het schip


Wie verre reizen doet, kan veel verhalen

Vanuit het prachtige Maupiti vervolgen we onze tocht naar het 110 zeemijl verderop gelegen Mopelia (Franse naam) of Maupihaa (Polynesische naam). Er wonen daar meestal 17 mensen, voornamelijk afgkomstig van Maupiti, die daar leven van de koprateelt (het gedroogde vlees van de kokosnoot).
Er komt daar niet vaker dan ťťn keer per jaar een vrachtschip (en soms zelfs nog minder vaak), er is geen telefoon (behalve een hele dure satellietverbinding), geen airstrip...kortom er zijn daar geen voorzieningen. De bewoners moeten het grotendeels hebben van de zeilers die hun atol aandoen. Dus als wij in Maupiti zeggen dat we naar Maupihaa gaan komt er iemand, die zich voorstelt als Jipau, naar ons toe en die vraagt ons om wat vracht mee te nemen. Dat lijkt ons prima, sterker nog, wij zijn wel in voor zulke dingen, want onze ervaring leert dat je dan meteen op de plaats van aankomst een intro hebt. We moeten de doos en de zak met stokbroden die hij bij ons aan boord komt brengen, afleveren bij Albert Tapuhiro, zo staat er op het pakket.



Zo gaan we (samen met onze vrienden Cindy en Geert van de Zensation en Martin en Ellen van de Acapella) op weg en verlaten probleemloos de pas van Maupiti.



Het is een nachtje varen naar Maupihaa, een klein stukje maar in de verhoudingen van de Grote Oceaan.
We komen in de loop van de ochtend aan bij de erg smalle pas van Maupihaa. We hebben hier goed licht bij nodig want een foutje bij het invaren kan hier desastreuse gevolgen hebben: de pas is slechts 25 meter breed en daarnaast beukt de branding op de riffen.



Gelukkig is de invaart goed zichtbaar, en manoevreren we simpel door de doorgang naar binnen. Ook de Zensation en de Acapella komen goed binnen. Daarna moeten we naar de overkant van de lagune zien te komen, langs de koraalkoppen die uit de bodem omhoog steken. Dat doen we op zicht, en met een polaroid zonnebril op zie je precies waar de gevaren onder water zich bevinden. Aan de overkant zien we langs het witte strand een bootje liggen en onder de bomen lijkt wel een huis te staan.







Dit lijkt ons een ideale plek om het anker te laten vallen en zo liggen we even later in alle rust geankerd



Nu is het zaak om onze vracht bij de familie Tapuhiro te krijgen. Dus laten we de bijboot te water en we varen met de doos en de zak met stokbroden naar de wal. We leggen de bijboot op het strand en lopen richting het huisje. Onder het afdak voor het huis zitten drie breed lachende vrouwen ons op te wachten



Ze stellen zich voor als moeder Adrienne, en haar twee dochters Faimano en Karina. Ze heten ons van harte welkom op hun eiland en we raken aan de praat. Al snel vragen we of ze de familie Tapuhiro ook kennen.....ja hoor, die kennen ze wel, Albert is hun aangetrouwde neef. Ze wijzen ons waar hij woont en ja, daar kunnen we met de bijboot wel komen. Mooi! Na nog wat verder praten over hun leven hier op het eiland stelt Faimano ineens voor om ons met de auto naar Albert te rijden....de auto????? Ja we hadden wel een rode Jeep zien staan, maar dat je hier op dit atol met een auto kunt rijden....dat hadden we niet verwacht. Nou dat laten we ons geen twee keer vragen en zo zitten we een uur nadat we het anker in Maupihaa hebben laten vallen met onze vracht in een knalrode Jeep, die door Faimano vakkundig over het hobbelige schelpenpad wordt gestuurd







Onderweg stellen we haar veel vragen over hun leven hier en Faimano beantwoordt die vriendelijk en vertelt ons intussen bij elke woning die we passeren wie daar woont. Iedereen hier leeft van de kopraoogst. Men heeft een cooperatie opgericht om de gemeenschappelijke belangen te behartigen: verdeling van de terreinen, regeling van het jaarlijkse vrachtbootbezoek, beheer van de satgelliettelefoon, het materieel enzovoort. De mensen hebben hun zaakjes hier goed voor elkaar. En zo komen we aan bij het huisje van Albert.



Albert is er niet, maar als Faimano roept, komt er al snel een antwoord uit de verte en even later verschijnen Albert en zijn vrouw Donna tussen de palmbomen. Met twee dikke vissen in hun hand



Na ons te hebben voorgesteld, overhandigen we hen het pakket en ze beginnen helemaal te glimmen en bieden ons direct de vis aan. Maar dat kunnen wij niet accepteren vinden we. Albert vertelt dat Jipau zijn vader is. We praten nog wat verder en dan bieden ze ons een kokoskrab aan. Deze krabben leven grotendeels op het land en voeden zich met kokosnoot. Je kunt ze koken, legt Albert uit en dan het vlees uit de enorme scharen eten. We vinden het wel een beetje eng, maar nemen het cadeau toch van harte aan.







Daarna nemen we hartelijk afscheid. Faimano krijgt een vis en 4 stokbroden mee voor thuis en we stappen weer in de rode Jeep



Zo keren we terug naar het huis van de drie vrouwen en na bij hen elk een kokosnoot te hebben leeggedronken stappen we verkwikt en voldaan in de bijboot terug naar de boot. We koken de kokoskrab en die blijkt inderdaad heerlijk te smaken! Intussen genieten we van een prachtige zonsondergang



De volgende dag vertelt Adrienne ons dat er aan de oceaankant een grote kolonie sterns zit te broeden. Samen met haar gaan we erheen en zodra we in de buurt komen is het een gekrijs van jewelste:



Indrukwekkend. En dan wijst Adrienne op het pad: dat ligt bezaaid met gespikkelde eitjes:







Ze zegt dat we ze kunnen oprapen en dat ze heerlijk smaken. Wij vullen onze tasjes uit deze overvloed. En thuisgekomen is dit een prima aanvulling op onze eiervoorraad en ze blijken bovendien prima te smaken



Als we weer terug zijn bij hun huis, nodigen de vrouwen ons uit voor een dinee de volgende avond. Wij hoeven niets te doen, zij maken alles klaar! Ze vertellen dat ze (in tegenstelling tot vele Polynesiers) geen alcohol gebruiken en als we echt iets willen meebrengen kunnen we een toetje doen. Wij maken fruitsalade en cakejes voor de dames. Zo vetrekken we tegen het vallen van de avond naar de wal. En dan worden we even stil



Alsof we in de middle of nowhere in een driesterrenrestaurant terecht zijn gekomen! Er staan pizza's, salades van palmharten met sterneitjes, aardappeltjes uit de oven op ons te wachten en bij ieder bordje staat een geopende kokosnoot klaar om erbij te drinken....Albert en Donna staan bij de grill vissen en kokoskrabben te grillen







We mogen plaatsnemen en het diner begint. We smullen dat het een lieve lust is







en Adrienne geniet ontspannen mee





Na de toetjes pakt Albert zijn gitaar en bekronen we deze feestelijke avond met een paar gezamenlijk liederen



Diep onder de indruk van dit gastvrije onthaal keren we onder de volle maan terug naar de boot



Als we de volgende dag de koffie ophebben en naar het water kijken zien we vlakbij de boot een donkere schaduw langsglijden: een mantarog! We stappen in de bijboot en varen erheen, onderwatercamera mee. Op goed geluk knippen we onder water af...tot we kennelijk toch te dichtbij zijn gekomen en het enorme dier er met veel gespetter vandoor spurt. Weer terug blijken we op deze manier een paar prachtige foto's te hebben gescored:











zelfs het overhaaste vertrek van de manta is vastgelegd



Daarna overleggen we hoe we iets leuks terug kunnen doen voor de vrouwen en Albert. We besluiten ze op zondagmorgen uit te nodigen voor een boot-hopperij. Op elke boot zullen ze op lekkernijen en gezelligheid worden onthaald. En zo komen ze op zondagochtend als eerste naar de Bella Ciao



Waar we sap en cake voor hen klaar hebben staan















Na een geanimeerd samenzijn, vertrekt het gezelschap naar de Zensation



en daarna de Acapella, waar hen nog meer lekkers en gezelligheid wachten.
We zijn een beetje aan tijd gebonden, want we moeten een andere ankerplek zoeken omdat er meer wind op komst is, waartegen we hier niet goed beschut liggen. Dus als Albert met zijn 4 dames van de Acapella vertrekt gaan we ankerop en varen we een stukje verder waar we onder de beschutting van de motu beter beschut zullen zijn tegen de zuidoosten wind.







Als de voorspelde wind inderdaad komt maken wij een mooie wandeling langs de oceaan



en kijken we uit over het iriserende blauw van de lagune



Op de terugweg onmoeten we de familie die hier is gevestigd en die ons weer een heerlijk verfrissende kokosnoot aanbiedt







En omdat er wind is kan Frits, na terugkeer aan boord, eindelijk weer eens zijn kites uitpakken











Als de wind de volgende dag gaat liggen is het tijd voor vertrek. Maar eerst gaan we natuurlijk afscheid nemen van de vrouwen aan de andere kant. Als we aankomen zijn ze hard aan het werk: kokosnoten oogsten. Dat doen ze met een reuze handig instrument om de noot op te pikken en met een elegante zwaai op de door Albert bestuurde kar te gooien















En dan moeten we met pijn in ons hart afscheid nemen van deze onvergetelijke plek, met haar ongekend gastvrije, lieve en vrolijke inwoonsters



Hiermee verlaten we, na meer dan een jaar, Frans PolynesiŽ en zeilen we naar de Cookeilandengroep, om precies te zijn naar het atol Penrhyn.



Het verlaten van de pas van Maupihaa is niet moeilijk







Ook Zensation en Acapella komen goed buiten en zo vervolgen we gedrieŽn onze tocht. We hebben goede wind en na een voorspoedige tocht overbruggen we de 500 zeemijl naar Penrhyn of Tongareva in het Polynesisch, in ruim 3 dagen en nachten.
Het atol is volgens de legende door de god Vatea opgevist en aan de vishaak in de lucht opgehangen. De naam Penrhyn komt van de scheepsnaam Lady Penrhyn (ťťn van de oorspronkelijk 11 schepen die de veroordeelde kolonisten naar Australie vervoerde), een schip dat in 1788 het anker in Tongareva liet vallen.
We komen aan bij Omoka, de hoofdplaats van dit atol. Jammer genoeg is dit de westzijde van het atol waardoor de ankerplek zeer onrustig is, zeg maar gerust dat er gewoon dikke golven staan. We ankeren achter een rifje, maar nog steeds is dit niet ideaal en Zensation en de Acapella liggen nog veel ongunstiger. Maar hier moeten we inklaren, dus we hebben geen keus. Al snel komt er een bootje met twee mannen: de politie, die tevens douane en immigratiebeambte is, en de havenmeester die tevens gezondheidsbeambte is. Ze zijn zeer vriendelijk en wij moeten -tig formulieren invullen en betalen. Als we geen Nieuwzeeland dollars hebben dan maar in US $, maar dan wel 1:1 dat is zo'n 30% in hun voordeel!
Het is nu zaterdagmiddag en morgen is het zondag: we krijgen strenge instructies. Op zondag mag er niet gewerkt worden, niet gevist, niet rondgevaren in de dinghy, niet gewassen.... niet gezond....niet...maar wel zijn we van harte welkom in de kerk (waar dan weer niet gefotografeerd mag worden). Het begint om 10 uur maar ze raden ons aan er rond 9 uur zijn. En dan volgen de kledinginstructies (nog steeds door de 2 beambten). Voor de dames een jurk of rok, de schouders bedekt en een hoed. De heren een lange broek en een overhemd. Slippers mogen dan weer wel. Dit wil ik meemaken! Dus ik zoek de volgende morgen de gewenste outfit bij elkaar en ga samen met de bemanning van de Zensation (ook volgens de voorgeschreven dresscode) aan wal, terwijl Frits op de boten blijft passen. We hebben al wat gehoord en gelezen en dit moet werkelijk een unieke belevenis zijn.
De Cook Islands Christian Church is een mix van Church of England, Dopers, Methodistisch en Congregationalist, dus het is een soort protestantse kerk. Als we over de weg met haar zelfgemaakte verkeersborden richting kerk lopen



komt Ben, de politieagent tevens douane en immigratiebeambte, ons op zijn brommertje achterop gereden met twee smetteloos witte hoedjes in de hand: of we wel hoedjes hebben...We zijn helaas nog niet alert genoeg, want we antwoorden hem dat we die bij ons hebben....we hadden natuurlijk moeten zeggen dat we graag die mooie hoedjes van hem wilden opzetten! Aangezien iedereen op weg is naar de kerk, is de weg erheen niet moeilijk te vinden. We wandelen langs de klokkentoren over het kerkhof richting kerk...



..en nemen strategisch plaats op een bankje onder de palmbomen, vanaf waar we uitzicht hebben op de kerkingang.



En ja hoor, daar komen de hoedjes, met keurig geklede dames eronder, heren in terlenka broek....Mensen komen naar ons toe en maken een praatje, Ben is er ook weer en die zal ons straks in de kerk naar onze plaatsen brengen. Wij horen meerstemmige gezangen uit de openstaande kerk komen. Het klinkt prachtig. Maar voordat we naar binnen gaan willen we de brassband zien langskomen. Want dat is een van de grote attracties van de kerkgang hier: in een feestelijke optocht zal straks een brassband het begin van de kerkdienst aankondigen! En na een tijdje zien we in de verte inderdaad uniformen, vaandels en mensen die zich netjes in een kolonne opstellen :







Gelukkig zijn we nog niet in de kerk en kunnen we dus snel een paar foto's maken. Dan bergen we de fototoestellen op en lopen snel naar de kerk, waar Ben ons naar onze plaatsen brengt. Het achterste deel van de kerk is al bezet: kennelijk degenen die we al binnen zagen druppelen en het zangkoor dat we hoorden. Vervolgens komt en een groep van zo'n 20 vrouwen in een soort van lichtblauwe padvindsterskostuums binnen. Zij nemen rechtsvoor in de kerkbanken plaats. Enkele zijn met kindertjes en die zetten ze tussen hun benen op de grond. Na een laatste nummer voor de kerkingang doen de leden van de brassband, die volgens de schildjes op hun mouwen 'Boys Brigade' heet, hun instrumenten af en zij nemen links voor ons plaats in de kerkbankjes.
Nu kan de dienst beginnen. Alles gaat in het Polynesisch (dat hier Maori heet), dus we kunnen het niet verstaan, totdat op een zeker moment naar het Engels wordt omgeschakeld, en wij expliciet welkom worden geheten. Telkens wordt er tussen de bedrijven door vol overgave gezongen, steeds weer met als koorleiding de mensen van een ander kwadrant van de kerk: nu een leidt linksachter, dan weer rechtsvoor. Alle zang is meerstemmig en het klinkt fantastisch. In tegenstelling tot wat wij gewend zijn in de Nederlandse protestantse kerken, is het hier een feest vol zang. Dan klimt de dominee op de kansel, die zich hoog boven de kerkdeur bevindt. Van hieraf houdt hij zijn preek, ook weer in het Maori, op een gegeven moment overgaand op het Engels, waarin hij ons op zijn beurt begroet en welkom heet en ons een behouden vaart voor straks toewenst.
Na ruim een uur is de dienst voorbij en worden de vaandels weer klaargemaakt en de brassband vertrekt naar buiten achter de vaandels aan. Als ook de padvindsters vertrokken zijn volgen wij met de overige kerkgangers, en zo kunnen we nog net een paar foto's maken van de afmarcherende kolonne







De volgende ochtend maken we ons op om naar de overkant, het dorp Tetuatua te varen, waar we een veel aangenamer ankerplek verwachten te vinden. En inderdaad, dat klopt.
Geert en Cindy van de Zensation komen uit BelgiŽ, en inmiddels is duidelijk de hun Rode Duivels het goed doen op de Wereldkampioenschappen voetbal in Rusland. Ze spelen (voor ons) dinsdagmorgen de halve finale.
Als we eenmaal liggen komt er een boot met twee mannen en een kindje langszij, ons welkom heten. We bieden hen te drinken aan en vragen of het ook mogelijk is om ergens voetbal te zien. Nou dat kan, zo verzekeren ze ons. We kunnen morgenochtgend bij Saitu, de vader van Marsters terecht. Geweldig. Dus op dinsdagochtend verschijnen we in vol ornaat om de Rode Duivels tegen Frankrijk aan te moedigen







Iedereen doet mee, ook omaatje, die het leuker vindt om naar ons te kijken dan naar de voetballerij.



Helaas helpt het allemaal niet en de Belgen verliezen van de latere wereldkampioenen.
's Middags brengen we een bezoek aan Marsters, de dominee en zijn gezin. En dan blijkt dat de hele familie dominees zijn: zo was de dominee in Omoka een broer van Marsters.



De belangrijkste bron van inkomsten van Penrhyn is het vlechten/weven van palmvezels.







Daarvan worden de mooiste dingen gemaakt, waaronder de ons inmiddels bekende hoedjes



en hoela gordels







Als we nog wat door het dorpje lopen raken we aan de praat met een van de leraressen van het plaatselijke schooltje. Dit schooltje heeft meestal 15 leerlingen, variŽrend in leeftijd van 3 tot 15. Morgen zal de laatste schooldag zijn en al pratend ontstaat het plan dat wij als een soort van uitsmijter die laatste schooldag zullen 'trakteren' op een fotopresentatie van onze reizen. Dat is wel lastig voor een zo in leeftijd uiteenlopend gezelschap, maar we maken een verhaaltje met foto's,







nemen wereldbol en kaarten mee, en ons geheime wapen: kleuterjuf Cindy van de Zensation, die met de kinderen bootjes van papier zal gaan vouwen.



Het wordt een bijzondere laatste schooldag voor de kinderen







die we heel toepasselijk afsluiten met een gezamenlijk uit volle borst gezongen 'row, row, row your boat'



Jaarlijks biedt de Cooksiaanse regering de bewoners van de buiteneilanden de gelegenheid van een gratis boottocht naar hoofdeiland Rarotonga. Vanaf Penrhyn kost een vliegticket daarheen $ 1300,-- en bootreisjes zijn ook al niet bepaald goedkoop, dus deze mogelijkheid is voor veel eilandbewoners de enige kans om van hun eiland weg te komen, familie van andere eilanden te ontmoeten en inkopen te doen. De boot voor dit uitje zal notabene deze vrijdag de mensen komen ophalen. Er zijn dan al 300 mensen van de andere buiteneilanden aan boord, en naar verwachting zullen er 100 Penrhyners opstappen. Het zal dus een grote uittocht worden op een bevolking van ruim 500 zielen. Alles is in rep en roer ter voorbereiding op dit evenement. In elke familie gaan er wel een of meer leden weg.
Als wij van plan blijken te zijn om ook vrijdag te vertrekken, waarvoor we eerst weer terug naar Omoka moeten om uit te klaren, krijgen we het verzoek wat vracht en passagiers mee te nemen. Natuurlijk doen we dat. Maar dan blijkt dat we een hele kajuit vol met bagage meekrijgen



en 8 passagiers (waaronder een baby).



's Morgens vroeg varen we verchillende keren op en neer met de bijboot om bagage en mensen op te halen...er lijkt geen eind aan te komen. Dan vertrekken we en iedereen zoekt een plekje







Voorop amuseren de kinderen zich opperbest. Na een tochtje van ruim een uur leveren we iedereen inclusief bagage af in Omoka, waar de grote boot al klaar ligt. Wij gaan uitklaren en de reizigers voor de grote boot worden met speciale vletten weggebracht, omdat de grote boot niet door de pas heen kan en dus buiten blijft rondvaren tot iedereen aan boord is.







Uiteindelijk vertrekken we tegelijkertijd: de grote boot naar Rarotonga



en wij naar het atol Suwarow.



Het atol Suwarow dankt zijn naam aan een Russische ontdekkingsreiziger die het atol in 1814 naar zijn schip, Suvarov, vernoemde. In de jaren 1952 tot 1977 leefde hier de Nieuwzeelander Tom Neale, die hierover het beroemde boek 'An island to oneself' schreef.
Het is het enige nationale park van de Cookeilandengroep, en buiten het orkaanseizoen wordt het bevolkt door 2 parkrangers. De laatste jaren zijn dat John en Harry. Het atol is een vogel paradijs, er zijn veel haaien en er moeten ook mantaroggen zijn. We varen weer met ons drietal Bella Ciao, Zensation en Acapella. We hebben zeer gunstige wind, maar om toch samen te blijven remmen we een beetje af, en na 3 dagen en nachten varen bereiken we Suwarow. Ook dit atol heeft weer een makkelijke pas en zonder vermeldenswaardige gebeurtenissen ankeren we bij 'Anchorage Island', de enige toegestane ankerplek in dit nationaal park. Al gauw komen John en Harry aan boord en we vullen weer een paar formulieren in. Ze zijn bijzonder vriendelijk en vertellen ons de regels: we moeten in de buurt van de ankerplek blijven. Omdat in het verleden nogal wat zeilers de natuur hier hebben verstoord zijn de regels nu zodanig dat de rangers makkelijk een oogje in het zeil kunnen houden. Na hun vertrek gaan we direct op mantatocht. We hebben geluk: we komen er drie tegen, waarvan eentje helemaal zwart is







Tegen het vallen van de avond gaan we aan wal, waar we samenkomen met de andere zeilers hier op deze verlaten plek midden in de Grote Oceaan: er zijn zo'n 6 andere boten. Er is een provisorisch zitje gebouwd onder de palmen en ook John en Harry komen erbij zitten. Dan blijkt dat Harry van het atol Manahiki komt (in de buurt van Penrhyn gelegen) en dat hij daar bakker was. DŠt is wel een buitenkans om eens te leren hoe je nu een professioneel brood moet bakken. Harry stemt erin toe en de volgende dag hebben we broodbakcursus van hem. Hij heeft het goed voorbereid en gretig volgen we zijn verhaal.







Dit brood wordt in een zelfgemaakte oven van een oliedrum met lavastenen gebakken







De belangrijkste boodschap van Harry is: GEDULD! Alleen als je brood echt de tijd geeft om te rijzen en nog eens te rijzen zul je een luchtig en soepel brood krijgen! En inderdaad, na 4 uur rijzen en nog een uur bakken uiteindelijk is het resultaat prachtig







Reden voor een feestje bij zonsondergang: iedereen heeft iets van brood gemaakt, of lekkers om erop te doen en dat levert een rijke broodproeverij op



De bijzondere avond wordt afgesloten met een 'Haka' van de rangers, een Maori welkomstgroet van Harry en later volgt zelfs de bescheiden John.



Na een verblijf van enkele dagen op dit prachtige atol met zijn geweldige rangers nemen we niet alleen van hun afscheid, maar ook van 'ons' clubje: Zensation en Acapella gaan hunsweegs en wij vertrekken voor een tocht van 450 mijl naar Samoa.





Cindy en Martin bedankt voor de fotobijdrage

[jan 2018]

[feb 2018]

[mei 2018]

[juni 2018]

[juli 2018]

[nov 2018]

[dec 2018]

[2017]

[2016]

[2015]

[2014]

[2013]

[2012]

[2010/11]

120 m² zeiloppervlak
120 m² lichtweerzeil
In blauw zijn de 4 gastenhutten (1x tweepersoons en 2x eenpersoons) gemarkeerd
Overal aan boord genieten