het schip


September: afwisselende belevenissen





We blijven nog even in Lombok, maar gaan naar een van de Gili's (eilandjes): Gili Air. In het Bahassa Indonesia betekent Air 'water', een heel toepasselijke naam voor een eilandje, dat het voor zijn bestaan moet hebben van de toeristen, die er aan het strand komen liggen, komen snorkelen en duiken. Er zijn hier een paar elektrische brommers en er is vervoer met paard en wagen...dan denk je: lekker rustig. Maar de paard en wagens racen met een noodgang door de kleine straatjes van he dorp, en op een paard zit geen rem, dus het is wel opletten geblazen.



Het is hier wel toeristisch maar de opzet is hier kleinschalig, waardoor het best gezellig is in het dorp



Er wordt hier behoorlijk consequent vuilnis ingezameld en verbrand - hetgeen dan wel weer tot zeer verstikkende rookgordijnen leidt.



Bij zonderondergang hebben we uitzicht op de vulkaan van Bali (die overdag meestal in nevelen gehuld is)



De boten (waavan er hier veel varen op-en-neer van de vaste wal met toeristen en spullen) worden voor reparaties met een grote groep eensgezind op de kant getrokken



Na weer een van die spectaculaire zonsondergangen



zetten we de volgende ochtend vroeg koers naar Bali



Onderweg moet je hier in Indonesie altijd goed opletten om geen 'Fish Attracting Devices'(FAD's) aan te varen



Dat zijn een soort opbouwtjes van bamboe, soms piepschuim en stro waaronder kokospalmbladeren zijn gemaakt. Dat schijnt vissen te lokken - helaas vangen wij hier overigens als maanden niks (maar ja, wij hebben ook geen FAD onder de boot!)
Zo komen we aan in Lovina. We kunnen hier goed ankeren en er is een mooie steiger om aan wal te komen.



Bali is een een heel ander eiland dan de andere eilanden: de grote meerderheid van de Indonesiers is islamitisch (87%), dan is 10% chrstelijk (vooral in het oosten van het land), 3% is hindu en 1% Buddhistisch. Van de Hindubevolking woont een groot deel op Bali, en dat maakt dat het eiland een heel andere cultuur heeft dan de rest van het land. Hindu's hebben allemaal bijna een huistempel,



vaak zelfs meerdere, elke familie heeft een of meer tempels en dan heeft elk dorp ook nog een of meer tempels











En overal vind je kleine offertjes: een schaaltje met wat bloemen, wat eten en wierook



De offertjes liggen soms gewoon op straat



De beelden hebben vaak rokjes om



waarbij de kleuren van de doeken speciale betekenissen hebben. Waar de moslimcultuur geen afbeeldingen van levende wezens goedkeurt, is dat in de Hinducultuur juist een veel voorkomend verschijnsel



al zijn de goden- en mensenbeelden vaak wel fantasievol en vol van symboliek



Lovina is de dolfijnenstad en de dolfijnen vind je er dan ook overal (zoals hier op de stoeptegels)



Er is hier kortom veel te zien, en de contrasten met de eilanden waar we tot nu toe waren, zijn groot. En ook het binnenland is heel bijzonder: rijstvelden, watervallen, hoge bergen en bergmeren. Wij beginnen onze verkenningen met een toertje: we zullen enkele watervallen bezoeken, en tussen door rijstvelden lopen. Om 8 uur in de morgen staat de auto met chauffeur (dat is hier betrekkelijk gebruikelijk en niet zo duur) op ons te wachten. We rijden een stuk de bergen in en komen in een enorm groene vallei met overal rijstvelden















Het is een een idylle



. Het water waarmee de rijstverlden bevloeid worden wordt aangevoerd via riviertjes uit de bergen



waar met bamboestokken bruggetjes overheen gaan



Na een tijdje lopen komen we bij een afdakje, waar we kokoswater te drinken krijgen om onze dorst te lessen



terwijl we ondertussen verder genieten van het fenomenale uitzicht



We lopen door en komen bij een waterval,



waar de diehearts inspringen



Na weer een stuk wandelen komen we bij de ingang van andere watervallen...waar je niet zomaar even inspringt



Frits daalt af in het dal (en klimt daarna weer helemaal naar boven, 346 treden)







en ik blijf boven bij een prachtige kleine waterval







met lotusbloemen in het water



We lunchen (allemaal bij het toertje inbegrepen!) in een warung (eettentje)



met opnieuw een prachtig uitzicht over de vallei.
Als we weer bij onze chauffeur instappen krijgen we een gesprek over het Hindugeloof en hoe dat hier op Bali beleden wordt. Hij vertelt ons over de 3 hoofdgoden: Brahma, Vishnu en Shiva, die verder opgesplitst worden in 'subgoden' die vaak nauw verbonden zijn met de natuur, kleuren, elementen. Om die reden hebben veel families ook meer dan één tempel bij hun huis. Maar dan zegt hij dat hij ons ergens heen zal brengen, een bijzondere tempel met een geschiedenis die verbonden is met Nederland, waar een wijze man is die ons veel beter dan hijzelf over het geloof kan vertellen (zelf vindt hij dat hij te weinig weet om het ons echt goed uit te leggen), priester/leraar meneer Suradnya. En zo komen we bij de Pura Dalem Jagaraga tempel



Deze tempel is gebouwd na een oorlog met de Nederlanders in 1849. Nadat de oorlog was verloren door de Indonesiers werd de tempel herbouwd. In het voorfront, dat later werd gebouwd, werden allerlei beelden van de Nederlanders opgenomen: met name van hun vervoermiddelen







en hoe de Nederlanders in de schaduw sigaren zaten te roken



Maar de tempel is er natuurlijk vooral om de Hindugoden te eren en dat gebeurt met prachtig beeldhouwwerk







Nadat we een rondleiding hebben gehad, vertelt Suradnya ons nog meer over zijn geloof en de daarbj behorende rituelen. De tempel is gewijd aan de doden, en de as van de overledenen wordt na de crematie naar deze tempel gebracht, vanwaaruit het stoffelijke resten terugkeren naar de 5 elementen en de geest gereed wordt gemaakt voor de terugkeer naar Nirwana. De geesten met slecht karma zullen op aarde terugkeren als dieren en die met een goed karma als mensen. Volgens Suradnya is wel zo'n beetje het ergste om terug te keren als een mug







Na onze toer willen de de volgende dag zelf op verkenningstocht uit en we huren een scooter



We gaan weer het binnenland in, nu naar de bergmeren. Het is een ruige, stoffige tocht over hele smalle paadjes, maar uiteindelijk komen we waar we willen: de bergmeren







Uiteraard zijn er ook weer watervallen: het water moet immers weg:



Als we na een lange dag de scooter wegbrengen valt ons in het dorp weer op met hoeveel zorg, liefde en geduld men mooie dingen maakt, zoals deze op water drijvende bloemblaadjes



De volgende dag gaan we er weer op uit met de scooter, dit keer gaan we een Boedhistische tempel bezoeken: de Brahma Vihara Anama tempel. Het is dit keer niet ver weg en we zijn er op tijd, zodat we van deze bijzondere plek in redelijke rust kunnen genieten. Het is een prachtige plek tegen een heuvel, en we genieten overal op het complex van de verstilde atmosfeer en de prachtige beelden en stupa's



























































Als we het hele tempelcomplex hebben bekeken kunnen we wel een reiniging gebruiken....er is hier in de buurt een 'Holy Hotspring' en wij besluiten die maar eens op te zoeken. Het is zondag ochtend en dit blijkt een populaire uitstap, ook voor Balinezen. Erg leuk. Dus wij doen de zwemspullen aan aan nemen een helig bad.







onder het toezicht van de badmeester



Na dit tochtje zijn we wel weer even uitgescooterd, en krijgen we 2 dagen een vriend op bezoek. Met hem gaan we snorkelen



























Intussen zijn onze visa verlengd en kunnen we weer verder. We maken nog een keer een scootertochtje de heuvels in waar we opnieuw de vrolijke heiligdommetjes bekijken, en genieten van het heerlijke groene eiland







En dan gaan we ankerop. Ons doel is de stad Banjarmasin op Kalimantan, waar we heen zeilen via een paar tussenstappen: Kangean, Masalembu, Masakembing en Keremian,kleine eilandjes in de Javazee. Als we eenmaal onder de windschaduw van het hoge Bali weg zijn, hebben we voldoende wind. We maken een paar mooie zeildagen, met de wind en de golven grotendeels achter. Kangean heeft een hele grote baai, en omdat het toch een fors eiland is, wordt de wind in de baai aangewakkerd, waardoor het er niet erg rustig ligt. Maar we kunnen gelukkig wel aan wal komen en maken enkele leuke wandelingen over het eiland. Onderweg komen we kleine visprauwtjes tegen



Wat ons op het eiland erg opvalt zijn de huizen: veel huizen hebben hier rode dakpannen, soms zijn ze zelfs gebouwd van rode bakstenen, en ook de deuren en de ramen zijn duidelijk door de traditioneel Nederlandse architectuur beinvloed.







er komen hier weinig zeilers, en al helemaal geen andere buitenlanders, dus wij hebben veel bekijks. Meestal als we langslopen roepen de mensen 'Hey, Mister', maar omdat ons Behassa Indonesia nog steeds te beperkt is, en er hier weinig mensen Engels kunnen, blijft het daar meestal bij. De hartelijkheid is er trouwens niet minder om. Er is een man die een beetje Engels kan, en die neemt ons op sleeptouw. We krijgen verse kokosnoten aangeboden



en zo keren we terug naar de haven. Daar zien we hoe de vrachtscheepjes hier geladen en gelost worden:



Ook de oliedrums worden aan- en van boord gehesen met een klein kraantje



wij vermoeden dat er nog wel eens eentje barst of valt....En als je dan its wilt afhalen op de haven, dan haal je dat op met de motor met vrachtzijspan



Er is hier ook nog een klein buureilandje, waar we de volgende dag met het pontje heengaan.



De roerganger stapt met een krukje door een gat in het dak waar zich zijn stuur...afdakje bevindt



We stappen aan wal en we worden meteen alweeer op sleeptouw genomen. Ik zie onderweg een aapje dat aan een touwtje als huisdier wordt gehouden



Eerst worden we naar het werfje gebracht, waar Frits bekijkt hoe ze hier met hout en epoxy werken



en ook hier zien we in het dorp weer gebouwen waarvan de architectuur ons uiterst vertrouwd voorkomt







Andere huizen springen eruit vanwege hun klassiek-achtige uiterlijk



De kinderen zijn ook hier weer ontwapenend leuk







De volgende dag vertrekken we later en gaan een nachtje door om in Masalembu te komen. Daar komen we vroeg in de ochtend aan, en hier komen we in een vissersgemeenschap. Kleine, zeer goed zeilende prouwen zeilen behoorlijk ver de zee op







Zij leveren hun vangst af bij verzamelschepen, die het naar Madura of Kalimantan brengen. Maar er komen hier ook hele bijzondere, een beetje viking-achtige scheepjes, van elders om de vis op te halen



Ook als we hier aan wal gaan komen we weer allerlei nieuwsgierige mensen tegen die ons willen leren kennen. Zo maken we kennis met Cecile en haar familie



En vervolgens ontmoeten we bij haar Satria, de kunstleraar op de middelbare school van het eiland.



Hij spreekt goed Engels , wat hij geleerd heeft door veel naar Hollywoodfilms te kijken. Dat is heel handig voor ons en wij zullen met hem de komende dagen intensief optrekken. Hij probeert op zijn school de leerlingen liefde voor de natuur bij te brengen, en zijn ruimte op school heet 'Nature lovers'. Hier komen de kinderen als ze vrij hebben, ze maken leuke dingen en ze werken in het tuintje. Tevens probeert Satria een plastic opruim project van de grond te krijgen.
Hij heeft zijn eigen huis ontworpen en vol trots laat hij het aan ons zien



Hij vraagt ons om de volgende ochtend bij hem op school te komen vertellen over de pastic-problematiek. Dat doen we natuurlijk graag. Een grote schare leerlingen luistert en stelt vragen



en als we klaar zijn dan volgt een gang langs alle klassen







waar we ons verhaal nog een aantal malen dunntjes overdoen. Zeer interessant voor beide partijen.
Daarna gaan we een toer over het eiland maken: Satria en een leerling van hem nemen elk een van ons achterop de brommer en daar gaan we. Eerst naar de traditionele werfjes







































Rijdend over het eiland valt op dat er vele simpele huizen (al dan niet op palen) zijn



maar dat er ook veel bijna paleis-achtige bouwsels staan



Dit soort luxe woningen hebben we in Indonesie eigenlijk nog niet eerder gezien. Satria vertelt ons dat de eilandbevolking deels uit mensen van Madura bestaat, en voor een ander deel uit mensen van Sulawesi. Beide groepen gaan werken in Maleisie, vaak in bouw. Daar verdienen ze goed geld. En bij terugkomst hebben de mensen van Madura de neiging om dure huizen neer te zetten. De Bugis (van Sulawesi) sparen het geld voor de studie van hun kinderen



We rijden en kijken







en komen uit op het strand bij een oom van Satria waar we allemaal onze dorst lessen met een heerlijke kokosnoot







Op het buureiland, Masakembing, leefde een grote gemeenschap hele bijzondere Kakatoes. Daarvan zijn er nog maar 24 over en Satria heeft een groep opgericht om deze dieren te beschermen en de populatie weer te laten groeien. We spreken af om de volgende dag gezamenlijk, met Satria's vrouw Ela, daaarheen te varen. Als we hen de volgende ochtend ophalen is er een heel afscheidscomite op de wal om ons uit te zwaaien



En zo zeilen we met onze twee gasten



in een paar uur naar het volgende eiland. Het vinden van een ankerplek is hier wel een uitdaging. Gelukkig weet Satria hoe het moet. Er is aan de noordkant een inham in het rif, waar een kleine kom is waar je kunt ankeren. En inderdaad, het is best spannend, maar het lukt en we kunnen de boot bij de andere vissersboten ankeren in 1,5 meter diep water.



het eiland is een beschermd natuurgebied, en daar gelden regels die meteen bij aankomst worden uitgelegd



We lopen het eiland op langs een paar huizen



en omdat een groot deel van de bevolking familie van Satria is, worden we overal binnengehaald en hier en daar krijgen we wat lekkers



We worden zelfs door de burgemeester ontvangen. En dan gaan we op zoek naar de kakatoes die we al snel vinden (het eiland is niet groot)



















Overal lopen paden die ons door het park voeren



en er is zelfs een monumentje



De bewoners zijn boeren, en we komen langs een koeienstal



Satria blijft bij ons overnachten en de volgende ochtend komen zijn nichtjes nog even de boot bekijken



zo breekt het moment van afscheid van onze nieuwe vriend aan, nog een foto en de beste wensen



en dan gaat hij terug op zoek naar een lift terug naar Masalembu



En wij gaan verder, naar het volgende eiland.



Keremian. Hier liggen we een beetje ongelukkig bij een kilometer lange pier tussen de visboten, die met hun diesels af- en aanvaren



Voor ons een goede reden om tijdig door te gaan richting Banjarmasin op Kalimantan. We komen op een grote rivier, waar enorm veel verkeer is.



Kalimantan heeft veel mijnbouw en er vinden over deze rivier transporten plaats met pontons vol met steenkool



Ook zien we hier wat er met het regenwoud gebeurt







voor zover het niet wordt afgebrand. van dat laatste ondervinden we hier de gevolgen: we zijn de hele dag in een soort van haze gehuld, de zon gaat rood onder en het stinkt enorm. De rivier is een soort van afvalput, maar de mensen leven hier langs de rivier, de hele stad is gericht op het water. Er zijn winkeltjes aan het water met drijvende steigertjes







We kunnen de boot voor anker leggen voor de waterpolitiepost. En daar mogen we ook de bijboot achterlaten als we aan wal gaan. En dat niet alleen: de mannen vinden het zo geweldig met ons dat we van ze te eten krijgen, we mogen hun brommer lenen, ze regelen een taxi voor ons en voor de rest vinden ze het geweldig om met ons te kletsen over wat we doen en wie we zijn.



Op de groepsfoto staan ze samen met onze vriend Alexander, die hier in Indonesie is en ons een bezoek komt brengen. De politiemannen vinden het allemaal prima en leuk. Ze komen ook een kijkje nemen aan boord



en kijken hun ogen uit. Juist via de ogen van de mensen hier worden we ons eens te meer bewust van het bijzondere van de tocht die wij maken. De afgelopen maand was daar weer een prachtig voorbeeld van.

Met dank voor het gebruik van de foto's: Gerben, Alexander en Frits
[mrt 2019]

[mei 2019]

[juni 2019]

[juli 2019]

[aug 2019]

[sep 2019]

[okt 2019]

[nov 2019]

[dec 2019]

[2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten