeglijk en eigentijds.
Naast de mooie afbeeldingen is er ook een hele stroming die meer politiek getinte afbeedlingen maakt. Dat varieert van iemand die overal kleine afbeeldingen met wapens op de muren zet























in dezelfde serie zien we een afbeelding van 2 pina's, een woord dat in het Spaans twee betekenissen heeft: ananas en handgranaat...



Vooral langs een aantal belangrijke wegen door de stad vind je de zeer politieke boodschappen











ergens anders is een hele muur gevuld door verschillende politieke tekenaars bij elkaar, met thema's als uitbuiting, onrecht en geweld



























Dan heb je ook nog de opplaktegeltjes, heel handig omdat je de tekst vantevoren thuis kunt maken en dan alleen nog maar op een door jou uitgekozen plek je boodschap hoeft op te plakken



In Bogota opereert een belangrijk collectief van graffitimakers, die samenwerken en elkaar helpen en die ook veel gedaan hebben om de graffiti in de stad aanzien te laten krijgen. Ze helpen jonge artisten om zich te ontwikkelen en ze inviteren zelfs buitenlande artisten om te werken in Bogota. En dit is hun handtekening



We zijn inmiddels 5 dagen in deze prachtige stad en hoewel we hier nog veel langer zouden kunnen blijven, willen we ook nog wat meer van het land zien. Dus stappen we in de bus richting Armenia en Salento in de koffieregio. We maken een indrukwekkende tocht over de Andes - de bus brengt ons tot in de wolken







en de uitzichten zijn adembenemend



















We reizen met een zeer luxe bus.



Het overige verkeer bestaat voor het merendeel uit enorme vrachtwagens, die zich kruipend over de bergwegen verplaatsen.



Onderweg komen we veel plaatsen tegen waar de vrachtwagens worden gewassen.



Na een tocht van 8 uur arriveren we in Armenia, waar we overstappen op het kleine busje naar het nabijgelegen Salento. Het goede nieuws is dat het hier een stuk warmer is dan in Bogota, maar de grote stad, de kou en de airco in de bus hebben er wel voor gezorgd dat Reinhilde een zware keelontsteking heeft opgelopen.
We komen nu in de koffieregio en we logeren op een koffieplantage. Na de drukke stad is het een verademing om wakker te worden van vogelgekwetter en met uitzicht op een prachtige bloementuin.



We krijgen een rondleiding op de plantage zelf waar eigenaar Tim ons het hele proces laat zien, van aanplant en verschillende types koffieplanten



de bonen die geplukt worden







de bewerkingen die de bonen ondergaan











tot het roosteren van de koffiebonen







tot ze precies de juiste kleur en geur hebben



Daarna mogen we zelf de koffie malen



en dan kan de koffie gezet worden



Zo vers hebben we nog nooit de koffie gedronken! Daarna volgt nog een wandeling over de koffieplantage, waar naast koffie ook citrus, ananas, bananen en nog allerlei andere gewassen verbouwd worden.















We genieten volop van de prachtige omgeving en de natuur.
De volgende dag maken we een wandeltocht in de Cocorovallei. Deze vallei is bekend omdat er de hoogste palmen ter wereld groeien: de waspalmbomen van wel 60 meter hoog.



























De afdaling langs de rivier levert niet alleen een prachtige wandeltocht op,







maar ook zien we de mooiste bloemen.



















En tussen de bergtoppen vliegen roofvogels als deze



Het is alles bij elkaar alsof we in het paradijs logeren.



Na al dit moois kopen we weer een busticket, dit keer naar Medellin, de stad die wereldwijd bekendheid kreeg als centrum van narcobaron Pablo Escobar, maar die ook de geboortestad van Botero blijkt te zijn. Sinds de dood van de drugsbaron is de stad een stuk veiliger geworden en dus willen we er toch een kijkje nemen. Op het centrale plein zijn een aantal van de beelden van Botero opgesteld



















Ook deze stad heeft in een poging voor de bewoners de leefbaarheid te verhogen het openbaar vervoer aangepakt - hier hebben ze een sneltram/metro aangelegd. Maar dat is niet het enige. De stad is een soort van lintbebouwing in het dal langs de Caucarivoer. Tegen de heuvels zijn in de loop der jaren de armenwijken ontstaan. Om ook voor de armen de transportmogelijkheden de verbeteren zijn er naar de heuvels kabelbanen aangelegd. Eentje daarvan nemen wij, over de sloppenwijken naar boven.











De baan eindigt in een prachtig natuurgebied, boven op de berg.







Medellin is onze laatste tussenstop en we kopen na een indrukwekkende rondreis van 11 dagen een ticket terug naar ons huis, dat veilig in de baai van Cartagena op ons ligt te wachten.
De uitzichten zijn opnieuw prachtig.







Deze busreis verloopt iets minder voorspoedig dan de vorige reizen. Eerst wordt de bus afgekeurd en moeten we na een tijd wachten op het busstation overstapppen in een andere bus. En dan komen we onderweg terecht in een staking van de goudarbeiders,



die van de multinational waar ze voor werken betere arbeidsvoorwaarden eisen. We hebben een paar uur oponthoud, wat ons in de gelegenheid stelt wat Spaans te oefenen met de medepassagiers en de buschauffers.



Hoewel de rit soms ruig is, en de chauffeur de megavrachtwagens inhaalt als het even kan, doen zich geen ongelukken voor



al zagen we onderweg wel een vrachtwagen op zijn kop liggen, met een gescheurde tank ernaast.
Wij kunnen gelukkig tot het laatst genieten van alle prachtige landschappen waar we doorheen komen



Doodop, maar zeer voldaan arriveren we in de vroege ochtend weer in Cartagena. waar we ons gaan voorbereiden op de voortzetting van onze zeilreis.

Maart 2015: Een hachelijk avontuur in Panama

Omdat we midden maart bezoek verwachten in Panama, breken we op uit Cartagena, en dat betekent dat we eerst de boot zeer grondig moeten schoonmaken. De aangroei van pokken onder water is enorm, en boven water is de boot bruin van het stof. We beginnen dus met een ochtend pokken krabben even buiten Caratagena en varen dan door naar de Rosarioarchipel. Het water wordt weer helder en na alle hoogbouw en stedelijke luchtvervuiling is een eiland met schone lucht en schoon water zeer welkom. We kopen hier van een kunstenaar een masker dat hij van een soort speksteen maakt.







Daarna gaat het via de San Bernardo eilandengroep en Isla Fuerte langs de Colombiaanse kust naar Zapzurro, op de grens van Colombia en Panama. We doen nog wat inkopen in Zapzurro omdat we gehoord hebben dat in de San Blas archipel weinig te koop is.
En zo komen we aan in de San Blas. Deze eilandengroep is een autonoom gebied binnen Panama waar het Guna-volk woont. Ze hebben een behoorlijke gradatie van zelfbestuur. Je hebt hier zeer dicht bewoonde 'wooneilanden'



en kokospalmeilanden



De kokosnoten zijn de belangrijkste bron van inkomsten van het Gunavolk, en je kunt hier niet zomaar een kokosnoot pakken - dat dien je eerst aan het dorpshoofd te vragen. Het Gunavolk spreekt zijn eigen taal en de vrouwen gaan zeer fleurig gekleed in kleurrijke kleding die bestaat uit een voor- en achterpand van een uitermate kunstig geborduurde mola



Deze prachtige mola's worden ingenaaid in een kleurige stof en deze outfit wordt vervolmaakt met een nog vrolijker gekleurde hoofddoek. Voorts dragen de vrouwen gouden sieraden, (in de riviertjes aan de wal wordt goud gevonden) waaronder altijd een ring in de neus en oorbellen, en in plaats van kousen en mouwen bedekken ze hun armen en benen met kettinkjes van kleine kraaltjes die in lange strengen om de armen en benen worden gewonden, wel 15 tot 20 centimeter lang, zodanig dat ze geometrische patronen vormen.
De mannen dragen geen bijzondere kleding. De Guna waarderen het niet als je foto's van hen maakt, vandaar dat we het moeten doen met deze beschrijving.
Wij komen langs de Duivelsrivier (Rio Diablo) waar we met de dinghy invaren. Weer een mooi tochtje door het regenwoud. De Guna hebben hier hun landbouwgrondjes waar ze bananen, mango's en allerlei andere producten verbouwen. Op de rivier halen ze zoet water voor gebruik thuis, op hun eiland.











Hierna varen we door naar de Carti eilandengroep, waar de enige weg door het regenwoud naar de bewoonde wereld loopt. Deze weg vormt de verbinding met de grote Transamericaanse Highway, en met Panama City, waar wij heen willen om onze vriendin Janny van het vliegveld op te halen.
Er blijkt onlangs zelfs een nieuwe zijtak van de weg geopend te zijn, die uitkomt bij een zeer mooi beschutte ankerbaai, tegenover het wooneiland Aguadup. Hier leggen we de boot neer.



We gaan aan wal en daar staan 2 Gunamannen klaar met wie we regelen dat we dinsdag morgen met de taxi mee kunnen rijden naar Panama City.
We pakken wat spullen voor een nacht bij elkaar (omdat het vliegtuig pas om 5 uur aankomt kunnen we niet meer dezelfde dag terug) en vertrekken dinsdagmorgen om 10 uur naar de grote stad. Daar laten we ons afzetten bij een hostal in een prachtig oud Spaans koloniaal gebouw en checken daar in voor 3 personen voor een nacht.
Daarna gaan we de binnenstad verkennen, een telefoonkaart kopen en dan met de bus door naar het vliegveld. Alles verloopt voorspoedig en zo kunnen we om 17.30 alweer terug met de bus en vriendin Janny naar het sfeerrijke hostal. De taxi zal ons daar de volgende dag om 12.30 ophalen, zodat er in de ochtend nog volop tijd is om boodschappen te doen (Reinhilde) en de beroemde Mirafloressluizen in het Panamakanaal kanaal te bezoeken (Frits en Janny). Het is inderdaad imposant en gelukkig komen er net een paar grote schepen door. De beroemde treintjes, die de schepen door de sluis trekken zijn ook goed te zien.















En zo wordt het 12.30 uur en komt taxichauffeur Ruben ons, zoals afgesproken ophalen in het hostal. We rijden de stad uit en de Transamerikaanse Highway op. We nemen nog een passagier mee en komen net als op de heenweg langs een roadblock bij het plaatsje Chepo. Maar dit keer worden we gecontroleerd en dan blijkt dat we geen inreisstempel in ons paspoort hebben. Dat klopt inderdaad, want wij zijn nog niet ingecheckt.
We hadden in Colombia papieren meegegkregen voor een haven wat verderop (Portobello) en we waren, zoals we wel eerder hebben gedaan, van plan om daar op een later tijdstip officieel in te checken. We zijn daar nog niet aan toe gekomen omdat het de laatste weken vrij slecht weer in de regio was, en wij liever niet weer een stuk over de behoorlijk ruige zee wilden omvaren voor het inchecken, temeer daar we op tijd weer terug wilden zijn om onze vriendin af te halen. Dat leggen we uit aan de immigratiebeambten, die erbij worden geroepen. Maar ze zijn onvermurwbaar, wij mogen niet verder reizen en er wordt gesproken van een hoge boete (US $ 1000 en meer!). Oei, dat is nu wel erg vervelend. Er wordt gezegd dat ze ons de volgende middag naar de stad zullen brengen, waar we de boete moeten betalen en daarna zullen we worden vrijgelaten.
Onze vriendin Janny heeft wel het vereiste stempel en mag dus door. Maar zij zit in een rolstoel....en zal dus hulp nodig hebben om aan boord te komen. Wij hebben geen idee hoe lang deze zaak gaat duren, dus we bespreken met taxichauffeur Ruben dat hij ervoor zal zorgen dat Janny goed op de boot komt. Hij blijft uitermate kalm onder de hele zaak en belooft ons op de terugweg langs te komen om te informeren hoe de zaken er voor ons voorstaan.
En zo blijven wij achter, en worden we om 14.30 in de aftandse 'foyer' van het politiebureau op een stoel gezet. Het is koud van de airco. En daar zitten we dan. Wat er verder de bedoeling is weten we niet en wil niemand ons vertellen. Er zit daar nog een vrouw, die behoorlijk in de war lijkt te zijn. Later wordt duidelijk dat zij is komen aanlopen en niet weet wie ze is. Ze lacht veel en kletst een beetje onsamenhangend voor zich uit. Politiemensen lopen in- en uit. Rond 7 uur komt Ruben langs zoals hij beloofd heeft. Wij kunnen hem verder niks vertellen, want we weten niks meer dan een paar uur eerder. Wel erg aardig dat hij nog even komt kijken.
Wij vragen de politieagenten of we ook wat te eten en te drinken kunnen krijgen. Een half uur later worden we onder gewapend toezicht naar een soort kantine gebracht waar ze muffins en drinken verkopen. Dat kopen wij. We eten ervan en drinken wat. Gelukkig hebben we wel een wifi-signaal en kan ik dus op mijn iPad wat internetten. Om beurten laden we bij een stopcontact onze telefoon en iPad op. We praten even met een van de dienstdoende politieagenten aan de balie, die ons aanraadt onze ambassade te bellen. Goed plan. Maar ja, die is op dit tijdstip natuurlijk dicht. Dus schrijf ik een email met het verslag van het tot dan toe gebeurde en stuur die naar de ambassade. Ik maak mijn spaargeld allemaal over op mijn rekening courant, zodat als het nodig is ik direct geld kan opnemen.
De politie waarschuwt ons ook dat we de volgende dag meegenomen zullen worden naar de stad en dan afzonderlijk ergens zullen worden ondergebracht. Ook zullen we dan volgens hen onze telefoons moeten inleveren.... Zo doorwaken we hangend in onze stoelen de nacht. Rond 6 uur komt Ruben, onze taxichauffeur langs met broodjes en koffie. Hij vertelt dat het goed gelukt is om Janny aan boord te krijgen en is verder erg bezorgd over ons. We bedanken hem heel hartelijk voor zijn attente handelswijze.
Klokslag 9 uur die ochtend bel ik de ambassade en vertel kort ons verhaal en verwijs naar de email die ik gestuurd heb. De medewerkster die ik spreek belooft contact met ons te houden. Ik zeg haar dat ze ons dan waarschijnlijk zal moeten zien te vinden, want wij moeten onze telefoons straks inleveren en ik weet niet waar we heengaan.
Dan worden wij opgehaald voor gezondheidscontrole in het plaatselijke ziekenhuis, wat eindeloos duurt en dan worden onze bloeddruk en hartslag opgenomen: die zijn rijkelijk hoog na deze nacht en alle onzekerheid over hoe nu verder. Daarna is het wachten op de een of andere hoge immigratiepief die ons in zijn auto zal meenemen naar de stad. Daar zullen we ergens gescheiden worden ondergebracht. Intussen hebben we telefoons en iPad en $ 200 moeten inleveren. Alles wordt geregistreerd en in een enveloppe gestopt. Daarop arriveert de hoge chef en rijden we wel 2 uur naar en door de stad. De 'chef' houdt intussen voorin, tegen de medewerkster die ook mee is een enorme tirade, waarvan we maar een deel meekrijgen, maar het lijkt erop dat hij van plan is om ons het vel over de oren te halen....Dat stelt ons niet gerust over de toekomst.
Uiteindelijk wordt ik ergens afgezet, een deur met tralies, dames in uniformen. Mijn hele rugzak wordt uitgepakt, van alles (ook een toiletspiegeltje, maar de trafo voor opladen van de iPad dan weer niet) wordt ingenomen en geregistreerd en dan loop ik een getraliede deur door



Er zijn binnen zeker wel 20 vrouwen, in een ruimte van 9 x 8 meter (inclusief badgedeelte), ik zie stapelbedden, en het is duister, er hangen een paar tl-buizen die het maar gedeeltelijk doen. Geen daglicht. Er is weer een airco aan, dus het is koud. Het geheel maakt een slecht onderhouden, desolate indruk. Ik word meegenomen naar de 'badkamer'









waar ik word gefouilleerd. Dan gaat het traliehek dicht...boemmm, daar zit je dan. De vrouwen zoeken meteen contact, regelen een bed, beddengoed en bieden eten aan. Ik had intussen lang niet gegeten, maar door het hele gebeuren is de eetlust mij totaal vergaan.
Deze plek heet 'Albergue' maar eigenlijk IS DIT EEN GEVANGENIS....het is donderdagmiddag rond 2 uur. Ik veronderstel dat mijn verblijf maar voor kort is, immers wij zullen die middag nog gaan betalen en dan vrijkomen.
Maar er gebeurt niks. Van de ambassade hoor ik ook niks meer. Tegen 5 uur 's middags begint het mij te dagen dat ik hier zeer waarschijnlijk toch wel de nacht zal gaan doorbrengen...dus toch maar dat bed. Maar de vriendelijk aangeboden kleding, die heb ik niet nodig, immers morgen gaan we dan toch zeker wel betalen en weg...
Toch maar eens een hapje eten dan, en ja, ik blijk eigenlijk wel honger te hebben. Het eten dat hier 3x daags wordt afgeleverd is trouwens niet slecht: meestal rijst, vlees, kip of vis, saus, een gebakken banaan, vaak een appel en een pakje fruitjuice. Om 18.00 uur gaat het traliehek op slot tot 6 uur in de morgen. En zo begint de avond en raken we met elkaar aan de praat. Ik kan het Spaans redelijk volgen en er zit ook een Afro-Amerikaanse vrouw en een Colombiaanse de is opgegroeid in de VS en die vloeiend Amerikaans spreekt. De beide dames helpen mij als ik het allemaal niet helemaal goed meekrijg.
Iedereen krijgt een bijnaam: dunne dames heten 'Flaca', dikke 'Gorda' en ik ben al snel overal bekend als 'Holanda' (net als Frits bij de mannen). De verhalen die je hoort zijn onvoorstelbaar. Er zitten veel Colombiaanse vrouwen, een El Salvadorese, twee Nicaraguaanse vrouwen en later komt er nog een Jamaicaanse bij. De meesten zijn opgepakt met een verlopen visum of zonder werkvergunning. Lang niet iedereen was (illegaal) aan het werk trouwens, maar bewijs dat maar eens. Enkele vrouwen hebben in de 'echte' gevangenis hun straf uitgezeten, maar hebben nog geen papieren en zitten nu hier in afwachting daarvan. Er zijn vrouwen die hier al maanden zitten, geen daglicht, nooit 'luchten' geen communicatie met buiten, en vooral advocaten die niks doen, hun clienten bestelen, papieren vergeten te regelen enzovoort. Volgens de vrouwen die uit de gevangenis komen is het hier erger dan daar: in de 'echte' gevangenis kun je luchten, kun je overdag in de buitenlucht zijn, worden de verblijven en accommodaties beter onderhouden.
Melissa, een Colombiaanse vrouw van achter in de twintig, moeder van 2 jongetjes, die is opgegroeid in de Verenigde Staten verbleef na een scheiding een tijdje in Colombia. Ze was met een paar Panamese kennissen naar een shopping mall en daar gaven ze haar even een tasje vast te houden. Daarmee werd ze gepakt en in dat tasje bleken drie gestolen poloshirts te zitten. Daarvan was ze niet op de hoogte. Ze werd aangehouden en moest een boete betalen. Dat deed ze. Daarna werd ze 4 dagen in een politiebureau vastgehouden en vervolgens naar het detentiecentrum (de 'Albergue') overgebracht. Hoewel ze haar boete betaald had zou ze uitgewezen worden. Dat vond ze geen probleem, ze had in dit land niets meer te zoeken. Maar ze kreeg een advocaat, en die startte een procedure voor een verblijfsvergunning....Melissa wist van niks. Na VIER maanden in het detentiecentrum vast te hebben gezeten en niets meer van de desbetreffende advocaat gehoord te hebben, schreef ze een brief om de procedure voor de verblijfsvergunning te stoppen. Ze wilde terug naar haar land. Ze zit nog steeds te wachten tot ze mag vertrekken. Ze ziet er bleek uit, opgezwollen, haar huid is bezaaid met pukkeltjes. Geen wonder, als je maanden lang binnen opgesloten zit, tussen de kakkerlakken, luizen, vieze oude matrassen en ratten.
Veel vouwen, vooral Colombiaanse, worden opgepakt en van illegale prostitutie beschuldigd. Het is vaak erg moeilijk te bewijzen dat dit onwaar is.
Door omkoperij weet men spullen naar binnen te smokkelen en er zijn vrouwen die spullen 'kopen' door de mannelijke oppassers seksuele diensten te bewijzen.
Uit het mannendetentiecentrum, waar Frits met een groep van circa 100 mannen vastzit, komen dezelfde verhalen. Een korte bloemlezing uit de aantekeningen van Frits: Er is een jonge vent met epilepsie. Heeft zich zelf aangegeven omdat hij ziek en radeloos was, kon geen werk vinden. Hij krijgt geen medicijnen en kreeg een aanval waar Frits getuige van was. Het bewakingspersoneel stond er bij en deed niets. Ramirez was gewoon legaal binnengekomen, maar zijn visum was verlopen. Dus werd hij opgepakt en zat intussen al 4 maanden te wachten om binnenkort te worden uitgezet naar Nicaragua. Ramirez is 32 jaar. En dan Manuel. Opgepakt van het strand, hij lijdt aan paranoia. Zijn paspoort was gejat, hij had wel een nieuwe gekregen van zijn ambassade, maar men was vergeten dat er ook een stempel in moest. Manuel werd door de politie opgepakt en kreeg klappen. In het ziekenhuis werd hij vervolgens platgespoten en men wilde bloed bij hem afnemen, waartegen hij zich verzette. Hij zat al 5 weken. Door zijn paranoia had hij weinig contact met de rest. Hij zal naar Mexico worden uitgezet. Chris werkt op cruise schepen als muzikant. Hij was aan wal in een club toen hij werd aangehouden zonder paspoort, wel met een beetje weed. Zijn paspoort werd van boord gehaald en hij had dus geen stempel. Bemanningen van cruise boten krijgen nooit een stempel, de passagiers ook niet. Dat zou immers voor 5000 mensen veel te lang duren. Chris zat al een paar dagen vast. De advocaat en de Amerikaanse ambassade waren laks. De advocaat kon er maar niet toe komen om een vlucht te regelen, hoewel geld voor Chris geen probleem was. Dus Chris heeft geen keuze en blijft nog even. Tot dat deze oplichter, die zich advocaat noemt iets doet. Twee jonge Chinezen zijn opgepakt en zij moeten een boete van $ 3500 betalen, en dat gaat hun familie niet doen. Zij zitten al maanden vast; medegevangen plegen met hen regelmatig ongewenste seksuele intimiteiten. Het is volstrekt onduidelijk hoe het verder met hen moet. Een groepje Colombiaanse mannen was in Panama op vakantie, zij waren naar de kapper gegaan om hun haar te laten knippen. Daar werden ze opgepakt en beschuldigd van illegale arbeid. Bewijs maar eens dat dat niet klopt. En dan de 5 Colombiaanse vissers. Zij visten in de buurt van de grens met Panama. Het is op zee natuurlijk niet altijd duidelijk aan welke kant van de grens je bezig bent, zeker niet als je druk aan het werk bent. Zij werden dus opgepakt door de kustwacht en beschuldigd van illegaal werken in Panama en illegaal zich in het land bevinden. Ook zij moeten dus een boete ophoesten. Hoe lang ze nog moesten blijven was onduidelijk.
Er gingen verhalen rond dat de politie/kustwacht voor elke illegaal die ze pakken US $ 300 en 5 vrije dagen krijgt.
Ook in het mannencentrum zien velen er bleek en slecht uit en verschillende mannen zijn intussen totaal apathisch geworden. De leefomgeving bij de mannen is nog desolater dan bij de vrouwen, in de toilet- en doucheruimte staat structureel een paar centimeter water - met alles wat daarin leeft. Het is er te smerig voor woorden.

Intussen wordt het vrijdag en ik zit al vol verwachting klaar om te gaan betalen en te vertrekken. Maar na alle verhalen ben ik wel wat minder optimistisch geworden. Rond 10 uur belt de ambassade. Zij bleken toen ze gisteren niets meer van ons vernamen, te hebben aangenomen dat wij vrij waren. Ik verzoek hen dringend om contact met Frits te leggen en van de bewakers hier te eisen dat ik onze vriendin Janny, die op de boot is, een sms mag sturen, om haar van de situatie op de hoogte te stellen. Daarvoor heb ik mijn telefoon nodig (daar zit het nummer in). Terwijl ik bel zit de opzichteres mij steeds te gebaren dat ik moet stoppen, maar ik probeer gewoon mijn verhaal af temaken. Dat lukt. Dan wordt mij door de opzichteres medegedeeld dat we vandaag niet meer gaan betalen, want de kassa is op vrijdags vanaf 13.00 gesloten. Dus dat wordt maandag.....Wat een tegenvaller! Ik schop een rel en wil dat ze mij opnieuw met de ambassade in contact brengen. Dat gebeurt. Ik vraag de medewerkster uit te zoeken of we echt niet meer weg kunnen en verzeker haar dat we de boete (die op US $ 1000 is gesteld) willen en kunnen betalen. Zo snel mogelijk zelfs. Maar ik hoor daarna niets meer van de ambassade.
We zullen hier nog een weekeind moeten zitten, terwijl Janny in haar eentje op de boot zit, niet bepaald de vakantie die ze had bedoeld. Je hebt geen keus, dus leg je je erbij neer. Dat doe ik dan ook in de loop van de middag.
Die avond maken de dames een gezellig feestje, mede mogelijk gemaakt door de bewaakster van de nachtploeg met wie ze bevriend zijn en die op onze kosten pizza's en cola voor ons ophaalt. Wordt het toch nog een beetje gezellig. Haren worden gekapt, nagels worden gelakt, wenkbrauwen geepileerd. Er zitten een paar vrouwen die in schoonheidssalons werken, dus een en ander gebeurt zeer professioneel. Uiteindelijk worden foto's gemaakt,



en met een van de binnengesmokkelde smartphones naar het mannencentrum gestuurd. Wij krijgen een prachtige foto van Frits, als voetballer uitgedost door zijn vrienden daar.
De volgende dag legt Jenny, een Colombiaanse wier man (net als zijzelf bij de vrouwen) al 5 maanden vastzit en die zich over Frits heeft ontfermd, telefonisch contact en voor het eerst kunnen we elkaar even spreken. We overleggen en spreken af dat wie van ons vrij kan komen dat doet, zodra zich de kans voordoet en dan ervoor gaat zorgen dat de ander ook vrijkomt. En verder spreken af we zoveel mogelijk verhalen te verzamelen van onze lotgenoten en daarmee de publiciteit te zoeken als we vrij zijn.
Die avond wordt de Amerikaanse Kim, met wie ik in korte tijd bevriend ben geraakt, die hier 5 jaar in de gevangenis heeft gezeten en wier advocaat al haar waardevolle spullen heeft gepikt, op het vliegtuig naar huis gezet. Een emotionele gebeurtenis: iedereen is blij voor haar, helpt haar zich mooi te maken en zwaait haar als ze om 10 uur 's avonds vertrekt hartelijk uit. Daarna poetsen wij weer onze tanden tussen de kakkerlakken



en gaan naar bed, terwijl de ratten boven ons hoofd over het plafond rennen. De volgende dag blijkt het water afgesloten: het is toch al een hele kunst om de 'badkamer' (waar koud water uit de muur komt in wat 1 douche moet voorstellen en waar 1 wc zonder bril staat, voor 20-50 vrouwen) een beetje op orde te houden, maar zonder water is dat ondoenlijk.
We brengen de dag zoals gewoonlijk hangend, tevee-kijkend (er is een geimproviseerde tv met veel sneeuw), kletsend, etend en sommigen biddend en bijbellezend door.



Bij de mannen verblijft Lewis uit Nicaragua. Hij is amateurpriester. Lewis predikt dagelijks met grote gedrevenheid voor zijn lotgenoten, met veel expressie en vuur, vaak wel 2 uur achtereen. Zeker de helft van de aanwezigen woont zijn 'diensten' bij.
Ik verzamel die middag verhalen, omdat ik van plan ben zoveel mogelijk bekendheid te geven aan de misstanden die wij hier zijn tegengekomen. Iedereen doet haar best om haar verhaal aan me te vertellen. Ik beloof te doen wat ik kan om de verhalen, maar ook de mensonterende levensomstandigheden in dit detentiecentrum in de openbaarheid te brengen. Pas in de avond gaat het water weer stromen en dan kan iedereen eindelijk douchen en toiletteren.
Mij is door een van de vriendelijker bewaaksters (de laagsten in rang zijn degenen met wie je nog het meeste kunt) verzekerd, dat ik maandag om 10 uur zal gaan betalen. Ik ben dus zeer benieuwd en hoopvol gezind als ik maandagmorgen opsta. De ambassade belt nog eens en ik zeg hen dat ik goede hoop heb dat we die middag na betaling vrij zijn. Ik stuur Janny een sms dat we waarschijnlijk die dag vrij zullen komen.
Vlak voor ik naar de auto wordt geleid die me naar de pinautomaat moet brengen, deelt de cheffin mee dat we pas na 6 uur 's avonds vrij zullen komen, omdat het hoofd niet eerder de invrijheiddstellingen ondertekent. Ik plof zowat. Ik hoop natuurlijk dat het meevalt, want zo laat vrijkomen betekent dat we pas de volgende dag terug kunnen naar de boot, omdat je na 16.00 uur 's middags niet meer binnen wordt gelaten in het autonome Guna gebied.
Maar eerst nu dus geld opnemen. Ik heb mijn pinpas en mijn credit card. De eerste $ 500 gaat prima, maar de credit card wil me dan nog maar $ 300 geven.....Nee he, dat zal toch niet waar zijn??? Moet ik dan nog een hele dag wachten voor ik de rest kan opnemen??? Ik had toch extra geld op mijn rekening gezet???? Maar er is sprake van een daglimiet....Kennelijk zijn credit card en bankpas met elkaar verbonden. Frits heeft verschillende rekeningen, dus meer kans al het geld te kunnen opnemen en we hadden nog $ 200 cash, precies het bedrag dat mij ontbreekt. Ik vertel dit aan mijn bewakers, met wie we nu een enorme tocht door de stad maken en Frits gaan ophalen. Het is geweldig om hem naar buiten te zien stappen uit de Albergue Masculino. Ik vertel hem gauw van mijn cash probleem en hij blijkt het geld al te hebben teruggekregen. Pffff, we kunnen toch gaan betalen.
We gaan naar een kantoor in het hoofdgebouw van de immigratiedienst, waar we eindeloos moeten wachten. We worden zo lijkt het echt getreiterd, iedereen mag voorgaan. Uiteindelijk worden onze dossiers dan toch ingevuld en gaan we naar het betaalloket. Daar tellen we de boetes neer en dan moeten we weer bij een ander loket wachten op de rekening en we moeten vingerafdrukken zetten van alle vingers. Het zal allemaal wel. Het duurt eindeloos, onze bewakers kijken ons zo nu en dan ook wanhopig aan. Nadat er dan nog eens foto's van ons zijn gemaakt, worden er briefjes in onze paspoorten geniet waarin staat dat we betaald hebben. Maar nog steeds staat er geen stempel in. De beambte beweert dat het zo goed is en dat we dat briefje moeten laten zien. Ik heb er helemaal geen vertrouwen in. Dan worden we allebei weer naar 'onze' Albergues teruggebracht.
Het is inmiddels 15.30 dus we kunnen toch niet meer weg die dag. De bewaker die ons rondreed helpt me aan kleingeld om onze taxichauffeur voor morgenochtend te bellen. Hij is enorm blij en opgelucht om te horen dat we die avond vrij zullen komen. We spreken met hem om 04.30 bij ons 'oude' hostal af.
En nu maar hopen dat het allemaal echt waar is, want inmiddels is mijn vertrouwen in de gang van zaken hier wel tot ver onder het nulpunt gedaald.
Maar om 19.30 wordt ik dan toch geroepen, ik neem van alle vrouwen hartelijk afscheid en op het kantoor volgen allerlei administratieve activiteiten, ik krijg mijn spulletjes terug en dan wil de hoofdopzichtster me de hand schudden. Zij is degene die waarschijnlijk tot twee keer toe onze invrijheidstelling zo lang heeft weten te traineren - ik breng het niet op om haar de uitgestoken hand te schudden.
Als ik even later buiten kom (er zitten dan binnen net weer 10 nieuwe vrouwen te wachten om 'opgenomen' te worden), staat Frits me daar op straat op te wachten. Pfffffff. Wat heerlijk om naar buiten te lopen. We omhelzen elkaar en nemen een taxi naar het hostal. We doen nog wat boodschappen in de avondwinkel en Frits gaat douchen in de brandschone douche en naar bed, terwijl ik met een van de andere gasten nog even lekker een glaasje wijn drink op het balkon en wat stoom afblaas.
De volgende ochtend vroeg treffen we Ruben, die ons opgelucht in zijn taxi laadt. We rijden de stad uit, bij Chepo hoeven we niet eens te stoppen (wat hebben we de vorige keer een pech gehad!). Dan rijden we door naar de toegang tot het Guna gebied waar eerst een militair nog ons paspoort controleert, maar gelukkig mogen we door. Dan vullen we een speciaal formulier in



en we betreden Guna Yala, het autonome gebied van de Guna. Het voelt een beetje veiliger dan aan de andere kant. Na nog een uur kronkelen door het regenwoud doemt de Bella Ciao voor onze ogen op. We bedanken Ruben, de taxichauffeur nog eens voor zijn goede zorgen voor ons en Janny en dan kunnen we eindelijk beginnen aan de vakantie met Janny.




Doordat Janny tijdens onze detentie op de boot verbleef, hoefden wij ons daarover in elk geval geen zorgen te maken. Niet alleen heeft ze zelf haar hele leven op boten gevaren, maar ze was ook al meerdere keren bij ons aan boord, zodat ze de weg op de Bella Ciao goed wist. Voor haar was het natuurlijk wel een eenzame periode geweest. Dus dat willen we vervolgens proberen in te halen.
Maar voordat we daaraan beginnen klaren we eerst de boot volgens de regels in. We lezen nu pas de verklaringen die we ook nog mee hadden gekregen bij onze vrijlating en daarin staat dan we in 10 dagen het land moeten verlaten.Dat waren we niet van plan. De man van immigratie ziet de briefjes ook, vraagt dan of we niet nog een ander papier hebben en wij houden vol dat we dat niet hebben. Hij gaat bellen met het hoofdkantoor (waar wij de vorige dag zo lang hebben moeten wachten op allerlei trainerende ambtenaren) en de angst slaat ons alweer om het hart, maar kennelijk zijn ze op het hoofdkantoor ook te laks om ons dossier nog eens op te zoeken. Ze bellen ook niet meer terug en zo lukt het ons om alsnog de juiste stempels in onze paspoorten te krijgen (kosten US $ 100 per persoon, dat we al een boete van US $ 1000 hebben betaald boeit die knakker niet), zodat we ons toch wat minder vogelvrij voelen in dit land waar vreemdelingen niet erg welkom lijken te zijn. We halen de betaalbewijzen van onze boetes snel uit de paspoorten. Zo...nu lijkt het net alsof we ‘gewoon’ het land in zijn gekomen…

Zowel boven als onder water valt er hier veel te zien. In deze omgeving komen we weer aardig bij van ons naargeestig avontuur in Panama Stad.















Frits komt zelfs weer toe aan zijn hobby







Venantio, de meester-mola-maker bezoekt ons met zijn collectie











en Janny en Reinhilde besluiten na al zijn werk bekeken te hebben, elk een mola van hem te kopen.
En ook de onderwaterwereld verkennen we uitgebreid. De ene lokatie is nog mooier dan de andere























We zien verschillende adelaarsroggen, maar die krijgen we niet goed op de foto. Gelukkig lukt dat wel met de 2,5 meter grote verpleegstershaai die Frits tegenkomt















En zo eindigt voor ons verkorte en wel erg heftige samenzijn als we Janny weer terugbrengen naar onze vriend Ruben die haar volgens afspraak aflevert bij het vliegveld.



Wij zijn nog steeds verbijsterd over de buitenproportionele wijze waarop wij zijn behandeld. Men was niet bereid naar onze verklaring te luisteren en slechts erop uit om ons zoveel mogelijk geld uit de zak te kloppen en ons zo veel mogelijk te treiteren en onze zaak te traineren.
Wij hebben veel gezien en de hulp en vriendschap van onze lotgenoten als zeer bijzonder beleefd. We zullen ons niet laten weerhouden de volstrekte rechteloosheid waarmee buitenlanders in dit land worden opgepakt en vastgehouden aan de kaak te stellen.

Met dank aan Kim, Karla, Melissa en Jenny, Chris, Ramirez, Manuel, Mike, Lewis en alle anderen in de Albergue Feminino en Masculino. Speciale dank aan Janny voor haar nuchtere steun en het gebruik van haar foto's.

April 2015: Tja....Panama

Nadat onze toegewijde taxichauffeur Ruben Janny weer heeft opgehaald en bij het vliegveld heeft afgeleverd willen wij toch nog wat in de San Blas blijven. Het is hier mooi snorkelen



























En als je denkt dat je dan alles gehad hebt, komt nog de hoofdprijs langs: een echte adelaarsrog:







De wind is hier meestal vrij zwak, maar zodra hij boven de 14 knopen komt, pakt Frits zijn grote nieuwe 12meter kite en gaat hij er vandoor.















Soms zeilen we een stukje langs een paar palmeilandjes naar de volgende mooie plek.











Het zeilen gaat niet bij iedereen goed, zoals deze boot (rechts),



die door de mensen van de catamaran van het rif is gehaald. Hij was er een maand eerder op terecht gekomen toen hij alleen onderweg van Martinique naar San Blas in slaap was gevallen, terwijl zijn koers net naast het toegangskanaal uitkwam...Hij had alles van zijn boot gestript en meegegeven aan de Gunamensen in de buurt om voor hem te bewaren tot hij een manier had gevonden om van het rif te komen.
Een groep jonge Fransen, onderweg in twee catamarans wilden de man wel helpen en maakten de zalingen los, zodat ze de boot konden kantelen, haalden de kiel onder de boot weg en sleepten de romp van het rif. Toen kon de man zijn spullen weer gaan verzamelen, maar overal waar hij kwam waren de spullen verdwenen, of hij moest ze weer terugkopen...de catamarans namen de boot op sleeptouw



en brachten hem naar een Panamese haven, waar de man aan het herstel kon gaan werken.

Geleidelijk breekt voor ons de tijd aan om weer verder te trekken. Eerst gaan we naar de baai van Portobelo.







Niet voor niets werd deze baai Puerto Bello "Mooie haven" genoemd, want het is er prachtig beschut tegen vrijwel alle winden. Dat hadden de Spanjaarden in de 17e eeuw ook al door, en daarom kwamen hier alle transporten met het goud, zilver en andere schatten die ze uit hun Latijnsamerikaanse koloniën roofden bij elkaar en werden geladen op de schepen die de kostbaarheden naar Spanje vervoerden. Daardoor werd deze baai ook een gewilde bestemming van piraten, dus het geheel moest goed gefortificeerd worden. Van de fortificaties aan beide kanten van de baai is nog veel te zien. De forten werden in twee 'etages' aangelegd, beneden om aanvallers goed te kunnen bestoken, en boven om ze tijdig te kunnen spotten.























Als je helemaal naar boven klimt heb je een prachtig uitzicht over de hele baai.











Het kruithuisje stond natuurlijk buiten de vuurlinies



Het is nog goed te zien dat de forten werden opgebouwd met koraalstenen



Rondom deze interessante baai is nog meer te doen. Zo maken we een mooie tocht met de bijboot over de riviertjes die hier uitkomen, het regenwoud in en langs de weilanden waar de runderen grazen.































We horen de hele tijd het geblaf van de brulapen uit het oerwoud komen. dus gaan we op zoek....en ja hoor, na een poosje wachten komen ze tevoorschijn, en lukt het zelfs om er eentje op de foto te zetten



We willen nog wat inkopen doen en daarom varen we met een gunstig windje naar Colon, 20 mijl verderop.



Bij Colon is de Atlantische ingang van het Panamakanaal, dus het is er enorm druk met vrachtschepen.



Het blijkt dat de informatie die we hadden over ankermogelijkheden in de baai verouderd is: je kunt op een naargeestige plek ankeren, maar van daar kun je niet met je bijboot bij de wal komen. Dat is dus even balen, want het alternatief is 'Shelter Bay Marina' in de volksmond 'Shelter Pay Marina' geheten, dat wordt dus wel erg duur inkopen doen.... Maar er ligt voor de haveningang van die marina een groot zeiljacht voor anker, en wij gaan er op vrijdag middag gewoon brutaal naast liggen, en hopen er maar het beste van. De marina ligt totaal van alles verlaten en de enige manier om in de stad te komen is met de shuttlebus dienst van de marina. Zeilkennissen van ons liggen er net en op hun naam schrijven ons dus voor de volgende morgen voor de shuttledienst in. En we kopen diesel, die is dan wel weer erg gunstig geprijsd.
Voor de rest maakt alles hier geen gunstige indruk op ons, en dat bevestigen onze kennissen ook. Dus we gaan de volgende ochtend naar de supermarkt, kopen daar ruim in en als we terugkomen bij de boot ligt de marine al op ons te wachten om ons te melden dat we onmiddelijk weg moeten. Dat willen we zelf eigenlijk ook wel, want dit is helemaal geen aangename plek. Dus zeilen we met de boodschappen en de diesel weer 20 mijltjes terug naar Portobelo.
Toch wilden we nog wel wat andere dingen proberen te kopen, dus gaan we na het weekeinde opnieuw naar Colon, maar nu met de bus.







Na ruim een uur komen we aan op het busstation. Iedereen waarschuwt je hier dat deze stad zo gevaarlijk is dat je er niet over straat moet gaan lopen en dat je je al helemaal niet met camera's, telefoons enzovoort op straat kunt vertonen. Wij hebben dus geen foto's van onze expeditie naar de Vrijhandelszone van Colon, de een-na-grootste van de wereld. We laten ons door de taxi voor bij de vrijhandelszone afzetten, kopen voor $ 1,-- een toegangskaartje en gaan daarvoor een hele middag op avontuur. De LED-lampjes die we zochten vinden we in de kerstbomen winkel, maar als we op zoek gaan naar wat bootartikelen, komen we in een hele chique aangelegenheid, waar men ons vriendelijk mededeelt, dat je hier alleen in het groot kunt inkopen, en vanaf $ 2500,--. Als ik de juffrouw zeg dat we dat niet van plan waren, glimlacht ze minzaam terug en zegt: "Dat dacht ik al".
Al met al leuk om in dit gigantische koop-paradijs een kijkje te hebben genomen, maar we vinden het eigenlijk ook wel prima als we om 5 uur weer op het busstation zijn en in een van die prachtige bussen naar huis stappen.











En dan komt de tijd dat we willen vertrekken uit dit land want zo



willen wij niet worden.
Maar nu wordt het toch nog weer even spannend, want eigenlijk hadden wij het land al 10 dagen na onze vrijlating moeten verlaten. Nu hebben we gelukkig een solide stempel in onze paspoorten



maar toch....we zijn er niet 100% gerust op.
Daarbij komt dat ik inmiddels allerlei contacten heb gelegd met mensenrechtenorganisaties en met ex-lotgenoten die nog vastzitten.
Een en ander heeft ertoe geleid dat er bij de vrouwengevangenis een inspectie van een mensenrechtenteam geweest, waardoor er een grote groep vrouwen is vrijgelaten en een aantal stapelbedden is weggehaald, zodat er nu officieel nog maar 14 mensen terecht kunnen (in plaats van 50, wat wel gebeurd is), en de vrouwen nu 2 x per week buiten worden gelucht. De autoriteiten zijn hier niet vrolijk van geworden, hetgeen ook wel blijkt uit berichten uit de gevangenis dat er al twee keer zoekacties zijn geweest, waarbij telefoons en allerlei andere zaken in beslag zijn genomen, terwijl de wachten met wie er goede contacten waren gelegd overgeplaatst zijn.
Als we dinsdagochtend om half tien in het kantoor van immigratie staan is de desbetreffende beambte er niet. Hij laat tot 1 uur op zich wachten en wij worden daar niet bepaald vrolijker van. Gelukkig is hij een en al verontschuldiging als hij eenmaal arriveert en is onze uitklaring uit dit ongastvrije land binnen 30 minuten gepiept.

Hoewel we het zeker in Guna Yala leuk hebben gehad, omdat het er mooi is en verweg van de rest van Panama, zijn we blij om dit land te kunnen verlaten. Het gebeurt ons niet vaak op onze tochten dat we een nare bijsmaak aan een land overhouden, maar met Panama zal het voor ons waarschijnlijk wel nooit meer goed komen.

Mei 2015: Eilanden midden in zee

Vanuit Panama zetten we koers naar Guatemala's Rio Dulce, waar we het orkaanseizoen willen doorbrengen. Hoewel we graag naar de Corn Islands voor de kust van Nicaragua hadden willen gaan, moeten we die overslaan omdat die met de nog steeds heersenden oostelijke en noordoostelijke passaatwinden een heel ongunstig uitgangspunt vormen om naar het noordoosten te komen. Daarom valt de keuze op San Andres en Providencia.



Wij voelen ons extra aangetrokken om deze eilanden te bezoeken omdat ze Colombiaans zijn, en wij zulke aangename herinneringen aan dat land hebben.
Maar de eilanden zijn niet 'gewoon' Colombia, ze maken deel uit van de turbulente geschiedenis van de caribsiche zee, waar vrijwel alle eilanden regelmatig veroverd, heroverd en nog eens heroverd werden, door de verschillende Europese grootmachten die elkaar bevochten om de macht over de schatten van het Caribisch Gebied en het vaste land van Midden- en Zuid Amerika. Ook Nederland liet zich in dezen niet onbetuigd en twee zo strategisch gepositioneerde eilanden waren een aanlokkelijke buit.



Dus ook hier hebben de Nederlanders enige tijd gezeten (eind 16e eeuw tot 1631). Maar het waren uiteindelijk de Engelsen die de Nederlanders eruit gooiden de eilanden werkelijk koloniseerden, reden waarom de bevolking die sinds de verovering deze eilanden bewoonde, de Raizal, Engels-talig is. Het erfgoedmuseum brengt het dagelijks leven uit vervlogen tijden in beeld:























De Engelse orientatie geldt trouwens voor een groot deel van Caribische kust van Midden Amerika en de daar voor gelegen eilanden: de bevolking wordt ook wel 'Black Creoles' genoemd, en is vaak door de Engelsen uit Afrika geroofd en in het Caribisch gebied tot slaaf gemaakt en uitgebuit. Doordat de eilanden bestuurlijk onder Colombia vallen, dat de eilanden sinds haar onafhankelijkheid (1819) bezit, is de Spaanse-Amerikaanse invloed, vooral op San Andres, dat het bestuurlijk centrum van dit overzeese stukje Colombia is, duidelijk aanwezig.
Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw zijn de eilanden tot ontwikkeling gekomen, nadat Colombia er een belastingparadijs van heeft gemaakt. Vooral San Andres, het eerste eiland dat we aandoen, heeft hiervan sterk geprofiteerd. In het centrum vind je hier een paar boulevards met vele tax-free winkels. De meeste toeristen zijn Colombianen van de vaste wal.
Wij laten, na een overtocht vrijwel zonder wind, dus grotendeels op de motor, het anker vallen achter een grote rifformatie. Een prima plek voor Frits om te kiten, zodra er weer wind is. Wij arriveren op 1 mei, en ja hoor, zodra we ingeklaard zijn en gaan wandelen lopen we tegen de 1 mei demonstratie aan. Er wordt een demo gehouden door de vakbonden voor werk en de bekende leuze "un pueblo unido, jamas sera vencido" weerklinkt door de straten van San Andres.











Diverse mensen demonstreren met leuzen voor de vrede. We nemen aan dat het hier gaat om steunbetuigingen aan de vredesonderhandelingen in Havana. Helaas komen die juist in deze weken onder druk te staan door aanslagen van militairen op FARC-doelen en omgekeerd. Goed nieuws is dat er onderhandeld wordt over de instelling van een waarheidscommissie.



Als er een paar dagen wind is, kan Frits zich uitleven met zijn kite. Er is hier een prima startplek en achter het rif is ruimte zat om goed te oefenen.











Al het oefenen werpt zijn vruchten af: hij kan inmiddels goed aan de wind varen en ook het over stag gaan lukt steeds beter.







Als er dan weer eens een dag met minder wind is, stappen we in de bus en maken we een toertje over het eiland. Een van de attracties is de 'Suplador', een grot die half onder water staat, en als de swell aan de zeekant de lucht afsluit,



wordt deze er door een gat met veel kracht uitgeblazen.



Grote hilariteit en iedereen komt hierheen om zich te laten natsproeien



Na de Suplador bezoeken we Morgans Cave. Captain Morgan was een van de beruchtste piraten in de Caribbean, en op veel plekken memoreert men zijn (wan-)daden. Ook hier. Hij zou hier een grot hebben gebruikt om zijn buit in op te slaan.



Rond deze grot is een klein erfgoedmuseum ingericht waaronder andere het nodige verteld wordt over de cocosteelt, die in het verleden een belangrijke cultuur vormde. Men vertelt ons tijdens de rondleiding dat de cocosnoten van vroeger veel groter waren dan die van nu



De traditie om gebruiksartikelen zoals dit jasje



en mooie dingen van de noten te maken



bestaat nog steeds.
Regelmatig wandelen we door het stadje waar tot vermaak van de toeristen vrolijke bankjes met beelden zijn neergezet



en we zien de huisjes aan de rand van de stad, die duidelijk verwijzen naar de Engelse koloniale wortels van dit eiland



Daarna lopen we naar het strand, waar ook een kiteschool is, natuurlijk altijd interessant voor Frits om met collega's uit te wisselen



Tegen het eind van de middag stelt zich een groepje jongeren op, gekleed in traditionele kleding en die allemaal oude instrumenten gaan uitpakken. Ze stellen zich in een halve cirkel op en dan begint en een strandvoorstelling van oude dans, zang en muziek.







De instrumenten zijn zoals je die vaak in het Caribisch gebied tegenkomt, met hele simpele middelen vervaardigde tokkel-, slag- en blaasinstrumentjes. De kleding doet ook oud-Engels aan, met de kleurige touch van de Caribbean, net als de Creole-taal van de liedjes.











Na al dit leuks wordt het tijd om weer eens verder te trekken, naar Providencia, ook bekend als Old Providencia. Dit is het lastigste stuk van de tocht. De weerberichten hadden ons oostenwind in het vooruitzicht gesteld, maar die komt helaas niet door, en het blijft dus noordoost. Dit, versterkt door een zeer ongunstige storming maakt dat we een boknekrig tochtje hebben naar Providencia. Hoewel de werkelijk afstand slechts 55 zeemijl is, leggen we er onder invloed van de ongunstige stroming 70 af. We weten dat het vanaf hier weer steeds beter zal worden, dus dit moeten we er dan maar even voor over hebben.
We komen aan in een mooie baai, die tussen het hoofdeiland, Providencia




en de kleine satelliet Santa Catalina is gesitueerd.




Een soort pontjesbrug verbindt de twee eilanden









We hebben uitzicht op een uiterst eigenaardige gespleten rots.




Dit is een veel kleiner eiland dan San Andres en ook stukken minder toeristisch. Hier wordt veel meer dan in het bestuurscentrum San Andres Engels gesproken. Er heerst hier een heel relaxt sfeertje.
Om het eiland te verkennen huren we een scootertje




waarmee we een prachtige tocht maken langs verlaten strandjes,









kerkjes van de meest uiteenlopende geloofsgenootschappen langs de kant van de weg













We komen onderweg een tegenligger tegen, die als voetganger netjes op het trottoir loopt




We komen langs het strand waar op zaterdagmiddag paardenraces worden gehouden.




En omdat het zaterdagochtend is willen we graag weten of er vandaag ook paardenraces zullen zijn.



Naast ons staat op krukken Mister Bush. We vragen hem hoe het zit en hij vertelt ons dat er vandaag geen gokkers zijn, dus ook geen races."Maar volgende week wel. Zijn jullie er van nog?" "Dat weten we nog niet, dat hangt van de wind af, we zijn hier met onze boot". "Maar als je met de boot bent kun je toch zelf beslissen om te blijven?" "Ja, dat klopt, maar als er goede wind komt willen we toch verder, want we willen voordat het orkaanseizoen in juli begint in Guatemala zijn." "Maar als je de paardenraces mee wilt maken, moet je gewoon nog even wat langer blijven" "Ja...nou, we zullen het nog even bekijken." "Moeten jullie ook nog eten?" "Nu nog niet, het is nog een beetje vroeg." "Als je wilt eten moet je naar het tweede tentje hier op het strand gaan, dat is echt heel erg goed." "Het is van mijn vriend, maar dat is niet waarom ik het aanbeveel. Het is gewoon het beste tentje. Als jullie later komen, ben ik er ook. Ik ga er nu heen." "Wie weet zien we elkaar dan nog later. Nu gaan we eerst even verder. Bedankt voor alle informatie, Mister Bush, en nog een fijne dag!" "Eensgelijks." En dat alles in deze rustieke omgeving














We brommen verder en komen langs een pleintje waar de dierenwereld van dit eiland in beeld wordt gebracht: de leguaan



van onder water de koraalvissen



en de krabben



De krabben zijn op dit eiland iets speciaals. In de periode van april tot juni vindt de grote krabbentrek plaats. Dat houdt in de de krabben zich in de maanden op land begeven om zich voort te planten. Dat schijnt alleen te gebeuren als het regent, en dat doet het juist niet nu wij er zijn. Pech gehad, dat zien we dus niet met eigen ogen; maar de krabben, die hier een belangrijk aspect van het cultureel erfgoed vertegenwoordigen, komen we wel overal tegen.



Men blijkt hier in de bergen ook nog een heus stuwmeer te hebben. Wij scooteren erheen en stellen vast dat ze hier hun watervoorzeining goed voor elkaar hebben



Na een dikke 3 uur zijn we het eiland rond en leveren we de scooter weer in. Dan wandelen we nog wat door het dorp. We stellen vast dat ook hier van alles ingezet wordt om de jeugd van de drugs af te houden ("ga sporten en spelen in plaats van drugs te gebruiken")



We komen langs het buurtcentrum met daarin het plaatselijke bibliotheekje.



Ik loop even binnen en zie enkele boekenkasten en een leestafel. Ik vraag of ze ook boeken over de eilandsgeschiedenis hebben. "Nee mevrouw, die hebben we niet meer. Die zijn in 2005 weggewaaid toen de orkaan Beta een groot deel van het eiland Providencia vernietigde". We lopen door en zien de aankondiging van de eilandelijke dominokampioenschappen



Doorlopend komen we bij de pontjesbrug die het eiland Providencia verbindt met het veel kleinere Santa Catalina



Een prachtig mozaiek op straat wijst de weg



Dus we gaan de brug over



en volgen het wandelpad langs de waterkant



en klimmen naar boven, naar Fort Warwick, althans, de restanten daarvan











Vandaar wandelen we het wandelpad weer terug langs de vrolijk gekleurde huisjes



naar de andere kant, Miltapoint



"waar de piraten werden verbrand, de protestanten werden opgehangen", tussen de zeemeeuwen en de mangroven.



Als de wind wat gunstiger wordt, lichten we het anker en zetten we koers naar Guanaja, een van de eilanden in de Bay Islands Archipel voor de kust van Honduras. We houden mooie herinneringen aan deze twee - of eigenlijk drie als je Santa Catalina apart meetelt - Colombiaanse overzeese gebiedsdelen. Duidelijk anders dan het continentale Colombia, door zijn Engelse invloeden, maar zeker zo vriendelijk en gastvrij. Een verademing na Panama.





Juni 2015: Honduras!

Vanuit Providencia zeilen we in ruim 2 dagen naar de Bay Islands voor de kust van Honduras.



De eilandengroep bestaat uit 3 eilanden van oost naar west: Guanaja, Roatan en Utila.
Omdat Honduras bekend staat als een van de meest gewelddadige landen van Latijns Amerika blijven we behoorlijk uit de kust. De tocht verloopt soepel. Het eerste eiland dat we aandoen in Guanaja. Net als in San Andres en Providencia spreekt de eilandbevolking hoofdzakelijk Engels. Maar omdat de eilanden deel uitmaken van Honduras is er ook een deel van de bevolking dat Spaanstalig is: de mensen die van het vasteland afkomstig zijn. Guanaja is een klein eiland.



Er zijn hier geen verharde wegen en nauwelijks gemotoriseerd verkeer en je kunt de dorpjes die over het eiland verspreid liggen het beste via het water bereiken. De hoofdplaats bevindt zich op een apart 'wooneiland' en daar is het dan ook meteen dichtbebouwd.



Hoe klein ook, je kunt hier het meeste wel krijgen, tot een datakaart in je smartphone aan toe.
In het verleden waren er hier een paar prachtige resorts, maar de meeste daarvan zijn nu verlaten.



Men leeft hier nu vooral van de kreeft- en garnalenvisserij. Er ligt hier dan ook een enorme visservloot.







die zich aan het opmaken is voor de start van het seizoen. Ze varen in deze tijd van het jaar volgeladen met brandstof, water, eten en kistjes om de kreeften in te doen naar de Hondurasbank en daar blijven ze dan een half jaar lang op zee, vissen. Op zee worden ze gefourageerd, bijgetankt en wordt de vangst opgehaald. Het verhaal gaat dat ze niet naar land gaan, omdat de bemanning hem daar drost.
Een groot deel van de charme van dit eiland is onder water te vinden: het is helemaal omgeven door een groot rif, en de onderwaterwereld is hier zeer ongerept. Wij gaan dus op onderzoek uit



en genieten van de uitbundige koraalpracht.



Je kunt via een kanaaltje met je bijboot naar de noordkant van het eiland varen. We komen langs de vuurtoren op het duin



En onderweg zien we voor het eerst sinds we in het Caribisch gebied zijn pijnbomen. Het ruikt heerlijk



Na een paar dagen krijgen we zin om verder te varen en richten we de stevens naar Roatan. Na een lekker dagtochtje komen we daar aan en laten we het anker vallen in de baai van French Harbor, temidden van een aantal collega-cruisers.



Dit is een veel drukker en groter eiland. Dus we trekken er op uit. Dat gaat hier ook wat makkelijker omdat over dit hele eiland van oost naar west een prachtige verharde hoofdweg is aangelegd, met de hulpgelden die binnenkwamen nadat een groot deel van het eiland eind oktober 1998 vernietigd was door de orkaan Mitch



Je hebt hier minibusjes, waarmee je zoals bijna overal in het Caribisch Gebied voor weinig geld vrijwel overal kunt komen. Er zijn 'collectivo's' dat zijn deeltaxi's, die iets meer kosten, maar die vaker gaan (eigenlijk is zowat iedere tweede auto een collectivo). Met de busjes en de collectivo gaan wij naar de gezellige hoofdstad Coxen Hole



En een volgende trip is naar West Bay, een waar duikparadijs.







Hier blijkt bovendien al vele jaren een vriendin van mijn schoonzus te wonen. Die zoeken we natuurlijk op.
Op het balkon van een van de vele restaurantjes, hebben ze een suikerwater drinkplek voor de kolobri's gemaakt, en ja hoor, het is hier een komen en gaan van deze prachtige vliegensvlugge minivogeltjes







Dit eiland valt trouwens waar je ook bent op door zijn rijke dieren- en plantenwereld















En dan zijn er de hanen, waarmee waarschijnlijk hanengevechten worden gehouden. Ze hebben elk hun eigen huisje, naast de arena, waar ze schuilen tegen de zon



of een ommetje maken om de benen te strekken



Dat het hier zo groen is heeft wel een reden: het regent hier zeer regelmatig.



En de regen heeft nog een ander voordeel: wij kunnen onze watertanks helemaal vullen



Maar er zijn ook veel zonnige dagen, en soms kun je de hoge bergen aan de vaste wal dan zien uitsteken boven de nevelen



Wij trekken er ook regelmatig op uit met de fietsen.



Dat is best zwaar, want die 'heuvels' zijn toch hoger en stijler dan ze lijken. Maar het is wel prachtig en de lekkere bries die overal waait maakt onze tochtjes extra aangenaam.



























Maar na een paar uur heuvel op, heuvel af, smaakt de verfrissing wel heel goed



En als er goede wind is, gaat Frits natuurlijk kiten. Intussen kunnen we hem vanaf de boot lanceren, waardoor het steeds makkelijker wordt om op vrijwel elke plek waar wind is en ruimte, dagelijks een paar baantjes te trekken.







En als er eens wat minder wind staat dan kunnen we snorkelen op een van de vele prachtige riNu ontstondffen die dit eiland omgeven.







































































Op zondagmiddag bezoeken we een heel bijzonder feest.
Deze eilanden waren in het verleden gekoloniseerd door de Engelsen. Die hadden veel eilanden in het Caribisch Gebied veroverd. Op die eilanden creëerden ze geheel nieuwe samenlevingen: ze begonnen er plantages en aanvankelijk dwongen ze de oorspronkelijke bewoners, de volkeren van de Arawaken en de Cariben, daarop te werken. Maar zij stierven door het zware werk en door de ziektes die de Europenanen meebrachten en waartegen ze niet bestand waren. Sommigen van hen verkozen ook de dood boven de slavernij en pleegden (collectieve) zelfmoord. In zeer korte tijd raakte de oorspronkelijke bevolking van de eilanden gedecimeerd.
Zo ontstond een groot arbeiderstekort. Daarom gingen de Engelsen (maar de bezetters van de andere landen evenzeer) mensen ontvoeren uit Afrika om hen de eilanden als slaven te werk te stellen (tegenwoordig noemen we dat 'human trafficking'/mensenhandel).
Deze gevangenen vermengden zich met overlevende oorspronkelijke bewoners van de eilanden. Deze mensen worden wel 'black Caribs' genoemd. Ook zij verzetten zich tegen hun bestaan in slavernij. Maar vaak mislukten die opstanden en werden de mensen gevangen genomen en.....gedeporteerd. Zo kwam er een grote groep van deze mensen naar Roatan. Een ander deel werd naar de vaste wal van Honduras (maar ook Belize, Guatemala en Nicaragua) gedeporteerd.
Zij leefden hier in hun eigen gemeenschappen, spraken West Indian Engels (hier noemt men het 'Creole') en hielden allerlei oorspronkelijke Afrikaanse en Caribische tradities in stand. Deze bevolkingsgroep kent men hier als de Garifuna. Dit Garifuna volk leeft nog altijd min of meer op zichzelf in een aantal dorpen op Roatan (en ook aan de vaste wal en op enkele andere eilanden).
Zij dreigden in de loop der jaren hun Afrikaanse roots te 'vergeten'. Daarom zijn vertegenwoordigers van de Garifuna naar Afrika getogen, om op zoek te gaan naar hun oorspronkelijke tradities. En zij namen uit Afrika onder meer muziek en dans mee. En elke zondagmiddag kun je op een aantal plekken op Roatan meemaken hoe de Garifuna hun roots vieren. Wat mij hierbij vooral opviel was, dat deze cultuur door alle leeftijdsgroepen, maar vooral ook door jonge mensen gedragen wordt. Het leeft onder de jeugd, die het natuurlijk op haar eigen manier in vormen van deze tijd giet, maar dit erfgoed is springlevend ...en de Garifuna heten ons trots welkom op hun feest, mensen groeten ons, zijn vrolijk en uitnodigend. Het is een swingende, heerlijke festiviteit waar van super klein, tot oud, van wit tot zwart, dik en dun, man en vrouw, man en man en vrouw en vrouw, van Engels tot Spaans-talig, in een groots gemeenschappelijk cultuurbeleven samen komt.















































































































Roatan, wat een aanstekelijk voorbeeld van samenleven en -feesten!

Juli 2015: De laatste etappe

De maand juli brengen voor het grootste deel nog in Roatan door, want hier zijn zeer gunstige omstandigheden voor Frits om te kiten







en bovendien is het hier gewoon mooi



en gezellig. Dus we maken nog weer een paar fietstochten











En als er geen wind is om te kiten, gaan we snorkelen. Het lukt steeds beter om de vissen goed voor de lens te krijgen























En op een van deze snorkelexpedities komen we een heel bijzonder vissenpaar tegen, met aan zijn vinnen enorme gekleurde slierten. Zoiets hebben we nog nooit gezien. We kunnen niet vinden wat voor een soort vis dit is.







Afgezien van ons onbekende vissen lopen hier pauwen rond



en vele agouti's



Op Fantasy Island



is Aussie Pete de havenmeester. Hij beheert tevens het barretje dat hij aan de waterkant heeft ingericht als trefpunt voor de zeilers in de buurt







Elke woensdag kun je bij Pete komen BBQ'en,







en vaak wordt er na het eten nog gedanst.
Overdag doen we allerlei klusjes, zoals het schoonmaken van de warmtewisselaar van de stuurboord motor (Frits)







en experimenteert Reinhilde met allerlei lekkkere broodrecepten







En natuurlijk gaan we op zondagmiddag weer naar het Garifuna feest























Intussen maken we plannen om naar onze eindbestemming van dit zeilseizoen te zeilen: Rio Dulce in Guatemala



Voordat we daarheen gaan doen we echter eerst nog het buureiland van Roatan, Utila aan. Het is veel kleiner dan de grote broer met een vriendelijk dorpje bestaande uit één lange (hoofd-)straat, waar men zich voortbeweegt met tuctuc's en waar je ingestorte bouwvallen tot prachtig strakke nieuwbouw huizen op palen aantreft



















en waar ik als toegift een kolibri-in-actie op de foto krijg



Dit eiland staat bekend als een feesteiland, en het doet bij ons bezoek zijn naam eer aan, want het is juist dit weekeinde carnaval. Wij genieten mee van de 'grote' parade, die aan het begin van de hoofdstraat start en die ergens in het midden uiteindelijk verzandt in de vele kroegjes







































En ja, dan is het tijd om na ruim 6 weken afscheid te nemen van de Bay Islands van Honduras, waarvan wij zo hebben genoten en om koers te zetten naar de Rio Dulce in Guatemala.











Nadat we over de modderdrempel bij de ingang van de rivier zijn gekomen, klaren we in het gezellige plaasje Livingston in.











En als we de papieren in orde hebben is het tijd om de rivier op te gaan. We laten het zoute zeeleven achter ons







en we varen een totaal ander wereld binnen. Om te beginnen ruikt het hier anders, onder andere naar het imposante tropische regenwoud dat zich tot op de oevers van de rivier uitstrekt



Er trekken hier regelmatig imposante wolkenpartijen/buien langs, die de omgeving zo groeizaam maken. Het is dan ook onnoemelijk groen (ook het water trouwens)



en we komen weer terecht tussen de boomstamkano's van de rivierbewoners







De inheemse bevolking bestaat uit Maya, de nazaten van het beroemde volk dat tijdens de verovering van dit continent hier werd aangetroffen, en dat net niet helemaal is uitgeroeid. Later tijdens ons verblijf zullen we de overblijfselen van hun oorspronkelijke cultuur gaan bezoeken.
Het riviervolk hier houdt zich vooral bezig met vissen en boeren.







Grappig is de jonge man die langs komt in zijn kano met, jawel, een rugzakje op zijn rug.



Het is een prachtige tocht die wij over de rivier maken, waardoor wij ons de eerdere rivieren (de Sine Saloum in Senegal, de Amazone, de Surinamerivier en de Orinoco) die we bevaren hebben weer herinneren, en weer precies weten waarom wij dat zo aangenaam vinden: het leven speelt zich vlak om je heen af, en het trekt als het ware langs je heen als een film



























En zo komen wij op onze eerste ankerplek aan, Texan Bay aan de oever van het kleine meer la Golfete







Hier brengen we een rustig nachtje door, horen de brulapen in het oerwoud en maken de volgende dag een bijboot-expeditie door het regenwoud en we zijn opnieuw onder de indruk van de overweldigende pracht in en langs de kleine zijarmpjes van de rivier











































De volgende dag gaat het weer anker op en verder stroomopwaarts. Geleidelijk worden de oevers wat lager maar verschijnen er in de verte veel hogere bergen, met hun vaste wolkendek.



En zo komen we na een tijdje doorvaren bij de brug, waarvan wij niet zeker zijn of we er onderdoor kunnen. Maar dat hoeft ook niet, want de plek waar we willen ankeren en waar we later op het droge willen gaan, is vlak voor deze brug, de Nana Juana baai



Dus hier laten we, tussen vele andere zeilers die hier het orkaanseizoen veilig doorbrengen, het anker vallen.



Het uitzicht is prachtig, met op de achtergrond de hoge bergen met hun soms dreigende wolkendek en vooral 's avonds en 's nachts zo nu en dan enorme regen- en onweersbuien.



Aan de wal is het gezellige plaatsje Fronteras, dat bestaat uit een grote hoofdstraat, waar een gemoedelijke drukte heerst. En waar je in de kleine winkeltjes je boodschappen kunt doen en een grote diversiteit aan prachtige groente en fruit kunt krijgen







Op deze plek, waar de mensen on wederom gastvrij en vriendelijk tegemoet treden, denken wij ons voorlopig prima te kunnen vermaken.

Intermezzo 2015: Terug van weg geweest

Dit jaar hebben we het anders aangepakt. De boot gaat tijdens onze afwezigheid op de wal, bij Hotel Marina Nanajuana in Rio Dulce. Daarvoor hebben ze hier een kar die de boten eruit trekt. Bij ons moest nauwkeurig bepaald worden waar het brugdek precies op de kar kon steunen







dus Frits ging mee het water in om een en ander samen met de mannen van Nanajuana te regelen.







En wanneer alles checked en double checked is, kan de boot eruit getrokken worden.



En dan wordt hij op een hele mooie plek, naast een bamboobosje op de betonplaat neergezet:







Zo, hier kan ons drijvende huis gerust een paar maanden staan.

We gaan een paar dagen later met de bus naar Honduras, vandaar met het vliegtuig naar Miami, waar we een hele dag hebben voor we verder vliegen. Daarom besluiten we maar naar het strand te gaan: Miami Beach dus, om een beetje bij te komen van een reis die inmiddels 24 uur duurde



Daarna gaat het door naar Europa



In Nederland hebben we ook dit jaar weer de beschikking over de prachtige MG cabriolet waarmee we zelfs verhuizen van ons ene logeeradres naar het volgende



en omdat het zo'n milde herfst is, kunnen we ook nog een blitse tocht met open dak maken



Over milde herfst gesproken: op dit dit grasveldje bloeien zelfs een soort van krokussen!



Voorts staat ons verblijf in het teken van Frits zijn kleine vriendje, kleinzoon Alain















Verder mag Reinhilde weer meedoen met haar oude badmintongroep, en is haar aanwezigheid zelfs aanleiding voor een gezellig etentje met de hele groep



We bezoeken vele lieve vrienden en genieten van de vriendschap en van de heerlijke maaltijden die ons worden voorgeschoteld



Voor de verjaardag van onze gastheer Henk maken we een echte feesttaart



Frits helpt zijn zoon Jos met het opknappen van diens huis en we zijn druk met de vele beslommeringen die er nu eenmaal zijn als je even terug bent in Nederland. Een vriend maakt een portret van Reinhilde



Gelukkig blijft het Nederlandse klimaat ons tot het laatst goed gezind, al missen we wel de zon. Het wordt weer tijd op terug te vliegen



En zo treffen we na 3 maanden de boot in goede staat aan en kunnen de geplande klussen beginnen. Een daarvan is het bijbootje schoonmaken en kaaltrekken



Maar het belangrijkste werk betreft het schilderen van de rompen aan de buitenkant. Omdat het hier in deze tijd regelmatig plenst, is dat een kwestie van de weerberichten bestuderen, de schilders van hier nadoen, de gedeelten die afgedekt kunnen worden afdekken, geduld en de nodige mazzel.























Maar als je dan onder de dekkleden doorgluurt blijkt het allemaal niet voor niets te zijn



En ook de rest ziet er weer uit als nieuw







En ja hoor....je kunt er je haren weer in kammen (of een selfie maken)





december 2015: Op reis

Het enige dat nog in de verf gezet moet worden zijn de buitenkanten van de rompen. Maar dat is tevens het lastigste onderdeel, omdat het regelmatig blijft regenen en het hier bij gebrek aan een buienradar lastig is precies te bepalen wanneer die regen zal vallen.... Daarom kopen we een enorm stuk plastic en bouwen we daarmee een tent voor het geval dat het onverhoopt toch nog mocht gaan regenen.











En zo lukt in twee dagen (met bijna geen regen) ook het laatste en moeilijkste onderdeel:



De tevredenheid is groot als het geheel uiteindelijk is uitgepakt







En als het onderwaterschip ook weer in de antifouling staat, dan is het zover: De Bella Ciao kan weer te water



















Als we eindelijk weer drijven hebben we ook weer wat meer tijd om ons te mengen in het dagelijks leven hier. Zozie je hier overal tuctucs. De tuctuc is een speciaal fenomeen in Guatemala.



Hij wordt gebruikt voor lokaal vervoer en is daar zeer geschikt voor: hij beweegt zich makkelijk door het vaak chaotische verkeer in de bebouwde kom, je stapt er als passagier makkelijk in- en uit, kunt er al je boodschappen bijin proppen en het kost bijna niks. Voor een paar centen extra rijdt hij je tot voor de deur/boot. Sommigen hebben er zelfs een autoradio ingebouwd, een ander zingt gewoon zelf (wat wij wel het leukste vinden). Als het regent (wat het in Rio Duce vaak doet) gaat er een plastic gordijn voor de ingang, zodat de passagiers droog blijven. Wij maken zolang de boot (en de bijboot) op de wal staat met veel plezier gebruik van dit prima vervoermiddel. Een handige ondernemer komt met een variant: de bakker-tuctuc.







En dan zijn we eindelijk zo ver dat we dit prachtige en sympatieke land echt kunnen gaan verkennen. We maken een drietal uitstappen: De eerste is een dagtochtje naar Quirigua (blauw, naar het oosten op het kaartje), de tweede is een driedaagse tocht naar Tikal (naar het noorden, groen) en de laatste is een vijfdaagse tocht naar Antigua en het Atitlan meer (naar het westen, geel).



Op een zaterdagmorgen gaan we met een minibus op weg naar Quirigua. Onderweg komen we terecht in een voor ons hoogst ongewone verkeersopstopping:



Met een rode vlag wordt het verkeer vanaf de paarden door de gaucho gewaarschuwd, met lasso's worden de runderen de juiste kant op gestuurd - we wanen ons even terug in de tijd











Na een kwartiertje zo achter de kudde aan gereden te zijn, leiden de gauchos de koeien op een zijweg en kan onze tocht in een iets hoger tempo worden voortgezet.



En zo komen op de site van Quirigua. Hier was in de bloeiperiode van de Mayacultuur (250-900 na Chr.) een stad gevestigd, waar men zich gespecialiseerd had in het bewerken van de stele: grote zandstenen pilaren (stele), waarop afbeeldingen van de verschillende koningen en hieroglyfen met de beschrijving van belangwekkende zaken.
De lokatie, die vlakbij een belangrijke handelsroute lag, werd door de Europeanen pas in de 19e eeuw ontdekt. Wellicht dat het complex door deze late 'ontdekking' zo ongeschonden is gebleven door de eeuwen heen. In elk geval wordt hier veel waardevol archeologisch werk verricht







en Quirigua is in 1981 door de VN uitgeroepen tot Wereldergoed. Ter bescherming tegen weersinvloeden zijn er over de monumenten afdakjes opgetrokken.



Doordat bekend is hoe de Mayakalender werkt, kunnen de dateringen op de stele exact worden teruggerekend.



De hoogtijdagen van Quirigua waren van 724, toen het onafhankelijk werd van het naburige, in het tegenwoordige Honduras gelegen koninkrijk Copan, tot 800, toen de stad haar zelfstandigheid weer verloor.
De belangrijkste heersers worden op de stele afgebeeld, 'aangekleed' met allerlei symbolen en tekenen die hun betekenis benadrukken en omlijst door hieroglyfen en beeldtekens



































De stele die hier gevonden zijn, zijn de allergrootste die bekend zijn in de Mayawereld: de hoogste is 8 meter boven de grond en 3 meter ondergronds, en weegt 60.000 kilo.



Naast de stele zijn er in Quirigua 'zoomorfo's' te zien: beeldhouwwerken van mythologische dier-achtige wezens, die ook weer vol staan met afbeeldingen en hieroglyfen











In het bezoekerscentrum is een klein museum ingericht, waar je een kort lesje Mayaschrift kunt aanschouwen







Bij een dergelijk centrum van kunst en cultuur hoorde een (bestuurlijk en religieus) centrum, een acropolis. Deze is minder imposant dan die we later in Tikal zouden zien, maar de overblijfselen zijn desondanks zeer interessant















Tot op de dag van vandaag worden er op deze prachtige plek bij het altaar onder de boom religieuze bijeenkomsten gehouden door de Mayabevolking







Onze volgende expeditie betrof een driedaagse tocht naar Tikal. De tocht begon in een overvolle bus: 4 uur staan/hangen/leunen!



Het bleek deze maandag de eerste vakantiedag van de scholen in Guatemala te zijn (de grote vakantie valt hier in december-januari) en iedereen was dus, net als wij, op reis.
Onze tocht gaat naar El Remate, een dorpje aan het verstilde meer Peten Itza, waar we na de hectische reis weer helemaal tot rust komen.















Daar vinden we zonder moeite een kamer in het vredige hostal van Bruno. En onze gastheer blijkt ook dagtochten naar Tikal te kunnen regelen, dus dat boeken we.
We vertrekken de volgende ochtend in het donker. Daardoor zijn we rond zonsopgang in Tikal. Tikal is gelegen midden in de jungle, wat het bezoek tot een extra mystieke ervaring maakt. We komen tijdens onze 7 uur durende wandeling allerlei dieren tegen, zoals tucans



en coati's



Slingerapen bewegen zich hoog in de bomen boven ons, en verder lopen we langs imposante bomen







Omdat we er al zo vroeg zijn, zijn er nog bijna geen andere bezoekers, en hebben we de ontwakende jungle voor onszelf. En midden in die jungle staan de ruines. Er is hier veel werk verzet om de ruines te heroveren op diezelfde jungle, want het regenwoud probeert in hoog tempo deze stad in de jungle te overwoekeren.
We wandelen van tempel naar tempel, via wooncomplexen en pyramides, een gigantisch oppervlak van waaruit dit centrum de noordelijke Mayacultuur eeuwenlang beheerste. Het begon min of meer rond ons jaar 0 en met ups en downs bleef Tikal een grote rol spelen tot circa 900. Rond dat jaar stortte het Mayarijk in Centraal Amerika in - een duidelijke oorzaak hiervan is tot op heden niet gevonden. In de hoogtijdagen, rond 600 moeten er in Tikal wel zo'n 100.000 mensen gewoond hebben. Zij hadden een hoogstaande cultuur, die onder andere tot uitdrukking kwam in hun geschriften, architectuur, beeldhouwkunst, astrologie en speciaal in Tikal ook in hun methode van oorlogvoeren, waardoor dit koninkrijk de wijde omgeving eeuwenlang kon overheersen.
Door de overblijfselen van de stad maken we een wandeling en nemen we een dag lang foto's.



















































Uiteindelijk komen op de Gran Plaza, het centrum van de stad. Hier bevinden zich tegenover elkaar twee enorme tempels, met daar tussen in altaren en omgeven door een imposante acropolis. De hoogste van de 2 tempels steekt met zijn 57 meter hoog boven de jungle uit























De meest onvergetelijke beelden houden we over aan de laatste tempel, die we mogen beklimmen, en van waaruit we de andere belangrijke tempels uit de jungle zien oprijzen







Diep onder de indruk van dit imposante stadscomplex van zo'n 1500 jaar oud maken we een dag later de busreis terug naar Rio Dulce, dit keer met zitplaatsen.

Aan boord terug komen we even een paar dagen bij van alle indrukken en dan gaan we opnieuw op pad. Nu naar de oude koloniale stad Antigua en daarna door naar het Atitlan meer.
Dit keer hebben we gereserveerde plaatsen in de bus en reizen we in comfortabele vliegtuigstoelen naar Guatemala City en vandaar gaat het in een kleine bus door naar Antigua. Deze stad is gelegen tussen een aantal vulkanen, waarvan een drietal actief is. De stad was van 1543 tot de vernietigende aardbeving in 1773 de hoofdstad van Guatemala. Antigua, ofwel La muy noble y muy Leal Ciudad Santiago de los Caballeros de Goathemala, telde in haar hoogtijdagen 38 kerken, een universteit, een drukpers, een krant en een rijk cultureel leven. Maar het meest in het oog springend is tot op de dag van vandaag de architectuur. We wandelen door de stad en bewonderen de prachtige koloniale huizen met hun luisterrijke binnentuinen.











Zelf vinden we onderdak in een gezellig hostal, met een daktuin die uitzicht biedt op Fuego, de meest actieve van de vulkanen die de stad omringen: elke 20 minuten 'doet hij het'.











We wandelen door pittoreske straatjes



we slenteren door de rijkelijk voorziene markt











en een ambachtsmarkt



we lopen onder de loopbrug door die in vroeger tijden de nonnen in de gelegenheid stelde om van de kerk naar het klooster over te steken zonder zich in het openbaar te hoeven vertonen



we bekijken een ijzerwerkplaats







en we rusten uit op de bruisende Plaza Central







die als het donker wordt een kersttooi aanneemt



De stad blijft boeien, dus we lopen verder en nemen een kijkje in het jademuseum











en genieten van een straatmuziek orkestje







Nadat we al twee dagen ontbeten hebben onder de rook van de vulkaan Fuego (die je niet op mag omdat dat te gevaarlijk is) willen we zelf wel eens een vulkaan op. Dat wordt de Pacaya, die ook nog actief is (in 2014 heeft hij een grote uitbarsting gehad, waarbij een persoon om het leven is gekomen). Eerst gaan we 2 uur met een busje door het drukke vakantieverkeer tussen Antigua en Guatemala City, en dan komen we aan bij een steil pad naar boven. Het is al vrij laat en omdat ik niet zo'n bergbeklimmer ben, maak ik gebruik van de mogelijkheid om me te paard naar boven te laten vervoeren:



Dat blijkt een goede keuze, want zo kom ook ik fris en fit boven, waar we van het adembenemende uitzicht op de vulkanen rondom ons kunnen genieten































We maken nog een korte wandeling door de lava-as naar een plek waar de hete stoom zo uit de grond komt











En dan dalen we weer af. We komen beneden aan in het donker.
De volgende dag maken we nog een stadswandeling langs vele (ruines van) kerken. De aarde is in deze omgeving altijd in beweging: aardbevingen en vulkaanuitbarstingen doen zich aan de lopende band voor:



Veel kerken hebben daardoor de tand des tijds niet weerstaan.



























Maar een aantal kerken en kloosters zijn nog altijd in hun volle glorie in bedrijf, en die bezoeken we natuurlijk ook























We besluiten onze wandeling op een heuvel van waar af we een prachtig uitzicht hebben op deze stad tussen de vulkanen:







Op de terugweg naar ons hostal worden we even met de neus op de alledaagse Guatemalteekse werkelijkheid gedrukt: ik zie een groepje mannen een aanplakbiljet opplakken:



"gesloten wegens geen salaris". Ik loop naar een van hen toe en vraag hem wat er aan de hand is en wie ze zijn. Hij vertelt me dat ze ambtenaren van het ministerie van cultuur zijn en dat zij al drie maanden hun salaris niet hebben gekregen. En dat ze daarom nu in staking zijn. De staking houdt in dat alle monumenten vandaag gesloten zijn....dat hadden we al gemerkt tijdens onze kerken-tocht. Het gedoe met hetniet betalen van de salarissen lijkt een truuk te zijn van de huidige regering om de nieuwe regering die op 14 januari zal aantreden in diskrediet te brengen door de ambtenaren niet meer uit te betalen....En dat zo vlak voor de feestdagen: wij kunnen ons goed voorstellen dat de ambtenaren woedend zijn. Ze vertellen dat hun volgende actie, als de regering niet gaat betalen, eruit zal bestaan om alle toegangswegen tot de hoofdstad Guatemala City af te sluiten. We wensen de mannen veel succes met hun actie - maar hopen wel dat ze die toegangswegen niet juist gaan afsluiten als wij over een paar dagen weer met de bus terugreizen via de hoofdstad.....

Maar eerst gaan we nu nog een stukje verder. We gaan het Atitlan meer bezoeken. Dus we stappen vroeg in de morgen weer op de bus en laten ons naar Panajachel vervoeren. Het Atitlan meer is een hele oude krater, die is ontstaan na een mega-vulkaan uitbarsting 85000 jaar geleden, waarvan de asregen tot in Panama en Florida is neergedaald. De hierdoor veroorzaakte krater is volgelopen met water en uit het aldus ontstane meer zijn 60000 jaar geleden nieuwe vulkanen opgekomen, tot 3000 en 3500 meter hoog. Het meer is 300 meter diep. Dat is het dramatische beeld dat je nu ziet: een meer omgeven van vulkanen.



Nadat we een slaapplaats hebben gevonden beginnen we ons verblijf hier met een wandeling door een prachtig natuurpark. We wandelen door een heerlijke vlindertuin















De wandeling gaat vervolgens langs diverse hangbruggen door de jungle



en langs een waterval







naar een uitkijkplek waar we slingerapen







en coati's van dichtbij spotten.



De volgende dag gaan we mee met een boottochtje langs 4 dorpen langs de oevers van het meer. Wat ons daarbij vooral opvalt is dat elk dorp zo'n heel eigen karakter heeft. De sfeer op het meer is in de ochtend stil en geheimzinnig











San Marco is het eerste dorp dat we aandoen. Dit is een dromerig plaatsje van en voor alternatievelingen die hier yoga- en meditatiecentra hebben opgezet. Maar je kunt hier ook een cursus Spaans doen















Na het verstilde San Marco varen we naar San Juan. Dit is een dorp waar de koffiecultuur prominent aanwezig is: alle boeren zijn hier aangesloten bij een cooperatie, die haar gecertificeerde fairtrade koffie exporteert naar de Verenigde Staten en Duitsland, maar die ook kleine koffiebarretjes in het dorp zelf heeft.







Wij lopen door het dorp en zien hier een paar prachtige muurschilderingen



















Het volgende dorp is het bruisende San Pedro. Hier is overal handel, en van alles te doen onder het wakend oog van de heilige Petrus. Het dorp is prachtig gesitueerd aan de voet van de gelijknamige vulkaan.











En uiteindelijk komen we in Santiago de Atitlan. Dit is een grotere plaats. Hier heeft zich in de tijden van de burgeroorlog (1966-1995) een drama voorgedaan. In de jaren '80 hadden guerillero's hier veel invloed. Dit leidde ertoe dat het leger vele honderden inwoners vermoordde en liet verdwijnen. De bange bevolking zocht zijn toevlucht in de kerk, hetgeen ertoe leidde dat ook de priesters niet door de militairen gespaard zijn. Vader Stanley 'Apla's' Rother, werd op het terrein van de kerk vermoord. In de kerk worden deze gebeurtenissen geboekstaafd middels een monument











Inmiddels is de dictatuur voorbij en de burgeroorlog ten einde. Zelfs worden er pogingen ondernomen om oud-president Montt te berechten. Ook in Santiago lijkt de rust weergekeerd:



We zien hier een vrouw stoffen weven. De prachtig gekleurde stoffen spelen een belangrijke rol in de traditionele kleding van de Maya. In deze omgeving dragen vrijwel alle vrouwen kleding van hun groep/familie/dorp, met de daarbij behorende speciale kleuren en motieven. We zagen in Antigua een stoffenverkoopster in actie



Na Santiago varen we weer terug naar Panajachel







Daar brengen we een bezoek aan La Galeria, de galerie van de beroemde Nan Cuz. Deze vrouw, dochter van een Mayavrouw en een Duitser werd op jonge leeftijd in de jaren dertig van de vorige eeuw door haar vader (werkzaam op het nazi-propaganda ministerie) meegenomen naar Duitsland. Hier groeide zij op, zonder nog contact te hebben met haar Maya-familie in Guatemala.
Na de oorlog werd ze kunstenares, en in de jaren zestig werd ze met haar hallucinerende landschappen zeer bekend in Europa. Uiteindelijk keerde ze in 1971 met haar Duitse echtgenoot (een nazi-slachtoffer) terug naar Guatemala, waar ze samen La Galeria in Panajachel opzetten. Deze galerie werd een centrum van hedendaagse kunst, ze hebben er werken van wel 500 kunstenaars van over de hele wereld.
Door toeval werden wij uitgenodigd de door de Duitse televisie geproduceerde film over Nan haar leven te komen bekijken. Een passende afsluiting van onze derde (en voorlopig laatste) verkenningstocht door dit prachtige land met zovele gezichten.




[jan 2017]

[feb 2017]

[mrt 2017]

[apr 2017]

[mei 2017]

[juni 2017]

[juli 2017]

[nov 2017]

[dec 2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten